All Posts by Karla Mooy

De juiste mindset voor succes en zelfvertrouwen

Mindset is een woord wat je tegenwoordig steeds vaker hoort. Het speelt een belangrijke rol in de mate waarin je succes hebt. Met succes bedoel ik dan dat je datgene bereikt, wat je nastreeft. Ook in de opvoeding streef je doelen na, dus is het goed om je mindset t.a.v. opvoeding en ontwikkeling eens nader onder de loep te nemen.

Mindset dus, helaas is er geen goed Nederlands woord voor, reden waarom het woord ook in onze taal steeds meer gebruikt wordt. Mindset betekent het geheel van overtuigingen, die je hebt. Deze zijn deels bewust, deels onbewust. Juist dat onbewuste deel is interessant. Want juist je overtuigingen sturen je emoties en je gedrag. Naarmate je meer onbewuste overtuigingen bewust kunt maken, krijg je meer ruimte om ongewenste overtuigingen te veranderen om zo ook je emoties en je gedrag te kunnen veranderen.

Als ouder is het belangrijk om je bewust te zijn van je overtuigingen t.a.v. je kind en t.a.v. ontwikkelen en leren in het algemeen. Om met dat laatste te beginnen, misschien heb je al eens gehoord of gelezen over Carol Dweck, een Amerikaanse sociaal psycholoog. Zij heeft aangetoond dat mindset een grote invloed heeft op de schoolcarrière van kinderen. Kinderen met een growth mindset hebben de overtuiging dat leerprestaties vooral afhangen van je inzet. Kinderen met een fixed mindset daarentegen hebben de overtuiging dat talenten en intelligentie vaststaan.

Een fixed mindset houdt je op je plek. Het zet je vast in het beeld zoals je nu bent, wat je nu kunt. Een growth mindset stimuleert om je om nieuwe dingen te leren, grenzen te verleggen. Logisch dat het laatste je veel verder brengt. Toch hebben we, al is het maar op deelgebieden, vaak een fixed mindset (dat kan ik nu eenmaal niet, dat is niet voor mij weggelegd, dat zal mij nooit lukken). En ook t.a.v. onze kinderen hebben wij als ouders daar last van. Immers, wie zet zijn kind nooit vast in een bepaald beeld? (hij is niet sportief, zij is verlegen, enz.)

Ook laat Carol Dweck zien dat het niet goed is als je kinderen vast zet op een hoge prestatie. Kinderen, die altijd horen dat ze erg slim zijn, of een geweldige basketballer, kunnen daar heel onzeker van worden. Vooral in Amerika, maar in mindere mate ook in ons eigen land, heerst(e) lang het denkbeeld, dat veel complimenten geven vanzelf tot kinderen met zelfvertrouwen leidt. Het tegendeel blijkt echter waar te zijn. Deze kinderen worden later volwassenen, die altijd geprezen moeten worden om zich goed te voelen en ontwikkelen gemakkelijk faalangst.

Zoals Carol zegt: beloon de inzet i.p.v. het resultaat. Geef een compliment over hoe het kind het heeft aangepakt, of heeft doorgezet. Zo leert hij veel beter dat hij kan bereiken wat hij wil. Maak het kind ook bewust van zijn aanpak. Wat heeft het succes tot stand gebracht?

Een ander belangrijk aspect is hoe je tegen fouten aankijkt. Als je fouten ziet als iets dat bij een leerproces hoort, gaat je kind daar ook heel makkelijk mee om. Zie dat mislukkingen in feite niet bestaan. Het geeft alleen aan wat niet werkt, hoe je niet je doel bereikt. En maakt de kans dus groter om de juiste weg naar het doel wel te vinden. Dus leve de fouten die je maakt (zolang je maar steeds andere maakt)J

Kortom, we helpen onze kinderen (en onszelf) het meest met de volgende mindset:

  • Kijk met een open blik naar je kind. Wat hij gisteren niet kon, lukt vandaag misschien wel. Zoals hij nu is, blijft hij niet zijn hele leven. Wees nieuwsgierig naar wat je kind allemaal nog meer in zich heeft.
  • Heb een growth mindset. Zie in dat resultaten worden bereikt door leren en oefening. Laat het goede voorbeeld zien. Zeg niet “dat kan ik niet” maar “dat kan ik nog niet”. Je hebt gewoon nog niet ontdekt hoe het wel lukt. Of nog niet genoeg geoefend.
  • Zie fouten en mislukkingen als een stap dichter bij je doel. Hoe meer fouten, hoe eerder je weet wat niet werkt. Dus maak een plan en neem actie. Ga niet zitten wachten tot je alle mogelijke fouten en hobbels hebt overdacht. Succesvolle mensen zijn mensen die vooral veel doen. En zo al doende leren.

Er is een leuke website waar je informatie, tips en hulpmiddelen vindt, die vind je hier.

Fijn als je het artikel wilt delen, dank je wel. Klik daarvoor hiernaast of hieronder op de deelknoppen. En laat hieronder je reactie weten, ik lees het graag!

7 tips voor een sinterklaastijd zonder stress

Het Sinterklaasfeest is iets waar kinderen natuurlijk naar uitkijken. Ook onze pittige kinderen. Maar tegelijkertijd geeft het vaak ook veel spanning. Wat deze tijd tot een echte uitdaging maakt voor hen en voor jullie als ouder. In dit blog deel ik wat tips met je die je helpen om de spanning voor je kind te beperken en daarmee te zorgen voor meer rust en plezier rondom Sinterklaas. Kijk gewoon eens wat bij jou kind past en werkt.

Tip 1   Zorg voor zoveel mogelijk duidelijkheid en voorspelbaarheid

Grote kans dat je kind niet zo erg van verrassingen houdt. Of er op zijn minst niet zo goed tegen kan als dingen anders gaan dan verwacht. Zorg daarom dat je kind precies weet wat hij of zij kan verwachten. Hoe iets zal zijn, wat er van je kind verwacht wordt.

En zeg dat niets hoeft. Bijvoorbeeld dat het kan zijn dat Sint of Piet hem een hand wil geven. En dat dat leuk is, maar niet hoeft als je kind dat niet wil of niet durft. Geef wat dat betreft je kind de regie. Het is een feest, het moet leuk zijn. Ook voor jouw kind. Realiseer je dat dat het allerbelangrijkste is en trek je niks aan van wat anderen vinden of wat andere kinderen wel doen.

Tip 2   Maak een planning en maak deze zichtbaar. 

Je hoeft niet aan alle activiteiten mee te doen. Maak een keuze. Ga je wel of niet naar de intocht? Kijk je wel of niet naar het sinterklaasjournaal? Hou het aantal sinterklaasfeestjes ook beperkt. Bijvoorbeeld alleen thuis en op school. En als het je kind erg veel prikkels geeft, overweeg dan om bijv. die dag alleen een uurtje naar school te gaan.

Maak met pictogrammen of een kalender duidelijk wanneer welke activiteit plaatsvindt. Zodat je kind het zelf ook kan zien en weet of iets nog een tijdje duurt of morgen al is.

Tip 3   Maak het zetten van de schoen minder spannend

Hou het aantal keren beperkt en zorg dat er altijd iets in de schoen komt. Kinderen kunnen het spannend vinden dat ze niet weten of ze iets krijgen in de schoen. Zeg dat je van Piet gehoord hebt dat hij deze nacht zal komen. Bereid je kind voor dat het heel goed een kleinigheid kan zijn of iets lekkers. Vraag wat hij of zij verwacht en stel de verwachting zo nodig bij.

Ook kan het idee dat Piet ’s nachts in hun huis komt, spannend zijn voor kinderen. Of ze piekeren over  hoe dat kan. Je kunt er voor kiezen om de schoen onder de brievenbus in de deur te laten zetten. Of buiten onder een afdakje. Of uitleggen dat je een sleutel voor Piet hebt klaargelegd. Of verzin zelf iets dat je kind geruststelt.

Tip 4   Bouw extra veel rustmomenten in

Plan in deze tijd geen bezoekjes. Niet bij vrienden of familie, maar ook niet bij een tandarts. Ga niet in deze tijd nieuwe schoenen kopen. Zorg dat je kind zoveel mogelijk tijd thuis kan doorbrengen om lekker te spelen. Of ga extra vaak naar buiten voor een spelletje voetbal of tikkertje. Sommige kinderen komen tot rust als je hen masseert, dat is ook een optie.

Tip 5   Haal de spanning af van de cadeautjes.

Sommige kinderen vinden het uitpakken stressvol, omdat ze zo benieuwd zijn wat er in het pakje zit. Je kunt ervoor kiezen om het in doorzichtig folie in te pakken. Of van tevoren de cadeautjes te laten zien en ze samen in te pakken. Soms is het ook genoeg om 1 cadeau te laten zien, wat je kind het heel graag wil hebben, zodat hij of zij weet dat dit er bij zit.

Helpt dit niet genoeg, dan kun je er nog voor kiezen om samen de cadeautjes te gaan kopen. Vertel je kind dat de cadeautjes door papa en/of mama worden gekocht. Sint heeft bijvoorbeeld een briefje gegeven aan jou met de cadeautjes die je kind mag uitkiezen.

Hou het aantal cadeautjes sowieso een beetje beperkt. Vertel eventueel van tevoren aan je kind hoeveel cadeautjes hij of zij kan verwachten.

Tip 6   Onthul het geheim van Sinterklaas

Als dit allemaal onvoldoende helpt, overweeg dan om je kind de waarheid over Sinterklaas te vertellen. Het kan je kind veel rust geven als hij of zij weet dat het ‘maar’ een spel is. Dat Sint en de pieten gewoon mensen zijn die als ze ’s avonds thuiskomen hun pak uitdoen en dan weer gewoon een man of een vrouw zijn net als hun papa en mama. Die de andere morgen gewoon weer naar hun werk gaan.

Sommige ouders kiezen daar sowieso liever voor, omdat ze hun kinderen geen dingen willen vertellen die niet waar zijn. En daar is ook wat voor te zeggen. Maar dat is je eigen keus natuurlijk.

Denk je daarover, dan vind je inspiratie over hoe dat aan te pakken in dit artikel van Kroost en dit artikel van Kiind en nog een artikel van Kiind.

Ook bestaat er een kinderboek over het onthullen van het geheim. Dat is bedoeld voor 8-jarigen, maar misschien kun je het ook voor kleuters gebruiken, dat weet ik niet eerlijk gezegd, ik heb het zelf niet gelezen. Het heet Het grote sinterklaasgeheim en is geschreven door Kees Lintermans.

Tip 7   Stel je verwachtingen bij

Stel je er domweg op in, dat dit een lastige tijd is voor je kind. Vergeet zo nodig je eigen ervaringen met Sinterklaas en parkeer je verlangens van wat jíj leuk zou vinden. Maar kijk wat je kind nodig heeft om ermee te kunnen dealen. En weet dat er in deze tijd wat meer ‘ontploffingen’ plaats kunnen vinden. Door je hierop voor te bereiden is het makkelijker om er zelf rustig onder te blijven en kun je een veilige basis zijn voor je kind.

Heb je hier wat aan, denk je? Deel ze dan alsjeblieft om ook andere ouders te helpen. Dank je wel! En o ja, je opmerkingen en aanvullingen lees ik graag hieronder 🙂

Waar je op moet letten als je je kind troost

Iemand troosten, dat doe je meestal zonder er bij na te denken. Toch is het wel goed om daar eens bij stil te staan. Want ook bij troosten is een valkuil om voor uit te kijken. Hieronder tips voor een goede manier om met verdriet van je kind om te gaan.

Hoe troosten wij meestal? We zeggen, dat het wel meevalt. Of: dat het goedkomt. We sussen: “stil maar”. Wat kan daar nou mis mee zijn?

Als we wat beter kijken, dan zien we dat we het eigenlijk weg willen hebben. Het verdriet van de ander moet stoppen. Want verdriet is één van de zgn. negatieve emoties. Daar houden we niet van en daar weten we niet altijd goed raad mee.

Maar gevoelens laten zich niet zo maar wegdrukken. Of beter, dat doen ze voor het oog wel, maar op de achtergrond blijven ze zich roeren. En omdat wij het niet willen voelen, zoeken we afleiding. Of we gaan eten. Of drinken. Of sporten. Enz. De beste weg is echter om verdriet er gewoon (even) te laten zijn.

Gevoelens, die er helemaal mogen zijn, die niet weggedrukt worden, maar even helemaal doorleefd, verdwijnen ook weer. Het leven is nu eenmaal een komen en gaan van emoties.

De beste manier van troosten is samen zijn in het verdriet. Even ruimte geven aan het verdriet van de ander, zonder dat het weg hoeft. Als je niks weet te zeggen, geeft niet. Dat hoeft ook niet. Dat jij erbij bent is genoeg. Als je aandacht maar voelbaar is. Het is fijn om een arm om iemand heen te slaan, maar zelfs dat hoeft niet als je dat niet wil.

Dit geldt voor groot en klein verdriet, voor volwassenen en kinderen. Als je kind verdriet heeft, neem het dan bij je en laat het even huilen. Zeg dingen als: “Dat doet pijn, hè?”, ” Je bent verdrietig als je mama weg ziet gaan, hè?”, “Dat vind jij helemaal niet leuk hè?”  Dan kunnen ze daarna zo weer verder.

Wij doen dat vaak niet, omdat we bang zijn dat we het erger maken, als we het verdriet benoemen. Maar het omgekeerde is het geval. Ik heb het vaak genoeg meegemaakt, ook toen ik nog in het basisonderwijs werkte. Even het kind op schoot en laten huilen. Laten merken, dat je het begrijpt. En dat het oké is dat het kind verdriet heeft. En even later huppelde het kind weer weg om iets te gaan doen.

Soms lijkt een kind er in te blijven. Sommigen zeggen, dat je ook dan het gewoon moet laten. Dat kan. Zelf heb ik vaak het idee, dat je wel kan merken of dat nodig is. Als er steeds een nieuw golfje van verdriet lijkt te komen, dan is het dat nodig. Als het lijkt of het kind erin vast blijft zitten en dat langer huilen niks oplevert, kun je dat ook benoemen. “Ik ziet dat je nog steeds verdriet hebt, dat snap ik. Het is goed om te huilen en het is ook goed om dan weer even wat te gaan doen, anders blijf je erin hangen. Kom, we gaan even ……. “

Er zit nog wel een addertje onder het gras. Als je het lastig vindt om pijn en verdriet van je zelf te voelen,  vind je het meestal ook lastiger om verdriet van een ander er te laten zijn. Goed met je eigen emoties om kunnen gaan is daarom een belangrijke vaardigheid voor ouders. Omdat je dan gemakkelijker ruimte kunt geven aan de emoties van je kind. En je kind beter kunt helpen om met zijn of haar emoties om te gaan.

 

Vind je dit een fijne tip? Deel het dan zodat meer ouders het kunnen lezen. Dank je wel! Ook je aanvullingen of ervaringen lees ik graag, dus laat gerust je reactie achter.

Vraag het aan je kind!

Het valt me regelmatig op, dat ouders en leerkrachten zoveel voor het kind denken. Waarom vragen we niet meer aan het kind? Waarom overleggen we niet meer?

Waarschijnlijk komt dat deels omdat het niet in onze opvoedingscultuur zit. Van vroeger uit werd kinderen niets gevraagd; “moeder weet wat goed voor je is”.  Als kind moest je vooral gehoorzaam zijn.

Nu is dat tegenwoordig wel sterk veranderd. Kinderen wordt veel vaker om hun mening gevraagd, of ze mogen dingen zelf kiezen. Maar dan gaat het vaak over dingen of uitstapjes: wat er gegeten wordt, naar welk pretpark zullen we gaan, een nieuwe dekbedhoes uitkiezen, enz.

Maar als het gaat om probleemgedrag vragen we kinderen veel te weinig. We zitten als opvoeders maar te puzzelen en te bedenken wat een goede aanpak is, zonder het kind erbij te betrekken. En dat is zo jammer. Kinderen kunnen ons hier heel goed bij helpen.

Ze kunnen je vertellen hoe een situatie voor hen is. Wat maakt dat ze boos worden of niet willen doen wat je vraagt. Met een beetje geduld en de juiste vragen kun je te weten komen welke behoefte van hen in de weg zit.

Een conflict ontstaat eigenlijk altijd door botsende behoeftes. Ouders willen dat het kind aan tafel komt om te eten, het kind wil nog even zijn spelletje afmaken, bijv. Het kind wordt boos, de ouder wordt boos en het conflict is daar.

Door in gesprek te gaan met je kind, kun je uitzoeken welke behoefte hij heeft. Vervolgens vertel je aan je kind wat jouw behoefte is en vervolgens kun je gezamenlijk een oplossing zoeken. Het maakt niet uit hoe die oplossing eruit ziet, als het maar tegemoet komt aan jullie beider behoefte. De vraag is dan bijv.: “Hoe kunnen we ervoor zorgen, dat jij niet steeds je spelletje hoeft te onderbreken en we toch aan tafel kunnen gaan om te eten, voordat het eten koud is?”

Deze aanpak heeft verschillende voordelen. Ten eerste voelt het kind zich serieus genomen. Zijn behoefte wordt erkend én hij mag meedenken om een oplossing te vinden. Ten tweede is de afspraak, die gemaakt wordt als oplossing voor het probleem, mede door hemzelf gemaakt, waardoor hij zich er veel beter aan zal houden.

Als ouder kan dit even wennen zijn. Het kan voelen alsof je je “macht uit handen geeft”. Of je kunt het idee hebben, dat je geen grenzen meer stelt. Maar dat is niet zo. Omdat er ook tegemoet gekomen wordt aan jouw behoefte, leert het kind juist heel goed om met grenzen van anderen om te gaan. Een belangrijke bijdrage aan zijn sociale ontwikkeling. En jouw taak is het om leiding te geven aan dit leerproces.

Overigens heb je wel een portie geduld hierbij nodig. Je kind kan reageren met “weet ik niet” of komt met oplossingen, die alleen aan zijn behoefte tegemoet komen. Negeer dan je neiging om te denken “dit gaat niet lukken” of “zie je wel, dat kan hij helemaal niet”, maar zet door. Gewoon op een vriendelijke, geduldige toon doorvragen. Het is de moeite waard!

Ik hoor graag jouw mening of ervaring, laat het hieronder weten. En vind je het een inspirerend artikel, dan delen graag! Dank je wel.

Van regels naar afspraken

De vakantie is voorbij, je kind begint aan een nieuw schooljaar. Dat is zo fijn in het onderwijs, altijd weer een nieuw jaar, nieuwe ronde, nieuwe kansen 🙂. Misschien een goed moment om ook thuis een nieuw begin te maken. Bijvoorbeeld met de regels in huis. Wat werkt nog? Wat niet (meer)?

Kinderen werken beter mee aan afspraken dan aan regels. Onder regels versta ik dan wat van bovenaf opgelegd wordt. Afspraken maak je in overleg. Het grote voordeel is dat kinderen veel meer geneigd zijn om zich eraan te houden, als ze meegeholpen hebben bij het tot stand komen van de afspraken.

Het begin van het nieuwe schooljaar is een mooi moment om je afspraken of regels nog eens onder de loep te nemen. Neem daar eens rustig de tijd voor. Spreek van te voren een moment af, maak het gezellig en zorg dat iedereen erbij is.

Maak als eerste eens een lijstje van de regels in huis. Dat kan op zich al verrassend zijn: ervaart iedereen dezelfde regels? Of noemt iemand iets, wat een ander niet herkent of zelfs ontkent? Schrijf alles op wat er genoemd wordt. Vervolgens ga je ze allemaal bij langs en stel je een aantal vragen.

De eerste vraag is: werkt deze regel naar ieders tevredenheid? Als dat het geval is, dan blijft de regel gehandhaafd. Alleen noemen we het voortaan een afspraak, want bij deze is afgesproken dat “we het zo doen”.

Is het antwoord nee, dan wordt de vraag: is deze regel eigenlijk wel nodig? Heeft de situatie waar deze regel op slaat eigenlijk wel een afspraak nodig? Of loopt het ook gewoon goed zonder specifieke afspraak?

Als er wel een afspraak nodig is, maar de bestaande regel werkt niet, maak dan een nieuwe. Laat iedereen een voorstel doen voor een nieuwe afspraak. Kijk dan wat de beste oplossing is. Een goede afspraak is haalbaar en acceptabel voor iedereen. Soms kan dit snel, soms kost het enige tijd, heb dan geduld.

Kom je er niet in één keer uit, spreek dan met elkaar een nieuw “gezinsoverleg” af. Dan kan iedereen er nog even goed over nadenken en kunnen jullie in de praktijk nog eens kijken hoe het loopt. Ook als een afspraak niet goed loopt, moet je weer even om de tafel om te kijken wat er aan de hand is en of er iets aangepast moet worden.

Laatste tip: evalueer de gemaakte afspraken regelmatig. Wat loopt goed, wat is overbodig geworden, wat behoeft aanpassing? Niets is voor de eeuwigheid, alles is tijdelijk, ook gemaakte afspraken.

Als je deze aanpak volgt, zul je merken dat kinderen het heel leuk vinden om mee te denken en mee te beslissen. Ook zullen ze zich er beter aan houden en elkaar eraan herinneren. Dat alleen al is goed voor de sfeer in huis. En het doet recht aan ieders recht op erkenning én op ieders eigen verantwoordelijkheid.

Wat zijn jouw ervaringen met het maken van afspraken in huis? Laat het hieronder weten. Bedankt!

Niet belonen, maar wat dan wel?

Vorige keer schreef ik over belonen. Waarom het vaak niet zo effectief is als we denken. Of eigenlijk hopen 🙂 En zelfs als het werkt, is het de vraag of je het op die manier wilt doen. Omdat belonen het kind afhankelijk maakt van de volwassene en het de innerlijke motivatie beschadigt. Hoe kunnen we het dan beter aanpakken?

In mijn aanpak ga ik uit van vertrouwen in het kind. Kinderen willen het van nature graag “goed doen”, een ander een plezier doen. Ik denk, dat straffen en belonen daarom niet nodig is om gewenst gedrag te bereiken. Maar dat het voldoende is om kinderen duidelijke informatie te geven over hun gedrag.

In plaats van het belonen van gewenst gedrag is het beter om kinderen te informeren over wat je waarneemt. Je kunt dat doen door dit gedrag, of het resultaat ervan, te beschrijven. “Je hebt in een half uurtje tijd deze hele bladzijde sommen gemaakt” of “Ik zie je elke dag oefenen op de piano” of “Het aanrecht is opgeruimd”.

Vervolgens kun je dan  benoemen welke kwaliteit van je kind je daarbij opmerkt.  “Je hebt in een half uurtje deze hele bladzijde sommen gemaakt, wat heb jij doorgewerkt”. “Ik zie je elke dag oefenen op de piano. Jij hebt wel discipline!”

Of je maakt er een positieve ik-boodschap van. “Het aanrecht is opgeruimd. Fijn, dan kan ik direct met koken beginnen, zonder dat ik eerst hoef op te ruimen.” “Wat fijn, dat je je tanden al gepoetst hebt, nu kunnen we lekker lang voorlezen, dat vind ik ook leuk!”.

Het lijkt op het geven van een compliment, maar is niet hetzelfde. Het verschil met complimentjes geven zit hem in het oordeel. De complimenten die wij gewend zijn te geven, zoals “wat goed van je, wat knap van je, je bent een muzikaal kind”, enz. bevatten ons oordeel. Daarmee leggen we de maatstaf weer bij onszelf. En leert het kind om zich te voegen naar de waardering van anderen. Hetzelfde nadeel als met belonen dus.

Bovendien geven dit soort complimentjes vaak te weinig informatie over wat we nu precies waarderen. Als we zeggen “wat een mooie tekening”, dan zegt dat weinig over waarom we het mooi vinden.( En vinden we het trouwens echt mooi? Hoeveel onechte complimentjes krijgt een kind eigenlijk?)

Je kunt dan beter verwoorden wat je ziet: “je houdt zeker erg van rood?”, “Ik zie hele mooie kleuren in deze tekening: lichtblauw en oranje, dat zijn mijn lievelingskleuren”, “Zo te zien is dit het huis van oma, met die deur rechts en dan hier het keukenraam”. Of je beschrijft letterlijk wat je ziet in de tekening. In het boek How 2 talk 2 kids van Adele Faber & Elaine Mazlish staat een heel mooi voorbeeld.

Wat je doet als je een beschrijving geeft, met al dan niet het benoemen van een kwaliteit daarbij, is dat je het kind de kans geeft zichzelf te waarderen. Hij of zij kan denken: “ik kan goed doorwerken, ik weet wat discipline is, ik kan mooi tekenen”, enz. Door een ik-boodschap te geven weet het kind, dat hij je een plezier gedaan heeft. En dat jij dat hebt gezien en gewaardeerd. Bovendien krijgt zij door waarmee ze je een plezier kan doen. En dat bevordert ook de herhaling van het gewenste gedrag.

Tot slot: alles wat je aandacht geeft groeit, wordt wel gezegd. Juist als een kind veel ongewenst gedrag vertoont, is het de moeite waard om op de goede dingen te letten. Al zijn ze maar klein. Ook dingen die wij eigenlijk vanzelfsprekend vinden kunnen we blijven waarderen. “Wat fijn, dat je je trommel op het aanrecht hebt gezet, dan hoef ik er niet om te zoeken”. Als je goed kijkt, is er altijd wel iets goeds te benoemen. En dat helpt vele malen beter dan te focussen op wat er niet goed gaat!

Ik hoop dat dit artikel je inspireert. Deel het dan hieronder via de shareknop en laat weten wat jouw ervaringen zijn. 

 

Waarom belonen niet zo effectief is als we denken

Belonen wordt over het algemeen gezien als een goede manier om je kind ander gedrag aan te leren. En dat is soms ook zo. En natuurlijk is het ook positiever dan opvoeden door middel van straf. Toch is de vraag: hoe effectief is het? Lees hier de 4 redenen waarom belonen niet zo effectief is als je misschien denkt.

Vooraf is het goed om helder te hebben waar we over spreken. Ik versta onder belonen een reactie die bedoeld is om het kind een goed gevoel te geven. Dat kan zijn een compliment of een materiële beloning zoals een cadeautje of iets lekkers. Of een beloning in de vorm van een gunst: het kind mag langer opblijven, een extra uurtje computeren, enz. Er kan ook sprake zijn van een beloningssysteem: stickers plakken en als de kaart vol is, volgt de beloning.

Het achterliggende idee is dat gedrag wat beloond wordt, eerder wordt herhaald. En dat is wat we willen natuurlijk. Het gewenste gedrag versterken. Dit idee komt in feite uit de wetenschap, die dit heeft vastgesteld dat dit conditioneringsprincipe inderdaad werkt. Maar wel onder een aantal voorwaarden en daar zit hem de kneep. Deze voorwaarden zijn lang niet altijd van toepassing op onze manieren van belonen.

In de eerste plaats moet het gewenste gedrag heel duidelijk en concreet omschreven zijn. Je moet precies weten welk gedrag je wilt versterken. Daarom werken beloningen alleen bij hele duidelijke gedragingen. Een bekend voorbeeld is het ’s nachts zindelijk worden. Je kunt gemakkelijk elke ochtend vaststellen of het kind nog droog is. Maar voor veel gewenst gedrag is dat veel minder gemakkelijk vast te stellen. Bijvoorbeeld gewenst gedrag als samen kunnen spelen, op je beurt wachten, rustig blijven, enz.

De tweede voorwaarde is de noodzaak om een beloning consequent toe te passen. Dus niet de ene keer wel, en de andere keer niet. Dan neemt het effect sterk af of wordt nihil. Dat maakt effectief belonen lastig, want het vraagt nogal wat van ons als ouder als we dat consequent willen doen. We moeten bijvoorbeeld alleen al fysiek aanwezig zijn om het gewenste gedrag waar te kunnen nemen.

De beloning zelf moet ook aan voorwaarden voldoen. De beloning moet bijvoorbeeld vrij snel op het gewenste gedrag volgen. En het moet haalbaar zijn voor een kind. Dat is niet eenvoudig, want als je bijv. iets als “geen ruzie” wilt belonen, welke periode neem je dan?

Is de periode te lang dan is positief resultaat moeilijk te behalen. Maar hele korte periodes nemen werkt natuurlijk ook niet. Ik raakte ooit verstrikt in een dergelijk systeem, waarbij ik uiteindelijk per kwartier ging belonen met krulletjes, om het zo mogelijk te maken om een beloning te halen. Dat was geen doen, natuurlijk 🙂

Hoe ouder het kind, hoe moeilijker om een beloning te vinden. Immers, het kind wordt steeds minder afhankelijk van jou. Kan steeds meer zichzelf beloningen bezorgen door leuke dingen te doen of zelf dingen te kopen die hij graag wil hebben. Om een puber te belonen moet je al gauw met veel grotere beloningen aankomen dan bij een jong kind.

Belonen werkt dus niet in het algemeen, maar alleen als je het heel consequent voor heel specifiek gedrag inzet. Zoals bij het al genoemde zindelijk worden of bijvoorbeeld het leren om aan tafel te blijven zitten bij het eten. Voor ander gedrag is het niet zo effectief als we wellicht hopen.

Maar zelfs als het werkt, is het goed om je bewust te zijn van de nadelen. Een groot nadeel van belonen, is dat het kind het gewenste gedrag laat zien vanwege de beloning. Het verpest zijn of haar eigen intrinsieke motivatie om om zich te ontwikkelen en te leren.

Het kind gaat zich meer richten op zijn omgeving in plaats van zijn eigen drijfveren. Maar juist het behouden van die intrinsieke motivatie is zo belangrijk voor een kind om zelfvertrouwen te ontwikkelen. Om zijn eigen keuzes te leren maken en hiervoor te willen gaan.

De vraag is nu natuurlijk: wat dan wel? Hoe kan ik op een positieve manier gedrag beïnvloeden?   Lees daarvoor over 2 weken mijn volgende artikel.

Wil je me helpen om meer ouders te bereiken? Deel dit blog dan via de shareknop. Ook lees ik graag je reactie. Bedankt!

Het grootste misverstand over onacceptabel gedrag.

Hoe gaan we met onze onbeschofte kleindochter om? Dit was de titel in de rubriek ‘WAT ZOU U DOEN’ in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag (3 juni 2017). In deze rubriek wordt wekelijks een dilemma van een lezer geplaatst met een uitnodiging aan andere lezers om te reageren. 

Toen ik twee weken geleden de aankondiging zag over de onbeschofte kleindochter heb ik een reactie geschreven. Want wat er in het dilemma beschreven werd, was precies het onbegrip dat veel van mijn klanten ook tegenkomen. Mijn reactie is niet geplaatst helaas, maar ik schrijf er bij deze wel graag een blog over 😊.

Dit keer vertelde een lezer over haar of zijn kleinkind dat zich ronduit onbeschoft zou gedragen en extreem egoïstisch zou zijn. “Niets is goed, alles draait om haar. Laatst verpestte ze een gezellig familie-etentje met haar onacceptabele gedrag”.

Ik vond het zo’n typerende uiting van onbegrip over wat hooggevoeligheid eigenlijk is. Alleen al het woord onbeschoft zegt genoeg, daar zit immers de opzet al in opgesloten. En dat over een meisje van 7 jaar. Overigens zal het feit dat er een paragnost aan te pas is gekomen en het meisje een ‘nieuwetijdskind’ wordt genoemd met een ‘gave’ ook niet helpen om begrip te krijgen voor de hooggevoeligheid van het meisje ben ik bang.

Ook uit de meeste reacties in de rubriek (gelukkig werd in 1 reactie wel uitgelegd wat hooggevoeligheid is) blijkt dit onbegrip. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat je vooral geen begrip meer moet tonen. “Nederland heeft al genoeg kinderen die zich gedragen als kleine godjes”. En “Hoe sensitief ben je als je niet eens merkt dat iedereen om je heen zich aan je ergert?”

Het grote misverstand dat hierachter zit is dat kinderen zich kunnen gedragen als ze dat maar willen. Als ze toch voelen dat hun gedrag ergernis oproept, dan kunnen ze zich toch aanpassen? En als ze dat niet doen, dan zijn de DUS egoïstisch en kleine godjes.

Maar wat over het hoofd wordt gezien, is dat er vaak sprake is van onmacht. Een overprikkeld kind krijgt niets meer voor elkaar. Het denken functioneert niet meer, het kind is onbereikbaar geworden en valt terug in één of andere primitieve overlevingsstaat.

Een kind doet het goed als ie dat kan, schreef Ross W. Greene in Het explosieve kind. En daar ben ik het helemaal mee eens. Onze taak als ouder en opvoeder is om het kind te helpen het goed te kunnen doen. Door bijvoorbeeld overprikkeling te voorkomen door eerder weg te gaan bij familiebezoek of een keertje af te zeggen.

En door het kind serieus te nemen en beter te luisteren. Ik vind het verbazingwekkend hoe vaak in een gesprek met ouders van een kind met problematisch gedrag blijkt dat het kind het zelf al aangeeft. “Hou je mond” bijvoorbeeld betekent vaak “ik ben overprikkeld, het komt niet meer binnen, stop alsjeblieft met op me in te praten, want zo dadelijk ontplof ik”. Maar omdat het louter wordt opgevat als brutaal gedrag, wordt in feite de boodschap niet verstaan.

Dingen willen bepalen is ook een soort van overlevingsstrategie zou je kunnen zeggen. Het heeft niks met egoïsme te maken, deze kinderen zijn juist heel gevoelig. Maar om een beetje overzicht te houden op wat er allemaal gebeurt, willen ze graag de regie hebben.

En een driftbui is al helemaal niet bedoeld om haar zin te krijgen, het is vaak een pure ontploffing. Een ontlading die nodig is, om het zenuwstelsel weer tot rust te kunnen krijgen. Vaak eindigt die dan ook in een huilbui en zie je vervolgens hoe het lijfje van het kind zich ontspant.

Als je eenmaal begrijpt hoe de vork werkelijk in de steel zit, is dat niet alleen respectvoller naar het kind toe. Het geeft je ook de mogelijkheid om problemen werkelijk op te lossen. Want zo lang je uitgaat van onwil, zul je dus het kind willen dwingen zich anders te gedragen. En dat zal leiden tot veel strijd en ellende.

O ja, en wat het extra ingewikkeld maakt: veel van deze kinderen gedragen zich buitenshuis wel, vooral als hun ouders er niet bij zijn. Dus heeft iedereen zijn oordeel klaar: het ligt aan de ouders. Terwijl het in feite precies andersom ligt. Alleen bij de ouders is het veilig genoeg om te ontploffen.

Daarbuiten zullen ze zich tot het uiterste inspannen om zich te beheersen. Maar als de situatie maar lang genoeg duurt, dan zullen ze ook daar ontploffen. En tot die tijd zullen ze dat bewaren voor thuis. En zal het thuis toenemen naarmate het buitenshuis meer energie kost om zich buitenshuis te handhaven.

Eigenlijk is dat heel tragisch. Want het maakt dat ouders er ten onrechte op aangekeken worden. En het maakt ouders onzeker, wat ook weer niet in het belang van het kind is. Een kind dat het moeilijk heeft, heeft juist behoefte aan een stabiele ouder, die rustig kan blijven kan dealen met wat er gebeurt.

PS Wil je hier meer over weten, lees dan hier meer over mijn webinar Waarom strenger opvoeden niet de oplossing is (en wat dan wél).

 

Het allerbelangrijkste in opvoeden

Opvoeden valt soms niet mee. Want je wilt het graag goed doen en er kan zoveel misgaan. Wanneer doe je het nou eigenlijk goed genoeg? Want het kan altijd beter :). Het helpt als je duidelijk hebt waar het jou om gaat.

Ben jij iemand die geneigd is te kijken naar wat niet goed gaat? Grote kans, dat je dan regelmatig stress ervaart in het opvoeden. Zeker als je ook nog eens een pittig kind hebt, wat niet zo makkelijk is misschien.

Wat helpt tegen deze stress? Bedenk dat wat je ook doet, het kan altijd beter. Maar dat hoeft niet te betekenen, dat je het niet goed doet. Leer jezelf aan om beter te kijken naar wat goed gaat. Zet het desnoods eens op papier: wat gaat er allemaal goed met jouw kind en in huis. En wat is daarbij jouw aandeel?

Bedenk wat voor een kind het allerallerbelangrijkste is. Dat is namelijk de onvoorwaardelijke liefde en het vertrouwen van zijn ouders. Het grootste goed wat je je kind kan geven is dat je hem of haar accepteert precies zoals hij is, zoals zij is. Zie het goede in je kind. En accepteer zijn moeilijke kanten. Onthoud: een kind is altijd meer dan zijn probleem. Een kind kan het beste groeien als hij weet, dat hij fouten mag maken, stom mag doen, onaardig mag zijn.

En eerlijk gezegd is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Je moet er wel wat voor doen. Namelijk je eigen overtuigingen, maar ook je eigen gevoelens tegen het licht houden. Waar komt jouw irritatie en frustratie vandaan? Wat kun jij moeilijk accepteren van je kind? Wat zegt dat over jou? Kun jij dat in jezelf accepteren?

Hoe beter jij jezelf kent, en je eigen gevoelens onder ogen kunt komen, hoe meer ruimte je je kind kan bieden om zichzelf te zijn. Zo bezien is persoonlijke groei één van de beste dingen die je voor je kind kunt doen.

Zie je kind als een persoon, die zich ontwikkelt en heb vertrouwen in die ontwikkeling. Ook je kind kan in zijn leven veel leren over zichzelf. Geef hem de ruimte en hij zal dat gaan doen. Op zijn eigen manier, op zijn eigen tijd.

Betekent dit dat je alles maar op zijn beloop moet laten? Nee, natuurlijk niet. Jij begeleidt je kind in het groot worden. Belangrijk daarbij is dat je helder hebt wat je van je kind wilt en waarom. Is het omdat jij iets graag wilt? Communiceer dan met een ik-boodschap. Zie je je kind worstelen? Probeer contact te maken over hoe de dingen voor hem zijn, door actief te luisteren. En dit altijd vanuit het vertrouwen dat jouw kind zijn moeilijkheden kan overwinnen.

Als dit je leidraad is in het opvoeden, kan er verder niet zoveel misgaan. Niet echt misgaan, bedoel ik. Natuurlijk gaan dingen anders dan je had gewild, maar dat is het leven. Relativeren, acceptatie en vertrouwen geeft ontspanning. Angst, je zorgen, maken geeft stress. Jij mag kiezen.

 

 

Hoe je uit het negatieve patroon met je kind komt (deel 2)

In het vorige artikel Hoe je uit het negatieve patroon met je kind komt,  schreef ik over het belang van zelfonderzoek. Als je ziet wat je triggert in het gedrag van je kind, begrijp je waarom je steeds in hetzelfde patroon van boos of straffen terecht komt. In dit artikel lees je hoe je vervolgens uit het patroon stapt.

Ten eerste moet je herkennen, dat je in zo’n patroon terecht dreigt te komen. Dat herken je aan gedachten als “daar gaan we weer”, “o jee, nou zal hij wel weer…”, “dat kind is ook altijd zo …..”. Het zijn meestal gedachten met de woorden ‘weer’ of ‘altijd’ erin, of gedachten gericht op dat het er niet mag zijn. “dit moet nu eens een keer afgelopen zijn”, “het moet nu echt stoppen”. Als je dergelijke gedachten hebt, ben je al niet meer open.

Herken je dat dit gaande is? Dan is het advies: doe even niets. (Tenzij er sprake is van een gevaarlijke situatie, dan moet je natuurlijk altijd ingrijpen.) Reageren vanuit je emotie is zinloos, je weet al wat het oplevert. Om iets nieuws te doen, kun je beginnen met niets doen. Word in jezelf gewaar wat er gebeurt. Als je je eigen emotie de kans geeft om zich te roeren, zonder direct in actie te komen, zal het rustiger worden in jezelf.

Je zult ontdekken wat je stoort en wat je graag wilt. Het wordt helder waar het over gaat. Er komt ruimte voor een andere reactie, dan je tot nu toe deed. Je stapt als het ware uit de blikvernauwing die je hebt als je emotie de boventoon voert. De kans, dat je ziet wat er werkelijk nodig is, is nu veel groter.

Nu kun je communiceren vanuit een ik-boodschap. Je geeft aan wat je boos maakt en waarom. En, heel belangrijk, wat je van je kind verwacht. “Het maakt me zo boos, als ik zie dat je weer met de voetbal in de kamer speelt. Ik ben bang dat je dan per ongeluk dingen stuk maakt. Een voetbal hoort niet in de kamer. Ik heb geen zin om de bal af te pakken of weg te doen. Ik wil gewoon dat jij ervoor zorgt dat je niet meer in de kamer voetbalt. Ga anders naar buiten of bedenk iets wat wel in de kamer kan”.

Laat je kind de natuurlijke consequenties van zijn gedrag ervaren.  Als hij met zijn gedrag anderen tot last is, of schade berokkent, kun je hem helpen om zijn gedrag aan te passen. Bijvoorbeeld de rommel opruimen, iets wat hij kapot heeft gemaakt vervangen, sorry zeggen en vragen hoe hij het goed kan maken.

Bedenk samen met je kind alternatieven voor ongewenst gedrag. Als hij boos is, wat kan hij dan wel doen om zijn boosheid te uiten? Hoe kan je kind in bepaalde situaties voorkomen dat hij boos wordt? Als hij met iets wil spelen waar een ander mee speelt, wat kan hij dan doen? Als hij ongeduldig wordt als jij aan de telefoon bent, wat dan? Enz.

De tijd nemen om je eigen emoties te herkennen geeft je ook ruimte om geduldiger te zijn. Elk kind vindt sommige situaties lastig. Bijvoorbeeld samen spelen met andere kinderen. Als jij in jezelf herkent, dat jij dat op jouw beurt weer lastig vindt om te zien, kun je je eigen gevoelens losmaken van wat je kind doet. Je kunt je kind dan helpen nieuw gedrag te leren zonder dat jouw emoties daarbij in de weg zitten.

Vind je dit artikel zinvol voor andere ouders? Deel het dan via de shareknop, dank je wel. Ook ben ik benieuwd naar jouw reactie, die lees ik graag hieronder.

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten