All Posts by Karla Mooy

Niet belonen, maar wat dan wel?

Vorige keer schreef ik over belonen. Waarom het vaak niet zo effectief is als we denken. Of eigenlijk hopen 🙂 En zelfs als het werkt, is het de vraag of je het op die manier wilt doen. Omdat belonen het kind afhankelijk maakt van de volwassene en het de innerlijke motivatie beschadigt. Hoe kunnen we het dan beter aanpakken?

In mijn aanpak ga ik uit van vertrouwen in het kind. Kinderen willen het van nature graag “goed doen”, een ander een plezier doen. Ik denk, dat straffen en belonen daarom niet nodig is om gewenst gedrag te bereiken. Maar dat het voldoende is om kinderen duidelijke informatie te geven over hun gedrag.

In plaats van het belonen van gewenst gedrag is het beter om kinderen te informeren over wat je waarneemt. Je kunt dat doen door dit gedrag, of het resultaat ervan, te beschrijven. “Je hebt in een half uurtje tijd deze hele bladzijde sommen gemaakt” of “Ik zie je elke dag oefenen op de piano” of “Het aanrecht is opgeruimd”.

Vervolgens kun je dan  benoemen welke kwaliteit van je kind je daarbij opmerkt.  “Je hebt in een half uurtje deze hele bladzijde sommen gemaakt, wat heb jij doorgewerkt”. “Ik zie je elke dag oefenen op de piano. Jij hebt wel discipline!”

Of je maakt er een positieve ik-boodschap van. “Het aanrecht is opgeruimd. Fijn, dan kan ik direct met koken beginnen, zonder dat ik eerst hoef op te ruimen.” “Wat fijn, dat je je tanden al gepoetst hebt, nu kunnen we lekker lang voorlezen, dat vind ik ook leuk!”.

Het lijkt op het geven van een compliment, maar is niet hetzelfde. Het verschil met complimentjes geven zit hem in het oordeel. De complimenten die wij gewend zijn te geven, zoals “wat goed van je, wat knap van je, je bent een muzikaal kind”, enz. bevatten ons oordeel. Daarmee leggen we de maatstaf weer bij onszelf. En leert het kind om zich te voegen naar de waardering van anderen. Hetzelfde nadeel als met belonen dus.

Bovendien geven dit soort complimentjes vaak te weinig informatie over wat we nu precies waarderen. Als we zeggen “wat een mooie tekening”, dan zegt dat weinig over waarom we het mooi vinden.( En vinden we het trouwens echt mooi? Hoeveel onechte complimentjes krijgt een kind eigenlijk?)

Je kunt dan beter verwoorden wat je ziet: “je houdt zeker erg van rood?”, “Ik zie hele mooie kleuren in deze tekening: lichtblauw en oranje, dat zijn mijn lievelingskleuren”, “Zo te zien is dit het huis van oma, met die deur rechts en dan hier het keukenraam”. Of je beschrijft letterlijk wat je ziet in de tekening. In het boek How 2 talk 2 kids van Adele Faber & Elaine Mazlish staat een heel mooi voorbeeld.

Wat je doet als je een beschrijving geeft, met al dan niet het benoemen van een kwaliteit daarbij, is dat je het kind de kans geeft zichzelf te waarderen. Hij of zij kan denken: “ik kan goed doorwerken, ik weet wat discipline is, ik kan mooi tekenen”, enz. Door een ik-boodschap te geven weet het kind, dat hij je een plezier gedaan heeft. En dat jij dat hebt gezien en gewaardeerd. Bovendien krijgt zij door waarmee ze je een plezier kan doen. En dat bevordert ook de herhaling van het gewenste gedrag.

Tot slot: alles wat je aandacht geeft groeit, wordt wel gezegd. Juist als een kind veel ongewenst gedrag vertoont, is het de moeite waard om op de goede dingen te letten. Al zijn ze maar klein. Ook dingen die wij eigenlijk vanzelfsprekend vinden kunnen we blijven waarderen. “Wat fijn, dat je je trommel op het aanrecht hebt gezet, dan hoef ik er niet om te zoeken”. Als je goed kijkt, is er altijd wel iets goeds te benoemen. En dat helpt vele malen beter dan te focussen op wat er niet goed gaat!

Ik hoop dat dit artikel je inspireert. Deel het dan hieronder via de shareknop en laat weten wat jouw ervaringen zijn. 

 

Waarom belonen niet zo effectief is als we denken

Belonen wordt over het algemeen gezien als een goede manier om je kind ander gedrag aan te leren. En dat is soms ook zo. En natuurlijk is het ook positiever dan opvoeden door middel van straf. Toch is de vraag: hoe effectief is het? Lees hier de 4 redenen waarom belonen niet zo effectief is als je misschien denkt.

Vooraf is het goed om helder te hebben waar we over spreken. Ik versta onder belonen een reactie die bedoeld is om het kind een goed gevoel te geven. Dat kan zijn een compliment of een materiële beloning zoals een cadeautje of iets lekkers. Of een beloning in de vorm van een gunst: het kind mag langer opblijven, een extra uurtje computeren, enz. Er kan ook sprake zijn van een beloningssysteem: stickers plakken en als de kaart vol is, volgt de beloning.

Het achterliggende idee is dat gedrag wat beloond wordt, eerder wordt herhaald. En dat is wat we willen natuurlijk. Het gewenste gedrag versterken. Dit idee komt in feite uit de wetenschap, die dit heeft vastgesteld dat dit conditioneringsprincipe inderdaad werkt. Maar wel onder een aantal voorwaarden en daar zit hem de kneep. Deze voorwaarden zijn lang niet altijd van toepassing op onze manieren van belonen.

In de eerste plaats moet het gewenste gedrag heel duidelijk en concreet omschreven zijn. Je moet precies weten welk gedrag je wilt versterken. Daarom werken beloningen alleen bij hele duidelijke gedragingen. Een bekend voorbeeld is het ’s nachts zindelijk worden. Je kunt gemakkelijk elke ochtend vaststellen of het kind nog droog is. Maar voor veel gewenst gedrag is dat veel minder gemakkelijk vast te stellen. Bijvoorbeeld gewenst gedrag als samen kunnen spelen, op je beurt wachten, rustig blijven, enz.

De tweede voorwaarde is de noodzaak om een beloning consequent toe te passen. Dus niet de ene keer wel, en de andere keer niet. Dan neemt het effect sterk af of wordt nihil. Dat maakt effectief belonen lastig, want het vraagt nogal wat van ons als ouder als we dat consequent willen doen. We moeten bijvoorbeeld alleen al fysiek aanwezig zijn om het gewenste gedrag waar te kunnen nemen.

De beloning zelf moet ook aan voorwaarden voldoen. De beloning moet bijvoorbeeld vrij snel op het gewenste gedrag volgen. En het moet haalbaar zijn voor een kind. Dat is niet eenvoudig, want als je bijv. iets als “geen ruzie” wilt belonen, welke periode neem je dan?

Is de periode te lang dan is positief resultaat moeilijk te behalen. Maar hele korte periodes nemen werkt natuurlijk ook niet. Ik raakte ooit verstrikt in een dergelijk systeem, waarbij ik uiteindelijk per kwartier ging belonen met krulletjes, om het zo mogelijk te maken om een beloning te halen. Dat was geen doen, natuurlijk 🙂

Hoe ouder het kind, hoe moeilijker om een beloning te vinden. Immers, het kind wordt steeds minder afhankelijk van jou. Kan steeds meer zichzelf beloningen bezorgen door leuke dingen te doen of zelf dingen te kopen die hij graag wil hebben. Om een puber te belonen moet je al gauw met veel grotere beloningen aankomen dan bij een jong kind.

Belonen werkt dus niet in het algemeen, maar alleen als je het heel consequent voor heel specifiek gedrag inzet. Zoals bij het al genoemde zindelijk worden of bijvoorbeeld het leren om aan tafel te blijven zitten bij het eten. Voor ander gedrag is het niet zo effectief als we wellicht hopen.

Maar zelfs als het werkt, is het goed om je bewust te zijn van de nadelen. Een groot nadeel van belonen, is dat het kind het gewenste gedrag laat zien vanwege de beloning. Het verpest zijn of haar eigen intrinsieke motivatie om om zich te ontwikkelen en te leren.

Het kind gaat zich meer richten op zijn omgeving in plaats van zijn eigen drijfveren. Maar juist het behouden van die intrinsieke motivatie is zo belangrijk voor een kind om zelfvertrouwen te ontwikkelen. Om zijn eigen keuzes te leren maken en hiervoor te willen gaan.

De vraag is nu natuurlijk: wat dan wel? Hoe kan ik op een positieve manier gedrag beïnvloeden?   Lees daarvoor over 2 weken mijn volgende artikel.

Wil je me helpen om meer ouders te bereiken? Deel dit blog dan via de shareknop. Ook lees ik graag je reactie. Bedankt!

Het grootste misverstand over onacceptabel gedrag.

Hoe gaan we met onze onbeschofte kleindochter om? Dit was de titel in de rubriek ‘WAT ZOU U DOEN’ in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag (3 juni 2017). In deze rubriek wordt wekelijks een dilemma van een lezer geplaatst met een uitnodiging aan andere lezers om te reageren. 

Toen ik twee weken geleden de aankondiging zag over de onbeschofte kleindochter heb ik een reactie geschreven. Want wat er in het dilemma beschreven werd, was precies het onbegrip dat veel van mijn klanten ook tegenkomen. Mijn reactie is niet geplaatst helaas, maar ik schrijf er bij deze wel graag een blog over 😊.

Dit keer vertelde een lezer over haar of zijn kleinkind dat zich ronduit onbeschoft zou gedragen en extreem egoïstisch zou zijn. “Niets is goed, alles draait om haar. Laatst verpestte ze een gezellig familie-etentje met haar onacceptabele gedrag”.

Ik vond het zo’n typerende uiting van onbegrip over wat hooggevoeligheid eigenlijk is. Alleen al het woord onbeschoft zegt genoeg, daar zit immers de opzet al in opgesloten. En dat over een meisje van 7 jaar. Overigens zal het feit dat er een paragnost aan te pas is gekomen en het meisje een ‘nieuwetijdskind’ wordt genoemd met een ‘gave’ ook niet helpen om begrip te krijgen voor de hooggevoeligheid van het meisje ben ik bang.

Ook uit de meeste reacties in de rubriek (gelukkig werd in 1 reactie wel uitgelegd wat hooggevoeligheid is) blijkt dit onbegrip. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat je vooral geen begrip meer moet tonen. “Nederland heeft al genoeg kinderen die zich gedragen als kleine godjes”. En “Hoe sensitief ben je als je niet eens merkt dat iedereen om je heen zich aan je ergert?”

Het grote misverstand dat hierachter zit is dat kinderen zich kunnen gedragen als ze dat maar willen. Als ze toch voelen dat hun gedrag ergernis oproept, dan kunnen ze zich toch aanpassen? En als ze dat niet doen, dan zijn de DUS egoïstisch en kleine godjes.

Maar wat over het hoofd wordt gezien, is dat er vaak sprake is van onmacht. Een overprikkeld kind krijgt niets meer voor elkaar. Het denken functioneert niet meer, het kind is onbereikbaar geworden en valt terug in één of andere primitieve overlevingsstaat.

Een kind doet het goed als ie dat kan, schreef Ross W. Greene in Het explosieve kind. En daar ben ik het helemaal mee eens. Onze taak als ouder en opvoeder is om het kind te helpen het goed te kunnen doen. Door bijvoorbeeld overprikkeling te voorkomen door eerder weg te gaan bij familiebezoek of een keertje af te zeggen.

En door het kind serieus te nemen en beter te luisteren. Ik vind het verbazingwekkend hoe vaak in een gesprek met ouders van een kind met problematisch gedrag blijkt dat het kind het zelf al aangeeft. “Hou je mond” bijvoorbeeld betekent vaak “ik ben overprikkeld, het komt niet meer binnen, stop alsjeblieft met op me in te praten, want zo dadelijk ontplof ik”. Maar omdat het louter wordt opgevat als brutaal gedrag, wordt in feite de boodschap niet verstaan.

Dingen willen bepalen is ook een soort van overlevingsstrategie zou je kunnen zeggen. Het heeft niks met egoïsme te maken, deze kinderen zijn juist heel gevoelig. Maar om een beetje overzicht te houden op wat er allemaal gebeurt, willen ze graag de regie hebben.

En een driftbui is al helemaal niet bedoeld om haar zin te krijgen, het is vaak een pure ontploffing. Een ontlading die nodig is, om het zenuwstelsel weer tot rust te kunnen krijgen. Vaak eindigt die dan ook in een huilbui en zie je vervolgens hoe het lijfje van het kind zich ontspant.

Als je eenmaal begrijpt hoe de vork werkelijk in de steel zit, is dat niet alleen respectvoller naar het kind toe. Het geeft je ook de mogelijkheid om problemen werkelijk op te lossen. Want zo lang je uitgaat van onwil, zul je dus het kind willen dwingen zich anders te gedragen. En dat zal leiden tot veel strijd en ellende.

O ja, en wat het extra ingewikkeld maakt: veel van deze kinderen gedragen zich buitenshuis wel, vooral als hun ouders er niet bij zijn. Dus heeft iedereen zijn oordeel klaar: het ligt aan de ouders. Terwijl het in feite precies andersom ligt. Alleen bij de ouders is het veilig genoeg om te ontploffen.

Daarbuiten zullen ze zich tot het uiterste inspannen om zich te beheersen. Maar als de situatie maar lang genoeg duurt, dan zullen ze ook daar ontploffen. En tot die tijd zullen ze dat bewaren voor thuis. En zal het thuis toenemen naarmate het buitenshuis meer energie kost om zich buitenshuis te handhaven.

Eigenlijk is dat heel tragisch. Want het maakt dat ouders er ten onrechte op aangekeken worden. En het maakt ouders onzeker, wat ook weer niet in het belang van het kind is. Een kind dat het moeilijk heeft, heeft juist behoefte aan een stabiele ouder, die rustig kan blijven kan dealen met wat er gebeurt.

PS Wil je hier meer over weten, lees dan hier meer over mijn webinar Waarom strenger opvoeden niet de oplossing is (en wat dan wél).

 

Het allerbelangrijkste in opvoeden

Opvoeden valt soms niet mee. Want je wilt het graag goed doen en er kan zoveel misgaan. Wanneer doe je het nou eigenlijk goed genoeg? Want het kan altijd beter :). Het helpt als je duidelijk hebt waar het jou om gaat.

Ben jij iemand die geneigd is te kijken naar wat niet goed gaat? Grote kans, dat je dan regelmatig stress ervaart in het opvoeden. Zeker als je ook nog eens een pittig kind hebt, wat niet zo makkelijk is misschien.

Wat helpt tegen deze stress? Bedenk dat wat je ook doet, het kan altijd beter. Maar dat hoeft niet te betekenen, dat je het niet goed doet. Leer jezelf aan om beter te kijken naar wat goed gaat. Zet het desnoods eens op papier: wat gaat er allemaal goed met jouw kind en in huis. En wat is daarbij jouw aandeel?

Bedenk wat voor een kind het allerallerbelangrijkste is. Dat is namelijk de onvoorwaardelijke liefde en het vertrouwen van zijn ouders. Het grootste goed wat je je kind kan geven is dat je hem of haar accepteert precies zoals hij is, zoals zij is. Zie het goede in je kind. En accepteer zijn moeilijke kanten. Onthoud: een kind is altijd meer dan zijn probleem. Een kind kan het beste groeien als hij weet, dat hij fouten mag maken, stom mag doen, onaardig mag zijn.

