All Posts by Karla Mooy

Op een goede manier begrenzen, hoe doe je dat eigenlijk?

Als het over opvoeden gaat, hoor je steeds weer de noodzaak van grenzen stellen. Een kind moet begrensd worden, weten waar de grens is, anders wordt hij grenzeloos in zijn gedrag.   En dat is helemaal waar. Alleen: wat is eigenlijk een goede grens en hoe stel je die?

Eerst moeten we ophelderen wat we eigenlijk bedoelen met grenzen stellen. Vaak wordt daarmee bedoeld, dat een kind af en toe ook “nee” te horen krijgt. Zodat hij weet, dat niet alles kan en mag. Want anders krijg je verwende kinderen en dat willen we natuurlijk niet.

Hoe wordt zo’n grens gesteld? Soms op grond van wat hoort of niet hoort. “Nee, je mag niet je regenlaarzen aan met dit mooie weer, dat is geen gezicht. ”

Soms, omdat het de ouder niet uitkomt. “Nee, je mag nu niet met water spelen” (denkend: ‘want dan ben je straks nat en vies en moet ik je onder de douche zetten en daar heb ik geen zin in’).

Soms omdat je meent, dat het pedagogisch verstandig is. “Nee, je mag geen koekje, want we gaan over een half uurtje aan tafel.”

Een dergelijke grens noem ik een bedachte grens. Het is geen echte grens, maar je bedenkt hem, omdat het je verstandig lijkt of beter uitkomt. En soms, omdat je vindt dat het tijd wordt om een grens te stellen. Om te voorkomen, dat je kind teveel zou mogen.

Een echte grens daarentegen is een grens, die jij in jezelf kunt voelen. Omdat het een behoefte van jou schaadt, als het kind zijn gang zou gaan. Bijvoorbeeld: “ik vind het niet goed, als je vanavond vrienden meeneemt, want ik wil op tijd kunnen slapen. Ik moet morgen al heel vroeg op. Een ander keer graag”.

Een echte grens is ook eentje die je stelt vanuit je verantwoordelijkheid als ouder. Bijvoorbeeld als je bepaalt dat je kind om 8 uur in zijn bed moet liggen, omdat jij verantwoordelijk bent voor zijn of haar nachtrust. Of dat je het aantal ijsjes op een dag begrenst met het oog op de gezondheid van je kind.

Soms kan een bedachte grens ook een echte grens zijn. Maar dat wordt ie pas als je je daarvan bewust bent en dat ook communiceert. “Als je vlak voor het eten gaat snoepen, ben ik bang dat je straks je eten niet opeet”.  (En wat als je kind zeker weet, dat hij zijn bord leeg zal eten. Is jouw grens dan nog houdbaar?)

Het voordeel van een echte grens, is dat ie makkelijker te begrijpen is voor kinderen. Beter voelbaar. Waardoor ze er veel makkelijker rekening mee houden. Onder zoek maar eens, als jij bepaalde grenzen hebt, waar je kind gemakkelijk overheen gaat: is het wel een echte grens? Kun je hem voelen in jezelf? Sta je er diep van binnen eigenlijk wel achter?

Het gaat dus niet zozeer om het stèllen van grenzen. Maar om het vàststellen ervan. Waar ligt jouw grens. Waar ligt de grens van je kind? Want ook kinderen hebben grenzen. Ze kunnen moe zijn, honger hebben, toe zijn aan even niks, geen zin ergens in hebben, ergens tegen op zien, enz.

Grensoverschrijdend gedrag is gedrag dat een behoefte van een ander schaadt. Dat ongevraagd de grens van een ander overschrijdt. Dat doet iedereen weleens, meestal onbewust. Daarom is het zo belangrijk om je grenzen te kennen en op een goede manier te communiceren. Zo leren je kinderen op een natuurlijke manier begrenzing.

En dat werkt natuurlijk twee kanten op. Gerespecteerd worden en respecteren hoort bij elkaar. Kinderen, die hun eigen grenzen kennen en ervaren, dat deze gerespecteerd worden, hebben meer zelfvertrouwen en zullen minder gauw grensoverschrijdend gedrag vertonen. Mits de ander (jij dus ook) zichzelf respecteert door zijn eigen grenzen te kennen en aan te geven.

Heb jij hier moeite mee, dan is het goed om daarmee aan de slag te gaan. Zoek een therapeut of een coach die je kan helpen je grenzen te herkennen en aan te geven. Ikzelf heb dit ook echt moeten leren. Emotioneel lichaamswerk en haptonomie hebben mij daar goed bij geholpen.

 

Zet dit je aan het denken? Ik hoor dan graag van je bij de reacties en ik vind het ook tof als je dit blog zou willen delen met de social media buttons. Bedankt alvast!

 

Hoe zie je jouw kind?

Succesvolle mensen schijnen anders te denken dan minder succesvolle mensen . Ze kijken meer naar mogelijkheden dan naar beperkingen. Ze focussen op wat ze willen en niet op wat hen tegenhoudt. Dat geldt in het werk, in het sport en ik denk, dat het ook voor opvoeden geldt. Laten we dus eens wat nader kijken naar de invloed van onze overtuigingen in de opvoeding. Welke bril zet jij op?

Niets van wat wij waarnemen en ervaren in het leven is de absolute waarheid. Iedereen heeft zijn eigen waarheid. Dat komt omdat elke waarneming gefilterd wordt door ons denken. Dat verklaart waarom mensen die hetzelfde meemaken, dat verschillend kunnen ervaren en zelfs letterlijk verschillende dingen kunnen zien. Het is goed om je dit te realiseren, ook als ouder.

Een ouder kent zijn kind het beste. Denken wij. En op een bepaalde manier is dat ook zo. Als ouder maak je je het kind het meest van nabij mee. Maar die vele ervaringen met je kind scheppen ook een beeld in jou van je kind. En vervolgens zie je dat regelmatig bevestigd. Daar is heel logisch, want zo werkt het nou eenmaal in ons.

Maar het is goed om je dat te realiseren. Vooral in het geval van negatieve ervaringen ( je kind liegt tegen je, maakt ruzie, is lui, slordig, onhandig, noem maar op) zou het toch fijn zijn als wij het niet “nog erger” maken.

Hoe wil jij je kind zien?  Die vraag werd mij eens gesteld door een coach. De bedoeling van die vraag was me te realiseren dat het belangrijker is hoe ik mijn kind wil zien, dan hoe ik hem zie. Want je kind is altijd meer dan dat waar je tegenaan loopt. Een kind wat liegt, is ook eerlijk. Een kind wat slordig is, heeft ook netheid in zich.

Als je bijvoorbeeld graag wilt dat hij je respecteert, zie hem dan als een kind dat jou respecteert. Door je kind zo te zien, ga je dat bevestigd zien. En is de kans groot, dat je dat gedrag ook vaker gaat zien en je kind dat gedrag ook vaker gaat vertonen.

Niet dat dit altijd makkelijk is, maar toch is het goed om er bij stil te staan. En het fijne is, elke keer als je ontdekt dat je vastzit in negatieve overtuigingen, kun je opnieuw beginnen met anders te (willen) kijken.

Een ander aspect hieraan is dat je je kind meer vrijheid geeft om te zijn wie hij is. Vaak ligt ons beeld nogal vast: mijn zoon is zo, en mijn dochter is zo. Door bewust ook te letten op situaties waarin je kind iets anders laat zien en dat ook te benoemen, leg je je kind minder vast en geef je het meer ruimte om zichzelf te ontwikkelen.

Behalve jezelf kun je ook je kind helpen zich bewust te worden van de invloed van gedachten. Op verschillende manieren.  Je kunt in je eigen leven laten zien, dat positieve overtuigingen je helpen. Vertellen over je eigen ervaringen.

En je kunt je kind helpen om negatieve overtuigingen te herkennen en los te laten. Loslaten wil dan zeggen: zien dat je overtuiging of gedachte niet waar hoeft te zijn, dat je het niet hoeft te geloven. En je afvragen: hoe zou het zijn, als ik dit niet geloof, als dit niet waar is?

Ook kun je oefenen in het kijken naar mogelijkheden. Focus op wat je wilt. En ga samen brainstormen hoe je dit kunt bereiken. Leuk en stimulerend. Kinderen kunnen dat vaak nog beter dan wij, omdat ze nog makkelijker creatief kunnen denken.

Vind je dit een boeiend thema om mee aan de slag te gaan? Ga er dan eens voor zitten om op te schrijven hoe je je kind ziet. Zowel  positieve als negatieve eigenschappen. En vraag je bij de negatieve dingen af: kan ik ook het tegenovergestelde zien in mijn kind? En bij de positieve: welke zou ik meer willen zien? Ga daar een een tijdje mee oefenen en vervolgens kun je je lijstje opnieuw bekijken en vaststellen of er iets veranderd is. Veel succes en plezier!

Nog een laatste tip: Louise Hay heeft een paar leuke prentenboeken voor kinderen gemaakt: ‘Ik ben, wat ik denk’ en ‘Het wijze miertje’. Daarin wordt op kinderniveau uitgelegd hoe onze gedachten ons gevoel en ons gedrag beïnvloeden.

Heb ik je kunnen inspireren met dit artikel? Deel het dan via de social media buttons, dank je wel. En laat hieronder je reactie weten, ik hoor graag van je.

 

Puber in huis? Hier is de nummer 1 tip!

Een puber in huis is niet altijd makkelijk. En zeker niet als het je eerste is. Alle veranderingen zijn nieuw voor je kind, maar ook voor jou. Nooit eerder zag je je kind zo veranderen. Dat je denkt, is dit mijn kind? Over het omgaan met pubers valt veel te vertellen en dat ga ik ook zeker nog doen. Hierbij alvast een hele belangrijke tip.

Pubers zijn kinderen op weg naar volwassenheid. Ze gaan nadenken over zaken, waar ze voorheen nog geen oog voor hadden. De vriendengroep is belangrijk en krijgt meer invloed dan het gezin. Toch hebben ze dat gezin nog hard nodig.

Wat een puber daarbij vooral nodig heeft, is jouw acceptatie als ouder. Dat betekent niet, dat je alles goed vindt. Het betekent, dat je je kind accepteert zoals hij is. Dat je nieuwsgierig bent naar hoe de wereld er voor hem uitziet.

Dat wil niet zeggen, dat je hem het hemd van het lijf vraagt. Integendeel, dat werkt niet. Ik bedoel nieuwsgierig zijn naar wat je kind je probeert te vertellen. Als je met je puber in gesprek bent, stop je eigen oordelen dan ver weg. Actief luisteren geeft ze de ruimte om te vertellen wat ze kwijt willen.

Een niet-oordelende, accepterende houding is de basis van een goede verstandhouding met je kind. Dat klinkt misschien logisch, maar het is niet altijd makkelijk. Want je kind doet of zegt voortdurend dingen, waar jij zo je eigen mening over hebt. Pubers zijn daar allergisch voor en sluiten zich al heel snel af.

Geïnteresseerd luisteren, zonder oordeel, geeft je de kans op een kijkje in het leven van je puber. Door actief luisteren toe te passen kun je hem helpen om eventuele problemen helder te krijgen en zelf oplossingen te vinden. Je toont respect voor zijn eigenheid. Hiermee vergroot je de kans, dat je kind bij je aanklopt als hij in de problemen zit. En dat idee geeft rust, toch?

Dus mijn tip is: luister naar je kind. Hou je oordelen voor je. Bijt desnoods je tong af.

Betekent dit nu, dat je het in alles eens moet zijn met je kind, alles goed moet vinden? Nee, natuurlijk niet. Overweeg wat werkelijk van belang is en ga dan een gesprek aan met je kind over hoe jij bepaalde zaken ziet of wilt.

Gebruik daarbij ik-boodschappen. Geef aan waarom iets belangrijk voor je is of waar je zorgen over hebt. Geef ook duidelijk je eigen grenzen aan. Zoals jij rekening houdt met je puber, zo ga je ervan uit, dat hij ook rekening met jou houdt.

Pubers willen best naar je luisteren, is mijn ervaring. Ze willen alleen eerst gehoord worden. En ze willen jouw kijk op de zaken niet opgedrongen krijgen. Laat ze merken, dat het aan hen is of ze er wat mee doen.

En dan nog een bonustip: sommige zaken zijn moeilijk aan te kaarten. Je kind wordt al boos of slaat dicht nog voor het gesprek begonnen is. Schrijf het dan eens op in een briefje of in een mail. Dan kan je puber het in alle rust binnen laten komen. Schrijf met respect. Wedden, dat ze er meer van meenemen dan jij misschien denkt?

Stap uit de machtsstrijd

 

Opeens zit je erin. Je kind wil niet wat jij wil. Je wilt voet bij stuk houden. Kind boos, jij boos. Maar het moet en zal gebeuren. Want als jij nu toegeeft, dan is het einde zoek. Toch?

Als dit aan de hand is, zit je in een machtsstrijd. Het gaat allang niet meer om wat je eigenlijk wilt. Maar om de strijd. Jij wilt niet verliezen. Begrijpelijk. Maar je kind ook niet! Als je dan een vurig kind hebt, kan het aardig escaleren. Herkenbaar?

Nu is de vraag: hoe kom je eruit? Als eerste moet je herkennen, dat je erin zit. Dat valt nog niet mee. Want als je er in zit, neemt het je zo in beslag, dat je je er vaak niet eens van bewust bent. Je hebt niet door, dat de issue verschoven is van jouw oorspronkelijke wens (ik wil dat jij nu onder de douche gaat) naar niet willen verliezen (“ik wil dat je nu doet wat ik zeg”).

Het probleem is, dat je daardoor niet meer creatief bent in je oplossingen. Je ziet geen alternatieve mogelijkheden meer. Je kind moet nu onder de douche, punt uit. Terwijl er alternatieven zijn. Zoals: misschien kun je in bad ipv onder de douche, misschien kun je je kind alleen wassen daar waar hij echt vies is. Misschien is hij niet zo vies en kun je vandaag overslaan.

Overslaan? En dus zomaar je kind je zin geven? Dat is het begin van het einde. Dat is waarschijnlijk wat je denkt? Dat dacht ik vroeger wel. Ik was vooral bezig met niet te verliezen, want dan zou mijn kind steeds lastiger worden. Dacht ik. Dat is ook wat je vaak om je heen hoort.

Nee, doorzetten en je kind dwingen. Dat helpt! Niet dus, dat maakt het alleen maar erger. Je krijgt alleen maar meer conflicten. Stap uit de machtsstrijd door zelf de eerste stap te zetten. Je kind zal het niet doen, die heeft onbewust ook het idee, dat zijn leven ervan afhangt. In praktijk betekent dat meebewegen, meegaan in wat je kind graag wil.

Als het kan en als je kind dat kan horen, kun je nog aangeven wat je voorwaarden zijn. “Oké, ik begrijp dat dit belangrijk voor je is. Dat snap ik. Het kan ook wel, maar laten we dan wel zorgen dat ….(je om 8 uur uit bad komt, zodat ik je naar bed kan brengen, of dat alles om half 6 weer is opgeruimd, zodat we aan tafel kunnen eten, enz.)

Hoe voorkom je nu, dat je kind denkt: ha, dat heb ik mooi geregeld, volgende keer doe ik het weer zo? Door erover te praten op het eerstvolgende rustige moment. Je stapt uit de machtsstrijd door ervan uit te gaan, dat je kind heus wel rekening met jouw behoeften wil houden. Zie zijn gedrag niet als willen winnen, want op zo’n moment ben jij degene die wil winnen. Daarmee creëer je de machtsstrijd zelf.

Stel je open op. Luister naar de wensen en zorgen van je kind. Wees bereid zijn behoeften te respecteren. Èn wees duidelijk wat jouw eigen behoeften zijn. Respect voor je kind en voor jezelf haalt je uit de machtsstrijd. Maar jij moet wel zelf de eerste stap zetten.

Machtsstrijd komt voor uit angst. Angst dat je kind jou de baas wordt, angst dat je het niet goed doet, waardoor je kind onuitstaanbaar wordt. Hopelijk heb je uit het bovenstaande kunnen begrijpen, dat dat echt niet nodig is. Laat het los. Vertrouw op het goede in je kind en in jezelf. Op jullie verbondenheid.

De juiste mindset voor succes en zelfvertrouwen

Mindset is een woord wat je tegenwoordig steeds vaker hoort. Het speelt een belangrijke rol in de mate waarin je succes hebt. Met succes bedoel ik dan dat je datgene bereikt, wat je nastreeft. Ook in de opvoeding streef je doelen na, dus is het goed om je mindset t.a.v. opvoeding en ontwikkeling eens nader onder de loep te nemen.

Mindset dus, helaas is er geen goed Nederlands woord voor, reden waarom het woord ook in onze taal steeds meer gebruikt wordt. Mindset betekent het geheel van overtuigingen, die je hebt. Deze zijn deels bewust, deels onbewust. Juist dat onbewuste deel is interessant. Want juist je overtuigingen sturen je emoties en je gedrag. Naarmate je meer onbewuste overtuigingen bewust kunt maken, krijg je meer ruimte om ongewenste overtuigingen te veranderen om zo ook je emoties en je gedrag te kunnen veranderen.

Als ouder is het belangrijk om je bewust te zijn van je overtuigingen t.a.v. je kind en t.a.v. ontwikkelen en leren in het algemeen. Om met dat laatste te beginnen, misschien heb je al eens gehoord of gelezen over Carol Dweck, een Amerikaanse sociaal psycholoog. Zij heeft aangetoond dat mindset een grote invloed heeft op de schoolcarrière van kinderen. Kinderen met een growth mindset hebben de overtuiging dat leerprestaties vooral afhangen van je inzet. Kinderen met een fixed mindset daarentegen hebben de overtuiging dat talenten en intelligentie vaststaan.

Een fixed mindset houdt je op je plek. Het zet je vast in het beeld zoals je nu bent, wat je nu kunt. Een growth mindset stimuleert om je om nieuwe dingen te leren, grenzen te verleggen. Logisch dat het laatste je veel verder brengt. Toch hebben we, al is het maar op deelgebieden, vaak een fixed mindset (dat kan ik nu eenmaal niet, dat is niet voor mij weggelegd, dat zal mij nooit lukken). En ook t.a.v. onze kinderen hebben wij als ouders daar last van. Immers, wie zet zijn kind nooit vast in een bepaald beeld? (hij is niet sportief, zij is verlegen, enz.)

Ook laat Carol Dweck zien dat het niet goed is als je kinderen vast zet op een hoge prestatie. Kinderen, die altijd horen dat ze erg slim zijn, of een geweldige basketballer, kunnen daar heel onzeker van worden. Vooral in Amerika, maar in mindere mate ook in ons eigen land, heerst(e) lang het denkbeeld, dat veel complimenten geven vanzelf tot kinderen met zelfvertrouwen leidt. Het tegendeel blijkt echter waar te zijn. Deze kinderen worden later volwassenen, die altijd geprezen moeten worden om zich goed te voelen en ontwikkelen gemakkelijk faalangst.

Zoals Carol zegt: beloon de inzet i.p.v. het resultaat. Geef een compliment over hoe het kind het heeft aangepakt, of heeft doorgezet. Zo leert hij veel beter dat hij kan bereiken wat hij wil. Maak het kind ook bewust van zijn aanpak. Wat heeft het succes tot stand gebracht?

Een ander belangrijk aspect is hoe je tegen fouten aankijkt. Als je fouten ziet als iets dat bij een leerproces hoort, gaat je kind daar ook heel makkelijk mee om. Zie dat mislukkingen in feite niet bestaan. Het geeft alleen aan wat niet werkt, hoe je niet je doel bereikt. En maakt de kans dus groter om de juiste weg naar het doel wel te vinden. Dus leve de fouten die je maakt (zolang je maar steeds andere maakt)J

Kortom, we helpen onze kinderen (en onszelf) het meest met de volgende mindset:

  • Kijk met een open blik naar je kind. Wat hij gisteren niet kon, lukt vandaag misschien wel. Zoals hij nu is, blijft hij niet zijn hele leven. Wees nieuwsgierig naar wat je kind allemaal nog meer in zich heeft.
  • Heb een growth mindset. Zie in dat resultaten worden bereikt door leren en oefening. Laat het goede voorbeeld zien. Zeg niet “dat kan ik niet” maar “dat kan ik nog niet”. Je hebt gewoon nog niet ontdekt hoe het wel lukt. Of nog niet genoeg geoefend.
  • Zie fouten en mislukkingen als een stap dichter bij je doel. Hoe meer fouten, hoe eerder je weet wat niet werkt. Dus maak een plan en neem actie. Ga niet zitten wachten tot je alle mogelijke fouten en hobbels hebt overdacht. Succesvolle mensen zijn mensen die vooral veel doen. En zo al doende leren.

Er is een leuke website waar je informatie, tips en hulpmiddelen vindt, die vind je hier.

Fijn als je het artikel wilt delen, dank je wel. Klik daarvoor hiernaast of hieronder op de deelknoppen. En laat hieronder je reactie weten, ik lees het graag!

7 tips voor een sinterklaastijd zonder stress

Het Sinterklaasfeest is iets waar kinderen natuurlijk naar uitkijken. Ook onze pittige kinderen. Maar tegelijkertijd geeft het vaak ook veel spanning. Wat deze tijd tot een echte uitdaging maakt voor hen en voor jullie als ouder. In dit blog deel ik wat tips met je die je helpen om de spanning voor je kind te beperken en daarmee te zorgen voor meer rust en plezier rondom Sinterklaas. Kijk gewoon eens wat bij jou kind past en werkt.

Tip 1   Zorg voor zoveel mogelijk duidelijkheid en voorspelbaarheid

Grote kans dat je kind niet zo erg van verrassingen houdt. Of er op zijn minst niet zo goed tegen kan als dingen anders gaan dan verwacht. Zorg daarom dat je kind precies weet wat hij of zij kan verwachten. Hoe iets zal zijn, wat er van je kind verwacht wordt.

En zeg dat niets hoeft. Bijvoorbeeld dat het kan zijn dat Sint of Piet hem een hand wil geven. En dat dat leuk is, maar niet hoeft als je kind dat niet wil of niet durft. Geef wat dat betreft je kind de regie. Het is een feest, het moet leuk zijn. Ook voor jouw kind. Realiseer je dat dat het allerbelangrijkste is en trek je niks aan van wat anderen vinden of wat andere kinderen wel doen.

Tip 2   Maak een planning en maak deze zichtbaar. 

Je hoeft niet aan alle activiteiten mee te doen. Maak een keuze. Ga je wel of niet naar de intocht? Kijk je wel of niet naar het sinterklaasjournaal? Hou het aantal sinterklaasfeestjes ook beperkt. Bijvoorbeeld alleen thuis en op school. En als het je kind erg veel prikkels geeft, overweeg dan om bijv. die dag alleen een uurtje naar school te gaan.

Maak met pictogrammen of een kalender duidelijk wanneer welke activiteit plaatsvindt. Zodat je kind het zelf ook kan zien en weet of iets nog een tijdje duurt of morgen al is.

Tip 3   Maak het zetten van de schoen minder spannend

Hou het aantal keren beperkt en zorg dat er altijd iets in de schoen komt. Kinderen kunnen het spannend vinden dat ze niet weten of ze iets krijgen in de schoen. Zeg dat je van Piet gehoord hebt dat hij deze nacht zal komen. Bereid je kind voor dat het heel goed een kleinigheid kan zijn of iets lekkers. Vraag wat hij of zij verwacht en stel de verwachting zo nodig bij.

Ook kan het idee dat Piet ’s nachts in hun huis komt, spannend zijn voor kinderen. Of ze piekeren over  hoe dat kan. Je kunt er voor kiezen om de schoen onder de brievenbus in de deur te laten zetten. Of buiten onder een afdakje. Of uitleggen dat je een sleutel voor Piet hebt klaargelegd. Of verzin zelf iets dat je kind geruststelt.

Tip 4   Bouw extra veel rustmomenten in

Plan in deze tijd geen bezoekjes. Niet bij vrienden of familie, maar ook niet bij een tandarts. Ga niet in deze tijd nieuwe schoenen kopen. Zorg dat je kind zoveel mogelijk tijd thuis kan doorbrengen om lekker te spelen. Of ga extra vaak naar buiten voor een spelletje voetbal of tikkertje. Sommige kinderen komen tot rust als je hen masseert, dat is ook een optie.

Tip 5   Haal de spanning af van de cadeautjes.

Sommige kinderen vinden het uitpakken stressvol, omdat ze zo benieuwd zijn wat er in het pakje zit. Je kunt ervoor kiezen om het in doorzichtig folie in te pakken. Of van tevoren de cadeautjes te laten zien en ze samen in te pakken. Soms is het ook genoeg om 1 cadeau te laten zien, wat je kind het heel graag wil hebben, zodat hij of zij weet dat dit er bij zit.

Helpt dit niet genoeg, dan kun je er nog voor kiezen om samen de cadeautjes te gaan kopen. Vertel je kind dat de cadeautjes door papa en/of mama worden gekocht. Sint heeft bijvoorbeeld een briefje gegeven aan jou met de cadeautjes die je kind mag uitkiezen.

Hou het aantal cadeautjes sowieso een beetje beperkt. Vertel eventueel van tevoren aan je kind hoeveel cadeautjes hij of zij kan verwachten.

Tip 6   Onthul het geheim van Sinterklaas

Als dit allemaal onvoldoende helpt, overweeg dan om je kind de waarheid over Sinterklaas te vertellen. Het kan je kind veel rust geven als hij of zij weet dat het ‘maar’ een spel is. Dat Sint en de pieten gewoon mensen zijn die als ze ’s avonds thuiskomen hun pak uitdoen en dan weer gewoon een man of een vrouw zijn net als hun papa en mama. Die de andere morgen gewoon weer naar hun werk gaan.

Sommige ouders kiezen daar sowieso liever voor, omdat ze hun kinderen geen dingen willen vertellen die niet waar zijn. En daar is ook wat voor te zeggen. Maar dat is je eigen keus natuurlijk.

Denk je daarover, dan vind je inspiratie over hoe dat aan te pakken in dit artikel van Kroost en dit artikel van Kiind en nog een artikel van Kiind.

Ook bestaat er een kinderboek over het onthullen van het geheim. Dat is bedoeld voor 8-jarigen, maar misschien kun je het ook voor kleuters gebruiken, dat weet ik niet eerlijk gezegd, ik heb het zelf niet gelezen. Het heet Het grote sinterklaasgeheim en is geschreven door Kees Lintermans.

Tip 7   Stel je verwachtingen bij

Stel je er domweg op in, dat dit een lastige tijd is voor je kind. Vergeet zo nodig je eigen ervaringen met Sinterklaas en parkeer je verlangens van wat jíj leuk zou vinden. Maar kijk wat je kind nodig heeft om ermee te kunnen dealen. En weet dat er in deze tijd wat meer ‘ontploffingen’ plaats kunnen vinden. Door je hierop voor te bereiden is het makkelijker om er zelf rustig onder te blijven en kun je een veilige basis zijn voor je kind.

Heb je hier wat aan, denk je? Deel ze dan alsjeblieft om ook andere ouders te helpen. Dank je wel! En o ja, je opmerkingen en aanvullingen lees ik graag hieronder 🙂

Waar je op moet letten als je je kind troost

Iemand troosten, dat doe je meestal zonder er bij na te denken. Toch is het wel goed om daar eens bij stil te staan. Want ook bij troosten is een valkuil om voor uit te kijken. Hieronder tips voor een goede manier om met verdriet van je kind om te gaan.

Hoe troosten wij meestal? We zeggen, dat het wel meevalt. Of: dat het goedkomt. We sussen: “stil maar”. Wat kan daar nou mis mee zijn?

Als we wat beter kijken, dan zien we dat we het eigenlijk weg willen hebben. Het verdriet van de ander moet stoppen. Want verdriet is één van de zgn. negatieve emoties. Daar houden we niet van en daar weten we niet altijd goed raad mee.

Maar gevoelens laten zich niet zo maar wegdrukken. Of beter, dat doen ze voor het oog wel, maar op de achtergrond blijven ze zich roeren. En omdat wij het niet willen voelen, zoeken we afleiding. Of we gaan eten. Of drinken. Of sporten. Enz. De beste weg is echter om verdriet er gewoon (even) te laten zijn.

Gevoelens, die er helemaal mogen zijn, die niet weggedrukt worden, maar even helemaal doorleefd, verdwijnen ook weer. Het leven is nu eenmaal een komen en gaan van emoties.

De beste manier van troosten is samen zijn in het verdriet. Even ruimte geven aan het verdriet van de ander, zonder dat het weg hoeft. Als je niks weet te zeggen, geeft niet. Dat hoeft ook niet. Dat jij erbij bent is genoeg. Als je aandacht maar voelbaar is. Het is fijn om een arm om iemand heen te slaan, maar zelfs dat hoeft niet als je dat niet wil.

Dit geldt voor groot en klein verdriet, voor volwassenen en kinderen. Als je kind verdriet heeft, neem het dan bij je en laat het even huilen. Zeg dingen als: “Dat doet pijn, hè?”, ” Je bent verdrietig als je mama weg ziet gaan, hè?”, “Dat vind jij helemaal niet leuk hè?”  Dan kunnen ze daarna zo weer verder.

Wij doen dat vaak niet, omdat we bang zijn dat we het erger maken, als we het verdriet benoemen. Maar het omgekeerde is het geval. Ik heb het vaak genoeg meegemaakt, ook toen ik nog in het basisonderwijs werkte. Even het kind op schoot en laten huilen. Laten merken, dat je het begrijpt. En dat het oké is dat het kind verdriet heeft. En even later huppelde het kind weer weg om iets te gaan doen.

Soms lijkt een kind er in te blijven. Sommigen zeggen, dat je ook dan het gewoon moet laten. Dat kan. Zelf heb ik vaak het idee, dat je wel kan merken of dat nodig is. Als er steeds een nieuw golfje van verdriet lijkt te komen, dan is het dat nodig. Als het lijkt of het kind erin vast blijft zitten en dat langer huilen niks oplevert, kun je dat ook benoemen. “Ik ziet dat je nog steeds verdriet hebt, dat snap ik. Het is goed om te huilen en het is ook goed om dan weer even wat te gaan doen, anders blijf je erin hangen. Kom, we gaan even ……. “

Er zit nog wel een addertje onder het gras. Als je het lastig vindt om pijn en verdriet van je zelf te voelen,  vind je het meestal ook lastiger om verdriet van een ander er te laten zijn. Goed met je eigen emoties om kunnen gaan is daarom een belangrijke vaardigheid voor ouders. Omdat je dan gemakkelijker ruimte kunt geven aan de emoties van je kind. En je kind beter kunt helpen om met zijn of haar emoties om te gaan.

 

Vind je dit een fijne tip? Deel het dan zodat meer ouders het kunnen lezen. Dank je wel! Ook je aanvullingen of ervaringen lees ik graag, dus laat gerust je reactie achter.

Vraag het aan je kind!

Het valt me regelmatig op, dat ouders en leerkrachten zoveel voor het kind denken. Waarom vragen we niet meer aan het kind? Waarom overleggen we niet meer?

Waarschijnlijk komt dat deels omdat het niet in onze opvoedingscultuur zit. Van vroeger uit werd kinderen niets gevraagd; “moeder weet wat goed voor je is”.  Als kind moest je vooral gehoorzaam zijn.

Nu is dat tegenwoordig wel sterk veranderd. Kinderen wordt veel vaker om hun mening gevraagd, of ze mogen dingen zelf kiezen. Maar dan gaat het vaak over dingen of uitstapjes: wat er gegeten wordt, naar welk pretpark zullen we gaan, een nieuwe dekbedhoes uitkiezen, enz.

Maar als het gaat om probleemgedrag vragen we kinderen veel te weinig. We zitten als opvoeders maar te puzzelen en te bedenken wat een goede aanpak is, zonder het kind erbij te betrekken. En dat is zo jammer. Kinderen kunnen ons hier heel goed bij helpen.

Ze kunnen je vertellen hoe een situatie voor hen is. Wat maakt dat ze boos worden of niet willen doen wat je vraagt. Met een beetje geduld en de juiste vragen kun je te weten komen welke behoefte van hen in de weg zit.

Een conflict ontstaat eigenlijk altijd door botsende behoeftes. Ouders willen dat het kind aan tafel komt om te eten, het kind wil nog even zijn spelletje afmaken, bijv. Het kind wordt boos, de ouder wordt boos en het conflict is daar.

Door in gesprek te gaan met je kind, kun je uitzoeken welke behoefte hij heeft. Vervolgens vertel je aan je kind wat jouw behoefte is en vervolgens kun je gezamenlijk een oplossing zoeken. Het maakt niet uit hoe die oplossing eruit ziet, als het maar tegemoet komt aan jullie beider behoefte. De vraag is dan bijv.: “Hoe kunnen we ervoor zorgen, dat jij niet steeds je spelletje hoeft te onderbreken en we toch aan tafel kunnen gaan om te eten, voordat het eten koud is?”

Deze aanpak heeft verschillende voordelen. Ten eerste voelt het kind zich serieus genomen. Zijn behoefte wordt erkend én hij mag meedenken om een oplossing te vinden. Ten tweede is de afspraak, die gemaakt wordt als oplossing voor het probleem, mede door hemzelf gemaakt, waardoor hij zich er veel beter aan zal houden.

Als ouder kan dit even wennen zijn. Het kan voelen alsof je je “macht uit handen geeft”. Of je kunt het idee hebben, dat je geen grenzen meer stelt. Maar dat is niet zo. Omdat er ook tegemoet gekomen wordt aan jouw behoefte, leert het kind juist heel goed om met grenzen van anderen om te gaan. Een belangrijke bijdrage aan zijn sociale ontwikkeling. En jouw taak is het om leiding te geven aan dit leerproces.

Overigens heb je wel een portie geduld hierbij nodig. Je kind kan reageren met “weet ik niet” of komt met oplossingen, die alleen aan zijn behoefte tegemoet komen. Negeer dan je neiging om te denken “dit gaat niet lukken” of “zie je wel, dat kan hij helemaal niet”, maar zet door. Gewoon op een vriendelijke, geduldige toon doorvragen. Het is de moeite waard!

Ik hoor graag jouw mening of ervaring, laat het hieronder weten. En vind je het een inspirerend artikel, dan delen graag! Dank je wel.

Waarom je kind zo slecht luistert

 

“Mijn kind luistert niet” is de meest gehoorde klacht van ouders. Het geeft aanleiding tot irritatie en gedoe en soms loopt het uit de hand en wordt het echt een vervelend conflict. Veel ouders is er dus veel aan gelegen om dit op te lossen. Lees hier wat helpt.

Allereerst: vaak bedoelen we met luisteren gehoorzamen. Een eufemisme dus. En je moet je afvragen of je wilt dat je kind altijd zonder meer gehoorzaamt. Zou wel makkelijk zijn, dat geef ik toe J.  Aan de andere kant willen we ook graag dat onze kinderen opgroeien tot zelfstandig denkende burgers, die niet zo maar alles accepteren en doen wat hun gezegd wordt.

Maar ook al hoeft je kind niet altijd direct te gehoorzamen, een reactie zou wel fijn zijn natuurlijk. En een beetje medewerking ook. Met andere woorden, jij wilt als ouder wel graag gehoord worden door je kind. En gerespecteerd worden.

En daarin schuilt precies het geheim. Ik heb ontdekt, dat kinderen, die volgens hun ouders slecht luisteren, zich vaak niet goed genoeg gehoord voelen door hun ouders. Ik heb eens zo’n jongetje gesproken, die tegen mij zei  “Weet je, mijn moeder luistert nooit naar mij”.

Gehoord worden en je begrepen voelen is een diepe menselijke behoefte. Die heeft iedereen, groot of klein. Je kind dus ook. En ondanks dat het lijkt of onze kinderen veel aandacht krijgen, voelen ze zich toch niet altijd gehoord.

Wil jij dus dat je kind betert luistert, begin dan zelf met beter naar je kind te luisteren. Dus probeer vaker met aandacht naar je kind te luisteren, als hij of zij iets kwijt zegt. Niet te snel met je eigen mening of opmerking komen. Parkeer je eigen gedachten en focus met je aandacht op wat je kind  je wil vertellen.

Ook in de specifieke situatie waarin jij je boodschap kwijt wilt, is het handig om eerst te luisteren. Dus als je kind niet reageert, maak dan contact door naar hem of haar toe te gaan. En als je kind afwijzend reageert, luister daar dan naar.  Geef erkenning, door aan te geven dat je het begrijpt.

Veel weerstand wordt overwonnen door er simpelweg even aandacht aan te schenken. Het klinkt mischien simpel, maar het is echt de beste tip die ik je kan geven. Door even die tijd te nemen, zal je kind meestal makkelijker meewerken en verdien je die tijd ruimschoots terug.

Daarnaast voorkom je weerstand door op je taal te letten. Vermijd jij-taal en gebruik vooral ik-boodschappen. Je zult merken dat het voor je kind dan veel makkelijker wordt om  goed naar jou te luisteren.

Succes!

PS In sommige situaties is dit echt lastig om in praktijk te brengen, bijv. omdat het contact met je kind moeizaam is of omdat er rond het moeilijke gedrag van je kind al een patroon is gegroeid waar je niet zo maar uitstapt. Is dat bij jou aan de hand? Dan is het programma Stap voor stap een gelukkig gezin iets voor jou.

Help je mij om mijn inspiratie te verspreiden? Deel dit artikel dan via knoppen op de sociale media. Dank je wel!

Van regels naar afspraken

De vakantie is voorbij, je kind begint aan een nieuw schooljaar. Dat is zo fijn in het onderwijs, altijd weer een nieuw jaar, nieuwe ronde, nieuwe kansen 🙂. Misschien een goed moment om ook thuis een nieuw begin te maken. Bijvoorbeeld met de regels in huis. Wat werkt nog? Wat niet (meer)?

Kinderen werken beter mee aan afspraken dan aan regels. Onder regels versta ik dan wat van bovenaf opgelegd wordt. Afspraken maak je in overleg. Het grote voordeel is dat kinderen veel meer geneigd zijn om zich eraan te houden, als ze meegeholpen hebben bij het tot stand komen van de afspraken.

Het begin van het nieuwe schooljaar is een mooi moment om je afspraken of regels nog eens onder de loep te nemen. Neem daar eens rustig de tijd voor. Spreek van te voren een moment af, maak het gezellig en zorg dat iedereen erbij is.

Maak als eerste eens een lijstje van de regels in huis. Dat kan op zich al verrassend zijn: ervaart iedereen dezelfde regels? Of noemt iemand iets, wat een ander niet herkent of zelfs ontkent? Schrijf alles op wat er genoemd wordt. Vervolgens ga je ze allemaal bij langs en stel je een aantal vragen.

De eerste vraag is: werkt deze regel naar ieders tevredenheid? Als dat het geval is, dan blijft de regel gehandhaafd. Alleen noemen we het voortaan een afspraak, want bij deze is afgesproken dat “we het zo doen”.

Is het antwoord nee, dan wordt de vraag: is deze regel eigenlijk wel nodig? Heeft de situatie waar deze regel op slaat eigenlijk wel een afspraak nodig? Of loopt het ook gewoon goed zonder specifieke afspraak?

Als er wel een afspraak nodig is, maar de bestaande regel werkt niet, maak dan een nieuwe. Laat iedereen een voorstel doen voor een nieuwe afspraak. Kijk dan wat de beste oplossing is. Een goede afspraak is haalbaar en acceptabel voor iedereen. Soms kan dit snel, soms kost het enige tijd, heb dan geduld.

Kom je er niet in één keer uit, spreek dan met elkaar een nieuw “gezinsoverleg” af. Dan kan iedereen er nog even goed over nadenken en kunnen jullie in de praktijk nog eens kijken hoe het loopt. Ook als een afspraak niet goed loopt, moet je weer even om de tafel om te kijken wat er aan de hand is en of er iets aangepast moet worden.

Laatste tip: evalueer de gemaakte afspraken regelmatig. Wat loopt goed, wat is overbodig geworden, wat behoeft aanpassing? Niets is voor de eeuwigheid, alles is tijdelijk, ook gemaakte afspraken.

Als je deze aanpak volgt, zul je merken dat kinderen het heel leuk vinden om mee te denken en mee te beslissen. Ook zullen ze zich er beter aan houden en elkaar eraan herinneren. Dat alleen al is goed voor de sfeer in huis. En het doet recht aan ieders recht op erkenning én op ieders eigen verantwoordelijkheid.

Wat zijn jouw ervaringen met het maken van afspraken in huis? Laat het hieronder weten. Bedankt!

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten