All Posts by Karla Mooy

5 Misverstanden over opvoeden

Opvoeden zoals de meeste mensen dat doen noem ik de ‘standaardmanier’. Dat wat je om je heen ziet en hoe je zelf bent opgevoed. Naar mijn idee zitten daar een aantal foute veronderstellingen in, een aantal misverstanden. En die maken dat je juist bij een pittig kind snel in de problemen kan komen. Ik zet ze hier voor je op een rijtje.

1. OPVOEDEN IS HET CORRIGEREN VAN GEDRAG

Veruit de meeste mensen zien dit nog zo. Dat is waar opvoeders zich mee bezig houden, het corrigeren van gedrag. En dat doen we dan door te proberen het gedrag rechtstreeks te sturen. Door sommige dingen te verbieden en andere juist te vragen (eisen). Daarbij horen de woorden ‘jij moet, jij mag of je mag niet, of ik wil dat’. Zo nodig maken we daarbij gebruik van negeren (werkt meestal niet) straffen of belonen (bij voorkeur).

Dit is zo algemeen, dat het ons bijna in de genen zit, zeg maar. Zo zijn we zelf opgevoed en zo zien we het om ons heen.

Maar zoals ik al vaker heb geschreven, (lees bijvoorbeeld dit blog) is dit een misverstand. Kinderen leren vooral van wat je voorleeft. En daarnaast helpt corrigeren niet als je niet weet wat er aan het gedrag ten grondslag ligt. Een kind dat het wel goed wíl doen, maar het niet voor elkaar krijgt, help je niet met straffen of belonen. Sterker nog, dan geef je het kind nog een extra laagje negativiteit erbij.

2. JE MOET ALTIJD CONSEQUENT ZIJN

Dit is een hele hardnekkige. Niet consequent zijn is, naast het verwennen van je kind, één van de ergste fouten die je kunt maken. Niet dus. Het maakt alleen maar dat je strijd hebt met je kind. Dat je altijd bezig bent om ‘te winnen’. Maar je kind wil niet verliezen. Dus. Dan heb je strijd.

Maar een kind heeft toch duidelijkheid nodig? Ja, dat klopt. En daarom is het wel belangrijk om duidelijke afspraken te maken en vaste routines te hebben. Maar dat jij gisteren geen zin had in rommel maken en vandaag wel, dat kan toch? En als je kind een goed argument heeft, waar jij nog niet aan gedacht hebt, dan er toch niks mis mee om je te laten overtuigen? (Lees hier meer over de mythe van het consequent zijn)

3. ALS OUDERS MOET JE ALTIJD ÉÉN LIJN TREKKEN

Nee dat moet je niet.  Je bent twee verschillende mensen, met verschillende opvattingen, voorkeuren en behoeftes. Wat de één een rommel vindt, kan de ander best wel opgeruimd vinden. Zorg daarom dat je over terugkerende zaken duidelijke afspraken hebt.

Maar dwing je partner niet om het met je eens te zijn, als dat niet zo is. Bespreek gewoon het probleem en zoek een oplossing die voor iedereen oké is.

4. ALS JE JE KIND ZIJN ZIN GEEFT, GAAT HIJ STEEDS VAKER ZEUREN

Je weet wel, ‘als je ze een vinger geeft …’ Maar ook deze klopt niet. Gek genoeg werkt het precies andersom 😊. Een kind dat ervaart dat ie serieus genomen wordt, dat haar behoefte ook meetelt, dat er veel ruimte is om zijn eigen zin te mogen doen, zal juist minder moeilijk doen als dat af en toe gewoon niet kan. Juist een kind dat minder ruimte krijgt voor autonomie zal steeds vaker dwars liggen en de strijd aangaan.

5. JIJ WEET HOE HET MOET

Soms wel ja, maar vaak ook niet. Je bent als ouder vaak geneigd om te denken dat jij de oplossing moet hebben. Dat jij moet zorgen dat je kind het fijn heeft. Dat jij moet bepalen wat wel of niet moet gebeuren. Maar dat is helemaal niet waar. Je kunt vaak helemaal niet weten wat goed is of niet.

Dat betekent dat je niet zo vaak hoeft in te grijpen als je misschien denkt. Laat je kind zijn eigen ervaringen opdoen. En het betekent ook dat jij het niet altijd hoeft te weten. En dat is best een opluchting, toch? Je weet niet wat later zal blijken ‘goed of fout’ geweest te zijn. Dus laat los. Laat het leven zijn gang gaan. Geef je kind ruimte voor zijn of haar eigen leerproces.

Is dit herkenbaar voor je? Verhelderend?  Ik lees graag je reactie. En als je het wilt delen op de social media, graag, bedankt alvast.

Is er wel een probleem?

Rustig blijven is één van de moeilijkste dingen als je een pittig kind hebt. En toch heel belangrijk, want het doet een conflict veel minder escaleren. Het kan enorm helpen als je inziet hoe onze gedachten werken.

Eigenlijk maken we problemen met ons denken. Iets is niet een probleem van zichzelf, maar omdat we vinden dat het een probleem is. Omdat de situatie ons niet bevalt, we hebben besloten dat die situatie niet goed is.

En dat is een gedachte. Daarmee zeg ik niet dat alles ‘maar’ een gedachte is en dat er nooit problemen zijn. Dat is misschien ten diepste wel zo, maar daar heb je niks aan in het dagelijks leven.

Toch helpt het wel om te kijken naar je gedachten. En je even de vraag te stellen ‘is er eigenlijk wel een probleem’? Of maak ik misschien een probleem waar dat helemaal niet nodig is’.

Bijvoorbeeld: je driejarige peuter wordt boos en begint te schreeuwen. Is dat eigenlijk wel een probleem? En als je kind wat vaker boos wordt is het dan een probleem? Waarom eigenlijk?

Boos zijn is een normale, natuurlijke situatie, een gewone alledaagse menselijke emotie. En emoties komen en gaan. Waarom maken we ons daar zo druk over eigenlijk? Soms worden we daar zo bang voor, dat we ‘op eieren’ gaan lopen om een uitbarsting te voorkomen.

Dus stel jezelf eens de vraag ‘is het wel zo erg wat er nu gebeurt? Is het wel een probleem? Of is het alleen een probleem omdat ik het niet wil?

Een ander voorbeeld. Je kind scheldt en snauwt. Of je puber scheldt je de huid vol. Of geeft jou de schuld van wat er mis gaat. Dan kan het zijn dat je het tot je neemt. En dan ga je in de verdediging of je wordt verdrietig van.

Maar hé, het zijn alleen maar woorden, hè. Jouw gedachten kennen er een bepaalde betekenis aan toe. En die maken dat je gefrustreerd raakt. Je kunt het ook laten voor wat het is, het niet persoonlijk nemen.

Nu hoor ik al jullie tegenwerpingen: maar moet ik dan alles maar goedvinden? Nee natuurlijk niet. Het is best handig als je kind leert zijn boosheid op een manier te uiten die maatschappelijk aanvaard wordt. Of die andere mensen geen pijn doet en waarbij dingen niet beschadigd worden.

Dat kun je naderhand met je kind bespreken. Oplossingen zoeken en oefenen. Waar het me nu omgaat, is dat je een probleem creëert van de situatie zelf, van het feit dat die situatie is zoals die is. Maar het gebeurt al. Waarom zou je daar een probleem van maken?

Dit gaat over acceptatie. Niet dat het gedrag acceptabel is, maar dat je de situatie zoals die is accepteert. Er geen probleem van maakt. Dat maakt het een stuk makkelijker om zelf kalm te blijven.

Elke uitbarsting van je kind is een uiting van het leven zelf. Net als het weer. Soms schijnt de zon en soms is er regen, storm of onweer. En de meeste mensen houden het meest van zon, maar ja, zo werkt het niet in de natuur. En zo werkt het ook niet in de menselijk natuur.

Helpt dit je om er wat luchtiger naar te kijken? Wordt het leven er lichter van? Dat hoop ik, het wordt me namelijk steeds duidelijker hoe we problemen (alsmaar groter) maken door er gedachten aan vast te plakken dat het een probleem is. Daarmee zetten we het vast en gaat alle focus er naar toe.

Dus. Als je het moeilijk hebt met je kind stel jezelf dan de vraag: ‘Is dit wel een probeem? Of is het gewoon iets wat gebeurt en ook weer voorbij gaat?’

Ik ben heel benieuwd wat je van dit artikel vindt. Laat het hieronder weten. En als je het de moeite waard vindt, deel het dan op de social media, dank je wel.

Je kind kan het ook niet helpen

Eén van de eerste dingen die ik met ouders van een pittig kind bespreek, is dat hun kind ‘ontschuldigd’ moet worden. Daarmee bedoel ik dat het kind niet schuldig is aan het moeilijke gedrag. Want je kind is zijn eigen maker niet, zoals mijn moeder vaak zei 😊

Ook al lijkt veel gedrag van een pittig kind opzettelijk, eigenlijk is het dat niet. Op een bepaald niveau is dat wel zo, bijvoorbeeld als ze je met woorden probeert te raken of je wil slaan. Maar een laagje dieper bekeken is het niet zo.

Het is onmacht. Frustratie die je kind nog niet in de hand heeft. Het is het temperament in combinatie met de sterke behoefte aan het leven willen bepalen, wat deze frustratie vaak zo heftig maakt. Het is iets wat je kind ook maar overkomt.

Als ouders mijn programma of coaching volgen leren ze er op deze manier naar te kijken. Te zien waar het onvermogen zit en hoe je het kind daarbij kunt helpen.

Maar het is ook nodig om het expliciet naar je kind te benoemen. Dat je weet dat je kind het ook zo graag anders wil. Boos is op zichzelf over hoe hij doet of slecht denkt over zichzelf. Maar dat je kind het ook maar moet doen met hoe ze geboren is, hoe ze in elkaar steekt.

Ook je eigen gedrag mag je benoemen. Dat je weleens (heel) boos bent geweest op je kind en misschien ook wel dingen hebt gezegd die je kind gekwetst hebben en dat dit niet terecht was. En dat je vanaf nu je kind gaat helpen om het wél goed te doen. Dat jullie gaan samenwerken.

Want ook al is je kind niet schuldig, hij blijft wel verantwoordelijk voor zijn gedrag. Dus heeft hij iets te leren. Leren omgaan met frustratie, met boosheid, op zo’n manier dat het niet anderen beschadigt. Leren accepteren dat het leven niet altijd gaat zoals hij wil.

Geef je kind ook perspectief. Alles wat nu nog niet lukte, gaat op een dag wél lukken. Je kind kan het leren. Samen gaan jullie dingen afspreken en uitproberen. Het leven is één groot oefenproces. En daarin speel je als ouder een belangrijke rol.

Dit is wat voor mij opvoeden inhoudt. Je kind begeleiden en helpen bij wat zij tegenkomt in het leven. Zodat ze kan groeien en zich ontwikkelen. En dat doe je met acceptatie en liefde. En door duidelijkheid te bieden. En niet door straffen en belonen van gedrag.

Wil je meer weten over het opvoeden van een pittige kinderen? Meld je dan hier aan voor mijn gratis webinar.

Helpt dit artikel je om je weg te vinden in het opvoeden van jouw pittige kind? Deel het dan alsjeblieft op de social media, zodat we samen nog meer ouders kunnen bereiken. Alvast bedankt!

Heb je iets toe te voegen of wil je reageren, dan kan dat hieronder.

Moeten we strenger zijn?

Er is tegenwoordig veel te doen over verwende kinderen. Allemaal prinsjes en prinsesjes … We zouden massaal onze kinderen verwennen, waardoor ze geen weerstand hebben als het leven moeilijker blijkt dan gedacht. Volgens een hoogleraar klinische psychologie komen daardoor veel jongeren in de problemen, omdat ze niet geleerd hebben met tegenslag om te gaan. Klopt dit? En is strenger zijn dan het beste antwoord, zoals hij aangeeft?

Ik denk dat teveel verwennen zeker speelt. Ik betwijfel alleen of het zo algemeen gebeurt als gesuggereerd wordt. Dat jonge mensen zoveel in psychische problemen raken, kun je ook niet zomaar daarop afschuiven. Het heeft net zo goed te maken met de stress in onze maatschappij en de manier waarop het onderwijs onze kinderen onder druk zet.

Ook met de oplossing ben ik het niet eens. Meestal wordt namelijk geroepen, dat we weer strenger moeten zijn. Optreden. Zoals vroeger. Maar zeg nou zelf: wij (de 40-ers en 50-ers) zijn zeker niet verwend als kind. Maar zijn wij nu zo goed opgewassen tegen het leven? Ja, we kunnen heel goed doorzetten. Maar komen daar juist niet al die burnouts vandaan?

Volgens mij is er iets heel anders nodig. Want verwennen op de manier van je kind geven waar hij om vraagt is inderdaad niet goed. Want dat is niet wat een kind nodig heeft. Wat een kind wel nodig heeft van zijn ouders is onvoorwaardelijke liefde, vertrouwen, respect voor zijn/haar eigenheid en het recht op autonomie.

Een strenge ouder geeft dat meestal niet voldoende. Een strenge ouder bepaalt wat goed is voor zijn kind (hoezo autonomie?), maakt de liefde afhankelijk van het gedrag van het kind (zo ervaart het kind het tenminste) en luistert onvoldoende naar wat er in het kind omgaat.

Een  kind met een zogenaamde sterke wil is een kind dat het recht op autonomie gewoonweg opeist, no matter what. Bij zo’n kind gaat streng zijn niet werken. Je verzeilt acuut in een machtsstrijd, die je op den duur niet gaat winnen. Zeker in de puberteit niet meer. Bovendien, wat heet winnen als je kind doet wat jij zegt, maar de verbinding is verstoord.

Maar ben je dan niet een watje als je niet optreedt? Als je niet streng bent? Nee, hoor. Want je stelt wel grenzen. Tuurlijk wel. Je kracht haal je uit je zelfrespect. Weten wat je wel en niet wilt. En duidelijk zijn in de regels die je stelt, zoals ‘boos zijn mag, slaan niet’. Op het gebied van veiligheid en gezondheid zet jij de lijnen uit.

Die handhaaf je niet door te straffen, maar door duidelijk te zijn. (Overigens wordt duidelijk zijn nogal eens verward met streng zijn). Door een kind consequenties te laten ervaren. En vooral door je kind te helpen om zich aan deze regels te houden. Door een kind dat blijft slaan uit de situatie te halen bijvoorbeeld. Of door je kind te helpen om rustig in slaap te kunnen vallen.

Ja, er gaan dingen niet goed in hoe kinderen nu opgevoed worden. Maar dat was vroeger ook al zo. Alleen had de maatschappij daar niet zoveel last van. Maar is de oorzaak van veel huidige psychische problematiek niet juist gelegen in onze jeugd? In de manier waarop we opgevoed zijn? Waarom zou het dan slim zijn om weer ouderwets te gaan opvoeden?

Het is toch veel slimmer om nieuwe wegen te zoeken. Om te kijken en te oefenen in het opvoeden zonder straffen en belonen. Vanuit vertrouwen. Kijk maar eens in jezelf: was jij een egoïstisch kreng geworden als je wat minder streng was opgevoed? Of zit het goede gewoon in jou, in jouw hart? Zou dat bij je kind ook niet zo zijn?

Volgens mij wordt een kind geboren met allemaal mooie eigenschappen. En is het aan ons opvoeders om het kind te helpen volgens de innerlijke waarden te leven. Obstakels te overwinnen.  Een mooi mens te worden, die kan bijdragen aan de wereld op zijn of haar eigen manier. Dat doen we in de eerste plaats door onvoorwaardelijke liefde en respect te tonen. En in de tweede plaats door onszelf te respecteren. duidelijk te zijn en een voorbeeld te zijn.

Spreekt dit jou aan? In mijn webinar ‘Waarom strenger opvoeden niet de oplossing is, en wat dan wél vertel ik je er meer over. Aanmelden voor het webinar doe je  hier.

Fijn als je dit artikel wilt delen op de sociale media, dank je wel daarvoor. Zo kunnen we nog meer ouders bereiken 🙂 En natuurlijk lees ik zoals altijd ook graag je reactie! 

Hoe je kalm blijft als je kind ontploft

Als je kind boos wordt, is het belangrijk dat je het niet laat ‘overslaan’ op jou. Hoe minder vat het op jou heeft, hoe makkelijker het bij je kind ook weg kan vloeien. Acceptatie is belangrijk, zoals ik hier schreef. In dit blog wat extra, simpele tips om jezelf kalm te houden.

‘Het gaat niet over mij’

Ook al roept je kind misschien dingen die over jou gaan, realiseer je dat het niet over jou gaat. Je kind kan even niet dealen met de situatie en reageert dat af op jou. Natuurlijk moet je begrenzen als het gaat over schelden of pijn doen, dat is duidelijk. Maar laat de emotie bij je kind. Het is van hem of van haar en gaat niet over jou, ook al lijkt dat zo.

‘Alles gaat voorbij, ook een boze bui’

Bedenk dat alles tijdelijk is, ook een boze bui gaat voorbij. Zie het als een natuurlijk verschijnsel, dat komt en gaat. Het is ‘gewoon’ een ontlading. Als het onweert ga je ook niet tekeer tegen de wolken ‘nu is het genoeg, hou op’.

Adem diep in en langer uit

Focus op je ademhaling. Als we geirriteerd raken, gaan we meer inademen en sneller uitademen, zo ‘pompen we onszelf op’. Het omgekeerde werkt ook. Als  langer gaat uitademen, kalmeer je. Ga bijvoorbeeld 4 tellen in- en 6 tellen uitademen (of 8, als je dat lukt). Adem uit met ‘fffff’, dus blaas langzaam uit. Je zult merken als jij zo jezelf kalmeert, dat het je kind ook help om te kalmeren. Je kunt het je kind ook leren, dan kunnen jullie het samen toepassen.

Onthou deze 3 tips en pas ze toe als elke keer als je kind boos wordt. Het zal je helpen om rustig te blijven. Steeds een beetje beter. Want oefening baart kunst. Succes!

Ik vind het fijn als je mijn tips wilt delen, zodat nog meer ouders er wat aan hebben. Dank je wel alvast.

En ook is je reactie welkom, laat hieronder weten of je wat aan de tips hebt.

Niet langer op eieren lopen bij je pittige kind

Een veel gebezigde uitdrukking door ouders van pittige kinderen is ‘op eieren lopen’. Heel vaak hoor ik dat mensen het gevoel hebben steeds op eieren te moeten lopen. Hoe kom je daar vanaf?

 Met ‘op eieren lopen’ bedoelen ouders dat ze steeds bezig zijn om een uitbarsting van hun pittige kind te voorkomen. Best logisch, want het kan een behoorlijke impact hebben op de sfeer. En veel van mijn tips zijn ook bedoeld om uitbarstingen en driftbuien te voorkomen. Zodat er meer rust in huis komt.

Dus met dat doel is niks mis. Het punt is alleen, dat alles wat je doet om een driftbui te voorkomen, meestal juist averechts werkt. Juist omdat je dat doel hebt. Dat roept spanning op, waarin de kans op een driftbui juist groter wordt.

Het is dus zaak om wel mijn tips in praktijk te brengen, waardoor de uitbarstingen minder zullen worden. Maar tegelijkertijd moet je het niet daarom doen. Snap je wat ik bedoel?

Beter werkt het om te leren het te accepteren. Zien dat het erbij hoort. Je kind moet zijn of haar spanning en frustratie nu eenmaal kwijt. Hoe makkelijker je dat accepteert, hoe beter het gaat.

Je zult merken dat het minder escaleert en sneller voorbij is, naarmate je het beter kunt accepteren. Maar ook hier geldt: het werkt niet als trucje. Pas als je werkelijk ‘het er kan laten zijn’, als het ‘er mag zijn’, dan werkt dat zo.

Dus dat is de uitdaging, dat je leert te accepteren dat het gebeurt. Kennelijk is het nodig op dat moment. Kennelijk moet je kind iets kwijt. Kennelijk is het even niet de bedoeling dat alles gladjes verloopt 😊

Het enige wat je op zo’n moment hoeft te doen is zorgen dat er geen brokken gebeuren. Dus je kind begrenzen in de manier waarop hij of zij de frustratie uit. Je kind helpen om er op een goede manier mee om te gaan.

Maar voor de rest kun je denken: ‘het is wat het is. Het gaat ook weer voorbij’. Adem in, adem uit, blijf kalm. Beter voor jou, beter voor je kind en beter voor de sfeer. Zo zorg je er in elk geval voor dat jij het niet doet escaleren.

Dus wees niet meer bang voor de boosheid van je kind. Leer deze te accepteren, te ‘verwelkomen’. Blijf kalm en help je kind om te leren er op een goede manier mee om te gaan. Waarover een andere keer meer.

Heb ik je hiermee geholpen? Deel het dan ook met andere ouders via de social media, dank je wel. Ook altijd fijn om je reactie te horen, die kun je hieronder kwijt.

Zorg jij wel goed genoeg voor jezelf?

Iedereen zal beamen dat het belangrijk is om als ouder goed voor onszelf te zorgen. Maar doen we het ook? Echt? Of laten we ons leiden door de drukte van alledag en gaan we maar door met zorgen? In dit geef ik je wat inspiratie en argumenten om werkelijk aandacht te besteden aan wat je zelf nodig hebt. Zodat je er beter voor je kind kan zijn.

Opvoeden kan veel energie kosten. Zeker als je een pittig kind hebt. Het is dus heel belangrijk om te zorgen dat je daar ook voldoende energie voor hebt. Kijk dus eens kritisch naar jouw inname van energie. Zorg jij er voldoende voor dat je ook weer opgeladen wordt?

Stel je zelf eens de vraag wat jij nodig hebt om jezelf op te laden. Voor de één is dat sporten, voor de ander ongestoord een boek lezen en voor weer een ander muziek maken of een culturele activiteit. Wat geeft jou energie? En plan je dat ook in? Of is het misschien al lang geleden dat je “iets voor jezelf” deed?

Wil je aan deze activiteiten toekomen, dan zul je ze daadwerkelijk moeten inplannen. Anders zul je er nooit tijd voor hebben en gaan andere dingen altijd voor. Of heb jij weleens zomaar vanzelf een vrije, lege, oningevulde dag voor je liggen? Ik niet :). En ik denk dat dat voor de meesten van ons geldt.

Tegelijkertijd is het ook heel belangrijk om Niets te plannen. En daarmee bedoel ik, dat je af en toe een dag(deel)  hebt ingepland waarop je niets plant. Geen afspraken, geen activiteiten (hoe leuk ook),  gewoon helemaal niks. Waarom is dat zo belangrijk? Omdat “niets hoeven” je terug brengt bij je zelf. Want ook leuke activiteiten kunnen maken dat je maar doorgaat met DOEN. Terwijl het zo belangrijk is om uit het doorgaan te stappen. Even tot stilstand te komen. Tot jezelf komen, letterlijk.

We weten het vaak wel, maar het komt er niet van. Misschien helpt het je, als je bedenkt dat je het ook voor je kind doet :). Je kind heeft er heel veel profijt van, als je zorgt dat je dingen doet waar je energie van krijgt én zorgt voor een goed contact met je zelf.

Ten eerste heb je veel meer geduld en heb je er minder moeite mee om te zorgen. Als je altijd maar doorgaat, ontstaat er onbewust van binnen verzet tegen wat je allemaal moet, wat er van je gevraagd wordt. Deze onbewuste frustratie uit zich in ongeduld en gebrek aan vrolijkheid, plezier.

Ten tweede helpt het af en toe stilstaan, niks hoeven, om meer aanwezig te zijn. Het haalt je uit je hoofd, uit de klussenlijstjes en planningen. Waardoor je ook beter aanwezig kunt zijn in het contact met je kind. Meer in het hier en nu. De rust die jij in jezelf hebt gevonden, werkt door in jullie contact. Regelmatig mediteren is om die reden niet alleen goed voor jou, maar ook voor je kind!

Ten derde is het zo dat als jij beter contact hebt met jezelf, je eigen gevoelens, je ook beter aanvoelt wat je kind nodig heeft. Ik denk dat het zelfs zo is, dat het voor je kind ook veel gemakkelijker is om bij zichzelf te blijven, zijn gevoelens te ervaren en te uiten.

Ik raad je daarom dringend aan om eens kritisch te kijken naar jouw situatie. Ben jij tevreden, met hoe je zelf aan bod komt in het leven? Of ben je teveel bezig met de dagelijkse dingen en is elke dag als een lijstje vol klussen en activiteiten, die afgewerkt moeten worden?

Als je niet tevreden bent, onderneem dan actie. Nu. Ga kijken hoe jij kan zorgen dat je meer energie en meer rust in jezelf krijgt. Want pas als je goed voor je zelf zorgt, kun je werkelijk goed voor je kind zorgen. En trouwens, je mag het ook gewoon voor jezelf doen, natuurlijk. Gewoon omdat jij er toedoet.

Vind je dit ook een goed advies? En zet het je aan het nadenken? Mooi 🙂 Deel het dan op je social media zodat we ook anderen kunnen inspireren.

En heb je aanvullingen of opmerkingen? Laat je reactie achter. Bedankt!

Een Nee hoeft geen Nee te blijven

Het zit er zo ingeprent bij ons ouders: je moet en je zal consequent zijn. En natuurlijk houdt ook jouw pittige kind van duidelijkheid. Maar betekent dat ook dat je nee altijd een nee moet blijven? Ik denk het niet.

Het feit dat je niet terug mag komen op een eerder gegeven nee, berust op een misverstand. Het misverstand is dat je constant met je kinderen in een strijd verwikkeld bent over wie zijn zin krijgt. Jij of je kind? Het misverstand dat een kind alleen maar bezig is met wat ie zelf graag wil.

Weet je, het is niet waar. Kinderen willen het allerliefst een goede relatie met hun ouders. Ze willen gehoord, gezien en begrepen worden. En ze willen ook lief zijn voor jou, rekening houden met jou. Ze willen ook graag dat jij hun lief vindt.

Als je een relatie met je kind hebt, die gebaseerd is op wederzijds respect, dan kun je gewoon jezelf zijn. Dan hoef je niet steeds ‘pedagogisch te handelen’. Als je met een volwassene spreek, verander je toch ook weleens van plan of van mening?

Je kunt dat ook gewoon uitleggen aan je kind. “Ik vond het eerst geen goed idee, maar nu ik hoor wat je erover zegt, denk ik er anders over”. Of “Ik dacht er nog even over na en ik vind eigenlijk dat ik wat te snel nee heb gezegd”.

Je bent op die manier een voorbeeld voor je kind. Je laat zien dat je nadenkt over dingen, terug durft te komen op wat je eerder zei en dat je luistert naar een ander.

Zeg niet te snel ja of nee op een vraag van je kind. Als je kind iets aan je vraagt, vraag dan eerst door. Waarom vraagt je kind dat? Probeer dat helder te krijgen door goed te luisteren en te kijken naar de signalen van je kind. Als je de behoefte duidelijk hebt, zie je ook sneller alternatieven. Dan is het geen ja of nee, maar vind je samen een derde mogelijkheid.

Wil je je kind verbieden wat hij doet of wil gaan doen, denk dan even goed na. Soms zeg je te snel dat iets niet mag. Soms uit een automatisme, soms omdat je denk dat het van je verwacht wordt. Of omdat je er zelf geen zin in hebt. Sta even stil bij de vraag waarom je nee wilt zeggen. Dat geeft je dan ook even de tijd om je ik-boodschap te formuleren, waarmee je je kind het beste bereikt.

Als je vasthoudt aan je nee, puur omdat je het eenmaal gezegd hebt, voelt je kind dat. Bewust of onbewust zal je kind weten dat wat je zegt niet overeenkomt met wat je voelt. Dat kan maken dat je kind juist harder probeert om het toch voor elkaar te krijgen. Dus geef jezelf de ruimte om alleen aan een nee vast te houden, die echt voor jou klopt. Dan zal je kind dit ook makkelijker respecteren.

Tot slot nog even over het misverstand. Het is eigenlijk een selffulfilling prophecy. Als jij bang bent dat je kind over je heen loopt als je geen nee zegt, als jij denkt dat kinderen er op uit zijn om te winnen van jou, dan creëer je zelf de machtsstrijd! Want jij begint met jouw macht te verdedigen, dus gaat je kind die proberen te ondermijnen. Maar handel jij niet vanuit macht, dan is er voor je kind geen reden om te blijven strijden.

Waarom ‘lukken’ zo’n mooi woord is in het opvoeden

In de opvoeding, zeker van pittige kinderen, kan het veel verschil maken hoe je de dingen zegt. In dit blog leg ik je uit waarom ‘lukken’ zo’n handig woord is om te gebruiken.

Pittige kinderen zijn gevoelig voor hoe je de dingen zegt. Sowieso houden ze natuurlijk niet van moeten en van het woordje ‘nee’. Maar ook zijn ze extra gevoelig voor afwijzing en bang om dingen verkeerd te doen.

Daarom is mijn advies: maak gebruik van het woord ‘lukken‘. Het voordeel van ‘lukken’ is dat het minder persoonlijk is. Meer iets dat gebeurt. Iets lukt of het lukt niet. Gewoon een feitelijke constatering.

Het biedt daarnaast ook perspectief. Iets wat nu niet is gelukt is, kan een volgende keer wel lukken. Heel anders dan wanneer je zegt ‘je kunt het niet’. Dat klinkt meer alsof je het nooit zal kunnen, alsof het een eigenschap van je is om iets wel of niet te kunnen.

Daarmee benadruk je dus meer het leerproces. En dat is precies zoals ik de dingen graag zie. Alles is een leerproces. Oefenen. En dan lukt het of het lukt niet. Het haalt het oordeel eraf en biedt perspectief. En dat geeft ruimte.

De start is van dit leerproces is steeds dat je duidelijkheid biedt. Door een duidelijke afspraak of door aan te geven wat de bedoeling is. Zodat je kind weet wat er van hem of haar verwacht wordt. En vervolgens gaan we dan zien hoe het gaat. En ga er maar vanuit, dat je kind doorgaans ook het goede wil doen.

Je kunt het ook gebruiken om je kind daartoe uit te nodigen. Om wat voorbeelden te geven ‘denk je dat het gaat lukken om op de stoep te blijven?’ of ‘denk je dat het gaat lukken om zelf te spelen en je broertje met rust te laten? ’of ‘denk je dat het gaat lukken om vanmiddag je huiswerk te maken, zodat we vanavond tijd hebben voor een spelletje?’

En als het dan een keertje ‘fout’ gaat, kun je zeggen ‘wat jammer, het is niet gelukt, volgende keer beter’. Je kunt het ook nabespreken, op een rustig moment. ‘We hadden afgesproken dat je vanmiddag je huiswerk af zou maken, maar dat is niet gelukt, he. Weet je ook hoe dat komt? Wat gebeurt er dan denk je, waardoor het niet lukt?’

Dus ik zou zeggen, maak er maar (wat meer) gebruik van. Ik denk dat je kind het prettig zal vinden. Succes!

Als je dit een zinvolle tip vind, deel hem dan zodat andere ouders er ook hun voordeel mee kunnen doen. Dank je wel daarvoor. En ik lees zoals altijd graag je reactie, dat kan hieronder.

Hoe leer je je kind om niet te slaan?

Als je baby peuter wordt, komt er een moment waarop hij dingen doet die jij niet wilt. Anderen slaan bijvoorbeeld. Soms kan dat heftig zijn en is het moeilijk voor jou om mee om te gaan. Wat is de beste manier om je kind te leren niet te slaan?

Er zijn een paar dingen die je niet moet doen, in de eerste plaats is dat je kind slaan. Hoewel iedereen weet, dat je je kind niet mag slaan, hebben veel ouders ook weleens het idee gehad om hun peuter of kleuter te laten voelen hoe dat voelt, wat hij doet. Dus toch één keertje terugslaan of knijpen. Doe dat niet.

Je kind leert altijd het meeste van wat jij voorleeft. Dus als jij slaat, ook al is het maar één keertje, geef je toch een verkeerd voorbeeld. Je kind slaat de herinnering op dat jij slaat. Dat is sterker dan jouw uitleg erbij.

Wat ook geen goed idee is, hoewel heel gangbaar, is apart zetten. Een time-out. Je kind slaat omdat hij boos is. Een boos kind apart zetten roept nog meestal nog meer strijd op. Je creëert daarmee een escalatie.

Bovendien laat je je kind alleen met zijn emoties, terwijl hij jouw hulp en steun nodig heeft. Hulp om te leren met zijn emoties om te gaan. Grip krijgen op zijn emoties en zijn gedrag leren sturen. Je kind moet leren dat slaan niet mag. Hoe doe je dat?

Wees duidelijk, maar blijf rustig en begripvol. Haal hem weg bij het andere kind. Zeg iets in de trant van “Ik zie dat je heel boos bent, hè. En weet je, je mag niet slaan. Want dan doe je een ander pijn. Kijk maar”. Zorg dat het kind dat door jouw kind is geslagen ook aandacht krijgt. Erken dat het niet leuk is, dat het pijn doet, dat je kind dat niet had mogen doen.

Als je kind weer rustig is, kun je het eventueel opnieuw proberen. Maar blijf in de buurt. En als je kind boos wordt, wees er dan bij. Herinner het eraan, dat slaan niet mag. Stimuleer je kind om met woorden duidelijke te maken dat hij of zij boos is of iets niet wil. Lukt het niet, neem dan de consequentie en ga bijvoorbeeld naar huis met je kind of laat je kind ergens anders spelen.

Doet jouw kind het jongere broertje of zusje pijn? Grijp onmiddellijk in. En als het vaker gebeurt, zorg dan dat je ze nooit alleen laat. Jij moet ervoor zorgen dat de kleinste zich veilig voelt. Neem een van beiden mee als je naar een ander vertrek gaat. Of hou de box nog een tijdje in gebruik. Zoek praktische oplossingen. Ter bescherming van de jongste, maar ook van de oudste, zodat-ie de kans niet krijgt.

Als het toch gebeurt, reageer je schrik over de jongste dan niet af op de oudste. Het belangrijkste is dus dat je zelf rustig blijft en het ziet als een leerproces, waarbij je kind je hulp nodig heeft. Dat is het meest effectief.

Combineer dus duidelijkheid met begrip en erkenning. Wees duidelijk over het niet mogen slaan. Wees hierin ferm, maar niet boos met een afwijzing in je toon. Erken zijn gevoelens en geef er woorden aan, zodat je kind zelf ook leert om er woorden aan te geven.

En oefen met je kind alternatieven. Voor jonge kinderen is het bijvoorbeeld heel geschikt om te gaan stampvoeten en vuisten te ballen. En ondertussen er woorden aan geven ‘ik wil dit niet, ik vind het stom’, bijv. Oefen dit ‘droog’ in een rollenspel, zodat je kind het ook nog kan als ze boos is.

Vind je dit goede tips? Deel deze blog dan met anderen,  zodat zij er ook profijt van kunnen hebben. Dank je wel alvast. Ook lees ik graag je reactie, die kun je hieronder kwijt.

1 2 3 17
>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten