fbpx

All Posts by Karla Mooy

5 redenen om geen diagnose te willen voor je kind

Als jouw kind moeilijk gedrag vertoont, thuis of op school, of beide, is het goed om op zoek te gaan naar hulp. Immers, dit moeilijke gedrag leidt meestal tot problemen met andere kinderen of met de volwassenen om hem heen. Daar wordt je kind niet gelukkig van en jij ook niet. Maar wees voorzichtig met het laten stellen van een diagnose.

  1. Een diagnostisch onderzoek is vaak een gedragsbeschrijving

Diagnostisch onderzoek in geval van AD(H)D en ASS is vaak gebaseerd op kenmerken van het gedrag van je kind. Er wordt wel gespeculeerd over de oorzaak (of het een afwijking in de hersenen is bijvoorbeeld), maar daar is nog onvoldoende over bekend. Er wordt naar mijn idee te weinig gekeken naar wat zich in het kind afspeelt.

  1. Een diagnose leidt te gemakkelijk tot het geven van medicijnen

Als je kind eenmaal een diagnose heeft gekregen als AD(H)D of PDD-NOS, is de kans groot, dat het vervolgens medicijnen voorgeschreven krijgt. Dat wordt ook van jou verwacht. Je hebt als het ware geen reden meer om nog een kind met lastig gedrag naar school te sturen. Ik weet, dat het bij extreme problematiek effectief kan zijn, maar het gebeurt te vaak en te makkelijk. Meer weten hierover? Lees het boek van Laura Batstra – Hoe voorkom je ADHD.

  1. Veel kinderen passen niet in één hokje

Veel kinderen passen helemaal niet in één diagnose. Vaak hebben ze van allerlei hokjes wel kenmerken, bijv. AD(H)D, ASS (autisme-spectrum stoornis), hoogbegaafd, hooggevoelig,….. Als je een diagnose laat stellen, versmal je de kenmerken van je kind tot één categorie. Een kind wordt als het ware ergens ‘ingeperst’, nl wat het beste lijkt te passen.

  1. Een diagnose is nog geen hulp

Goede hulp geeft je handvatten om de situatie te verbeteren. Maar het stellen van een diagnose is nog geen hulp. De hulp die je krijgt is vaak is vaak gebaseerd op het gemiddelde kind met die diagnose, dus algemene richtlijnen. Maar is dit voldoende voor jouw kind en is het de juiste hulp voor jouw kind? Lang niet altijd, is mijn ervaring. Dus heb geen te hoge verwachtingen van alleen een diagnostisch onderzoek.

  1. Een diagnose werkt vernauwend

Je loopt het risico om alles wat een kind doet, in het licht te zien van de diagnose. Of teveel te focussen op het probleemgedrag. Een kind is altijd veel meer dan zijn diagnose. Ook kan het kind zich onbewust naar zijn diagnose gaan gedragen, net als de omgeving. Je krijgt een te sterke identificatie met de diagnose.

Let wel: ik zeg niet dat een diagnose nooit een goed idee is. Het kan in bepaalde gevallen zeker wel een nuttige functie hebben. Maar ik vind dat het op dit moment met teveel kinderen te gemakkelijk gebeurt. Dus heeft jouw kind gedragsproblemen en overweeg je diagnostisch onderzoek, neem bovenstaande dan mee in je overwegingen. Want er kan namelijk ook heel goede hulp geboden worden zonder zo’n diagnose. Als je maar goed kijkt en onderzoekt hoe je kind in elkaar steekt. In samenwerking met je kind.

PS Samen met jou of jullie onderzoeken hoe je kind in elkaar steekt en hoe jij je daar beter op af kunt stemmen, dat is precies wat ik doe tijdens een VIP-dag

Help je mij om mijn inspiratie en informatie te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

Waarom een ‘pedagogische tik’ niet bestaat

Zo af en toe is de ‘pedagogische tik’ weer even in het nieuws. Twee artsen hebben in een medisch vakblad de pedagogische tik, ondanks dat het voor de wet verboden is, geprobeerd te rehabiliteren. Volgens mij bestaat een pedagogische tik echter niet. In dit artikel kun je lezen waarom niet en ook wat goede alternatieven zijn.

Voor mij gaan de woorden pedagogisch en tik niet samen. Ik zal je uitleggen waarom. Ik weet niet of jij je kind weleens een tik hebt gegeven? Ik wel, helaas :(. En dat was toen uit boosheid. Frustratie of zelfs machteloosheid. En ik had spijt achteraf en had iets goed te maken met mijn kind.

Doorgaans probeer je je kind met woorden te corrigeren. Een tik komt pas als dat niet lukt, mee eens? Ondertussen ben je op zijn minst geïrriteerd, dat je kind niet luistert, niet reageert op wat je zegt. Dus hoe lukt het dan om ‘liefdevol’ en ‘pedagogisch verantwoord’ een tik te geven?

Als je namelijk niet geïrriteerd of gefrustreerd bent, als je gewoon kalm en rustig bent, dan zie je heus ook wel andere mogelijkheden. Maar juist de emotie van het moment, het perse willen dat je kind luistert, maakt dat je een tik uitdeelt.

Maar wat belangrijker is: jij wilt niet dat je kind slaat, toch? Wij zien slaan als een onacceptabele manier om iets voor elkaar te krijgen. Je kind mag jou niet slaan en mag geen ander kind slaan. Maar je weet toch, dat een kind leert door de volwassenen om hem heen na te doen?

Hoe verwarrend is dat voor je kind: hij of zij mag niet slaan, maar jij doet het ook. Hoe leg je dat uit? Niet, dus. Het valt niet uit te leggen, want het klopt gewoon niet. Dus je kunt nog zulke mooie verhaaltjes vertellen aan je kind, je kind leert vooral van wat jij laat zien.

Het allerergste vind ik echter, dat een pedagogische tik psychologische schade aan kan richten. Het is, net als straf in het algemeen, vernederend. Je doet je kind pijn om bepaald gedrag af te dwingen. En ik vind niet dat je in de opvoeding moet dwingen. Dat roept altijd, zichtbaar of niet zichtbaar, een reactie op bij je kind. Je wilt de baas zijn en de wil van je kind ‘breken’.

Nu was dat vroeger een hele normale visie op opvoeden. Een kind moest vooral gehoorzaam zijn. Maar inmiddels hebben we toch voldoende wijsheid om in te zien, dat het daar niet om gaat? Laten we er vooral voor zorgen dat al het goeds wat van nature in een kind zit ‘ingebakken’ tot uiting kan komen.

Overigens hadden de artsen een goede bedoeling met deze herinvoering van de pedagogische tik. Eén van beide artsen is zelf vertrouwensarts geweest. Hij constateert dat kindermishandeling vaak het gevolg is van onmacht van ouders. En hij wil ouders minder onmachtig maken, door ze meer dan alleen woorden als middel te geven. Juist om die kindermishandeling te voorkomen.

Onmacht van ouders bestrijden vraagt echter om een beter middel dat de ‘pedagogische tik’. Het vraagt van ouders, om anders naar het gedrag te kijken van hun kind. Veel ouders nemen het te persoonlijk en belanden daarmee in een machtsstrijd. Zie het opgroeien van je kind als een leerproces. En jij bent er om je kind te helpen om zijn gedrag te leren sturen.

Nu klopt het wel, dat woorden bij jonge kinderen nog vaak te kort schieten. Je kunt daarom best ook wel fysiek handelen. Maar dat betekent nog niet het uitdelen van een tik. Veel beter is het om de hand van je peuter weg te halen en te zeggen: “hier moet je afblijven”,  “ik wil niet dat je slaat”, of wat maar passend is in de situatie.

En als je kind dat moeilijk vindt, pak je je kind op en zet hem ergens anders neer. Of je zet het betreffende voorwerp weg. Blijf rustig als je kind niet luistert, kijk wat je kind nodig heeft, wat helpt. Als je dat kunt,  vind je veel betere alternatieven dan het uitdelen van een tik.

PS Je vindt het betreffende artikel hier. Gelukkig hebben enkele vertrouwensartsen een goede reactie geschreven in hetzelfde medische vakblad, deze vind je hier.

Jouw reactie lees ik graag hieronder. Bedankt alvast.

Wat vrede te maken heeft met opvoeden

 

Wereldvrede is iets waar we geen enkele invloed op lijken te hebben. Zelf geloof ik ook niet dat er werkelijk vrede kan voortkomen uit oorlog. Vrede dwing je niet af. Echte vrede moet van binnenuit komen. Vrede op aarde begint daarom met vrede in ieder mens. Overpeinzingen aan de vooravond van Kerst…

 

Vrede ontstaat door acceptatie. Een prachtig voorbeeld in deze is natuurlijk Nelson Mandela. Alleen doordat hij de situatie accepteerde zoals die was en weigerde om verbittering toe te laten, kon hij na zo’n lange gevangenschap ongebroken vrijkomen. Hij keek niet naar het verleden, maar naar de mogelijkheden in het nu. Hij bleef vertrouwen houden in de toekomst.

Acceptatie betekent accepteren dat iets is zoals het is. Het betekent niet, dat je wilt dat het zo blijft, maar dat je beseft, dat het zinloos is om te strijden tegen wat is. Toch doen we dat heel veel. We doen het met onze gedachten. We oordelen en veroordelen. We verzetten ons tegen iets wat al gebeurd is. Het is zinloos en levert alleen maar ongelukkig zijn op.

Accepteren betekent ook erkenning. Je openstellen voor wat is. Dat betekent ook je openstellen voor de pijn, die het meebrengt of de frustratie. Ik heb ontdekt dat je in elke emotie rust kunt vinden door deze te accepteren. Het ‘er te laten zijn’. Niet meegaan in gedachten en verhalen over hoe erg het is, dat het niet mag, enz. Vanuit deze rust en acceptatie kun je veel gemakkelijker weer verder.

In het opvoeden betekent dit het accepteren dat je kind is zoals ie is. Je kind erkennen in zijn of haar eigenheid. Nieuwsgierig zijn en proberen niet te oordelen. Ik geloof ook, dat je je kinderen niet voor niets krijgt. Je kind kan een uitdaging zijn voor jou om te groeien. Daarnaast is het jouw taak om je kind te helpen zichzelf te helpen, door zichzelf te leren kennen.

Acceptatie en erkenning is voor je kind van onschatbare waarde. Neem dit als uitgangspunt en laat het idee los dat je alles zou kunnen ‘oplossen’.  Zoek samen met je kind uit wat werkt en wat niet. Zo kan je kind groeien en jij ook. Als je ziet hoe belangrijk dit is, kun je verlost worden van de machteloosheid en frustratie, die je misschien ervaart.

Nelson Mandela kan ons daarbij enorm inspireren. Als je maar inziet dat hij gewoon een mens is. Geen heilige. Net zo gewoon mens als jij en ik. Wat hij liet zien, zit dus ook in ons. Laten we op zoek gaan om deze kracht, deze bron van vrede,  in onszelf te vinden.

Wel of geen diagnose, deel 2: voor- en nadelen

 

De gemoederen kunnen soms hoog oplopen in discussies tussen voor- en tegenstanders van psychiatrische diagnoses bij kinderen. Veel mensen zijn uitgesproken voor of tegen. De werkelijkheid is echter veel genuanceerder, zoals zo vaak… Het laten stellen van een diagnose kan verschillende voor- en nadelen hebben. Laten we er eens een aantal op een rijtje zetten.

Een niet te onderschatten voordeel (of positieve uitwerking) is opluchting bij ouders. De gedachte: “Er is dus echt iets aan de hand, het ligt niet aan mijn opvoeding”. Dit argument wordt door tegenstanders gebruikt om aan te geven dat een diagnose daarom ‘lekker makkelijk is’ voor ouders. Ik ben het daar niet mee eens. Verreweg de meeste ouders doen hun stinkende best, maar lopen soms gewoon vast. Je kunt je daar schuldig over gaan voelen. Ouders tobben soms heel wat af. Dan is zo’n opluchting echt wel begrijpelijk en terecht. Het geeft ruimte en hoop.

Soms is die opluchting echter helaas maar van korte duur. Want een diagnose betekent niet altijd onmiddellijk helderheid over de te volgen aanpak. In algemene termen krijg je vaak wel tips, zoals het aanbrengen van een duidelijke structuur in huis, voorbereiden op wisselingen in de situaties, enz. Maar elk kind is anders en je zult toch moeten uitzoeken wat werkt bij jouw kind en wat niet. De problemen zijn niet zo maar over.

Ook komt na een diagnose de vraag “wel of geen medicatie” aan de orde. Opnieuw een lastige beslissing voor ouders. Over de lange termijn effecten is eigenlijk nog onvoldoende bekend. Op korte termijn kunnen er bijwerkingen optreden als verlies van eetlust of verhoging van de bloeddruk.

Hoewel medicatie soms beslist nodig is om überhaupt aan de slag te kunnen met het gedrag van het kind, vind ik wel dat het te vaak te snel wordt voorgeschreven. Ik ben meer voorstander van de aanpak die Laura Batstra voorstaat in haar boek “Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen”. Eerst kijken wat er genormaliseerd kan worden in de thuissituatie.

Een deel van het probleem wordt namelijk gevormd door reacties van ouders en kinderen op elkaar. Als je kind opgroeit, begrijp je in eerste instantie niet waarom je kind niet reageert zoals jij verwacht. Dat roept frustratie en irritatie op. Heel begrijpelijk, overigens. Maar het zorgt er wel voor dat er patronen ontstaan van wederzijdse verwachtingen en reacties, die doorbroken moeten worden.

Uit mijn korte enquête (dank voor het invullen!) blijkt dat er best veel ouders zijn, die twijfelen over een diagnostisch onderzoek.  Ik begrijp dat wel en herken het ook. Want wat als je kind een diagnose krijgt? Komt ie daar dan ooit nog vanaf?  Welke rol gaat dat spelen in dossiers op school en later in de maatschappij? En hoe weet ik zeker dat de diagnose klopt?

Soms is een diagnose nodig en begrijpelijk. Bijvoorbeeld als je kind alle kenmerken vertoont van klassiek autisme.  Maar er zijn veel kinderen met moeilijk te hanteren gedrag, die in een grijs gebied vallen.  Mijn idee  is dat het zeker voorkomt dat kinderen te snel en ten onrechte een diagnose krijgen. Een deel van de ouders, waarvan het kind een diagnose heeft gekregen, blijft twijfelen.

Soms ervaren ouders het laten stellen van een diagnose als enige manier om aan hulp te komen. En als je dan dringend hulp nodig hebt, is het begrijpelijk dat je je zorgen en twijfels opzij zet. Er moet iets gebeuren, immers. Niets doen is geen optie en een alternatief is soms moeilijk te vinden. Overigens hangt dit erg af van de hulpverlenende instanties, die bij jou in de buurt werkzaam zijn.

Kortom, elke situatie is anders en elk kind is anders. Jij zult in jouw situatie moeten besluiten wat je denkt dat het beste is. Twijfel je daarover, neem dan contact met me op. Ik kijk graag met je mee en een eerste gesprek is altijd gratis en vrijblijvend.

Ook kun je natuurlijk als altijd hieronder je reactie kwijt. En je kunt mijn korte enquête nog invullen, als je dat nog niet gedaan hebt. Ik hoor graag van je, bedankt!

Wel of geen diagnose?

 

Je kind laten onderzoeken bij een psycholoog of een psychiater is een hele stap. Veel ouders twijfelen dan ook of ze die stap moeten nemen. Er komen allerlei bezwaren en vragen op.Wat is wijsheid?

 

Het is ook niet niks. Stel je voor, er komt een diagnose uit. Je kind heeft ADHD. Of misschien wel een vorm van autisme. En dan? Zit dit label dan op je kind geplakt voor de rest van zijn of haar leven? Misschien gaat je kind daar als volwassene nog last van krijgen. Dit soort vragen en angsten kun je hebben. Bovendien je kind is wie die is, daar wil je helemaal geen etiketje op plakken, dat druist tegen je gevoel in.

En wat doet het met je kind, met zijn zelfvertrouwen? Misschien gaat je kind denken, dat er iets mis is met zichzelf. Of dat het wel erg moet zijn als er een soort dokter aan te pas komt. Wil je wel dat je kind zich anders voelt dan anderen? Misschien heeft je kind zelf nog niet zoveel in de gaten en praat je hem of haar een probleem aan. Dat wil je toch niet.

En trouwens, is het wel zo erg? Ja, soms is het crisis. Dan gebeuren er eerlijk gezegd weleens dingen, die je liever niet aan een ander vertelt. Maar er zijn ook periodes dat het minder erg is. Kun je er eigenlijk niet gewoon mee leven? Straks zegt de psycholoog, dat je van een mug een olifant maakt, dat er niets aan de hand is. Sta jij er mooi gekleurd op…

Of je leest er het één en ander over en denkt “Ik weet het niet, hoor. Ik herken mijn kind hier niet helemaal in”. Een beetje van dit, een beetje van dat. Ja, je ziet wel dat je kind ‘anders’ is, maar of het nou richting ADHD of autisme moet? Of misschien hoogbegaafdheid, maar is je kind daar nou wel slim genoeg voor?

Deze twijfels kunnen maken, dat je geen actie onderneemt. Dat je ervoor terugschrikt om hulp te zoeken. Heel begrijpelijk, want zoals gezegd, het is niet niks. Het is heel goed, dat je er goed over na wilt denken. Toch moet er eigenlijk wel wat gebeuren, want zo doorgaan is ook geen oplossing.

Wat je nodig hebt is vertrouwen in degene op aan wie je hulp vraagt. Kijk goed rond naar de mogelijkheden, die er zijn. Leg in het eerste gesprek je twijfels en vragen op tafel. Vraag naar de mogelijkheden voor hulp zonder diagnose. Blijf bij jezelf en kijk of je vertrouwen hebt in deze hulpverlener. Zo niet, ga dan op zoek naar een andere. Het gaat immers om jouw kind.

Wat zijn jouw ideeën erover of jouw ervaringen? Ik hoor ze graag. Schrijf hieronder een reactie of vul hier mijn korte enquête in. Dank je wel alvast.

Een duidelijke visie helpt!

Vaak zeggen mensen: voor alles moet je een opleiding hebben, behalve voor opvoeden. Met andere woorden: wat vreemd eigenlijk, dat je zoiets belangrijks zomaar kunt doen. Opvoeden is natuurlijk ook niet iets wat je zomaar doet. Daarom is het belangrijk, dat we als ouders af en  toe ook even bewust stilstaan bij wat we doen en hoe we dat doen . En wat we eigenlijk willen.

Op elk gebied helpt het als je een visie hebt. Zo ook bij het opvoeden. Als je helder hebt hoe jij het wilt, dan is het makkelijker om beslissingen te nemen. Je twijfelt minder en bent minder onzeker. Want je hebt een keus gemaakt over wat jij belangrijk vindt. Je bent minder snel te beïnvloeden door alles wat je leest of hoort.

Ook vergemakkelijkt het hebben van een gemeenschappelijke visie het samen opvoeden. Heb jij weleens expliciet met je partner of mede-opvoeder besproken wat de visie van jullie elk persoonlijk is?Hoe kijk je naar kinderen, naar jouw kinderen. Wat vind je belangrijk, wat zijn je waarden. Wat is je belangrijkste doel van het opvoeden en hoe zie je de weg daarnaar toe?

Vind je dat je als ouder het laatste woord hebt, ben jij de baas of ga je uit van gelijkwaardigheid? Zitten er grenzen aan die gelijkwaardigheid en waar dan? Hoe zie je jouw verantwoordelijkheid? Wat is jouw verantwoordelijkheid en wat die van het kind? Kun je verantwoordelijkheid ook delen met je kind?

Een visie kun je concreet maken door er een plaatje van te maken. Je kunt bijvoorbeeld een collage maken van foto’s, teksten en tekeningen, die uitdrukken wat jouw visie op opvoeden is en wat je graag wilt bereiken. Je kunt ook een korte scène uit je gezinsleven beschrijven, waarin alles is zoals jij het jezelf wenst.

Laat je regelmatig inspireren door je visie. Je kunt de collage ergens ophangen waar je hem regelmatig ziet. Je kunt een stuk tekst regelmatig doorlezen. Visualiseer je verlangen regelmatig, je plaatje of filmpje van wat jij wenst. Hoor, zie en voel alles wat daar bij hoort. Het zet zich dan vast in je onderbewuste en zal van daaruit onbewust je gedrag positief beïnvloeden.

Zou jij jouw manier van opvoeden graag wat helderder willen hebben. Ga dan aan de slag met bovenstaande tips. Neem eens tijd om met je partner uit te wisselen. Heel inspirerend en verbindend. Succes!

 

PS Het uitwerken van jouw persoonlijke visie op opvoeden en je gezin is één van de onderdelen van het GELUKKIG GEZIN PROGRAMMA.

In 4 stappen naar een gelukkig gezin

Twee week geleden schreef ik in “Breng vrede in je gezin” over het belang van vrede en verbondenheid in je gezin. De vraag “Hoe krijg je dat nu in praktijk voor elkaar?” bleef toen nog onbeantwoord. Dat antwoord kun je nu hieronder lezen. In 4 simpele stappen naar een gelukkig gezin. Want vrede en verbinding is wat ons echt gelukkig maakt.

De eerste stap is: stop met (ver) oordelen.  Daarvoor is het natuurlijk eerst nodig dat je herkent wanneer je dat doet. Vaker dan je misschien denkt, kan ik je vertellen. Hoe meer je in staat bent je eigen gedachten op te merken, hoe meer je ontdekt dat je eigenlijk barst van de overtuigingen en oordelen. (Gelukkig maar dat je sowieso al niet alles uitspreekt wat je denkt.) Nou geeft dat op zich niks. Het is normaal, zo werkt ons denken nu eenmaal. Dus veroordeel jezelf er niet om, dat is alleen maar meer van hetzelfde 🙂

Oordelen of veroordelen heeft twee nadelen: het sijpelt door in wat je zegt en kan de ander kwetsen. Het tweede nadeel is, dat je niet meer open bent. Het denken denkt het wel te weten: zo is het. Waardoor je niet meer kunt zien hoe die ander eigenlijk is. Je focust ook vooral op bevestiging van je mening en ziet over het hoofd dat iemand altijd meer is dan wat jij van hem denkt. Zelfs al is dat op een bepaalde manier waar. Dus gaat het over je kind: je kind is nooit altijd slordig, lastig, snel boos, brutaal. Ga juist op zoek naar situaties, die jou het tegendeel laten zien.

De tweede stap is: luister met aandacht naar je kind of je partner. Pak je momenten. Als je kind signalen afgeeft, dat iets hem bezig houdt, hetzij een probleem, hetzij iets wat erg plezierig is of belangrijk voor hem of haar, luister dan. Geef hem al je aandacht. Waak ervoor om je eigen inbreng te geven, dat kan je kind frustreren of op zijn minst bij zijn eigen ervaring weghalen. Parkeer je eigen gedachten en probeer je kind te begrijpen. Alleen hummen of weergeven wat je denkt te horen (’daar werd jij wel enthousiast van, of niet’) is voldoende.

De derde stap is: waardeer jouw eigen behoefte als precies even belangrijk als die van je kind of je partner. Neem de behoefte of zorg van de ander serieus, evenzeer als die van je zelf. Dat betekent dat je jezelf niet op de voorgrond zet, maar ook niet jezelf wegcijfert. Dit is een hele belangrijke stap. Het voorkomt dat ouders vanuit macht opvoeden, maar ook dat ouders over zich heen laten lopen. Beide is onwenselijk en dus ook niet nodig. Ga hier zorgvuldig mee om en je zult merken dat het wederzijds respect vanzelfsprekend wordt.

Hieruit vloeit logischerwijs de vierde en laatste stap voort: streef in geval van conflicten zoveel mogelijk naar een oplossing, die voor iedereen goed is. Zoveel mogelijk, want het kan niet altijd. Een oplossing zoeken vraagt even tijd en die heb je niet altijd op dat moment natuurlijk. Maar het streven is erg belangrijk. Het is een manier van omgaan met elkaar, die ervoor zorgt dat iedereen zich gezien en gerespecteerd voelt. Kinderen leren op die manier op een vanzelfsprekende manier om respect te hebben voor anderen, maar ook voor wat ze zelf nodig hebben. En ze leren hoe je zonder ruzie conflicten kunt oplossen.

Zoals gezegd: het zijn simpele stappen, simpel te onthouden. De uitdaging zit hem zoals zo vaak in het doen. Besef goed wat de voordelen zijn van deze aanpak. Meer rust en harmonie in je gezin. Neem dit serieus en werk eraan. Waardeer jezelf voor elke stap die je zet, voor elke keer dat het gelukt is om goed te luisteren of een conflict op te lossen. Het is in mijn ogen één van de meest waardevolle ervaringen, die jij je kind kunt meegeven. En tegelijkertijd profiteer jij er nu ook van door een betere sfeer in je gezin 🙂 . Dus: wat let je? Succes!

Breng vrede in je gezin

Vrede in de wereld begint met vrede in elk gezin. Als wij onze kinderen leren hoe je in vrede kunt leven, kunnen zij ook buiten de deur vrede brengen. Het zal zich als een olievlek uitbreiden. Het is werkelijk waar, al klinkt het misschien afgezaagd: “Verbeter de wereld, begin bij jezelf”.

Verbeter de wereld, begin bij jezelf.Wat denk jij als jij zo’n zin hoort? Voel je je aangesproken, misschien terechtgewezen? Het kan voelen als ‘ojé, wat doe ik allemaal fout”. Het kan zwaar klinken, alsof ‘op de goede manier leven’ een zware, serieuze opgave is. Maar je kunt het ook zien als een mogelijkheid.

Zie het eens zo: de wereldvrede kan ik niet zomaar realiseren. Vrede in mijn gezin wel. Laat ik mij als doel stellen, dat ik in vrede wil leven in mijn gezin. Dan draag ik uiteindelijk bij aan de wereldvrede, is dat geen mooie gedachte? In plaats van je machteloos te voelen over alle geweld in de wereld, kun je beginnen met in je eigen omgeving je steentje bij te dragen. Die omgeving is natuurlijk groter dan je gezin, maar dat is een mooi begin.

Ik zou alle ouders in Nederland willen oproepen om hiermee te beginnen. Laten we stoppen met oordelen. (Ook met oordelen over oordelen :)) Laten we ons richten op verbinding. Dat is namelijk het enige wat mensen echt gelukkig maakt. Want als er verbinding is, dat word je gezien en gehoord. Dan word je geaccepteerd en erkend in wie je bent. Dat is onze diepste behoefte en het enige wat ons werkelijk gelukkig maakt.

Dat we zo vaak niet gelukkig zijn en conflicten hebben met onszelf of met anderen, komt in feite alleen door ons hoofd, door ons denken. We maken verhalen, die ons afbrengen van waar het ons om gaat. We praten over wat ons is aangedaan, we houden onze pijn in stand door er steeds over te vertellen of over na te denken, we oordelen en (ver)oordelen. Een mooie vraag in dit verband is: “Wat heb je liever, gelijk of geluk?” Beide? Dan moet ik je teleurstellen, dat gaat meestal niet samen. Want ieder heeft namelijk zijn eigen waarheid, zijn eigen gelijk. Daarom brengt het ons niet bij elkaar.

Wat ons wel bij elkaar brengt is: de ander willen begrijpen. Nieuwsgierig zijn. Erkennen, dat de waarheid voor een ander anders is. Erkennen, dat er geen absolute waarheid is. Je kunt prima in verbinding zijn en je happy voelen in contact met iemand, die ergens heel anders over denkt. Als je elkaar die ruimte kunt geven, dan is er verbinding. Dan herken je ook de overeenkomsten, iedereen heeft namelijk dezelfde behoefte aan liefde en erkenning.

Verbinding vindt plaats op het niveau van je hart, je ervaart het. Ons denken is er de oorzaak van dat we dat vaak niet bereiken.  Iedereen wil diep in zijn hart verbinding met anderen. Goed zijn voor anderen. Alleen: ons denken zit er tussen. En bij de één wat sterker dan bij de ander misschien, of op een andere manier. Maar het principe is hetzelfde. We zijn daarin allemaal gelijk.

Als je zo naar mensen kijkt, hoef je niet meer zo te (ver)oordelen. Je kunt dan zien, dat hij of zij gewoon veel last heeft van de verhalen, die het denken maakt. Het maakt je mild. Ik denk dan altijd “Hij of zij heeft zichzelf ook niet gemaakt”. Of “je zult maar zo door het leven moeten”.

Maar hoe doe je dat nou in praktijk? Hoe zorg je voor vrede in je gezin? Het is makkelijker dan je denkt. Dat wil zeggen, de principes zijn simpel. Als je ze op de goede manier uitvoert, kun je werkelijk vrede brengen in jouw gezin. Zelfs als er vaak conflicten zijn of irritaties zijn. Het is kwestie van doen en volhouden. Wil jij meer vrede in je gezin? Heb dan nog even geduld, in mijn volgende artikel zal ik de principes voor je samenvatten.

 

 

4 Tips om je kind zelfvertrouwen te geven

Deze titel suggereert dat je je kind zelfvertrouwen kunt geven als een pakketje. Dat is natuurlijk niet zo. Je kind ontwikkelt zelfvertrouwen zelf. Of misschien is het wel zo, dat elk kind met zelfvertrouwen ter wereld komt en dat het vooral onze taak is om dat te beschermen. Hoe dan ook: als ouders hebben we veel invloed op dit proces en kunnen we het zelfvertrouwen wel degelijk bevorderen. Wil je weten hoe?

In de eerste plaats door acceptatie.  Als je als mens geaccepteerd wordt zoals je bent, dan heb je geen reden om aan jezelf te twijfelen. Je hoeft je niet te richten op wat die ander vindt dat je zou moeten doen of hoe je zou moeten zijn. Je kunt letterlijk gewoon jezelf zijn. Dat geldt ook voor jouw kind.

Daarom is het belangrijk om je bewust te zijn van je reacties op je kind. Probeer zoveel mogelijk te voorkomen dat er een afwijzing in je reactie verstopt zit. Onderzoek of een irritatie of frustratie bij jouzelf niet meer zegt over jou dan over je kind. Als je dat bij jezelf ontdekt, kun je gemakkelijker de emotie bij jezelf houden en neutraler naar je kind reageren.

Betekent dit dat je dan alles maar goed moet vinden? Nee natuurlijk niet. Ook daarmee zou je je kind tekort doen. Hij heeft er recht op om te weten, wat zijn gedrag voor anderen betekent. Maar  het betekent wel, dat je dit zonder lading kunt doen. Want juist de emotionele lading, de ergernis of frustratie, maakt dat er, openlijk of subtiel verstopt, afwijzing doorklinkt in je reactie.

Daarnaast is erkenning heel belangrijk. Ieder mens wil gezien en gehoord worden. Toon dus ook je begrip voor de behoeften van je kind. Ook als ze leiden tot een actie die je afkeurt. Of als je kind iets vraagt waar jij niet aan tegemoet kan of wil komen.

Nu denk je misschien: ja, dat klinkt mooi, maar hoe doe ik dat dan in het dagelijks leven? In de eerste plaats is het zo, dat het al positief werkt als je deze zienswijze voor jezelf als uitgangspunt neemt. Het zal doorwerken in hoe jij met je kind omgaat. Daar kun je op vertrouwen.

In de tweede plaats kun je je aanwennen om zoveel mogelijk ik-boodschappen te geven. In het begin is dat wennen, maar door oefenen wordt het steeds gemakkelijker. Voorbeelden van ik-boodschappen zijn: “Ik wil graag, dat je nu je schoenen aandoet, want als we te laat komen worden we niet meer geholpen”, “Ik snap heel goed dat je boos bent, dat zou ik ook zijn. Het punt is dat ik niet wil dat mijn kinderen elkaar pijn doen”, “Ik zie dat jullie heel veel lol hebben, maar ik heb hoofdpijn en kan niet zo goed tegen herrie in huis nu. Ik wil graag, dat jullie nu even naar buiten gaan”.

In de derde plaats kun je als je irritatie voelt opkomen, daar heel even bij stilstaan. “wat is precies mijn irritatie? Heeft het eigenlijk wel iets met het gedrag van mijn kind te maken? Of is dat eigenlijk helemaal geen probleem, maar kan ik het om één of andere reden niet hebben? Communiceer alleen dat deel dat met het gedrag van jouw kind te maken heeft en doe dat dan in een ik-boodschap.

Tenslotte kun je, als je merkt dat jij iets anders wilt dan je kind, te werk gaan volgens de geen verlies methode. Je zoekt een oplossing, die voor allebei oké is. Waardoor dus geen van beide hoeft te verliezen. Daarmee laat je zien, dat je de behoeftes van je kind respecteert, maar ook die van jezelf. Een beter recept voor erkenning is er niet.

Hoe stimuleer jij het zelfvertrouwen van je kind? Laat het me weten door hieronder een reactie te plaatsen.

Kijk uit voor de perfecte moeder!

De perfecte moeder heeft alles op orde en kan alles. Ze is geduldig, maar laat niet over zich heen lopen. Ze heeft altijd een antwoord klaar, is verstandig en wijs en heeft humor! Ze maakt het gezellig in huis, zorgt goed voor zichzelf en is meer dan alleen moeder. Ze heeft leuke ideeën, doet regelmatig een spelletje met haar kinderen en bakt koekjes met ze. Haar kinderen zijn behulpzaam, aardig maar geen doetjes, zelfstandig en blij.

Zo ongeveer ziet ze eruit, mijn perfecte moeder. En ze heeft me jarenlang danig dwars gezeten! Want door mezelf met haar te vergelijken schoot ik voortdurend te kort. Ja, ik was geduldig, maar ik liet ook weleens over me heen lopen. Soms wist ik niet meer wat ik moest zeggen. Ik vond dat ik te weinig humor had, niet vrolijk genoeg, ook eens koekjes zou moeten bakken en ik deed soms een spelletje als ik daar helemaal geen zin in had, maar ja, dat hoorde erbij. Daar hadden mijn kinderen recht op. Mijn kinderen waren niet ideaal en dus deed ik het niet goed genoeg.

Jij hebt daar geen last van? Gefeliciteerd, dan is dit artikel niet voor jou. Of misschien toch wel een klein beetje, moet je net een laagje dieper kijken…  Want dat ideaalplaatje zit namelijk wel diep verstopt. In bijna elke moeder. De plaatjes uit de Libelle, J/M, enz. slijpen zich in zonder dat je het in de gaten hebt. Ik had het lange tijd helemaal niet door. Want ik vond mezelf geen perfectionist. Totdat ik het opeens zag. Ik werd me bewust van mijn gedachten over mezelf en zag ineens het ideaalplaatje waar ze vandaan kwamen. Toen ik dat zag, kon ik me ervan bevrijden. Ik geloofde die gedachten, over dat het allemaal anders moest, niet meer.

Word je bewust van het commentaar dat je jezelf geeft. Je hebt de keuze om het te geloven, er aandacht aan te geven of het te negeren. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Dus wat levert het op als je focust op wat je niet goed doet in je eigen ogen? Juist, dat je het nog vaker gaat doen. Bovendien word je er niet blij van, blokkeert het je inventiviteit, creativiteit en vrolijkheid om het leven van alledag tegemoet te treden.

Tijd voor een nieuwe benadering: je bent namelijk al perfect zoals je bent. De vraag is niet hoe perfect je bent, maar hoe je perfect bent. Op welke manier ben jij perfect? Wat zijn jouw kwaliteiten? Ga eens focussen op waar je goed in bent, je goede eigenschappen en vaardigheden! Word je daar van bewust, zie waar je ze allemaal inzet. Als je dit aandacht geeft, zal het ook gaan groeien. Dát is de manier om je zelfvertrouwen te laten groeien. Waardoor je je mogelijkheden vergroot, opener bent in lastige situaties en juist daardoor krijgen ook andere kwaliteiten meer kans om te ontwikkelen.

Groei gaat veel makkelijker vanuit waardering van wat er is. Wij willen vaak verandering omdat we iets niet meer willen. Maar we maken het onszelf veel gemakkelijker om te groeien als we onszelf accepteren zoals we zijn. Met onze kwaliteiten én de dingen die we lastig vinden, of waar we gewoon niet goed in zijn (of misschien is het “nog niet”).

Dus is mijn tip: maak eens een lijstje van je kwaliteiten. Welke prettige eigenschappen heb je, waar ben je goed in, waar heb je waardering voor van jezelf? Vraag eens aan je kinderen welke kwaliteiten zij van je zien. Heel leuk om te horen, en misschien ook wel verrassend! Laat ze goed tot je doordringen.

En onderzoek hoe en wanneer deze kwaliteiten je van pas komen. Kijk naar hoe je dat nu doet, en ook naar hoe je nog ze je ze misschien nog meer kan inzetten. Kortom: ga nog meer doen waar je goed in bent. Waardeer jezelf hierom en geniet ervan!

Welke plaatjes heb jij in je hoofd van de perfecte moeder? Laat het hieronder weten.

 

>