Het grootste misverstand over onacceptabel gedrag.

Hoe gaan we met onze onbeschofte kleindochter om? Dit was de titel in de rubriek ‘WAT ZOU U DOEN’ in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag (3 juni 2017). In deze rubriek wordt wekelijks een dilemma van een lezer geplaatst met een uitnodiging aan andere lezers om te reageren. 

Toen ik twee weken geleden de aankondiging zag over de onbeschofte kleindochter heb ik een reactie geschreven. Want wat er in het dilemma beschreven werd, was precies het onbegrip dat veel van mijn klanten ook tegenkomen. Mijn reactie is niet geplaatst helaas, maar ik schrijf er bij deze wel graag een blog over 😊.

Dit keer vertelde een lezer over haar of zijn kleinkind dat zich ronduit onbeschoft zou gedragen en extreem egoïstisch zou zijn. “Niets is goed, alles draait om haar. Laatst verpestte ze een gezellig familie-etentje met haar onacceptabele gedrag”.

Ik vond het zo’n typerende uiting van onbegrip over wat hooggevoeligheid eigenlijk is. Alleen al het woord onbeschoft zegt genoeg, daar zit immers de opzet al in opgesloten. En dat over een meisje van 7 jaar. Overigens zal het feit dat er een paragnost aan te pas is gekomen en het meisje een ‘nieuwetijdskind’ wordt genoemd met een ‘gave’ ook niet helpen om begrip te krijgen voor de hooggevoeligheid van het meisje ben ik bang.

Ook uit de meeste reacties in de rubriek (gelukkig werd in 1 reactie wel uitgelegd wat hooggevoeligheid is) blijkt dit onbegrip. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat je vooral geen begrip meer moet tonen. “Nederland heeft al genoeg kinderen die zich gedragen als kleine godjes”. En “Hoe sensitief ben je als je niet eens merkt dat iedereen om je heen zich aan je ergert?”

Het grote misverstand dat hierachter zit is dat kinderen zich kunnen gedragen als ze dat maar willen. Als ze toch voelen dat hun gedrag ergernis oproept, dan kunnen ze zich toch aanpassen? En als ze dat niet doen, dan zijn de DUS egoïstisch en kleine godjes.

Maar wat over het hoofd wordt gezien, is dat er vaak sprake is van onmacht. Een overprikkeld kind krijgt niets meer voor elkaar. Het denken functioneert niet meer, het kind is onbereikbaar geworden en valt terug in één of andere primitieve overlevingsstaat.

Een kind doet het goed als ie dat kan, schreef Ross W. Greene in Het explosieve kind. En daar ben ik het helemaal mee eens. Onze taak als ouder en opvoeder is om het kind te helpen het goed te kunnen doen. Door bijvoorbeeld overprikkeling te voorkomen door eerder weg te gaan bij familiebezoek of een keertje af te zeggen.

En door het kind serieus te nemen en beter te luisteren. Ik vind het verbazingwekkend hoe vaak in een gesprek met ouders van een kind met problematisch gedrag blijkt dat het kind het zelf al aangeeft. “Hou je mond” bijvoorbeeld betekent vaak “ik ben overprikkeld, het komt niet meer binnen, stop alsjeblieft met op me in te praten, want zo dadelijk ontplof ik”. Maar omdat het louter wordt opgevat als brutaal gedrag, wordt in feite de boodschap niet verstaan.

Dingen willen bepalen is ook een soort van overlevingsstrategie zou je kunnen zeggen. Het heeft niks met egoïsme te maken, deze kinderen zijn juist heel gevoelig. Maar om een beetje overzicht te houden op wat er allemaal gebeurt, willen ze graag de regie hebben.

En een driftbui is al helemaal niet bedoeld om haar zin te krijgen, het is vaak een pure ontploffing. Een ontlading die nodig is, om het zenuwstelsel weer tot rust te kunnen krijgen. Vaak eindigt die dan ook in een huilbui en zie je vervolgens hoe het lijfje van het kind zich ontspant.

Als je eenmaal begrijpt hoe de vork werkelijk in de steel zit, is dat niet alleen respectvoller naar het kind toe. Het geeft je ook de mogelijkheid om problemen werkelijk op te lossen. Want zo lang je uitgaat van onwil, zul je dus het kind willen dwingen zich anders te gedragen. En dat zal leiden tot veel strijd en ellende.

O ja, en wat het extra ingewikkeld maakt: veel van deze kinderen gedragen zich buitenshuis wel, vooral als hun ouders er niet bij zijn. Dus heeft iedereen zijn oordeel klaar: het ligt aan de ouders. Terwijl het in feite precies andersom ligt. Alleen bij de ouders is het veilig genoeg om te ontploffen.

Daarbuiten zullen ze zich tot het uiterste inspannen om zich te beheersen. Maar als de situatie maar lang genoeg duurt, dan zullen ze ook daar ontploffen. En tot die tijd zullen ze dat bewaren voor thuis. En zal het thuis toenemen naarmate het buitenshuis meer energie kost om zich buitenshuis te handhaven.

Eigenlijk is dat heel tragisch. Want het maakt dat ouders er ten onrechte op aangekeken worden. En het maakt ouders onzeker, wat ook weer niet in het belang van het kind is. Een kind dat het moeilijk heeft, heeft juist behoefte aan een stabiele ouder, die rustig kan blijven kan dealen met wat er gebeurt.

PS Wil je hier meer over weten, lees dan hier meer over mijn webinar Waarom strenger opvoeden niet de oplossing is (en wat dan wél).

 

Karla Mooy

Heb jij een pittig kind? Ik weet hoe dat is én ik kan je helpen om het opvoeden van jouw kind makkelijker te maken. Neem contact met me op als je wel wat hulp kunt gebruiken.

Klik hier om te reageren

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten