.

Waarom straffen vaak niet helpt en wat dan wèl werkt

kind voor straf op de trapVan oudsher is het eerste antwoord van volwassenen op ongewenst gedrag van kinderen: straffen. En soms werkt het ook. Maar soms ook niet. Er is een grote groep kinderen, waarbij straffen niet lijkt te werken en de dingen soms alleen maar erger maakt. Hoe komt dat?

 

Het idee achter straffen is dat kinderen eieren zullen kiezen voor hun geld. Als de straf niet meer opweegt tegen het voordeel van het gedrag, zal het kind ervoor kiezen om het ongewenste gedrag achterwege te laten. En soms werkt dat. En inderdaad: soms weegt het er wel tegenop en zal het kind een niet gewenste keuze maken 🙂

Toch werkt het ook heel vaak niet. En sterker nog, als het eenmaal niet werkt, worden de problemen steeds groter. Het uitvoeren van de straf geeft frustratie, aan beide kanten. Ouder en kind worden alleen maar verder van elkaar verwijderd. Ouders grijpen soms naar steeds strengere straffen, maar het gevolg is alleen maar meer conflicten.

Hoe komt dit? In de eerste plaats omdat goed straffen niet eenvoudig is. (zie ook mijn blog Straffen is niet nodig.) In de tweede plaats gaat het uit van dwang en daar houdt een kind niet van. Net zo min als wijzelf. Kinderen hebben ook behoefte aan autonomie en respect.

Maar het grootste probleem is: het lukt het kind gewoonweg niet om het gewenste gedrag te vertonen. En als dat niet lukt, dan helpt straffen ook niet. Dan is er iets anders nodig. Het kind heeft onze hulp nodig i.p.v. straf.

Kinderen weten vaak wel wat mag en niet mag. Straf helpt daarom ook alleen bij kinderen, die dat begrijpen en hun eigen gedrag kunnen sturen. Het paradoxale is dat deze kinderen in feite geen straf nodig hebben. Een duidelijke uitleg en een goede communicatie (wederzijds respect, geven van een ik-boodschap, goed luisteren) zijn dan voldoende.

Een kind wil het namelijk graag goed doen. Hij of zij is er echt niet op uit om jou pijn te doen. Sterker nog, vaak heeft je kind er zelf ook last van dat het zo gaat. Zoals gezegd: je kind heeft hulp nodig om het goed te doen.

Natuurlijk mag je boos worden, dat is niet meer dan normaal in sommige situaties. En dat mag je ook laten merken. Maar hou het bij jezelf en verpak het in een ik-boodschap.

En ja, je kind mag ook verantwoordelijkheid dragen voor zijn of haar gedrag. Dus laat ze in orde maken wat ze hebben aangericht in hun boosheid: opruimen, repareren, iets nieuws kopen, iets doen om het goed te maken, enz.

Maar daarna is de volgende vraag: wat heeft je kind nodig om het goed te doen? Of: wat kan ik anders doen om te zorgen, dat het kind een volgende keer niet meer zo boos wordt? Hoe minder je de boosheid van je kind op jezelf betrekt en hoe meer je het kunt zien als een hulpvraag, hoe minder gefrustreerd je er zelf van wordt.

Dat brengt je in een positie, waarin je je kind optimaal kunt begeleiden. Je kind ervaart wel grenzen, maar ook de veiligheid van jouw aanwezigheid. Je begrip en je steun. Daarin kan je kind ontspannen en nieuwe dingen leren. Opvoeden is begeleiden. Je kind helpen bij zijn ontwikkeling, bij zijn leerervaringen.

PS Heb jij een kind waarbij straffen niet werkt en de boel alleen maar erger maakt? Overweeg dan eens een Vip-dag. Aan de hand van een kenmerkenlijst breng je jouw kind in kaart. Vervolgens leer je dan hoe je jouw gedrag hier zodanig op kunt afstemmen, dat de problemen drastisch verminderen. Lees er hier meer over. 

Wat is jouw ervaring met straffen? Heb je opmerkingen of toevoegingen? Laat het hieronder weten. Ook fijn als je het artikel deelt met anderen 🙂 Dat kan via de shareknop.

 

Andere gerelateerde artikelen:

Laat van je horen