fbpx

Tag Archives forstrijd met je kind

Schaamte van ouders

De meesten van ons trekken zich in meerdere of mindere mate iets aan van wat anderen vinden. Of wat we denken dat anderen zullen vinden 🙂. Of het nu gaat over hoe je eruit ziet of wat je zegt, iets in ons houdt zich bezig met wat anderen zullen denken. In het opvoeden is dat niet anders.

Iedere ouder wil graag een goede opvoeder zijn. Je hoopt dus altijd, dat je kinderen zich goed gedragen buiten de deur. Zodat anderen zullen denken, dat het leuke kinderen zijn en dat jij het goed doet, toch?

Daar komt het vaak onbewuste ideaalplaatje weer om de hoek kijken. Je wilt toch wel graag de goede opvoeder zijn, die zijn kind onder controle heeft, rustig blijft en weet wat ie moet doen. Het ergste is wel, dat mensen kunnen denken, dat je je kind niet in de hand hebt, dat ie over je heen loopt. Klopt?

En de waarheid is: je hebt je kind niet in de hand. Niemand niet. Uiteindelijk kun jij niet bepalen wat je kind wel of niet doet. Of het nu binnen of buiten de deur is. En dat is maar goed ook.

En toch. Ook al realiseren we ons dit, toch zit het ergens in ons systeem. En steekt het de kop op als je een probleem hebt met je kind of als je kind ongewenst gedrag vertoont. En des te meer als daar anderen bij zijn.

Ik denk dus dat de meeste ouders weleens last hebben van valse schaamte. Of bang zijn dat een ander hen zal afkeuren als ouder. Bewust of onbewust. Maar het ene kind is het andere niet en het ene kind is nou net iets moeilijker in zijn gedrag dan de andere. En het feit, dat ik gedrag niet acceptabel vind, wil nog niet zeggen, dat mijn kind het niet doet!

Ik sprak hier jaren geleden eens over met een paar deelnemers van een workshop die ik toen nog gaf. Ze gaven eerlijk toe, dat het lastig is om te zeggen dat je naar een opvoedcursus gaat. Want dan kan de ander denken: “O, heb jij dat nodig dan? Is er iets mis bij jou thuis?”.

Want samenhangend met het (onbewust) ideaalplaatje is er ook de overtuiging, dat je het gewoon zou moeten kunnen. En in zekere zin is dat ook zo. Iedereen kan in principe wel een kind grootbrengen. Maar de vraag is hoe. Gun jij je kind het beste? Wil jij je kind optimaal steunen in zijn of haar ontwikkeling? Wil jij genieten van je gezin, ook als dat niet vanzelf lukt?

Zoals één van die deelnemers toen ook zei: “We zouden er eigenlijk juist trots op moeten zijn, dat we dit doen voor onze kinderen”.  En zo is het maar net. Ik heb respect voor alle ouders die moeite en tijd en soms ook geld investeren om het thuis beter te laten lopen. Omdat ze vinden dat hun kind het waard is.

Dus daar mag jij jezelf ook om waarderen, hoe moeilijk het af en toe misschien ook gaat. En leren is ook altijd oefenen, gaat altijd met vallen en opstaan. Maar je doet het tenminste (y)

Is voor jou misschien de tijd gekomen om wat extra support in te schakelen? Komende week krijg je korting op mijn onlineprogramma ‘Stap voor stap een gelukkig gezin‘. Lees hier hoe dit programma jou helpt om uit de strijd met je kind te komen.

 

Stap uit de machtsstrijd

 

Opeens zit je erin. Je kind wil niet wat jij wil. Je wilt voet bij stuk houden. Kind boos, jij boos. Maar het moet en zal gebeuren. Want als jij nu toegeeft, dan is het einde zoek. Toch?

Als dit aan de hand is, zit je in een machtsstrijd. Het gaat allang niet meer om wat je eigenlijk wilt. Maar om de strijd. Jij wilt niet verliezen. Begrijpelijk. Maar je kind ook niet! Als je dan een vurig kind hebt, kan het aardig escaleren. Herkenbaar?

Nu is de vraag: hoe kom je eruit? Als eerste moet je herkennen, dat je erin zit. Dat valt nog niet mee. Want als je er in zit, neemt het je zo in beslag, dat je je er vaak niet eens van bewust bent. Je hebt niet door, dat de issue verschoven is van jouw oorspronkelijke wens (ik wil dat jij nu onder de douche gaat) naar niet willen verliezen (“ik wil dat je nu doet wat ik zeg”).

Het probleem is, dat je daardoor niet meer creatief bent in je oplossingen. Je ziet geen alternatieve mogelijkheden meer. Je kind moet nu onder de douche, punt uit. Terwijl er alternatieven zijn. Zoals: misschien kun je in bad ipv onder de douche, misschien kun je je kind alleen wassen daar waar hij echt vies is. Misschien is hij niet zo vies en kun je vandaag overslaan.

Overslaan? En dus zomaar je kind je zin geven? Dat is het begin van het einde. Dat is waarschijnlijk wat je denkt? Dat dacht ik vroeger wel. Ik was vooral bezig met niet te verliezen, want dan zou mijn kind steeds lastiger worden. Dacht ik. Dat is ook wat je vaak om je heen hoort.

Nee, doorzetten en je kind dwingen. Dat helpt! Niet dus, dat maakt het alleen maar erger. Je krijgt alleen maar meer conflicten. Stap uit de machtsstrijd door zelf de eerste stap te zetten. Je kind zal het niet doen, die heeft onbewust ook het idee, dat zijn leven ervan afhangt. In praktijk betekent dat meebewegen, meegaan in wat je kind graag wil.

Als het kan en als je kind dat kan horen, kun je nog aangeven wat je voorwaarden zijn. “Oké, ik begrijp dat dit belangrijk voor je is. Dat snap ik. Het kan ook wel, maar laten we dan wel zorgen dat ….(je om 8 uur uit bad komt, zodat ik je naar bed kan brengen, of dat alles om half 6 weer is opgeruimd, zodat we aan tafel kunnen eten, enz.)

Hoe voorkom je nu, dat je kind denkt: ha, dat heb ik mooi geregeld, volgende keer doe ik het weer zo? Door erover te praten op het eerstvolgende rustige moment. Je stapt uit de machtsstrijd door ervan uit te gaan, dat je kind heus wel rekening met jouw behoeften wil houden. Zie zijn gedrag niet als willen winnen, want op zo’n moment ben jij degene die wil winnen. Daarmee creëer je de machtsstrijd zelf.

Stel je open op. Luister naar de wensen en zorgen van je kind. Wees bereid zijn behoeften te respecteren. Èn wees duidelijk wat jouw eigen behoeften zijn. Respect voor je kind en voor jezelf haalt je uit de machtsstrijd. Maar jij moet wel zelf de eerste stap zetten.

Machtsstrijd komt voor uit angst. Angst dat je kind jou de baas wordt, angst dat je het niet goed doet, waardoor je kind onuitstaanbaar wordt. Hopelijk heb je uit het bovenstaande kunnen begrijpen, dat dat echt niet nodig is. Laat het los. Vertrouw op het goede in je kind en in jezelf. Op jullie verbondenheid.

Misschien is dit ook de reden waarom jij strijd hebt met je kind

Sinds ik ouders begeleid bij het omgaan met hun pittige kind, merk ik steeds vaker dat het om prikkelgevoelige kinderen gaat. Deze gevoeligheid maakt dat ze doen zoals ze doen en dat maakt weer dat ouders gemakkelijk in de strijd terecht komen met hun kind. Ik zal je uitleggen hoe dat naar mijn idee zit.

De laatste jaren heb ik mij meer verdiept in hooggevoeligheid. Ik ben terughoudend met deze term omdat die bij veel mensen iets oproept van ‘zweverigheid’. Er hangt vaak een zweem van ‘bijzonder-zijn’ omheen, net als bij de zogenoemde ‘nieuwe-tijds kinderen’.

Zelf moest ik er daarom ook lange tijd niet zoveel van hebben. Maar als iemand anders er wel mee uit de voeten kan en er steun aan heeft, dan is dat prima natuurlijk. Het is alleen niet een insteek die bij mij past. Vandaar mijn terughoudendheid. Ik gebruik meestal het woord prikkelgevoelig.

Voor mij houdt dit in, dat deze kinderen een minder sterk filter hebben. Alles komt maar ongefilterd binnen en moet verwerkt worden. Dat geeft een druk hoofd. Maar ook een zenuwstelsel dat gemakkelijk overvoerd raakt. En dit kan weer leiden tot uitbarstingen, die in feite ontladingen zijn. Het systeem ‘trekt het niet meer’.

Ik heb het idee dat dit ook de reden is dat deze kinderen bazig en dwingend kunnen zijn. Dat ze graag de touwtjes in handen hebben. Immers, als er gebeurt wat jij in je hoofd hebt, dan geeft dat rust. Dan hoeft er niet zoveel verwerkt te worden als wanneer dat niet het geval is.

Dat maakt ook dat ze inflexibel kunnen zijn. Zeker als er al spanning is opgebouwd, als ze al wat overprikkeld zijn, dan gaat het gewoon niet meer. Dan is de flexibiliteit op. Er is geen ruimte meer om (voor hen) onverwachte situaties te verwerken.

Door die bazigheid en koppigheid en door die inflexibiliteit is het niet verwonderlijk dat je gemakkelijk strijd krijgt met je kind. De ‘standaardmanier’ van opvoeden werkt hier dan ook averechts. Streng zijn maakt het alleen maar erger.

Hoe dit precies zit en welke aanpak deze kinderen wél nodig hebben, bespreek ik in mijn webinar.  Aanmelden is gratis en kan via deze link: https://ontspannenopvoeden.nl/webinar

Een eyeopener voor jou? Of misschien herkenbaar? Laat hieronder van je horen. En deel dit bericht via de shareknop, zodat meer ouders er kennis van kunnen nemen. Dank je wel alvast!

Waarom je zoveel strijd met je kind hebt

Als ouders mijn hulp inroepen is dat 9 van de 10 keer omdat ze veel strijd hebben met hun kind. Omdat er vaak gedoe is, ruzie is, hun kind vaak nee zegt en niet meewerkt. Eigenlijk iets wat elke ouder weleens ervaart. Maar dan gewoon elke dag. Elke dag strijd met je kind is uitputtend en maakt ouder en kind niet gelukkig. Hoe komt het nu dat je zo vaak strijd met je kind hebt?

Laat ik maar met de deur in huis vallen: het is NIET omdat je niet kunt opvoeden, omdat jij het allemaal verkeerd zou doen. Als je vaak strijd hebt met je kind, kun je wel heel gemakkelijk dat gevoel krijgen, maar onthoud: dat is niet waar. Het ligt niet aan jou!

Bijna altijd als ik met ouders in gesprek raak, blijkt vroeg of laat in dat gesprek dat hun kind geen doorsnee kind is. Kinderen met specifieke kenmerken. Vaak zijn het kinderen die niet flexibel zijn, prikkelgevoelig zijn, graag de dingen zelf bepalen en behoorlijk temperamentvol zijn.

Ligt het dan aan het kind? Nee ook niet. Het ligt aan de interactie. De combinatie van kind en hoe je met je kind omgaat, je opvoedingsaanpak. Deze kinderen gedijen niet bij de gebruikelijke aanpak in het opvoeden.

Over het algemeen gaan ouders in Nederland vrij vriendelijk met hun kinderen om. Ze geven ruimte en inspraak aan hun kind. Maar als puntje bij paaltje komt zijn ze wel de baas. Zo nodig wordt gedrag gecorrigeerd door belonen of straffen (time out bijvoorbeeld)

En veel kinderen doen het daar op. Niet dat het in mijn visie het beste is wat je je kind kan bieden, maar bij veel kinderen geeft dat niet echt grote problemen. Over het algemeen loopt het wel en eventuele problemen vallen in de categorie “Overal is weleens wat”, je weet wel wat ik bedoel.

Maar de kinderen die ik hierboven omschreven heb, die doen het daar niet op. Die worden snel boos, accepteren moeilijk een nee, willen hun zin doordrijven en strijden desnoods door tot het bittere eind. Ze zullen niet snel jouw gezag accepteren.

Bovendien kunnen ze boos worden omdat ze zich onbegrepen voelen. En vaak is dat ook zo. Omdat ze wat anders in elkaar steken dan de meeste kinderen, worden ze niet echt begrepen. En reageert een ouder onbewust op een verkeerde manier.

Tenslotte word je als ouder door het gedrag van deze kinderen nogal op de proef gesteld. Veel meer dan bij andere kinderen worden jouw emoties getriggerd. En die maken het probleem ook weer groter. Want er zit een grens aan hoe lang jij je geduld weet te bewaren.

Wat is er nu nodig om uit deze strijd met je kind te komen? Daarvoor is een andere benadering van je kind nodig. Eentje die ervoor zorgt dat je kind zich beter begrepen en geaccepteerd voelt. Eentje die recht doet aan de behoefte van je kind aan eigen inbreng. Eentje die jouw handelen veel beter afstemt op de specifieke kenmerken van je kind.

Mijn belangrijkste boodschap is dus: het ligt niet aan jou, het ligt niet aan je kind. Jullie doen allebei je best. Maar je kind heeft iets anders van je nodig. En het goede nieuws is: dat kun je leren. Concrete tips vind je in mijn gratis videobooschap, in mijn webinars en in mijn blogs.

Kijk bijvoorbeeld maar eens bij onderstaande blogs:

https://ontspannenopvoeden.nl/luister-je-wel-echt/

https://ontspannenopvoeden.nl/geef-een-ik-boodschap/

https://ontspannenopvoeden.nl/blog-erkenning-het-toverwoord/

Heb je meer hulp nodig, dan kan mijn onlineprogramma je goed helpenKlik hier om te lezen wat het programma hoe dit programma ook voor jou de oplossing kan zijn

Wil je me helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Deel dit artikel via de shareknop hieronder. Heel erg bedankt daarvoor!

Hoe ga je om met computer, tv, tablet en mobiel?

 

In deze tijd valt het lang niet altijd mee om vader of moeder te zijn. Zoveel keuzes te maken, zo veel verleidingen. Dus ook heel vaak nee zeggen. Ik denk soms wel “Ben blij dat de mijne volwassen zijn…”. Ik vind het eerlijk gezegd ook best een lastig onderwerp. Daarom heb ik er eigenlijk nog niet veel over geschreven. Toch wil ik wel mijn ideeën met je delen. Misschien heb je er wat aan 🙂

Allereerst even kort over mijn visie op opvoeden. In mijn visie zijn ouders en kinderen gelijkwaardig waar het gaat om hun behoeften. En is het belangrijk om respect te hebben voor de behoeften van je kind. Die zijn even belangrijk als die van je zelf, niet meer en niet minder belangrijk.

Dat neemt niet weg, dat je als ouder wel een specifieke verantwoordelijkheid hebt. Immers, jij zorgt voor je kind, fysiek, emotioneel, geestelijk. Jij kunt consequenties overzien, die je kind niet nog niet ziet. Daarom zul je af en toe een onwrikbare grens moeten zetten of moeten ingrijpen.

Dat gaat dan vaak over veiligheid. Je kind moet  nu eenmaal in een autostoeltje, bijvoorbeeld. Daar valt niet aan te tornen. Zo zijn er ook zaken waar je wel een beetje meer of minder ruimte kunt geven. Kinderen de ruimte kunt geven, en moet geven, om te experimenteren.

Hoe zit dat nu met computeren en tv kijken? Ook daarbij heb je als ouder een specifieke verantwoordelijkheid. Teveel computeren en tv kijken is nu eenmaal niet goed, dat is bewezen. Het gaat ten koste van beweging, creatief spelen en kan leiden tot slapeloosheid.

Toch is het beter om hierover met je kind in gesprek te gaan, dan eenzijdig regels te maken of iets te verbieden. Dat kan altijd nog… Ga eerst eens met je kind in gesprek om uit te vinden wat hij of zij vooral leuk vindt. Wat computeren of tv kijken hen oplevert. En ook wat het misschien kost.

Zo maak je kinderen langzamerhand ook bewust van voor- en nadelen. Erken ook vooral dat het leuk is. Kom niet met ja,maar… maar zeg bijvoorbeeld dat je het herkent. Want wees even eerlijk, zijn wij ouders zelf ook niet een beetje verslaafd af en toe? Raak jij nooit zomaar ‘tijd kwijt’ omdat je even aan het surfen was op internet. Of te lang aan het facebooken was? Hoe vaak check jij je e-mail?

Laat zien dat je snapt hoe het werkt, hoe verleidelijk het is. Laat je kind vertellen. En breng dan je zorg in. Geef aan waar grenzen liggen en waarom. Vervolgens kun je je kind dan mee laten denken over hoe je die grenzen in praktijk wilt brengen.

Bijvoorbeeld je wilt een limiet stellen aan de hoeveelheid tijd, die een kind computert. Laat het kind dan inspraak hebben in wanneer deze tijd gebruikt kan worden. En wat er wel of niet onder valt (huiswerk bijvoorbeeld?  Of een educatief spelletje?). Het bewust worden en keuzes leren maken is voor je kind minstens zo belangrijk als het stellen van die limiet.

Voor TV kijken bijvoorbeeld zou het kunnen betekenen, dat je kind leert kiezen wat hij of zij het leukst vind om te kijken en niet zomaar domweg alles tot zich te nemen. Ook kan je kind zich bewust leren worden wat TV kijken doet. Word je er lekker ontspannen van of juist duf en heb je daarna nergens geen zin meer in?

Tenslotte moet je ook zelf het goede voorbeeld geven natuurlijk. Dus zorg dat je zelf, als je bij je kinderen bent, beperkt of helemaal niet op internet bezig bent. Bij kleine kinderen moet je sowieso heel voorzichtig zijn. Want internet of social media kunnen je behoorlijk afleiden!

Goede informatie over dit onderwerp vind je op www.mediawijsheid.nl

Dit zijn zo wat gedachtes van mij rond het thema  computeren en Tv-kijken.  Hoe ga jij hier mee om? Laat het hieronder weten, ik ben blij met je reactie.

Help je mij om mijn inspiratie en tips te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

5 redenen om geen diagnose te willen voor je kind

Als jouw kind moeilijk gedrag vertoont, thuis of op school, of beide, is het goed om op zoek te gaan naar hulp. Immers, dit moeilijke gedrag leidt meestal tot problemen met andere kinderen of met de volwassenen om hem heen. Daar wordt je kind niet gelukkig van en jij ook niet. Maar wees voorzichtig met het laten stellen van een diagnose.

  1. Een diagnostisch onderzoek is vaak een gedragsbeschrijving

Diagnostisch onderzoek in geval van AD(H)D en ASS is vaak gebaseerd op kenmerken van het gedrag van je kind. Er wordt wel gespeculeerd over de oorzaak (of het een afwijking in de hersenen is bijvoorbeeld), maar daar is nog onvoldoende over bekend. Er wordt naar mijn idee te weinig gekeken naar wat zich in het kind afspeelt.

  1. Een diagnose leidt te gemakkelijk tot het geven van medicijnen

Als je kind eenmaal een diagnose heeft gekregen als AD(H)D of PDD-NOS, is de kans groot, dat het vervolgens medicijnen voorgeschreven krijgt. Dat wordt ook van jou verwacht. Je hebt als het ware geen reden meer om nog een kind met lastig gedrag naar school te sturen. Ik weet, dat het bij extreme problematiek effectief kan zijn, maar het gebeurt te vaak en te makkelijk. Meer weten hierover? Lees het boek van Laura Batstra – Hoe voorkom je ADHD.

  1. Veel kinderen passen niet in één hokje

Veel kinderen passen helemaal niet in één diagnose. Vaak hebben ze van allerlei hokjes wel kenmerken, bijv. AD(H)D, ASS (autisme-spectrum stoornis), hoogbegaafd, hooggevoelig,….. Als je een diagnose laat stellen, versmal je de kenmerken van je kind tot één categorie. Een kind wordt als het ware ergens ‘ingeperst’, nl wat het beste lijkt te passen.

  1. Een diagnose is nog geen hulp

Goede hulp geeft je handvatten om de situatie te verbeteren. Maar het stellen van een diagnose is nog geen hulp. De hulp die je krijgt is vaak is vaak gebaseerd op het gemiddelde kind met die diagnose, dus algemene richtlijnen. Maar is dit voldoende voor jouw kind en is het de juiste hulp voor jouw kind? Lang niet altijd, is mijn ervaring. Dus heb geen te hoge verwachtingen van alleen een diagnostisch onderzoek.

  1. Een diagnose werkt vernauwend

Je loopt het risico om alles wat een kind doet, in het licht te zien van de diagnose. Of teveel te focussen op het probleemgedrag. Een kind is altijd veel meer dan zijn diagnose. Ook kan het kind zich onbewust naar zijn diagnose gaan gedragen, net als de omgeving. Je krijgt een te sterke identificatie met de diagnose.

Let wel: ik zeg niet dat een diagnose nooit een goed idee is. Het kan in bepaalde gevallen zeker wel een nuttige functie hebben. Maar ik vind dat het op dit moment met teveel kinderen te gemakkelijk gebeurt. Dus heeft jouw kind gedragsproblemen en overweeg je diagnostisch onderzoek, neem bovenstaande dan mee in je overwegingen. Want er kan namelijk ook heel goede hulp geboden worden zonder zo’n diagnose. Als je maar goed kijkt en onderzoekt hoe je kind in elkaar steekt. In samenwerking met je kind.

PS Samen met jou of jullie onderzoeken hoe je kind in elkaar steekt en hoe jij je daar beter op af kunt stemmen, dat is precies wat ik doe tijdens een VIP-dag

Help je mij om mijn inspiratie en informatie te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten