Karla Mooy - Ontspannen Opvoeden

All Posts by Karla Mooy

Waarom straffen vaak niet helpt en wat dan wèl werkt

Van oudsher is het eerste antwoord van volwassenen op ongewenst gedrag van kinderen: straffen. En soms werkt het ook. Maar vaak ook niet. Zeker bij pittige kinderen werkt het averechts. Hoe komt dat? En wat werkt dan wél?

Het idee achter straffen is dat kinderen eieren zullen kiezen voor hun geld. Als de straf niet meer opweegt tegen het voordeel van het gedrag, zal het kind ervoor kiezen om het ongewenste gedrag achterwege te laten. En soms werkt dat. En inderdaad: soms weegt het er wel tegenop en zal het kind een niet gewenste keuze maken 🙂

Toch werkt het ook heel vaak niet. En sterker nog, als het eenmaal niet werkt, worden de problemen steeds groter. Het uitvoeren van de straf geeft frustratie, aan beide kanten. Ouder en kind worden alleen maar verder van elkaar verwijderd. Ouders grijpen soms naar steeds strengere straffen, maar het gevolg is alleen maar meer conflicten.

Hoe komt dit? Omdat straffen het gebruik van dwang impliceert en daar houden kinderen niet van. Een pittig kind al helemaal niet. Jouw pittige kind heeft veel behoefte aan zelf bepalen.

Maar het grootste probleem is: het lukt het kind gewoonweg niet om het gewenste gedrag te vertonen. En als dat niet lukt, dan helpt straffen ook niet. Dan is er iets anders nodig. Het kind heeft onze hulp nodig i.p.v. straf.

Kinderen weten vaak wel wat mag en niet mag. Straf helpt daarom ook alleen bij kinderen, die dat begrijpen en hun eigen gedrag kunnen sturen. Het paradoxale is dat deze kinderen in feite geen straf nodig hebben. Een duidelijke uitleg en een goede communicatie (wederzijds respect, geven van een ik-boodschap, goed luisteren) zijn dan voldoende.

Een kind wil het namelijk graag goed doen. Hij of zij is er echt niet op uit om jou pijn te doen. Sterker nog, jouw kind heeft er zelf ook last van dat het zo gaat. Zeker weten. Dus je kind heeft hulp nodig om het goed te doen.

Natuurlijk mag je boos worden, dat is niet meer dan normaal in sommige situaties. En dat mag je ook laten merken. Maar hou het bij jezelf en verpak het in een ik-boodschap. Zorg dat er geen oordeel of afwijzing in doorklinkt.

En ja, je kind mag ook verantwoordelijkheid dragen voor zijn of haar gedrag. Dus laat ze in orde maken wat ze hebben aangericht in hun boosheid: opruimen, repareren, iets nieuws kopen, iets doen om het goed te maken, enz.

Maar daarna is de volgende vraag: wat heeft je kind nodig om het goed te doen? Of: wat kan ik anders doen om te zorgen, dat het kind een volgende keer wel kan dealen met de situatie? Hoe minder je de boosheid van je kind op jezelf betrekt en hoe meer je het kunt zien als een hulpvraag, hoe minder gefrustreerd je er zelf van wordt.

Het gaat er dus om, dat je leert zien wat er achter het gedrag van je kind zit. Welke onmacht er achter het gedrag van je kind schuilt. Misschien moet je haar helpen om te accepteren dat het niet gaat zoals ze had gewild, door erkenning te geven en even tijd te geven om te balen. Misschien moet je hem helpen om spanning te ontladen op een andere manier dan door ruzie te zoeken. Door een potje stoeien, boksen tegen de boksbal, trampoline springen of tikkertje te spelen buiten.

Dat brengt je in een positie, waarin je je kind optimaal kunt begeleiden. Je kind ervaart wel grenzen, maar ook de veiligheid van jouw aanwezigheid. Je begrip en je steun. Daarin kan je kind ontspannen en nieuwe dingen leren. Opvoeden is begeleiden. Je kind helpen bij zijn ontwikkeling, bij haar leerervaringen.

PS Heb jij een kind waarbij straffen niet werkt en de boel alleen maar erger maakt? Overweeg dan eens een Vip-dag. Aan de hand van een kenmerkenlijst breng je jouw kind in kaart. Vervolgens leer je dan hoe je jouw gedrag hier zodanig op kunt afstemmen, dat de problemen drastisch verminderen. Lees er hier meer over. 

Wat is jouw ervaring met straffen? Heb je opmerkingen of toevoegingen? Laat het hieronder weten. Ook fijn als je het artikel deelt met anderen 🙂 Dank je wel!

Help je kind om te kúnnen luisteren

Kinderen die niet luisteren vormen nog steeds een grote bron van frustratie voor ouders. Mijn blogs daarover behoren ook tot de meest gelezen blogs op mijn website. Vandaag voeg ik daar eentje aan toe 😊

Waar het eigenlijk om gaat, is dat je gaat zorgen dat je kind kán luisteren. Want heel vaak is het geen onwil, maar het lukt je kind gewoon niet. Dus een beetje hulp is handig. Van jou.

Allereerst is het belangrijk dat je werkelijk contact maakt. Je kind is niet ‘bestuurbaar op afstand’, ook al denken (of hopen) veel ouders dat wel. Dus ga naar je kind toe en maak contact. Kwestie van iets meer moeite doen, maar het is de moeite zeker waard.

Daarnaast kunnen kinderen ons vaak helemaal niet horen, omdat ze een hoofd vol eigen gedachtes hebben. Of hun emotie zit hen in de weg. De oplossing daarvoor is dat je eerst naar je kind luistert, voordat je met je eigen boodschap komt.

Luisteren en vervolgens erkenning geven, creëert ruimte bij jouw kind om jouw boodschap binnen te laten. “Oh, je wilt graag een tent bouwen. Dat vind je leuk, hè? Dat is natuurlijk ook gezellig, in een tent spelen”.

Start jouw boodschap dan met ‘het punt is’. “Het punt is dat we zo de deur uit moeten, want je gaat vandaag naar het KDV, weet je nog?”. Zo ervaart je kind het meer als een situatie die nu eenmaal zo is, dan dat jij hem of haar je wil op legt. Want dat is wat je kind zo moeilijk vindt.

Zorg dat wat je wil zeggen geen oordeel of afwijzing bevat. Je kind is erg gevoelig voor kritiek, en zal al snel in de weerstand gaan. Gebruik liever een ik-boodschap. “Lieverd, ik heb last van al dat gespring van jullie, zo kan ik me niet concentreren. Kijk even of je het ergens anders kunt doen”.

Soms merk je pas tijdens het praten dat je kind niet kan luisteren. Benoem dit dan en vraag wat er aan de hand is. “Ik heb het idee, dat je alleen maar denkt, mama ben je klaar met praten? Wat is er aan de hand?”

Het heeft namelijk geen zin om iets van je kind te willen wat er niet in zit. Dus je kunt wel wíllen dat je kind naar je luistert, maar als dat niet gaat, dan gaat het niet. Je kunt het niet afdwingen. Het is dus veel handiger om te kijken wat je kind nodig heeft om wél te kunnen luisteren.

O ja, en als je iets met je kind wilt bespreken, doe dat dan zo maar, als het in jou opkomt. Maar kijk of vraag of het ook voor jou kind een geschikt moment is. Op een simpele manier kun je zo al weerstand bij je kind wegnemen.

Vind je dit fijne tips? Deel ze dan met de social media knoppen, zo kunnen we meer ouders bereiken. Bedankt!

Laat me ook weten wat jouw ervaring is. Werken deze tips bij jou ook? Of heb je aanvullingen?

 

Slaap kindje slaap…

Het begint al als je net een baby hebt. Een baby die ’s nachts wakker wordt, daar valt niet aan te ontkomen. Als je geluk hebt, is het alleen even voeden en verschonen en je kan weer verder slapen. Met een beetje meer pech maakt je kind je vaker wakker of duurt het langer voor je kindje weer slaapt.

Maak het jezelf zo makkelijk mogelijk. Sommige mensen nemen een kindje bij zich in bed. Hoewel dat absoluut geen kwaad schijnt te kunnen, vinden anderen dat  veel te eng. Een mogelijkheid is dan om de wieg pal naast je eigen bed te zetten.  Je kunt dan gemakkelijk je kindje even oppakken of even strelen, zodat ie voelt dat je er bent.

Wat mij ook heeft geholpen is te accepteren dat het zo is. Me niet druk te maken dat ik in mijn slaap gestoord word maar te genieten van mijn kind. Me bewust te zijn hoe bijzonder het is, zo’n klein wezentje in mijn armen. In alle rust en stilte van de nacht.

Ook peuters kunnen je nog aardig uit de slaap houden. Pittige kinderen vinden het vaak moeilijk om alleen in hun eigen bedje te liggen. Als ze dan wakker worden, beginnen ze te huilen of om je te roepen. Ze hebben jouw nabijheid nodig. Ook dan kun je overwegen om het ledikantje naast jouw bed te zetten.

Andersom kan ook. Ik heb een bed op de kinderslaapkamer naast het ledikantje gezet. Zo kon ik het handje van mijn peuter vasthouden, terwijl hij toch in zijn eigen bedje bleef liggen. Hij leerde toen al snel om door te slapen in zijn eigen bedje. Bedenk creatieve oplossingen waarbij je het ook voor jezelf zo makkelijk mogelijk maakt.

Sommige kinderen komen ’s nachts hun bed uit en kruipen bij papa en mama in bed. Zolang jij daar geen problemen mee hebt: niks aan de hand. Heb je er wel last van, omdat je dan zelf niet meer kan slapen, praat er dan over met je kind. Leg duidelijk uit waarom je graag wilt dat hij in zijn eigen bed blijft. Kijk of je kind kan vertellen, waarom hij naar je toe komt. En zoek samen een oplossing.

Als je kind veiligheid zoekt, kun je misschien een extra bedje of slaapplek maken in jouw slaapkamer, waar je kind kan slapen zonder je te storen. Of jullie bedenken een oplossing waardoor hij zich wel veilig voelt in zijn eigen bed. Ga altijd uit van je eigen behoeften en die van je kind. En maak je niet druk om wat “hoort of niet hoort”.

En wat als je kind ’s avonds nog vaak uit bed komt? Probeer allereerst uit te vinden waarom dat is. Een kind kan angstig zijn alleen. Veel pittige kinderen hebben veel indrukken opgedaan gedurende de dag, die verwerkt moeten worden. Of misschien wil hij bij de rest van het gezin blijven, voelt hij zich misschien buitengesloten. Of je kind is gewoon nog erg actief ’s avonds. Overigens kan dat ook een teken zijn dat je kind over zijn slaap heen is. Experimenteer eens met de bedtijd om te kijken wat helpt: later of juist vroeger gaan slapen.

Pas als je weet wat de oorzaak is kun je samen met je kind een oplossing vinden. Wat altijd belangrijk is, is een vast ritueel. Zo wordt je kind voorbereid op de slaap. Het valt niet altijd mee om daar tijd voor te maken en er het geduld voor te hebben. Maar bedenk dat je er zelf profijt van hebt als je kind makkelijk gaat slapen. En realiseer je dat als je er even met al je aandacht bij bent, dat het dan ook momenten zijn van plezier en intimiteit met je kind kunnen zijn. En zo’n moment van rust is ook goed voor jezelf, na een drukke dag. Toch?

Ik snap iets niet

Ik snap iets niet.

Veel, heel veel van ons, ‘grote mensen’,  zijn op één of andere manier vastgelopen. In een relatie of in het werk. Of zijn in elk geval niet echt gelukkig.

Waardoor heel veel ‘grote mensen’ in therapie gaan of een training op het gebied van persoonlijke ontwikkeling volgen.

En heel veel grote mensen komen daarbij uit in hun jeugd. Ontdekken hoe hun patronen daar gevormd zijn door de pijn die ze als kind opliepen.

Dat kunnen grote, traumatische situaties zijn. Maar ook heel gewone. ‘Gewoon’ als kind niet gehoord zijn. Je mond moeten houden. Moeten doen wat de grote mensen zeiden. Ook al was het over je eigen grens.

Dit is geen onzin toch, wat ik nu zeg?

En toch.

Hoe kan het dan dat we in het opvoeden, nu we zelf tot de grote mensen behoren, weer geacht worden om kinderen ‘onder de duim’ te houden?

Onze macht in te zetten om onze kinderen zover te krijgen dat ze zich ‘gedragen’?

Als we het goede in onszelf herkennen, het goedwillende, dat als kind niet gezien werd door de grote mensen om ons heen. Hoe kan het dan dat we vergeten dat ons eigen kind net zo is?

Mijn missie is het om ouders (en eigenlijk alle volwassenen) te inspireren uit te gaan van het goede in de mens. En zeker in het goede van het kind. Laat je niet misleiden door het gedrag wat je kind op enig moment laat zien.

Blijf contact maken met de goedwillende kern in je kind. Laat je kind weten dat je dat weet en ziet. Ook al ziet het er aan de buitenkant anders uit.

En nee, dat betekent niet dat alles goed is wat je kind doet. Begrenzen en duidelijkheid bieden is megabelangrijk. Maar dat is een ander verhaal, daar gaat het hier niet om.

En het is ook zeker geen softe benadering, die ik voorsta. Het vraagt juist moed van de ouder. Moed om te blijven aanhaken bij het goede en mooie in je kind. Moed om je eigen emoties onder ogen te komen en daarmee te leren dealen. Je eigen aandeel zien en je eigen gedrag veranderen. Zodat je voor je kind een veilige basis kan zijn.

Daar kun je alleen maar respect voor hebben. Vind ik.

Mag ik je uitnodigen of liever, uitdagen, om mee te doen? In het belang van je kind. (Maar natuurlijk ook in jouw belang).

Laten we stoppen met elkaar te vertellen dat een kind ‘alleen maar’ aandacht wil, als het lastig is. Dat je moet oppassen, want als je ‘een vinger geeft, dan nemen ze de hele hand’.  En meer van die onzin. Laten we elkaar hier aan herinneren:  ‘Een kind doet het goed als het dat kan’. En het is onze taak om het kind daarbij te helpen.

Wat ga jij anders doen dit nieuwe schooljaar?

Je kunt altijd opnieuw beginnen. Elke dag. Maar sommige momenten zijn meer geschikt om opnieuw te beginnen dan andere. Het begin van een nieuw schooljaar bijvoorbeeld. Wat wil jij dit jaar anders doen?

Omdat ik lang in het onderwijs heb gewerkt, beleefde ik altijd (en nog, dat zit zo in mijn systeem) een schooljaar als een compleet jaar. Niet nieuwjaarsdag is voor mij het begin van een nieuw jaar, maar de eerste schooldag in augustus of september. Dat is ook het mooie van het werken in het onderwijs trouwens, je maakt elk jaar een nieuwe start.

Ook voor gezinnen geldt het ritme van de schooljaren. Je kind komt in een andere klas of gaat misschien naar een andere school. Het is een moment van veranderingen. Daarom kun je dit moment goed gebruiken om te bedenken, wat je dit jaar anders wilt doen. En het mooie is: er gaat een vakantie aan vooraf, dus tijd om erover na te denken.

Wat zou jij anders willen wat je gezin betreft? Maak eens een wensenlijstje of een mooie beschrijving van hoe jouw dagelijkse gezinsleven er het liefst uit zou zien voor jou. Wat is voor jou belangrijk, wat doet er toe? Door het duidelijk op te schrijven kun je er eens goed over nadenken.

Misschien wil je meer rust en minder hectiek. Kijk dan eens kritisch naar jullie dag- en weekindeling. Waar liggen de mogelijkheden om het anders te doen? Misschien moet je andere keuzes maken wat activiteiten of werktijden betreft. Soms kunnen kleine veranderingen al veel rust geven, bijvoorbeeld de wekker een kwartier eerder zetten (zie ook mijn blog over ochtendstress).

Soms zijn er grotere veranderingen nodig. Misschien wil je een dag(deel) minder gaan werken. Misschien wil je een oppas aan huis zoeken i.p.v. je kind ’s ochtends na de crèche te moeten brengen. Het heeft echt zin om eens fris te kijken naar de mogelijkheden. Vaak zien we ze niet meer omdat we zo gewend zijn dat de dingen gaan zoals ze gaan.

Overleg met de andere gezinsleden: plan een gezinsoverleg. Wat zouden zij graag anders willen? Hoe denken zij het te gaan doen het komend schooljaar? Ook je kinderen kunnen soms hele goeie oplossingen aandragen. Kijk hoe jullie zoveel mogelijk vaste taken kunt verdelen. Hoe duidelijker de afspraken en hoe meer eensgezindheid hierover, hoe soepeler alles verloopt.

Eventueel kun je samen een onderwerp kiezen, waar je dit jaar vooral op wilt letten. Dat kan bijvoorbeeld zijn: afspraken nakomen, regelmatig even overleg te hebben, meer ruimte voor eigen dingen doen, elkaar helpen, samen leuke dingen doen of vaker met zijn allen tegelijk eten. Alleen al samen aan een doel werken geeft verbinding.

Wat ga jij anders doen? Heb je tips voor andere ouders? Laat het me hieronder weten. Ik hoor graag van je.

Begrenzen: wanneer pak je door en wanneer niet?

Begrenzen is een belangrijk thema in het opvoeden. En dat is niet onterecht. Want het is waar dat kinderen grenzen nodig hebben. En het is ook waar dat kinderen gedijen bij duidelijkheid, zeker een pittig kind als die van jou. In dit blog geef ik je een helder houvast voor het begrenzen van ongewenst gedrag.

Ik heb de afgelopen jaren, samen met de ouders die ik heb begeleid, nog veel bijgeleerd. Eén van de dingen die steeds terugkwamen, was de vraag ‘Wanneer beweeg je nu mee en wanneer niet. Je kunt toch niet alles maar laten gebeuren?”

Om met dat laatste te beginnen: nee dat kan niet en is ook niet de bedoeling. Zeker niet. Maar soms lijkt het zo omdat ik ook vaak zeg, dat meebewegen regelmatig de beste optie is. En dat is ook zo. Maar hoe zit het dan precies?

Meebewegen betekent laten gebeuren wat je kind wil. Ik vind het een fijner woord dan toegeven of ‘zijn zin geven’, omdat daar iets van nederlaag en machteloosheid in zit. Meebewegen wil zeggen dat je iets niet zo gewenst vindt, maar het bewust toch laat gebeuren omdat je ziet dat je kind anders gaat flippen.

Meebewegen is een goede keuze in situaties, waarin je kind het niet had kunnen zien aankomen, dat jij iets niet goed zou vinden (of iets van jou zou willen). Een voorbeeld: het is bedtijd en je kind hoort dat papa hem naar bed brengt en hij wil dat niet.  Jullie vinden dat je er een goede reden voor hebt, want papa is vaak weg en nu kan hij het ook een keertje doen. Dus je zet door.

In zo’n situatie kan het handig zijn om mee te bewegen. ‘Papa is niet zo vaak thuis en nu wel, dus vindt hij het leuk om jou naar bed te brengen. Maar als je het echt niet wilt, dan brengt mama jou naar bed. Zeg het maar”. Nog afgezien van het feit dat je kans hebt dat je kind toch voor papa kiest, omdat hij nu zelf mag kiezen, voorkomt het een hoop gedoe.

Maar … wil je dan altijd maar doen wat je kind wilt? Nee, natuurlijk niet. Maar het scheelt wel een stuk als je kind het ziet aankomen. Dus hoe inflexibeler (dwingender) je kind is, hoe meer afspraken er nodig zijn om de nodige duidelijkheid te bieden. Maak dus bijvoorbeeld een schema van wie welke avond het kind naar bed brengt. En maak dit duidelijk zichtbaar voor je kind.

Heb je eenmaal een duidelijke afspraak, dan handhaaf je die in principe ook. Ook dan kan het zijn dat je kind nog tegenspartelt. Maar meestal is dat minder heftig, omdat je kind het wel al had verwacht, omdat hij de afspraak kent. Eventueel herinner je je kind tijdens de dag nog even aan de afspraak.

Dus bij duidelijke afspraken is het belangrijk om door te pakken. Zou je dan namelijk ook gaan meebewegen, dan creëer je juist onduidelijkheid en dat is het laatste wat je wilt.

Maar als iets zich incidenteel of voor de eerste keer voordoet, kun je er dus prima voor kiezen om mee te bewegen. Je kunt dan vervolgens op een later moment bespreken wat er precies gebeurde, en wat jouw bezwaar is. En dan een afspraak maken in overleg met je kind.

En wellicht ten overvloede: je grijpt ook in als de veiligheid van je kind of van anderen in het geding is of als er schade dreigt aan dingen. Dan is meebewegen niet aan de orde.

Is dit helder of heb je hier nog vragen over? Aanvullingen of andere opmerkingen? Ik hoor het graag van je, schrijf hieronder je reactie.

Delen op social media is fijn, dan kunnen we ook andere ouders bereiken, dank je wel alvast!

Je kind vraagt om echte aandacht

Kinderen vragen om aandacht. Ja, dat is zo. Daar is ook niks mee. Integendeel. Een kind wat helemaal geen aandacht vraagt kan ook onze zorg oproepen. Sommige kinderen vragen erg veel aandacht. Of vragen op een zgn. negatieve manier aandacht. Wat kun je daar aan doen?

Kinderen vragen aandacht omdat ze gezien willen worden. Net als wij allemaal. Dat is een basisbehoefte. En soms krijgen ze die aandacht niet. Of ze krijgen de verkeerde aandacht. Wat belangrijk is bij aandacht geven is dat je echte aandacht geeft. En daarmee bedoel ik dat je er ook letterlijk met je aandacht bij bent.

En daar zit hem vaak de kneep. We hebben allemaal onze eigen sores die onze aandacht opeisen. Iedereen heeft een voortdurende babbelaar in zijn hoofd. Ons denken bestaat voor een groot deel uit gebabbel tegen onszelf. En onbewust gaat daar heel veel aandacht naar toe.

Vooral als er zaken zijn, die ons echt bezighouden, is het moeilijk om onze aandacht daar vandaan te halen. Ook al reageren we op wat er gebeurt in onze omgeving, toch blijft een deel van onze aandacht vaak bij onze gedachten. Je bent dan niet helemaal aanwezig.

We kennen het allemaal wel. Dat je maar met een half oor luistert. Dat je er niet helemaal met je aandacht bij bent. En dan kan het aandacht vragen van een kind al gauw als gedram en als irritant ervaren worden.

Als een kind niet die aandacht krijgt die hij nodig heeft, is zijn behoefte dus niet bevredigd. En zal hij onbewust doorgaan met aandacht vragen. Vaak wordt dat dan als een negatieve manier van aandacht vragen bestempeld.

Maar een kind is zich daar lang niet altijd van bewust. Het zijn gewoon pogingen om alsnog de aandacht te krijgen die het wil. De juiste aandacht. Echte aandacht. En een reactie, waardoor hij zich begrepen voelt.

Als je kind een keer drammerig overkomt, of als je vindt dat hij op een negatieve manier aandacht vraagt, dan zou je jezelf eens kunnen afvragen: waar heeft mijn kind behoefte aan. Op welke manier kan ik hem de aandacht geven die hij nodig heeft? Weet ik wat hem bezighoudt, heb ik het wel opgepikt? Of was ik op het moment dat mijn aandacht nodig was net even ergens anders met mijn gedachten?

Nou ben jij natuurlijk geen supermoeder of supervader (die bestaan trouwens ook niet), dus op zich is het menselijk dat dit gebeurt. Je hoeft je dus ook niet schuldig te voelen. Maar het is wel fijn en zinvol om je er eens van bewust te worden hoe het werkt. En te oefenen met echte aandacht geven. Je zult merken, dat als de behoefte aan echte aandacht bevredigd is, je kind al gauw weer lekker zelf bezig kan. Zonder jouw aandacht.

Echte aandacht geven, doe je door al je aandacht voor een moment helemaal op je kind te richten. Wat zegt hij, hoe doet zij, wat ervaar jij. Probeer open te zijn, wees alert op gedachten die invullen wat er aan de hand is (die komen altijd razendsnel!), en luister naar wat je kind vertelt. Probeer te begrijpen wat hij je wil vertellen. Je kunt aandacht geven als reactie op een vraag, maar ook vanuit jezelf, gewoon op enig moment wat zich voordoet.

Soms kun je even geen aandacht geven omdat iets anders je aandacht opeist. Dan kun je dat beter zeggen dan te doen alsof. Zeg gewoon: “ik ben even bezig. Als ik deze mail af heb kom ik naar je toe om naar je te luisteren”.

Echte aandacht schenken heeft dus alles te maken met aanwezig zijn. Je kunt dit oefenen. Je kunt leren om je meer bewust te zijn van wat er is, je meer bewust te worden van je gedachten. Dat is erg prettig, want hoe meer je je bewust bent van je gedachten, hoe minder ze de kans krijgen om onbewust je gedrag te sturen. Je krijgt dus meer invloed op hoe je met anderen en dus ook met je kind omgaat.

Zo zie je dat het het geven van echte aandacht ten goede komt aan je kind, maar ook aan jezelf 🙂

Vind je dit een zinvol artikel? Deel het m.b.v. de social media knoppen en laat hieronder je reactie achter. Bedankt!

De mythe van het consequent zijn

Vind jij het ook zo moeilijk om consequent te zijn? Gelukkig,  je bent een mens 🙂 Dat ouders altijd consequent moeten zijn is één van de grootste misverstanden m.b.t.  opvoeden. Het is een algemeen geldende overtuiging, die de meeste mensen in dit land zullen onderschrijven en die tegelijkertijd voor zoveel onrust en zelfkritiek zorgt. Want wie lukt het nu om altijd consequent te zijn?

Consequent zijn vraagt eigenlijk van je, dat je altijd op elk moment op een bepaalde situatie hetzelfde reageert. Maar hoe vaak zijn situaties altijd precies hetzelfde eigenlijk? En ben jij niet elke keer anders? Uitgerust of juist niet, opgewekt of juist prikkelbaar, open of juist afgesloten, met een hoofd vol gedachten. Jouw behoeftes verschillen van dag tot dag, van moment tot moment.

Consequent zijn is in strijd met echt zijn. Authentiek zijn. En daar zit hem de kneep. Dat maakt het zo moeilijk om consequent te zijn. Je moet jezelf geweld aandoen om consequent te zijn. Je reactie naar je kind toe is niet meer wat je werkelijk voelt of wilt, maar komt vanuit gedachte dat je consequent moet zijn.

Weet je dat het helemaal niet nodig is om consequent te zijn? Wat je kind echt wil, is jou als mens ontmoeten. Ervaren dat je echt bent. Pas dan ben je betrouwbaar namelijk. En geef je je kind een basis waarin hij kan ontspannen. Omdat hij weet dat je open en eerlijk bent, laat zien wie je bent. Tegelijkertijd geef je je kind daarmee ook de ruimte om echt te zijn zoals ie is. En is dat niet één van de belangrijkste dingen die je je kind wilt meegeven?

Dit betekent niet, dat er geen regels meer hoeven te zijn. Maar als je regels samen met je kinderen (en je partner ) afspreekt, zijn het afspraken. En dan spreekt het vanzelf dat iedereen probeert zich daaraan te houden. Maar soms lukt dat niet en dan kun je dat aangeven. Ook waarom het niet is gelukt. Dat geldt zowel voor jou als voor de anderen. En soms is het omdat regels niet werken. Dan is het nodig om nog weer eens goed naar die regel te kijken.

Ook gewoontes zijn handig. Omdat het  (gezins)leven dan makkelijker verloopt. Goede gewoontes beginnen meestal als afspraak of regel, en als ze ingeslepen zijn, zijn het gewoontes geworden. Dan hoef je het er niet meer over te hebben. Gewoontes doe je gewoon altijd zo. Daar is consequent zijn dus ook niet zo moeilijk.

Mijn tip is dus: maak goede afspraken met elkaar over de dingen die belangrijk zijn. Zoals eten, snoepen, tv kijken, computeren, klussen doen, enz. Wat goed werkt is dat jij als ouder de kaders zet (hoeveel snoep, schermtijd, klusjes, enz.) en je kind autonomie geeft in het hoe en wanneer.

In het begin kan het zijn dat je kind toch probeert de regels nog te veranderen. Houd dan vast aan wat er is afgesproken (consequent zijn dus, inderdaad 🙂 ). Verwijs dan naar de afspraak en geef erkenning (“wat jammer nou dat je schermtijd op is, je wilde graag nog even door. Maar het goede nieuws is: morgen is er weer nieuwe schermtijd :)”). Laat het daarbij en laat je kind gerust even mopperen.. Onthoud: een boos kind is geen strijd. En meestal neemt dit af als je kind aan de afspraken gewend is, want je kind houdt ook van duidelijkheid.

Lukt het jou om de dagelijkse dingen in goede afspraken te vatten? Wat is jouw ervaring? Laat het weten, ik hoor graag van je.

En delen is fijn, dank je wel!

Stop met preken

Als je kind niet doet wat je vraagt of iets doet wat je onacceptabel vind, wat doe je dan? Ga je dan tegen je kind aanpraten in de hoop dat je kind snapt dat het anders moet? Als je eerlijk bent, zul je dat best wel eens (of vaak) doen. Hoewel iets in jou vaak wel weet dat het niet werkt, doe je het toch. Waarom eigenlijk? En waarom werkt het niet?

 

De reden waarom we het doen, is dat we het idee hebben dat we iets moeten doen. We willen ons niet machteloos voelen, we willen het gedrag niet accepteren. We willen dat het kind iets anders laat zien en daar voelen we ons verantwoordelijk voor. We moeten ons kind m.a.w. opvoeden. Herken je dat?

Het lijkt erop dat we de gedachte hebben, dat het kind moet weten wat er anders moet en waarom. Dat lijkt logisch, maar in 9 van de 10 keer weet je kind dat allang. Toch? Wees eerlijk, heb je hem of haar dit nog nooit eerder verteld? Vertel je je kind iets nieuws? Nee, meestal niet.

Dus dat is de eerste reden, waarom het niet helpt. Je kind weet allang wat je gaat zeggen. Als kinderen wat ouder zijn, geven ze vaak ook duidelijke nonverbale boodschappen. Als je niet zo boos was of zo erop gebrand om je kind te bewegen het anders te doen, zou je het misschien kunnen binnenlaten. Het zinloze zien van wat je doet en erom kunnen lachen misschien (i.p.v. je kind brutaal te vinden…)

De tweede reden, dat preken niet helpt, is misschien nog wel veel belangrijker. Je bereikt je kind niet, omdat er geen verbinding is. Je praat tegen je kind, maar er is geen bereidheid tot luisteren, geen echt contact. Je staat helemaal op ‘zenden’ en dan meestal ook nog vanuit frustratie.  Geen ruimte voor ontvangen. Dat werkt dus niet.

Kortom, een preek geven is verloren moeite. Laat het preken over aan de dominee 🙂 en ga zelf anders communiceren met je kind. Zorg voor verbinding, door niet alleen te praten, maar zeker ook te luisteren. Openheid en nieuwsgierigheid, dat is hierbij de beste basishouding.

 

Herken je wat ik beschrijf? Helpt het om er weer even aan herinnerd te worden? 🙂 

Laat het hieronder weten bij de reacties, ik hoor het graag. En ook fijn als je mijn blog wilt delen, via de sociale media knoppen, om andere ouders te bereiken. Dank je wel!

Omgaan met tegenslagen van je kind

Vorige week zijn de examenuitslagen bekend geworden. Overal hangen vlaggen met schooltassen. Maar niet iedereen heeft goed nieuws gehad. Soms verwacht, soms onverwacht, kreeg iemand te horen dat ie gezakt was. Aanleiding voor het artikel van deze week. Hoe ga je als ouder om met de tegenslagen van je kind?

Wij mensen houden niet van tegenslag. In feite is ons hele doen en laten gericht op het bereiken van fijne dingen en het ontlopen van nare dingen. Want tegenslag geeft ons een akelig gevoel en dat willen we vermijden.

Maar tegenslag is niet te vermijden, het hoort bij het leven. Proberen tegenslag te vermijden is vechten tegen de bierkaai. Of erger: als de tegenslag er al is en jij wilt het niet accepteren, dan vecht je tegen iets wat zo is. Vechten tegen de realiteit is verloren energie en geeft alleen maar meer pijn.

Op die manier maken we het alleen maar erger. Daarom is acceptatie zo belangrijk. Zie in dat het is zoals het is. Vecht er niet tegen. En nee, dat had je niet gewild. En ja, het doet je verdriet en laat je machteloos voelen. Maar er is wat er is.

Jouw weerstand tegen de tegenslag maakt dat je zoveel stress of frustratie ervaart. Vechten tegen wat is, doe je vanuit verkramping. Keer op keer heb je dezelfde gedachten. Dat iemand iets niet had mogen doen, dat jijzelf iets niet had moeten doen of anders had moeten doen. Zo hou je de emoties in stand.

Acceptatie geeft rust en ruimte. Je maakt ruimte voor de werkelijke gevoelens die erbij horen. Je voelt de pijn in plaats van de weerstand. En het wonderlijke met emoties is: als je ze er helemaal laat zijn, komen ze tot rust. Pijn is meestal beter te dragen dan je van te voren denkt.

Acceptatie wil niet zeggen, dat je niets onderneemt. Maar handelen vanuit acceptatie is iets heel anders dan vechten tegen wat is. Je ziet meer mogelijkheden als er weer ruimte in je is. Je kijkt vooruit en hebt perspectief. Het geeft je ook de moed om verder te gaan of om opnieuw te beginnen. Met vertrouwen.

Het leven gaat op en neer. Voorspoed wordt afgewisseld door tegenspoed. Zoals regen en zonneschijn elkaar afwisselen. Dat geldt voor iedereen, dus ook voor je kind. Tegenslag hoort erbij. Dat is iets wat je kind ook zal ervaren. Steun het daarin.

Steunen doe je door de gevoelens van je kind te erkennen. Maak er geen drama van en poets het niet weg. Laat het zijn zoals het is. Als jij tegenslag kunt aanvaarden en zien dat het erbij hoort, dan kan je kind door jouw acceptatie ook leren ontspannen in tegenslag. Geef het ruimte en tijd.

Sommige tegenslag roept de vraag op “Hoe nu verder?” Bekijk wanneer de tijd rijp is om het daarover te hebben. Doe dit niet te snel, dan is het weer alsof het verdriet weggepoetst moet worden. Misschien komt je kind zelf met een oplossing voor hoe het verder moet. En anders kun je je hulp aanbieden.

Concreet betekent dit, dat je eigenlijk weinig meer hoeft te doen, dan er even te zijn voor je kind. Beaam wat je kind vertelt, dat het niet leuk is of zelfs heel erg is. Wees gewoon even samen in de teleurstelling of het verdriet.

En dit klinkt eenvoudiger dan het is misschien. Want willen wij ouders niet altijd het beste voor ons kind? Dat het hen altijd goed gaat? Daarom voelt een tegenslag van een kind ook altijd als tegenslag voor ons. En daar moeten we dus zelf ook mee om kunnen gaan. Accepteren dus 🙂

Herken je wat ik hier schrijf? Laat het weten bij de reacties. En delen op de social media is fijn, dank je wel alvast.

1 2 3 15

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten