fbpx

Tag Archives forbelonen

Straffen? Gewoon niet meer doen

Eerlijk gezegd denk ik dat bijna elke ouder weleens straft. Het is misschien wel het eerste wat in je opkomt als je kind niet luistert. Vooral als je kind nog jong is en jij nog niet zo ervaren. Misschien deed je het de eerste keer wel zonder nadenken. Je ziet het jezelf opeens doen 🙂

Zo ging het bij mij wel. We waren op bezoek en hij zat aan een vaas waar hij af moest blijven. En hij luisterde niet, dus zetten wij hem op de gang. Hij was nog een peuter. Ik vond het een mijlpaal (maar niet eentje om te vieren).

Wat wisten wij nou helemaal van opvoeden? We wisten wel dat we niet wilden dat de vaas kapot ging. Het was misschien wel onze angst die maakte dat we op deze manier ingrepen. Of het hielp weet ik niet meer, wel dat het mij geen goed gevoel gaf. (En dat klopt ook, weet ik nu.)

Opvoeden doe je met de kennis die je hebt. En als je je verder weinig hebt ‘bijgeschoold’ door boeken te lezen bijvoorbeeld, dan leun je vooral op hoe je zelf opgevoed bent en wat je om je heen ziet. Zeg maar de standaard in onze maatschappij. En straffen hoort daar bij, dat zit gewoon in ons systeem.

Het komt vooral in ons op als we boos zijn op een kind. We willen iets doen met die boosheid, we willen ons gezag laten gelden. En voor je het weet roep je dan: “ga maar naar je kamer en ik hoef je even niet meer te zien” of “Vandaag geen iPad meer”. Herkenbaar?

Ik durf de stelling wel aan, dat het straffen meestal gebeurt tijdens een boze bui van de ouder. Veel vaker dan dat er rustig en weloverwogen een straf wordt uitgedeeld. Dat maakt straffen niet alleen ineffectief (het verergert namelijk de strijd met je kind), maar ook oneerlijk. Je hebt ruzie met je kind en jij maakt gebruik van je macht, terwijl je kind dat niet kan.

Wat het ook niet effectief maakt, is dat je in een boze bui vaak niet goed nadenkt over de straf. Je straft te zwaar, waardoor je later de straf weer herroept. Zo van: “je blijft de rest van de dag op je kamer” en vervolgens laat je je kind na een uurtje weer naar beneden komen.

Mijn advies is om niet meer te straffen. Gewoon nooit. En zeker niet in een boze bui. Want dat maakt de strijd alleen maar erger. Dus ben je boos op je kind: bijt je tong af en zorg eerst dat je jezelf tot bedaren brengt. Door bijvoorbeeld wat rustiger en dieper in en uit te ademen. Daarna kun je als dat nodig is je kind (laten) kalmeren.

En pas als jullie allebei weer rustig zijn, kun je praten over de aanleiding van je boosheid en afspraken maken. Je kind wil namelijk wel luisteren, maar iets zit in de weg. In een open gesprek kun je daar achter komen en afspraken maken voor de toekomst.

Ook als je wel rustig blijft, is straffen lang niet altijd een goed idee. Bij pittige kinderen werkt straffen averechts, omdat jij je macht inzet. En dat is precies wat een pittig kind triggert. Bovendien gaat het voorbij aan de oorzaak van het gedrag, wat maakt dat je kind niet luistert? 

Nu denk je misschien ‘dat is mooi en aardig, stoppen met straffen, maar wat dan?’ Een terechte vraag, want je kind heeft wel iets te leren natuurlijk. Gelukkig zijn er andere manieren om je kind te helpen zich aan de afspraken te houden. Wil je meer weten daarover, volg dan mijn webinar. Aanmelden kan hier.

Vind je dit interessant, wil je het dan voor me delen, zodat we meer ouders kunnen bereiken? Dank je wel alvast. En ook je reactie is meer dan welkom hieronder. Ik lees het graag!

De meest effectieve manier om gedrag te ‘corrigeren’

Elk kind vertoont van tijd tot tijd weleens ongewenst gedrag. In opvoedland heet het dan dat dit gedrag gecorrigeerd moet worden. En dus gaat de volwassene iets doen (bestraffen, belonen, uitleggen) in de hoop dat het kind ander gedrag gaat vertonen. Toch werkt het vaak niet. Hoe komt dit en wat werkt wel?

Het corrigeren van gedrag stamt uit de tijd dat kinderen werden gezien als wezens, die gedisciplineerd moesten worden. Als opvoeder had je de taak om te zorgen dat kinderen leerden wat er van hen verwacht werd en ongewenst gedrag werd gecorrigeerd.

Aanvankelijk was dat vooral straffen.  De tijd dat lijfelijk straffen, door een tik uit te delen of een pak voor de broek te geven, normaal was, ligt nog helemaal niet zo ver achter ons. Maar inmiddels zijn we er gelukkig wel achter, dat dit geen goede aanpak is.

Later kwam daar het belonen bij. Dat is nog steeds populair in onderwijs en opvoeding. Bijvoorbeeld in de bekende Triple P methode. Aan belonen kleven echter ook bezwaren, daar heb ik eerder over geschreven (zie bijvoorbeeld het blog Waarom belonen niet zo effectief is als we denken). Effectief belonen is namelijk heel moeilijk en heeft ook nadelen voor de ontwikkeling van het kind.

Ook zijn we steeds meer gaan praten met kinderen. Op zich een goede ontwikkeling. Ware het niet dat we vooral tegen kinderen praten …  Op zijn best vragen we het kind waarom hij of zij iets doet en daar komen we meestal niet zoveel verder mee. Kinderen kunnen niet zoveel met die ‘waarom’ vraag.

Wat al deze methodes gemeen hebben is dat ze vooral op het gedrag focussen. Dat ongewenste gedrag moet verdwijnen of veranderen. We gebruiken technieken uit de gedragspsychologie die moeilijk effectief te maken zijn. En bovendien niet erg respectvol zijn naar een kind.

Ouders begrijpen vaak ook niet waarom hun kind niet luistert. Want ze zijn toch duidelijk geweest. Maar het is een vergissing om te verwachten, dat wat een kind snapt, dus ook kan dóén. Zo werkt het niet.

Het kind wil in principe wel (ook al lijkt het soms niet zo), maar het lúkt niet. Achter elk gedrag zit namelijk een behoefte of een zorg. Er is altijd een reden voor het gedrag. Pas als je dat helder hebt, kun je met je kind een goede oplossing vinden.

Kijken naar wat er achter gedrag zit, is effectiever en respectvoller naar je kind toe. Het helpt je kind om zijn eigen gedrag beter te begrijpen en om te leren zijn eigen gedrag te sturen.

Ga uit van onmacht i.p.v. onwil. Stel jezelf de vraag “Hoe kan ik mijn kind helpen om het ‘goed(e)’ te doen?” Je kunt het ook aan je kind vragen: “Hoe kan ik je helpen om het anders te doen?” Waarbij je samen vaststelt hoe dat anders er uit kan zien.

PS Wil jij meer weten over hoe dit werkt? Meld je dan aan voor mijn eerstvolgende webinar. Daarin vertel ik je wat wel en wat niet werkt bij pittige kinderen. Aanmelden kan hier.

Help je mij om mijn inspiratie te verspreiden? Deel dit artikel dan via de social media-knoppen. Dank je wel alvast. Ook lees ik graag hieronder je reactie.

Niet belonen, maar wat dan wel?

Vorige keer schreef ik over belonen. Waarom het vaak niet zo effectief is als we denken. Of eigenlijk hopen 🙂 En zelfs als het werkt, is het de vraag of je het op die manier wilt doen. Omdat belonen het kind afhankelijk maakt van de volwassene en het de innerlijke motivatie beschadigt. Hoe kunnen we het dan beter aanpakken?

In mijn aanpak ga ik uit van vertrouwen in het kind. Kinderen willen het van nature graag “goed doen”, een ander een plezier doen. Ik denk, dat straffen en belonen daarom niet nodig is om gewenst gedrag te bereiken. Maar dat het voldoende is om kinderen duidelijke informatie te geven over hun gedrag.

In plaats van het belonen van gewenst gedrag is het beter om kinderen te informeren over wat je waarneemt. Je kunt dat doen door dit gedrag, of het resultaat ervan, te beschrijven. “Je hebt in een half uurtje tijd deze hele bladzijde sommen gemaakt” of “Ik zie je elke dag oefenen op de piano” of “Het aanrecht is opgeruimd”.

Vervolgens kun je dan  benoemen welke kwaliteit van je kind je daarbij opmerkt.  “Je hebt in een half uurtje deze hele bladzijde sommen gemaakt, wat heb jij doorgewerkt”. “Ik zie je elke dag oefenen op de piano. Jij hebt wel discipline!”

Of je maakt er een positieve ik-boodschap van. “Het aanrecht is opgeruimd. Fijn, dan kan ik direct met koken beginnen, zonder dat ik eerst hoef op te ruimen.” “Wat fijn, dat je je tanden al gepoetst hebt, nu kunnen we lekker lang voorlezen, dat vind ik ook leuk!”.

Het lijkt op het geven van een compliment, maar is niet hetzelfde. Het verschil met complimentjes geven zit hem in het oordeel. De complimenten die wij gewend zijn te geven, zoals “wat goed van je, wat knap van je, je bent een muzikaal kind”, enz. bevatten ons oordeel. Daarmee leggen we de maatstaf weer bij onszelf. En leert het kind om zich te voegen naar de waardering van anderen. Hetzelfde nadeel als met belonen dus.

Bovendien geven dit soort complimentjes vaak te weinig informatie over wat we nu precies waarderen. Als we zeggen “wat een mooie tekening”, dan zegt dat weinig over waarom we het mooi vinden.( En vinden we het trouwens echt mooi? Hoeveel onechte complimentjes krijgt een kind eigenlijk?)

Je kunt dan beter verwoorden wat je ziet: “je houdt zeker erg van rood?”, “Ik zie hele mooie kleuren in deze tekening: lichtblauw en oranje, dat zijn mijn lievelingskleuren”, “Zo te zien is dit het huis van oma, met die deur rechts en dan hier het keukenraam”. Of je beschrijft letterlijk wat je ziet in de tekening. In het boek How 2 talk 2 kids van Adele Faber & Elaine Mazlish staat een heel mooi voorbeeld.

Wat je doet als je een beschrijving geeft, met al dan niet het benoemen van een kwaliteit daarbij, is dat je het kind de kans geeft zichzelf te waarderen. Hij of zij kan denken: “ik kan goed doorwerken, ik weet wat discipline is, ik kan mooi tekenen”, enz. Door een ik-boodschap te geven weet het kind, dat hij je een plezier gedaan heeft. En dat jij dat hebt gezien en gewaardeerd. Bovendien krijgt zij door waarmee ze je een plezier kan doen. En dat bevordert ook de herhaling van het gewenste gedrag.

Tot slot: alles wat je aandacht geeft groeit, wordt wel gezegd. Juist als een kind veel ongewenst gedrag vertoont, is het de moeite waard om op de goede dingen te letten. Al zijn ze maar klein. Ook dingen die wij eigenlijk vanzelfsprekend vinden kunnen we blijven waarderen. “Wat fijn, dat je je trommel op het aanrecht hebt gezet, dan hoef ik er niet om te zoeken”. Als je goed kijkt, is er altijd wel iets goeds te benoemen. En dat helpt vele malen beter dan te focussen op wat er niet goed gaat!

Ik hoop dat dit artikel je inspireert. Deel het dan hieronder via de shareknop en laat weten wat jouw ervaringen zijn. 

 

Waarom belonen niet zo effectief is als we denken

Belonen wordt over het algemeen gezien als een goede manier om je kind ander gedrag aan te leren. En dat is soms ook zo. En natuurlijk is het ook positiever dan opvoeden door middel van straf. Toch is de vraag: hoe effectief is het? Lees hier de 4 redenen waarom belonen niet zo effectief is als je misschien denkt.

Vooraf is het goed om helder te hebben waar we over spreken. Ik versta onder belonen een reactie die bedoeld is om het kind een goed gevoel te geven. Dat kan zijn een compliment of een materiële beloning zoals een cadeautje of iets lekkers. Of een beloning in de vorm van een gunst: het kind mag langer opblijven, een extra uurtje computeren, enz. Er kan ook sprake zijn van een beloningssysteem: stickers plakken en als de kaart vol is, volgt de beloning.

Het achterliggende idee is dat gedrag wat beloond wordt, eerder wordt herhaald. En dat is wat we willen natuurlijk. Het gewenste gedrag versterken. Dit idee komt in feite uit de wetenschap, die dit heeft vastgesteld dat dit conditioneringsprincipe inderdaad werkt. Maar wel onder een aantal voorwaarden en daar zit hem de kneep. Deze voorwaarden zijn lang niet altijd van toepassing op onze manieren van belonen.

In de eerste plaats moet het gewenste gedrag heel duidelijk en concreet omschreven zijn. Je moet precies weten welk gedrag je wilt versterken. Daarom werken beloningen alleen bij hele duidelijke gedragingen. Een bekend voorbeeld is het ’s nachts zindelijk worden. Je kunt gemakkelijk elke ochtend vaststellen of het kind nog droog is. Maar voor veel gewenst gedrag is dat veel minder gemakkelijk vast te stellen. Bijvoorbeeld gewenst gedrag als samen kunnen spelen, op je beurt wachten, rustig blijven, enz.

De tweede voorwaarde is de noodzaak om een beloning consequent toe te passen. Dus niet de ene keer wel, en de andere keer niet. Dan neemt het effect sterk af of wordt nihil. Dat maakt effectief belonen lastig, want het vraagt nogal wat van ons als ouder als we dat consequent willen doen. We moeten bijvoorbeeld alleen al fysiek aanwezig zijn om het gewenste gedrag waar te kunnen nemen.

De beloning zelf moet ook aan voorwaarden voldoen. De beloning moet bijvoorbeeld vrij snel op het gewenste gedrag volgen. En het moet haalbaar zijn voor een kind. Dat is niet eenvoudig, want als je bijv. iets als “geen ruzie” wilt belonen, welke periode neem je dan?

Is de periode te lang dan is positief resultaat moeilijk te behalen. Maar hele korte periodes nemen werkt natuurlijk ook niet. Ik raakte ooit verstrikt in een dergelijk systeem, waarbij ik uiteindelijk per kwartier ging belonen met krulletjes, om het zo mogelijk te maken om een beloning te halen. Dat was geen doen, natuurlijk 🙂

Hoe ouder het kind, hoe moeilijker om een beloning te vinden. Immers, het kind wordt steeds minder afhankelijk van jou. Kan steeds meer zichzelf beloningen bezorgen door leuke dingen te doen of zelf dingen te kopen die hij graag wil hebben. Om een puber te belonen moet je al gauw met veel grotere beloningen aankomen dan bij een jong kind.

Belonen werkt dus niet in het algemeen, maar alleen als je het heel consequent voor heel specifiek gedrag inzet. Zoals bij het al genoemde zindelijk worden of bijvoorbeeld het leren om aan tafel te blijven zitten bij het eten. Voor ander gedrag is het niet zo effectief als we wellicht hopen.

Maar zelfs als het werkt, is het goed om je bewust te zijn van de nadelen. Een groot nadeel van belonen, is dat het kind het gewenste gedrag laat zien vanwege de beloning. Het verpest zijn of haar eigen intrinsieke motivatie om om zich te ontwikkelen en te leren.

Het kind gaat zich meer richten op zijn omgeving in plaats van zijn eigen drijfveren. Maar juist het behouden van die intrinsieke motivatie is zo belangrijk voor een kind om zelfvertrouwen te ontwikkelen. Om zijn eigen keuzes te leren maken en hiervoor te willen gaan.

De vraag is nu natuurlijk: wat dan wel? Hoe kan ik op een positieve manier gedrag beïnvloeden?   Lees daarvoor over 2 weken mijn volgende artikel.

Wil je me helpen om meer ouders te bereiken? Deel dit blog dan via de shareknop. Ook lees ik graag je reactie. Bedankt!

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten