Zo vermijd je conflicten, terwijl je toch begrenst.
Pittige kinderen reageren slecht op de gebruikelijke manier van opvoeden. Dat komt omdat ze (thuis) graag zelf willen bepalen. Ze willen niet gedwongen worden. Probeer je dat toch, dan leidt dat alleen maar tot heel veel strijd. Maar natuurlijk wil je je kind ook grenzen geven, dus hoe doe je dat dan?
Om minder strijd te hebben met je kind, is het raadzaam om hem of haar zo min mogelijk in het moment te sturen. Daarmee bedoel ik dat je zo min mogelijk situaties creëert waarin jij bepaalt. Omdat je iets van je kind eist. Of omdat je iets verbiedt.
Normaal gesproken gebeurt dat heel veel. De ouders leiden het kind. Dus (soms ongemerkt) stuur je je kind de dag door. “doe dit, doe dat, nee dat mag niet, stop daarmee, we gaan nu …” enz. Pittige kinderen liggen dan geregeld dwars. Ze zijn allergisch voor het woord nee en voor moeten.
De oplossing ligt in een duidelijke structuur. Een vast patroon van dagelijkse handelingen en terugkerende situaties zorgen ervoor dat je kind weet wat er staat te gebeuren. Ze gedijen goed bij die duidelijkheid en voorspelbaarheid. Vaste gewoontes en routines zijn daarom van belang.
Meestal wordt geadviseerd om niet teveel regels te hanteren in de opvoeding. Een beperkt aantal van de belangrijkste zaken is voldoende. Voor pittige kinderen geldt dat niet, heb ik ontdekt. Hoe meer regels en afspraken, hoe beter het werkt.
Want dan weet je kind wat hij of zij kan verwachten. En dat beïnvloedt vanzelf al de verwachtingen, waardoor je kind makkelijker meegaat in wat de bedoeling is en minder snel iets vraagt dat jij niet wilt. Omdat je kind dat al weet.
Ik geef vaak het volgende voorbeeld om het te verduidelijken. Stel je kind vraagt om een ijsje en je zegt nee, wat ze heeft al een ijsje gehad. Dan kan het handig zijn om het wel toe te staan, maar er later op terug te komen om uit te leggen, waarom je het niet een goed idee vindt. Je spreekt dan af, dat je kind niet meer dan één ijsje op een dag mag.
Zo kan het ook zijn, dat je het niet wilt toestaan, omdat je het iets vindt voor warm weer. Dan kun je afspreken bij welke temperatuur je kind een ijsje mag. Dat klinkt misschien overdreven, maar veel pittige kinderen gedijen enorm goed bij dit soort afspraken. Ze kunnen het dan zelf checken en weten waar ze aan toe zijn.
De clou is dat je kind zo minder door jou gestuurd wordt. Of het iets wel of niet mag, hangt dan niet meer af van jouw idee op dat moment. Je kind ervaart het niet meer als dat jij je macht inzet en dat jij bepaalt en stuurt.
Je hoeft al die regels ook niet op te schrijven ofzo. Je kind onthoudt heel goed wat er is afgesproken, neem dat maar aan. Hooguit moet je voor jezelf iets noteren 😊
En als je eenmaal een afspraak of regel hebt, dan moet je handhaven. Maar ook dan kun je verwijzen naar de afspraak: ‘ja, ik weet het lieverd, je wil heel graag nog eentje, maar ja, weet je nog? Eén keer per dag is er een ijsje voor jou. Helaas pindakaas, morgen kan het weer’.
Ik hoop dat je snapt wat ik bedoel. Het gaat natuurlijk niet om dat ijsje, misschien ben je het totaal oneens met het voorbeeld. Maar het gaat om het principe. Je zult merken dat je kind daar beter bij gedijt. En dat het voor jou makkelijker wordt om te handhaven, omdat het van tevoren al was afgesproken.
Tot slot nog even dit. Je kunt dus een eerste keer dat iets gebeurt dat jij liever niet hebt, gewoon laten gebeuren als het niet echt een probleem is. Naderhand kom je er op terug en maak je er een afspraak over. Dat scheelt op zich al een behoorlijk aantal conflicten.
Ik ben heel benieuwd wat je vindt van dit idee. Is het een zinvolle tip voor jou? Laat het weten, ik lees graag je reactie. En deel het als je het waardevol vindt. Dank je wel alvast!