En eerlijk gezegd is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Je moet er wel wat voor doen. Namelijk je eigen overtuigingen, maar ook je eigen gevoelens tegen het licht houden. Waar komt jouw irritatie en frustratie vandaan? Wat kun jij moeilijk accepteren van je kind? Wat zegt dat over jou? Kun jij dat in jezelf accepteren?

Hoe beter jij jezelf kent, en je eigen gevoelens onder ogen kunt komen, hoe meer ruimte je je kind kan bieden om zichzelf te zijn. Zo bezien is persoonlijke groei één van de beste dingen die je voor je kind kunt doen.

Zie je kind als een persoon, die zich ontwikkelt en heb vertrouwen in die ontwikkeling. Ook je kind kan in zijn leven veel leren over zichzelf. Geef hem de ruimte en hij zal dat gaan doen. Op zijn eigen manier, op zijn eigen tijd.

Betekent dit dat je alles maar op zijn beloop moet laten? Nee, natuurlijk niet. Jij begeleidt je kind in het groot worden. Belangrijk daarbij is dat je helder hebt wat je van je kind wilt en waarom. Is het omdat jij iets graag wilt? Communiceer dan met een ik-boodschap. Zie je je kind worstelen? Probeer contact te maken over hoe de dingen voor hem zijn, door actief te luisteren. En dit altijd vanuit het vertrouwen dat jouw kind zijn moeilijkheden kan overwinnen.

Als dit je leidraad is in het opvoeden, kan er verder niet zoveel misgaan. Niet echt misgaan, bedoel ik. Natuurlijk gaan dingen anders dan je had gewild, maar dat is het leven. Relativeren, acceptatie en vertrouwen geeft ontspanning. Angst, je zorgen, maken geeft stress. Jij mag kiezen.

 

 

Hoe je uit het negatieve patroon met je kind komt (deel 2)

In het vorige artikel Hoe je uit het negatieve patroon met je kind komt,  schreef ik over het belang van zelfonderzoek. Als je ziet wat je triggert in het gedrag van je kind, begrijp je waarom je steeds in hetzelfde patroon van boos of straffen terecht komt. In dit artikel lees je hoe je vervolgens uit het patroon stapt.

Ten eerste moet je herkennen, dat je in zo’n patroon terecht dreigt te komen. Dat herken je aan gedachten als “daar gaan we weer”, “o jee, nou zal hij wel weer…”, “dat kind is ook altijd zo …..”. Het zijn meestal gedachten met de woorden ‘weer’ of ‘altijd’ erin, of gedachten gericht op dat het er niet mag zijn. “dit moet nu eens een keer afgelopen zijn”, “het moet nu echt stoppen”. Als je dergelijke gedachten hebt, ben je al niet meer open.

Herken je dat dit gaande is? Dan is het advies: doe even niets. (Tenzij er sprake is van een gevaarlijke situatie, dan moet je natuurlijk altijd ingrijpen.) Reageren vanuit je emotie is zinloos, je weet al wat het oplevert. Om iets nieuws te doen, kun je beginnen met niets doen. Word in jezelf gewaar wat er gebeurt. Als je je eigen emotie de kans geeft om zich te roeren, zonder direct in actie te komen, zal het rustiger worden in jezelf.

Je zult ontdekken wat je stoort en wat je graag wilt. Het wordt helder waar het over gaat. Er komt ruimte voor een andere reactie, dan je tot nu toe deed. Je stapt als het ware uit de blikvernauwing die je hebt als je emotie de boventoon voert. De kans, dat je ziet wat er werkelijk nodig is, is nu veel groter.

Nu kun je communiceren vanuit een ik-boodschap. Je geeft aan wat je boos maakt en waarom. En, heel belangrijk, wat je van je kind verwacht. “Het maakt me zo boos, als ik zie dat je weer met de voetbal in de kamer speelt. Ik ben bang dat je dan per ongeluk dingen stuk maakt. Een voetbal hoort niet in de kamer. Ik heb geen zin om de bal af te pakken of weg te doen. Ik wil gewoon dat jij ervoor zorgt dat je niet meer in de kamer voetbalt. Ga anders naar buiten of bedenk iets wat wel in de kamer kan”.

Laat je kind de natuurlijke consequenties van zijn gedrag ervaren.  Als hij met zijn gedrag anderen tot last is, of schade berokkent, kun je hem helpen om zijn gedrag aan te passen. Bijvoorbeeld de rommel opruimen, iets wat hij kapot heeft gemaakt vervangen, sorry zeggen en vragen hoe hij het goed kan maken.

Bedenk samen met je kind alternatieven voor ongewenst gedrag. Als hij boos is, wat kan hij dan wel doen om zijn boosheid te uiten? Hoe kan je kind in bepaalde situaties voorkomen dat hij boos wordt? Als hij met iets wil spelen waar een ander mee speelt, wat kan hij dan doen? Als hij ongeduldig wordt als jij aan de telefoon bent, wat dan? Enz.

De tijd nemen om je eigen emoties te herkennen geeft je ook ruimte om geduldiger te zijn. Elk kind vindt sommige situaties lastig. Bijvoorbeeld samen spelen met andere kinderen. Als jij in jezelf herkent, dat jij dat op jouw beurt weer lastig vindt om te zien, kun je je eigen gevoelens losmaken van wat je kind doet. Je kunt je kind dan helpen nieuw gedrag te leren zonder dat jouw emoties daarbij in de weg zitten.

Vind je dit artikel zinvol voor andere ouders? Deel het dan via de shareknop, dank je wel. Ook ben ik benieuwd naar jouw reactie, die lees ik graag hieronder.

Hoe je uit het negatieve patroon met je kind komt

Soms loopt het even helemaal niet lekker met je kind. Hij of zij vertoont regelmatig ongewenst gedrag, waarop jij reageert met boos worden en straffen. Maar het lijkt niet te helpen. Je komt in een cirkel terecht van straffen en negatief gedrag. Of nog erger, een spiraal, een spiraal de verkeerde kant op. Hoe doorbreek je dit? Door iets anders te doen dan boos worden of straffen.

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want je komt niet voor niets steeds in dezelfde situatie terecht met je kind. Vaak zit er ook een automatisme in jouw gedrag achter. Een patroon zogezegd. Je kind doet iets en jij reageert steeds op dezelfde manier.

En de film wordt weer afgespeeld. Herkenbaar? Ik kan me dat nog heel goed herinneren van toen mijn kinderen jonger waren.  Je komt in een film terecht, je weet hoe het afloopt en je lijkt het niet te kunnen keren. Zo machteloos voelde ik me dan.

Wat er nodig is om iets anders te kunnen doen, is eerst weten waarom je zo doet. Daarvoor is onderzoek nodig. Een kijkje in jezelf. Vraag jezelf eens af na een confrontatie met je kind: “Wat vond ik van het gedrag van mijn kind, welke gedachten had ik? Wat voelde ik? Wat deed ik daarna en wat zei ik? Wat wilde ik daarmee bereiken? “

Je gedachten zijn meestal afkeurend. Je vindt het onacceptabel, het mag niet. Of nog sterker: het moet stoppen en wel nu! Let maar eens op hoe je denken in zo’n situatie tekeer kan gaan. “ik moet dit nu stoppen”. Of “is hij nou helemaal gek geworden? Als dit zo doorgaat dan…”

Ook zonder dat je het je misschien bewust bent, zitten daar emoties onder.  Angst, irritatie, machteloosheid, verdriet, het kan van alles zijn. Angst dat je kind iets verkeerds gaat doen, angst dat jij je kind niet onder controle hebt. Irritatie omdat hij zo anders is dan jij, omdat hij niet lijkt te snappen dat jij dat niet wil. Machteloosheid, omdat het de zoveelste keer is dat dit gebeurt en jij dat niet lijkt te kunnen veranderen. Verdriet omdat hij zichzelf met zijn negatieve gedrag in de weg zit.

Deze gevoelens zeggen veel over jou. Jij reageert zoals je doet , omdat jij jij bent. Daarom is het zinvol om deze gevoelens te onderzoeken. Waar komen ze vandaan? Wat raakt jou zo? Hiermee kom je oude patronen in jezelf op het spoor. Misschien word je geraakt, omdat er als kind niet naar je geluisterd werd. Of omdat je je niet serieus genomen voelde. Of zit er onder je irritatie een oude angst om niet begrepen te worden.

Om in dit soort situaties anders te kunnen reageren, heb je inzicht in je patronen nodig. Waarin word jij gemakkelijk geraakt, welk gedrag triggert jou? Want die patronen, die onbewuste automatische reacties maken het je zo lastig om het anders te doen, ook al neem je je nog zo vaak voor om het anders te doen.

Behalve achteraf kun je dit soort patronen in jezelf ook onderzoeken in de situatie zelf. Dat kan nog meer helderheid geven. Probeer eens om tijdens de eerstvolgende confrontatie met je kind te voelen wat er in je omgaat. Welke gedachten zijn er? Welke gevoelens worden geraakt? Ken je dit gevoel?

Straffen is niet zo effectief als we vaak denken (of misschien hopen 🙂) En dat komt o.a. doordat we vaak straffen vanuit een geraakt zijn, vanuit onze eigen emoties. Er zijn andere en meer effectieve reacties op negatief gedrag mogelijk. Daarover de volgende keer meer.

PS Herken je wat ik hier beschrijf en vind je het moeilijk om daar in je eentje uit te stappen? Weet dat ik je kan helpen. Mail me om te overleggen hoe ik jou het beste kan helpen

Vind je dit artikel de moeite waard voor andere ouders? Deel het dan via de shareknop, dank je wel! En natuurlijk hoor ik ook graag van je bij de reacties.

Misschien is dit ook de reden waarom jij strijd hebt met je kind

Sinds ik ouders begeleid bij het omgaan met hun pittige kind, merk ik steeds vaker dat het om prikkelgevoelige kinderen gaat. Deze gevoeligheid maakt dat ze doen zoals ze doen en dat maakt weer dat ouders gemakkelijk in de strijd terecht komen met hun kind. Ik zal je uitleggen hoe dat naar mijn idee zit.

De laatste jaren heb ik mij meer verdiept in hooggevoeligheid. Ik ben terughoudend met deze term omdat die bij veel mensen iets oproept van ‘zweverigheid’. Er hangt vaak een zweem van ‘bijzonder-zijn’ omheen, net als bij de zogenoemde ‘nieuwe-tijds kinderen’.

Zelf moest ik er daarom ook lange tijd niet zoveel van hebben. Maar als iemand anders er wel mee uit de voeten kan en er steun aan heeft, dan is dat prima natuurlijk. Het is alleen niet een insteek die bij mij past. Vandaar mijn terughoudendheid. Ik gebruik meestal het woord prikkelgevoelig.

Voor mij houdt dit in, dat deze kinderen een minder sterk filter hebben. Alles komt maar ongefilterd binnen en moet verwerkt worden. Dat geeft een druk hoofd. Maar ook een zenuwstelsel dat gemakkelijk overvoerd raakt. En dit kan weer leiden tot uitbarstingen, die in feite ontladingen zijn. Het systeem ‘trekt het niet meer’.

Ik heb het idee dat dit ook de reden is dat deze kinderen bazig en dwingend kunnen zijn. Dat ze graag de touwtjes in handen hebben. Immers, als er gebeurt wat jij in je hoofd hebt, dan geeft dat rust. Dan hoeft er niet zoveel verwerkt te worden als wanneer dat niet het geval is.

Dat maakt ook dat ze inflexibel kunnen zijn. Zeker als er al spanning is opgebouwd, als ze al wat overprikkeld zijn, dan gaat het gewoon niet meer. Dan is de flexibiliteit op. Er is geen ruimte meer om (voor hen) onverwachte situaties te verwerken.

Door die bazigheid en koppigheid en door die inflexibiliteit is het niet verwonderlijk dat je gemakkelijk strijd krijgt met je kind. De ‘standaardmanier’ van opvoeden werkt hier dan ook averechts. Streng zijn maakt het alleen maar erger.

Hoe dit precies zit en welke aanpak deze kinderen wél nodig hebben, bespreek ik in mijn webinar.  Aanmelden is gratis en kan via deze link: https://ontspannenopvoeden.nl/webinar

Een eyeopener voor jou? Of misschien herkenbaar? Laat hieronder van je horen. En deel dit bericht via de shareknop, zodat meer ouders er kennis van kunnen nemen. Dank je wel alvast!

5 redenen om geen diagnose te stellen

Als jouw kind moeilijk gedrag vertoont, thuis of op school, of beide, is het niet verkeerd om op zoek te gaan naar hulp. Immers, dit moeilijke gedrag leidt meestal tot problemen met andere kinderen of met de volwassenen om hem heen. Daar wordt je kind niet gelukkig van en jij ook niet. Maar wees voorzichtig met het laten stellen van een diagnose.

  1. Een diagnostisch onderzoek is vaak een gedragsbeschrijving

Diagnostisch onderzoek in geval van AD(H)D en ASS is vaak gebaseerd op kenmerken van het gedrag van je kind. Er wordt wel gespeculeerd over de oorzaak (of het een afwijking in de hersenen is bijvoorbeeld), maar daar is nog onvoldoende over bekend. Er wordt naar mijn idee te weinig gekeken naar wat zich in het kind afspeelt.

  1. Een diagnose leidt gemakkelijk tot het geven van medicijnen

Als je kind eenmaal een diagnose heeft gekregen als AD(H)D of PDD-NOS, is de kans groot, dat het vervolgens medicijnen voorgeschreven krijgt. Dat wordt vaak ook van jou verwacht. Je hebt als het ware geen reden meer om nog een kind met lastig gedrag naar school te sturen. Ik zal niet ontkennen, dat het bij extreme problematiek effectief kan zijn, maar het gebeurt te vaak en te makkelijk. Meer weten hierover? Lees het boek van Laura Batstra – Hoe voorkom je ADHD.

  1. Veel kinderen passen niet in één hokje

Veel kinderen passen helemaal niet in één diagnose. Vaak hebben ze van allerlei hokjes wel kenmerken, bijv. AD(H)D, ASS (autisme-spectrum stoornis), hoogbegaafd, hooggevoelig,….. Als je een diagnose laat stellen, versmal je de kenmerken van je kind tot één categorie. Een kind wordt als het ware ergens ‘ingeperst’, nl wat het beste lijkt te passen.

  1. Een diagnose is nog geen hulp

Goede hulp geeft je handvatten om de situatie te verbeteren. Maar het stellen van een diagnose is nog geen hulp. De hulp die je krijgt is vaak is vaak gebaseerd op het gemiddelde kind met die diagnose, dus algemene richtlijnen. Maar is dit voldoende voor jouw kind en is het de juiste hulp voor jouw kind? Lang niet altijd, is mijn ervaring. Dus heb geen te hoge verwachtingen van alleen een diagnostisch onderzoek.

  1. Een diagnose werkt vernauwend

Je loopt het risico alles wat een kind doet, in het licht te zien van de diagnose. Of teveel te focussen op het probleemgedrag. Een kind is altijd veel meer dan zijn diagnose. Ook kan het kind zich onbewust naar zijn diagnose gaan gedragen, net als de omgeving. Je krijgt een te sterke identificatie met de diagnose.

Let wel: ik zeg niet dat een diagnose nooit een goed idee is. Het kan in bepaalde, duidelijke, gevallen zeker wel een nuttige functie hebben. Maar ik vind dat het op dit moment met teveel kinderen te gemakkelijk gebeurt. Dus heeft jouw kind gedragsproblemen en overweeg je diagnostisch onderzoek, neem bovenstaande dan mee in je overwegingen. Want er kan namelijk ook heel goede hulp geboden worden zonder zo’n diagnose. Als je maar goed kijkt en onderzoekt hoe je kind in elkaar steekt. In samenwerking met je kind.

PS Samen met jou of jullie onderzoeken hoe je kind in elkaar steekt en hoe jij je daar beter op af kunt stemmen, dat is precies wat ik doe tijdens een VIP-dag

Help je mij om mijn inspiratie en informatie te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

Slechte moeders bestaan niet

Slechte moeders bestaan niet (een enkele uitzondering daargelaten). Wel moeders, die zichzelf een slechte moeder vinden. Wat verdrietig is, omdat het niet waar is. En omdat moeders, die zo over zichzelf denken, hun kinderen het grootste deel van hun kwaliteiten onthouden. Reden genoeg om er iets aan te doen. Niet omdat je een slechte moeder bént, maar omdat deze gedachte schadelijk is voor jou en je kinderen.

Iedereen heeft overtuigingen over zichzelf, positieve en negatieve. Vooral deze laatste zijn helaas vaak in overvloed aanwezig. Ze maken dat niet al onze kwaliteiten tot hun recht komen. Negatieve overtuigingen over jezelf leggen je lam. Ze laten je piekeren, geven je een tunnelvisie op je leven en maken het leven moeilijker dan nodig is. En dat komt alleen maar doordat we ze geloven.

Daar ligt ook gelijk de oplossing in verscholen. Wil je er geen last meer van hebben, dan moet je ze niet langer geloven. Een gedachte is een gedachte. En niet meer dan dat. Een bedenksel dat bestaat in je hoofd. En als zodanig niet reëel is. Niet bestaat. Je kunt voor hetzelfde geld iets anders denken.

Uit onderzoek blijkt ook, dat succesvolle en gelukkige mensen andere gedachten hebben dan ongelukkige mensen. Andere overtuigingen over zichzelf geloven, povitieve overtuigingen. De negatieve overtuigingen, die je onderuit halen, moet je dus niet meer geloven, want het brengt je niks.

Is het zo simpel? Ja, in feite wel. Het is simpel. Maar daarmee nog niet gemakkelijk om uit te voeren. Er zitten een aantal haken en ogen aan.

Ten eerste moet je je bewust zijn van je negatieve overtuigingen. Soms zitten ze wat meer verscholen in je onderbewustzijn. Je kunt ze leren herkennen door je bewuster te worden van wat je denkt. Welke negatieve gedachten keren regelmatig terug? Welke overtuiging ligt hieraan ten grondslag?

Ten tweede moet je inzien, dat het “maar” gedachten zijn. Echt begrijpen, dat ze niet bestaan. Je kunt ze onderzoeken: hoe waar is deze gedachte? Is het altijd waar? 100%? Een overtuiging, die niet altijd opgaat, is dus niet waar. Ben jij altijd een slechte moeder, of doe je ook goede dingen? Dan is het dus gewoon niet waar, dat je een slechte moeder zou zijn.

Vraag jezelf af: hoe zou ik zijn zonder deze overtuiging? Hoe zou je dan zijn? Hoe zou je handelen? Zie je dat het loslaten van deze overtuiging je veel meer ruimte geeft? Ruimte om te zijn wie je werkelijk bent. Ruimte voor je kwaliteiten. Laat het los en je kunt beginnen met leven en met het avontuur dat opvoeden heet.

Zie dat je dus een keuze hebt. Natuurlijk zijn deze gedachten niet opeens verdwenen. Bepaalde gedachten kunnen heel hardnekkig zijn. Maar jij kunt ze herkennen en hebt de keuze of je erin mee wilt gaan, of er iets tegenover wilt stellen.  Steeds als de negatieve gedachten voorbij komen, kun je tegen jezelf zeggen: het is niet waar, ik geloof je niet langer. Of je bedenkt voor jezelf een zin, die het tegendeel beweert. Je zegt dan bijv. tegen jezelf: Ik ben een goede moeder. Of elke andere zin die voor jou werkt.

Ik weet waar ik het over heb. Ik heb ook ooit gedacht, dat ik het gewoon niet kon. Dat ik niet in staat was om mijn kinderen een goede opvoeding te geven. Totdat ik het ineens zag. Dat het bullshit is. En ik zag ook wat het aanrichtte, deze overtuiging. Hoe ik op die manier de problemen zelf creëerde.

Daarom zou ik tegen iedereen willen zeggen: geloof het niet! Laat je niet op de kop zitten door je gedachten. Onderzoek en zie dat het niet waar is. En zie vooral wat wat deze gedachte aanricht. En hoe het zou zijn zonder die gedachte. Dan weet je toch wel wat je wil kiezen? Maak je keuze en de rest is oefenen. Succes!

Byron Katie is een Amerikaanse vrouw, die beroemd is geworden met haar werk op dit gebied. Ze leert je om met een paar simpele vragen je overtuigingen te herkennen en los te laten. Waardoor je leven zelfs helemaal kan veranderen. Kijk maar eens op http://www.thework.com/nederlands

Tenslotte:  ik heb voor dit stukje de overtuiging “ik ben een slechte moeder” bij de kop gepakt, om dat dit de meest ingrijpende is. Maar ook als je daar geen last van hebt,  is het interessant om te onderzoeken, waar jij je op de kop laat zitten door negatieve overtuigingen. Herken je bijvoorbeeld : “Ik schiet te kort, ik geef mij gezin te weinig aandacht, hier ben ik niet goed in, dat kan ik niet, ik zou strenger moeten zijn, ik ben veel te ongeduldig, enz.”?

Spreekt dit artikel je aan? Deel het dan via de shareknop hieronder, dank je wel alvast!

Ook lees ik hier graag je reactie.

Verbinding is de basis van rust in huis.

Veel ouders staan onder druk, merk ik. Ook leerkrachten hebben het druk. Dat leidt tot volwassenen, die maar half met hun aandacht in het hier en nu zijn. En kinderen reageren daarop. Geen wonder volgens mij dat (vooral gevoelige) kinderen gedrag laten zien waar volwassenen dan weer niet blij van worden.

Veel ouders hebben het druk op hun werk.  Ze hebben een hoofd vol kwesties en klussen en kunnen het werk moeilijk loslaten. Of vervangen de ene klussenlijst in hun hoofd (werk) door de andere (boodschappen, koken, kinderen naar bed, huiswerk, noem maar op).

Waardoor je niet echt aanwezig bent, niet met je volle aandacht in het hier en nu. Kinderen voelen dat. Die hebben jou de hele dag gemist en willen verbinding. Ben jij niet of maar half aanwezig, dan kan het zijn dat ze ‘vervelend’ gaan doen. Waarmee ze eigenlijk reageren of jou afwezigheid.
Dat maakt een spitsuur als ’s avonds thuiskomen, eten koken, samen eten en kinderen naar bed brengen tot een precair onderdeel van het gezinsleven. Voor veel ouders een enorme uitdaging.

Dus zorg om te beginnen voor verbinding als je thuiskomt. Neem even tijd om je kinderen aandacht te geven. Te kijken wat ze aan het doen zijn. Te knuffelen (ook je grote kind vindt dat fijn!). Dat geldt ook als je ze ophaalt bij de oppas of bij het kinderdagverblijf. Maak bewust verbinding.

Onderdruk je neiging om te gaan haasten, dat werkt averechts. Nu even een kwartiertje aandacht, maakt dat alles daarna soepeler verloopt. Gebruik dit kwartiertje als een moment van mindfulness. Dat werkt ook ontspannend voor jouzelf. Zodat je uit de ‘werkstand’ kunt stappen.

Wat ook kan helpen is je er onderweg al op voor te bereiden. Probeer onderweg naar huis, op de fiets, in de auto of bus en trein al het werk los te laten. Breng je aandacht naar het hier en nu. En realiseer je dat zometeen je kind(eren) je aandacht zullen vragen.

Hetzelfde geldt voor de ochtend. Neem de tijd om wakker te worden, dus zet de wekker gewoon ietsje eerder. Zodat je niet direct in de werkmodus staat van alles wat er moet gebeuren die dag. Dan heb je ook tijd om je kind te knuffelen, verbinding te maken. Ook kinderen aankleden die dat heus al zelf kunnen, is een prima manier om even verbinding te maken.

Het leven is geen afvinklijstje. Het is zo zonde als je van de ene dag in de andere rolt en alleen maar bezig bent met ‘alle ballen in de lucht’ te houden. Laat er gewoon een paar vallen, waarom niet? Wie zegt dat alle ballen altijd in de lucht moeten blijven?

Of maak het jezelf makkelijker door met minder ballen te jongleren. Wat kun je uitbesteden? Waar kun je iemand voor inhuren? Moet alles eigenlijk wel zoals je denkt dat het moet?

Het is een cliché, maar wel waar: voor je het weet zijn je kinderen groot. Vergeet niet waarom je aan een gezin begonnen bent. Zet je gezin en jezelf bovenaan. Zorg dat er genoeg te genieten valt. En doe het nu.

Doe je dat niet, dan is dat niet alleen jammer van de gemiste kans om te genieten met je gezin, maar heb je ook grote kans dat je afstevent op een burnout. En vaak zie je dat mensen het daarna anders gaan doen. Maar dat kan ook daarvoor. Dat kan ook nu.

Dus eigenlijk bij deze mijn oproep: onderzoek eens welke ballen jij allemaal in de lucht denkt te moeten houden. Klopt dat wel? Hoe kun je dat anders doen? Hoe ga jij zorgen voor voldoende momenten van echte aandacht, van verbinding, met je kind(eren), met jezelf (en je partner)?

Meer tips om te leren hoe je beter de verbinding met je kind in stand houdt, krijg je aangereikt in mijn onlineprogramma Stap voor stap een gelukkig gezin.


Vind je dit artikel de moeite waard om te verspreiden? Dan graag delen via de shareknop, dank je wel!

Hieronder lees ik graag je reactie.

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten