All Posts by Karla Mooy

5 redenen om geen diagnose te stellen

Als jouw kind moeilijk gedrag vertoont, thuis of op school, of beide, is het niet verkeerd om op zoek te gaan naar hulp. Immers, dit moeilijke gedrag leidt meestal tot problemen met andere kinderen of met de volwassenen om hem heen. Daar wordt je kind niet gelukkig van en jij ook niet. Maar wees voorzichtig met het laten stellen van een diagnose.

  1. Een diagnostisch onderzoek is vaak een gedragsbeschrijving

Diagnostisch onderzoek in geval van AD(H)D en ASS is vaak gebaseerd op kenmerken van het gedrag van je kind. Er wordt wel gespeculeerd over de oorzaak (of het een afwijking in de hersenen is bijvoorbeeld), maar daar is nog onvoldoende over bekend. Er wordt naar mijn idee te weinig gekeken naar wat zich in het kind afspeelt.

  1. Een diagnose leidt gemakkelijk tot het geven van medicijnen

Als je kind eenmaal een diagnose heeft gekregen als AD(H)D of PDD-NOS, is de kans groot, dat het vervolgens medicijnen voorgeschreven krijgt. Dat wordt vaak ook van jou verwacht. Je hebt als het ware geen reden meer om nog een kind met lastig gedrag naar school te sturen. Ik zal niet ontkennen, dat het bij extreme problematiek effectief kan zijn, maar het gebeurt te vaak en te makkelijk. Meer weten hierover? Lees het boek van Laura Batstra – Hoe voorkom je ADHD.

  1. Veel kinderen passen niet in één hokje

Veel kinderen passen helemaal niet in één diagnose. Vaak hebben ze van allerlei hokjes wel kenmerken, bijv. AD(H)D, ASS (autisme-spectrum stoornis), hoogbegaafd, hooggevoelig,….. Als je een diagnose laat stellen, versmal je de kenmerken van je kind tot één categorie. Een kind wordt als het ware ergens ‘ingeperst’, nl wat het beste lijkt te passen.

  1. Een diagnose is nog geen hulp

Goede hulp geeft je handvatten om de situatie te verbeteren. Maar het stellen van een diagnose is nog geen hulp. De hulp die je krijgt is vaak is vaak gebaseerd op het gemiddelde kind met die diagnose, dus algemene richtlijnen. Maar is dit voldoende voor jouw kind en is het de juiste hulp voor jouw kind? Lang niet altijd, is mijn ervaring. Dus heb geen te hoge verwachtingen van alleen een diagnostisch onderzoek.

  1. Een diagnose werkt vernauwend

Je loopt het risico alles wat een kind doet, in het licht te zien van de diagnose. Of teveel te focussen op het probleemgedrag. Een kind is altijd veel meer dan zijn diagnose. Ook kan het kind zich onbewust naar zijn diagnose gaan gedragen, net als de omgeving. Je krijgt een te sterke identificatie met de diagnose.

Let wel: ik zeg niet dat een diagnose nooit een goed idee is. Het kan in bepaalde, duidelijke, gevallen zeker wel een nuttige functie hebben. Maar ik vind dat het op dit moment met teveel kinderen te gemakkelijk gebeurt. Dus heeft jouw kind gedragsproblemen en overweeg je diagnostisch onderzoek, neem bovenstaande dan mee in je overwegingen. Want er kan namelijk ook heel goede hulp geboden worden zonder zo’n diagnose. Als je maar goed kijkt en onderzoekt hoe je kind in elkaar steekt. In samenwerking met je kind.

PS Samen met jou of jullie onderzoeken hoe je kind in elkaar steekt en hoe jij je daar beter op af kunt stemmen, dat is precies wat ik doe tijdens een VIP-dag

Help je mij om mijn inspiratie en informatie te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

Slechte moeders bestaan niet

Slechte moeders bestaan niet (een enkele uitzondering daargelaten). Wel moeders, die zichzelf een slechte moeder vinden. Wat verdrietig is, omdat het niet waar is. En omdat moeders, die zo over zichzelf denken, hun kinderen het grootste deel van hun kwaliteiten onthouden. Reden genoeg om er iets aan te doen. Niet omdat je een slechte moeder bént, maar omdat deze gedachte schadelijk is voor jou en je kinderen.

Iedereen heeft overtuigingen over zichzelf, positieve en negatieve. Vooral deze laatste zijn helaas vaak in overvloed aanwezig. Ze maken dat niet al onze kwaliteiten tot hun recht komen. Negatieve overtuigingen over jezelf leggen je lam. Ze laten je piekeren, geven je een tunnelvisie op je leven en maken het leven moeilijker dan nodig is. En dat komt alleen maar doordat we ze geloven.

Daar ligt ook gelijk de oplossing in verscholen. Wil je er geen last meer van hebben, dan moet je ze niet langer geloven. Een gedachte is een gedachte. En niet meer dan dat. Een bedenksel dat bestaat in je hoofd. En als zodanig niet reëel is. Niet bestaat. Je kunt voor hetzelfde geld iets anders denken.

Uit onderzoek blijkt ook, dat succesvolle en gelukkige mensen andere gedachten hebben dan ongelukkige mensen. Andere overtuigingen over zichzelf geloven, povitieve overtuigingen. De negatieve overtuigingen, die je onderuit halen, moet je dus niet meer geloven, want het brengt je niks.

Is het zo simpel? Ja, in feite wel. Het is simpel. Maar daarmee nog niet gemakkelijk om uit te voeren. Er zitten een aantal haken en ogen aan.

Ten eerste moet je je bewust zijn van je negatieve overtuigingen. Soms zitten ze wat meer verscholen in je onderbewustzijn. Je kunt ze leren herkennen door je bewuster te worden van wat je denkt. Welke negatieve gedachten keren regelmatig terug? Welke overtuiging ligt hieraan ten grondslag?

Ten tweede moet je inzien, dat het “maar” gedachten zijn. Echt begrijpen, dat ze niet bestaan. Je kunt ze onderzoeken: hoe waar is deze gedachte? Is het altijd waar? 100%? Een overtuiging, die niet altijd opgaat, is dus niet waar. Ben jij altijd een slechte moeder, of doe je ook goede dingen? Dan is het dus gewoon niet waar, dat je een slechte moeder zou zijn.

Vraag jezelf af: hoe zou ik zijn zonder deze overtuiging? Hoe zou je dan zijn? Hoe zou je handelen? Zie je dat het loslaten van deze overtuiging je veel meer ruimte geeft? Ruimte om te zijn wie je werkelijk bent. Ruimte voor je kwaliteiten. Laat het los en je kunt beginnen met leven en met het avontuur dat opvoeden heet.

Zie dat je dus een keuze hebt. Natuurlijk zijn deze gedachten niet opeens verdwenen. Bepaalde gedachten kunnen heel hardnekkig zijn. Maar jij kunt ze herkennen en hebt de keuze of je erin mee wilt gaan, of er iets tegenover wilt stellen.  Steeds als de negatieve gedachten voorbij komen, kun je tegen jezelf zeggen: het is niet waar, ik geloof je niet langer. Of je bedenkt voor jezelf een zin, die het tegendeel beweert. Je zegt dan bijv. tegen jezelf: Ik ben een goede moeder. Of elke andere zin die voor jou werkt.

Ik weet waar ik het over heb. Ik heb ook ooit gedacht, dat ik het gewoon niet kon. Dat ik niet in staat was om mijn kinderen een goede opvoeding te geven. Totdat ik het ineens zag. Dat het bullshit is. En ik zag ook wat het aanrichtte, deze overtuiging. Hoe ik op die manier de problemen zelf creëerde.

Daarom zou ik tegen iedereen willen zeggen: geloof het niet! Laat je niet op de kop zitten door je gedachten. Onderzoek en zie dat het niet waar is. En zie vooral wat wat deze gedachte aanricht. En hoe het zou zijn zonder die gedachte. Dan weet je toch wel wat je wil kiezen? Maak je keuze en de rest is oefenen. Succes!

Byron Katie is een Amerikaanse vrouw, die beroemd is geworden met haar werk op dit gebied. Ze leert je om met een paar simpele vragen je overtuigingen te herkennen en los te laten. Waardoor je leven zelfs helemaal kan veranderen. Kijk maar eens op http://www.thework.com/nederlands

Tenslotte:  ik heb voor dit stukje de overtuiging “ik ben een slechte moeder” bij de kop gepakt, om dat dit de meest ingrijpende is. Maar ook als je daar geen last van hebt,  is het interessant om te onderzoeken, waar jij je op de kop laat zitten door negatieve overtuigingen. Herken je bijvoorbeeld : “Ik schiet te kort, ik geef mij gezin te weinig aandacht, hier ben ik niet goed in, dat kan ik niet, ik zou strenger moeten zijn, ik ben veel te ongeduldig, enz.”?

Spreekt dit artikel je aan? Deel het dan via de shareknop hieronder, dank je wel alvast!

Ook lees ik hier graag je reactie.

Verbinding is de basis van rust in huis.

Veel ouders staan onder druk, merk ik. Ook leerkrachten hebben het druk. Dat leidt tot volwassenen, die maar half met hun aandacht in het hier en nu zijn. En kinderen reageren daarop. Geen wonder volgens mij dat (vooral gevoelige) kinderen gedrag laten zien waar volwassenen dan weer niet blij van worden.

Veel ouders hebben het druk op hun werk.  Ze hebben een hoofd vol kwesties en klussen en kunnen het werk moeilijk loslaten. Of vervangen de ene klussenlijst in hun hoofd (werk) door de andere (boodschappen, koken, kinderen naar bed, huiswerk, noem maar op).

Waardoor je niet echt aanwezig bent, niet met je volle aandacht in het hier en nu. Kinderen voelen dat. Die hebben jou de hele dag gemist en willen verbinding. Ben jij niet of maar half aanwezig, dan kan het zijn dat ze ‘vervelend’ gaan doen. Waarmee ze eigenlijk reageren of jou afwezigheid.
Dat maakt een spitsuur als ’s avonds thuiskomen, eten koken, samen eten en kinderen naar bed brengen tot een precair onderdeel van het gezinsleven. Voor veel ouders een enorme uitdaging.

Dus zorg om te beginnen voor verbinding als je thuiskomt. Neem even tijd om je kinderen aandacht te geven. Te kijken wat ze aan het doen zijn. Te knuffelen (ook je grote kind vindt dat fijn!). Dat geldt ook als je ze ophaalt bij de oppas of bij het kinderdagverblijf. Maak bewust verbinding.

Onderdruk je neiging om te gaan haasten, dat werkt averechts. Nu even een kwartiertje aandacht, maakt dat alles daarna soepeler verloopt. Gebruik dit kwartiertje als een moment van mindfulness. Dat werkt ook ontspannend voor jouzelf. Zodat je uit de ‘werkstand’ kunt stappen.

Wat ook kan helpen is je er onderweg al op voor te bereiden. Probeer onderweg naar huis, op de fiets, in de auto of bus en trein al het werk los te laten. Breng je aandacht naar het hier en nu. En realiseer je dat zometeen je kind(eren) je aandacht zullen vragen.

Hetzelfde geldt voor de ochtend. Neem de tijd om wakker te worden, dus zet de wekker gewoon ietsje eerder. Zodat je niet direct in de werkmodus staat van alles wat er moet gebeuren die dag. Dan heb je ook tijd om je kind te knuffelen, verbinding te maken. Ook kinderen aankleden die dat heus al zelf kunnen, is een prima manier om even verbinding te maken.

Het leven is geen afvinklijstje. Het is zo zonde als je van de ene dag in de andere rolt en alleen maar bezig bent met ‘alle ballen in de lucht’ te houden. Laat er gewoon een paar vallen, waarom niet? Wie zegt dat alle ballen altijd in de lucht moeten blijven?

Of maak het jezelf makkelijker door met minder ballen te jongleren. Wat kun je uitbesteden? Waar kun je iemand voor inhuren? Moet alles eigenlijk wel zoals je denkt dat het moet?

Het is een cliché, maar wel waar: voor je het weet zijn je kinderen groot. Vergeet niet waarom je aan een gezin begonnen bent. Zet je gezin en jezelf bovenaan. Zorg dat er genoeg te genieten valt. En doe het nu.

Doe je dat niet, dan is dat niet alleen jammer van de gemiste kans om te genieten met je gezin, maar heb je ook grote kans dat je afstevent op een burnout. En vaak zie je dat mensen het daarna anders gaan doen. Maar dat kan ook daarvoor. Dat kan ook nu.

Dus eigenlijk bij deze mijn oproep: onderzoek eens welke ballen jij allemaal in de lucht denkt te moeten houden. Klopt dat wel? Hoe kun je dat anders doen? Hoe ga jij zorgen voor voldoende momenten van echte aandacht, van verbinding, met je kind(eren), met jezelf (en je partner)?

Meer tips om te leren hoe je beter de verbinding met je kind in stand houdt, krijg je aangereikt in mijn onlineprogramma Stap voor stap een gelukkig gezin.


Vind je dit artikel de moeite waard om te verspreiden? Dan graag delen via de shareknop, dank je wel!

Hieronder lees ik graag je reactie.

Onvoorwaardelijke liefde, makkelijker gezegd dan gedaan

Onvoorwaardelijk van je kind houden. Ik denk dat dit voor de meeste ouders logisch is. En ik denk ook dat de meeste ouders denken dat ze dit doen. En ze doen het waarschijnlijk ook. Maar dat wil nog niet zeggen, dat je kind dat ook zo ervaart. En dat is wel waar het om gaat natuurlijk. Daarom deze tips.

Onvoorwaardelijke liefde is de basis van een goede opvoeding. Waarom? Omdat het je kind vertelt dat ie 100% oké is, precies zoals ie is. Dat is heel belangrijk voor het zelfvertrouwen. En geeft je kind de ruimte om optimaal te groeien en te ontwikkelen. Want het hoeft niet bang te zijn om te falen.

Hoe fijn zou het zijn als je je kind dat mee kunt geven? Zodat hij of zij later niet in therapie hoeft of een cursus persoonlijke ontwikkeling te doen om te leren van zichzelf te houden en zichzelf te accepteren?

Maar, het is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik wil je daarom 4 manieren aanreiken waarop je onvoorwaardelijk liefde in praktijk kunt brengen.

Maak geen gebruik van straffen en belonen

Straffen en belonen zijn voorwaardelijk. Het kind ervaart: “Ik ben alleen lief als ik me goed gedraag. Doe ik dat niet dan vindt papa of mama mij niet lief.” Ook bij belonen is er in feite dezelfde boodschap. Hoe goed bedoeld ook, je manipuleert ermee het gedrag van je kind.

Luister zonder oordeel naar je kind

Luister naar je kind. Doe je best om je kind te begrijpen. Wat is er aan de hand? Wat maakt dat je kind doet zoals ie doet? Wat is het dat je kind graag wil of juist niet en waarom? Luister ook zonder oordeel. Dat wil NIET zeggen dat je het altijd eens moet zijn met je kind of dat je alles goed vindt (zie onderaan dit artikel)

Respecteer je kind

Luister niet alleen naar je kind. Maar hou er ook rekening met de behoeftes van je kind. Streef naar oplossingen die voor jullie allebei oké zijn. Soms kan dat niet. Maar ook dan kun je de behoefte erkennen en respecteren. Maar leg altijd uit waarom je er niet aan tegemoet kan komen (en zo mogelijk wanneer wél)

Accepteer je kind volledig zoals ie is

Dit gaat eigenlijk alleen over jouzelf, het is een innerlijk proces. Het is niet makkelijk, maar wel enorm waardevol. Het gaat erom, dat je je verzet registreert in jezelf als je kind iets doet wat jij niet wilt. En dat je dat probeert los te laten in plaats van dat je vanuit dat verzet handelt of spreekt.

Nee, dat wil NIET zeggen, dat je elk gedrag acceptabel vindt. Je zult natuurlijk moeten begrenzen. Maar accepteer dat het gebeurt, accepteer dat je kind zo (moeilijk) doet. Je kind heeft zichzelf ook niet gemaakt 🙂 En weet je, het valt vaak helemaal niet mee om ….. (naam van je kind) te zijn.

JA MAAR… (ik hoor je al tegensputteren…)

Als ik mijn visie op opvoeden uitleg of benoem, merk ik vaak weerstand van ouders. Dat is het misverstand dat het allemaal maar ‘soft’ is. Dat het grenzeloos is. Dat je kinderen kweekt die geen nee accepteren, prinsjes en prinsesjes, enz.

Maar dat is helemaal niet zo. Natuurlijk hou je een bepaalde verantwoordelijkheid als ouder. Soms moet je ingrijpen of doorpakken omdat het niet anders kan. Maar dat kan altijd met respect voor je kind.

En natuurlijk wil je ook niet altijd mee in wat je kind wilt. De clou is dat je dan je eigen behoefte inbrengt. Dat je die net zo serieus neemt als die van je kind. Dat zorgt ervoor dat het gedrag van je kind wel degelijk begrensd wordt.

Door bovenstaande manieren toe te passen, zal je kind onvoorwaardelijke liefde ervaren. Voelen dat ie ertoe doet, zich gehoord en begrepen voelen. Dat maakt het zoveel makkelijker voor je kind om zichzelf ook te accepteren en van zichzelf te houden.

En vanuit acceptatie is het zoveel makkelijker om te groeien, om te veranderen, om je te ontwikkelen. Omdat er geen ‘fout-zijn’ ten grondslag ligt aan verandering. Alleen maar een behoefte om je gedrag te veranderen omdat dat fijn is voor jezelf en/of voor anderen.

Vind je dit inspirerend? Deel het artikel hieronder via de shareknop, zodat we ook andere ouders kunnen inspireren. En natuurlijk lees ik ook graag je reactie.

 

Waarom je kind niet stopt met huilen of schreeuwen

Je bent toch zo duidelijk denk je dan. Je geeft duidelijk aan dat je kind nu moet stoppen met zeuren of huilen of schreeuwen. Je zwicht niet, je bent duidelijk en streng. En toch… je kind gaat gewoon door. Heel irritant vind je. Je doet wat je hoort te doen en toch werkt het niet. Frustrerend gewoon. Hoe komt dit nou?

Gisteren zag ik het weer gebeuren. In de supermarkt waar ik was voor mijn boodschappen liep een vader met een huilende peuter, een jongetje van een jaar of 2. Wat eraan vooraf gegaan was weet ik eerlijk gezegd niet precies.

De vader probeerde zijn zoontje tot stilte te manen: “Nu is het klaar”.

Dat zeggen ouders heel vaak tegen hun kind. Hoor je het jezelf zeggen? Als je het mij vraagt is het een soort toverwoord waarvan je hoopt dat je daarmee kunt zorgen dat je kind ophoudt met het irritante gedrag :).

Maar helaas…. Ook in dit geval werkte het niet. Nadat de vader het gezegd had, liep hij bij het jongetje vandaan. Die op zijn beurt weer hard huilend en schreeuwend achter zijn vader aan liep.

De vader dacht “Ik moet nog duidelijker zijn”. Dus hij gaat op zijn hurken voor zijn zoontje zitten en zegt: “Hidde, stop nu. Het is nu klaar, je moet nu stoppen”.

En enkele tellen later “Stoppen nu”.

Hij keek hem daarbij streng en dwingend aan. Vervolgens wijdde hij zich weer aan de boodschappen.

Helaas. Het werkte niet. Uiteindelijk ging de vader afrekenen en vertrok hij met nog steeds een huilend kind.

Herkenbaar?

Wat was er nu aan de hand?

Simpel. Het jongetje voelde zich totaal niet gehoord en begrepen. Alleen maar afgewezen. Wat zijn verdriet en frustratie nog groter maakte. Met als gevolg dat hij alleen maar harder ging huilen.

Wat de vader had kunnen (moeten) doen is echt contact maken met zijn zoontje. Hem eventueel even oppakken.

En erkenning geven. “Jij wilde zo graag een karretje en nu zijn ze op, stom he. Ik snap wel dat je nu boos bent” of “Ik weet het lieverd, je wil heel graag de dinosauruskoekjes. Dat snap ik. Maar die hebben we nu niet nodig. Een andere keer. Vandaag hebben we wortels nodig, ga je me helpen om ze af te wegen?”

Dan is er verbinding en voelt het kind zich begrepen. Het is oké wat hij voelt. Je mag dingen willen ook al krijg je ze niet.

Als ouder verwarren we begrip vaak met toegeven. Maar dat zijn twee verschillende dingen. Én je toont begrip, empathie én je houdt vast aan je grens.

Keur ik die vader nu af? Nee. Helemaal niet. Hij is zich gewoon niet bewust van wat er gebeurt Hij doet zoals de meeste ouders doen. Omdat ze het zo aangeleerd krijgen. Omdat dat het voorbeeld is dat je om je heen ziet en vaak ben je zelf ook zo opgevoed.

Je leert dat jij je kind je wil kunt opleggen door duidelijk en streng te zijn. Ongewenste reacties (huilen of zeuren bijvoorbeeld) te negeren. Maar zo werkt het niet. Je kind heeft geen stopknop waar je op kunt drukken door “Stop” te zeggen, of “Het is klaar nu”.

Wat overigens ook nog een rol hierbij speelt is dat we als ouder soms te gehaast zijn en teveel ‘in ons hoofd zitten”. Er moet nog van alles, boodschappen, koken, enz. Dan komt het je gewoon niet uit als je kind gaat huilen of dwarsliggen.En dan heb je de illustere hoop dat je door duidelijk te zeggen dat je kind moet stoppen, dat dit zal helpen. Helaas.

Dus de eerstvolgende keer dat jij jezelf in zo’n situatie terugvindt, onderdruk dan eens de neiging om te zeggen “Klaar nu. Stoppen”. Maar probeer echt contact te maken en te luisteren naar wat je kind dwarszit. Zorg dat je kind zich begrepen voelt.

Ik merk altijd weer bij mijn klanten dat zo’n kleine verandering een wereld van verschil kan maken.

Vind je dit een goeie tip? Pas je hem al toe en werkt het ook bij jou? Laat het hieronder weten. En deel dit artikel via de shareknop, zodat nog veel meer ouders er hun voordeel mee kunnen doen. Dank je wel!

 

Hoe lang mag mijn kind tv kijken?

Het lastige van opvoeden in deze tijd is dat er zoveel mogelijkheden en keuzes zijn voor kinderen. Regelmatig krijg ik vragen van ouders over het onderwerp kinderen en tv kijken, gamen of  internetten. Wat wel en wat niet? Maar ook moet je keuzes maken in wat jouw kind wel en niet mag eten en drinken. Wat moet je goed vinden en waar moet je een grens trekken?

Ten eerste: het juiste antwoord bestaat niet. Niemand kan precies aangeven, wat je wel of niet moet toestaan. Het hangt immers van zoveel factoren af. Bijvoorbeeld: je hebt liever niet, dat je kind bij McDonalds eet. Maar als hij of zij met een sportteam daar gaat eten, wil je het ook niet verbieden, omdat je je kind geen uitzondering wil laten zijn.

Natuurlijk zijn er in het algemeen wel limieten aan te geven. Iedereen weet, dat te lang tv kijken en computeren niet goed is voor kinderen. Ze moeten ook bewegen. Ook weet je, dat suiker ongezond is, net als zoetstoffen en teveel vet. Je weet heus wel, dat je kind niet elke dag een reep chocola en chips moet eten. Maar waar leg jij de grens voor jouw kind?

Waar het op neer komt, is dat je daarin toch je eigen grens moet bepalen. En dat doe je het beste met gezond verstand. En op je  gevoel. Wat voor jou nog oké is. Daar verschillen ouders in en dat mag ook. Het is de enige manier waarop je dat kunt doen. Want zoals gezegd, een strikt antwoord is er niet.

Wat daarbij heel goed kan helpen, is je kind  observeren. Wat doet het met je kind als je iets toestaat? Hoe gedraagt hij zich op internet? Kun je ergens aan merken, dat hij misschien teveel tv kijkt, bijvoorbeeld doordat hij steeds moeilijker zichzelf kan vermaken? Of omdat hij daarna helemaal niet meer in beweging komt? Of is tv kijken juist een time out, waarna hij weer lekker buiten gaat spelen of anderszins in actie komt? Is je kind gezond of heeft ie een neiging om te dik te worden? Reageert hij verkeerd op bepaalde voedingsmiddelen?

Door goed te observeren, kun je makkelijker je grens bepalen en deze ook beter communiceren met je kind. “Ik vind eigenlijk, dat je niet langer dan een uur tv mag kijken, want ik merk, dat je er heel sloom van wordt. Meestal verveel je je als de tv dan uitgaat” Je kind zal nu misschien protesteren en dit ontkennen. Dat geeft niet, want nu kun je er een gesprek over aangaan en samen een oplossing zoeken.

Tenslotte: accepteer dat je niet in staat bent de perfecte keuzes te maken. Je mag best kritisch zijn naar jezelf en er goed over nadenken. Doe het gewoon zo goed mogelijk. Maar daarna moet je het ook weer relativeren. Ga er niet over tobben. Vertrouw op je gevoel en je gezonde verstand. Een portie nuchterheid geeft rust in jou en dat is ook weer goed voor je kind 🙂

Moeilijke kinderen bestaan niet !?

Sommige mensen zeggen: ‘Moeilijke kinderen bestaan niet’.  Er is zelfs een boek dat zo heet. En daar is wat voor te zeggen. Maar  in de praktijk voelt dat vaak niet zo en lijken er wel degelijk ‘moeilijke kinderen’ te bestaan. Er zijn nu eenmaal kinderen (en volwassenen), die niet doen wat je verwacht. Die ingewikkelder zijn in de omgang dan anderen. Hoe pak je dat dan aan?

Ook al houd je zielsveel van je kind en wil je je kind niet als een moeilijk kind betitelen, toch kun je je kind als een ‘moeilijk kind’ ervaren. Je kind lijkt bijvoorbeeld onvoorspelbaar in zijn reacties, wordt snel boos of komt bazig of dwingend op je over. Het kost je bergen energie en vooral veel frustraties. Je kunt er zelfs moedeloos van worden.

Wat is er aan de hand? Inmiddels heb ik ervaren, dat veel kinderen met moeilijk gedrag kinderen zijn die worstelen met hun grip op de wereld. Ze zijn vaak gevoelig voor prikkels en hebben altijd een hoofd vol gedachten. Ze proberen grip op de wereld te krijgen door de dingen naar hun hand te zetten.

Dat lijkt egoïstisch, maar dat is het niet! Of eigenlijk ook wel, maar niet in de negatieve betekenis, die we er doorgaans aan koppelen. Je zou ze egocentrisch kunnen noemen. Ze zijn erg op hun eigen behoeftes gericht. Maar niet omdat ze jouw behoeftes niet van belang vinden. Integendeel, het zijn vaak gevoelige kinderen, die graag rekening met anderen willen houden.

Ze zijn zo op zichzelf gericht om controle te houden. Om niet overgeleverd te zijn aan onvoorspelbare gebeurtenissen. Als zij de baas zijn, geeft hen dat een gevoel van controle. Het is belangrijk om je dat te realiseren.

Dat betekent, dat je hun gedrag niet moet labelen als zelfzuchtig, maar als behoefte aan controle. Als je dat zo kunt interpreteren, helpt je dat om niet in je eigen frustratie en ergernis verstrikt te raken. Of je angst, dat je kind een onaangenaam, egoïstisch mens wordt als je niet oppast. Als je daar uit kunt blijven, is er ruimte om te horen en te zien wat je kind werkelijk nodig heeft. En kun je een conflict voorkomen.

Wat deze kinderen nodig hebben, is voorspelbaarheid en eigen inbreng. Zorg dat ze zoveel mogelijk voorbereid zijn op wat er gaat gebeuren. En geef ze zo veel mogelijk eigen inbreng in de gang van zaken thuis. Vraag naar hun behoeften en hou er rekening mee. Ook als het een behoefte is, die jou als onbegrijpelijk of onbeduidend voorkomt.

Naarmate ze ouder worden, kunnen ze zichzelf beter leren kennen. Help ze dan om zich bewust te worden van hun ‘fabrieksinstelling’. Laat ze zien hoe het in hun werkt zonder af te keuren. Help ze om met kleine stapjes te leren omgaan met onvoorspelbaarheid. Ga uit van hun sterke kanten en vertrouw op hun kracht om hun eigen weg te vinden. Dat geeft zelfvertrouwen.

Spreekt dit je aan en wil je meer hulp? Lees op de homepage op welke manieren ik je kan helpen. Of stuur gewoon een mail naar karla[apestaartje]ontspannenopvoeden.nl

Herken jij wat ik in dit artikel beschrijf? Hoe ga jij hiermee om? Ik lees graag je reactie hieronder. Ook fijn als je dit blog voor me deelt, dank je wel alvast!

Tips om conflicten met je kind te voorkomen

Als je goed kijkt zie je dat we heel wat van onze kinderen verlangen: handen wassen, tanden poetsen, opruimen, jas aan de kapstok, vuile kleren in de wasmand, enz. En veel van die dingen zijn voor kinderen helemaal niet belangrijk. Het boeit hen niet zogezegd. Situaties genoeg dus, die tot ergernis of zelfs conflicten kunnen leiden. Lees hier tips om dat te voorkomen.

WAT NIET WERKT

Vaak gebruiken we dan ineffectieve manieren, zoals dreigen. “Als je nu niet aan tafel komt, dan ….”. Ineffectief, want óf het kind komt nog meer in verzet, wil zich niet laten dwingen, óf hij weet allang dat dat niet zo’n vaart loopt bij jou.

En misschien werkt het wel bij jou en doet je kind dan wat je wil onder dreiging van straf. Maar is dat nu echt wat je wil? Je krijgt wel iets van hem gedaan, maar het kost ook iets, de sfeer en het contact worden er niet beter op.

Andere negatieve reacties zijn verwijten (“het kan jou kennelijk niks schelen dat ik altijd op je moet wachten”), sarcasme (“zo zeg, ben je daar al? Geweldig, ik heb maar 5 minuten hoeven wachten”) en vergelijken (“je zusje zit allang aan tafel, zij is altijd op tijd”). Wat al deze reacties gemeen hebben is dat ze het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van een kind aantasten. Terwijl je je kind juist graag zelfvertrouwen wilt geven toch?

Vaak weten wel zelf (achteraf) ook wel, dat het niet werkt. Waarom doen we het dan? Omdat we vrij onbewust overnemen wat we onze eigen ouders hebben horen zeggen, of andere ouders. Het zijn ingeslepen gewoontes in onze cultuur. En daarnaast komen ze vaak voort uit onze eigen frustratie, dat een kind niet doet wat we willen. Liever willen we dat eigenlijk niet voelen, en daarom leggen we onze frustratie onbewust bij het kind neer.

WAT WEL WERKT

Wat nu te doen? Hoe kun je er nu voor zorgen, dat je de dingen op een plezierige manier voor elkaar krijgt?

Het begint met in te zien, dat een kind niet dwarsligt om het dwarsliggen, maar omdat hij nou eenmaal het nut er niet van inziet of er geen zin in heeft. Verplaats je in je kind, en je snapt dat hij veel liever nog even wil spelen i.p.v. aan tafel komen.

Je kunt dat ook tegen je kind zeggen: “jij wilt zo graag nog even doorspelen, hè? Dat snap ik wel. Maar ik vind het ook jammer als het eten koud wordt, dan is het niet meer zo lekker.”

Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen gevoelens. Voel je ongeduld of je frustratie opkomen, en besef dat die van jou is. Jij wilt het anders dan dat het nu gaat, dat is niet de schuld van het kind. Dit inzien geeft je de ruimte om het anders aan te pakken. Andere dingen te zeggen, die het kind juist wél uitnodigen om mee te werken.

Hier zijn een paar tips:

GEEF NEUTRALE INFORMATIE
Bijvoorbeeld: “als jij je schoenen onder aan de trap laat staan, kan iemand anders er over vallen”.  I.p.v. : “ruim nu je schoenen op, anders breekt iemand straks zijn nek erover”. Zo haal je de lading eraf, en geef je je kind de mogelijkheid om er iets aan te doen uit eigen beweging. “O ja, dat is niet handig, ik kan ze beter weg zetten”.

GEEF EEN KEUZE
“wil je je appel heel of in stukjes? “, “zal ik je haar borstelen of doe je het zelf”. Dat er een appel wordt gegeten of het haar geborsteld staat niet ter discussie, maar het kind heeft wel ruimte voor eigen inbreng. Je kunt ook laten kiezen wanneer iets gebeurt: “wil je voor of na het eten woordjes oefenen?”.  Als het kind geen van beide wil, kun je vragen naar een andere oplossing. “heb je een beter idee?” Het kind mee laten denken, laat zien dat je respect hebt voor zijn inbreng en dat nodigt uit tot meewerken.

HOU HET KORT
Kinderen hebben een hekel aan preken.  Een enkel woord : “Sanne, je jas” werkt vaak beter dan een lang verhaal. Mits het voor het kind begrijpelijk is wat je bedoelt natuurlijk 😉

DOE IETS GEKS
Iets geks of iets onverwachts doen werkt heel goed om een beginnende strijd te smoren. Doe alsof je je kind ondersteboven in de stoel wil zetten of in de prullenbak wil stoppen. Of laat dingen praten: “hier is het washandje en ik zoek een vuil jongetje”. Verzin iets. Je zult zien dat het helpt en dat het je zelf ook veel meer plezier geeft. Het haalt je uit het patroon van de machtstrijd.

Vind je dit zinvolle tips? Deel ze dan alsjeblieft via de shareknop, dan kunnen we samen nog meer ouders bereiken. Dank je wel!

Laat ook weten of ze jou geholpen hebben, of wat jouw tip is om conflicten te voorkomen. Ik hoor graag van je!

Waarom sorry laten zeggen niet zo’n goed idee is

Een kleuter is boos op een ander kind en deelt een tik uit. Op het gehuil van het slachtoffer komt de juf aangelopen. Ze vraagt wat er gebeurd is en zegt tegen het kind dat geslagen heeft “Je moet nu even sorry zeggen, want slaan dat mag niet”. Bijna alle kinderen leren al jong dat ze in zo’n situatie sorry moeten zeggen. Maar wat leren ze dan eigenlijk?

Strikt genomen betekent sorry zeggen “het spijt me”. Het geeft aan dat je iets hebt gedaan waarvan je achteraf zou wensen dat je het niet gedaan hebt. Je hebt er spijt van.

Aangeven dat je spijt hebt van iets dat je tegen iemand gezegd of gedaan hebt, is op zich heel fijn. Als het gemeend is tenminste. Je neemt de verantwoordelijkheid voor wat je hebt gedaan en geeft aan dat je inziet dat je het beter niet had kunnen doen. Of liever niet had willen doen.

Nu is het woord sorry een beetje een uitgeklede versie van ‘het spijt me’. We gebruiken het te pas en te onpas om ons te verontschuldigen. (Grappig woord eigenlijk, ver-ont-schuldigen, je wilt van je schuld af, net als in ‘neem me niet kwalijk’: alsof het meer om jezelf gaat dan om de ander…)

Toch vinden we het erg belangrijk dat kinderen sorry zeggen als ze iets gedaan hebben dat in onze ogen niet acceptabel is. Er wordt soms heel wat strijd gevoerd om dat zelfs af te dwingen. Het gevolg: kinderen zien dat ze er niet onderuit kunnen en zeggen met frisse tegenzin sorry.

Of ze zeggen het bij voorbaat al om geen gezeur te krijgen: “Sorry!”. En als de volwassene dan nog even doorgaat over wat er zo fout aan was: “Jaahaa, ik zei toch al sorry!”

Maar wat leert een kind hier nu eigenlijk van? Niet zoveel fraais eigenlijk.

Ten eerste: dat oneerlijkheid beloond wordt. En dat het belangrijker is om te voldoen aan de norm dan je eigen gevoel te volgen. Ook al heb je geen spijt omdat je het terecht vond wat je deed, toch zeg je sorry, want dan is iedereen weer tevreden.

Ten tweede is het kennelijk niet van belang wat jij als kind eigenlijk hebt ervaren. Wat maakte dat je deed zoals je deed. Het kind voelt zich niet gehoord. De volwassene is niet oprecht in jou geïnteresseerd, maar wil alleen dat je je op de goede manier gedraagt.

Bovendien kun je met sorry zeggen kennelijk je eigen verantwoordelijkheid ontlopen. Het gaat er niet om dat je werkelijk nadenkt over wat je doet of hoe je met anderen omgaat. Het gaat erom dat je je aan de regels houdt.

En wat leert het kind niet? Zeggen dat een kind sorry moet zeggen is een gemiste kans. Een kans om met het kind te praten over zijn emoties en de invloed daarvan op zijn gedrag. Een gemiste kans om gehoord te worden en geholpen te worden met het sturen van het eigen gedrag.

En het kind leert hierdoor niet hoe fijn het is om werkelijk sorry te zeggen. Dat iedereen dingen doet waar hij achteraf spijt van heeft. En dat dat niet erg is, maar dat je door te zeggen ‘het spijt me’, de verbinding kunt herstellen.

Sorry laten zeggen is dus eigenlijk geen goed idee. En toch doen wij volwassenen dit massaal, kinderen leren (lees: dwingen) om sorry te zeggen. En het wrange is, dat kinderen vervolgens soms afgerekend worden op het feit dat het niet gemeend is: “Ja, wat koop ik daar voor, je meent er toch niks van”.

Dus als jij het ook doet: stop ermee. Laat je kind uit zichzelf sorry zeggen of niet. Waardeer als het gebeurt. Bespreek wat er gebeurde, wat het kind heeft ervaren. En daarna pas wat het effect voor een ander is geweest. En pas als het kind ervoor openstaat, kun je bespreken hoe het weer goedgemaakt kan worden. En dan is sorry zeggen een optie. Als het gemeend is 🙂

Wat ik geleerd heb is dit: als je je kind met respect opvoedt en zelf het goede voorbeeld geeft, als je kind zich veilig en geaccepteerd voelt, dan zal je kind uit zichzelf naar je toekomen en sorry zeggen over zijn of haar gedrag als dat gepast is. En is dat niet wat je eigenlijk wilt?

Ik ben benieuwd naar je reactie, ben je het met me eens? Ik lees het graag hieronder. Ook vind ik het fijn als je dit artikel wilt delen via de shareknop, zodat ik meer ouders kan bereiken. Dank je wel!

 

 

 

Het grootste gevaar van een diagnose voor je kind

Heb jij een kind met moeilijk gedrag? In twee eerdere blogs (kijk hier en hier) heb ik al een aantal voor- en nadelen van een diagnose voor je kind op een rijtje gezet. Er zit echter nog een risico aan, die ik hier graag even wil belichten.

Op internetfora kun je heftige discussies vinden, waarin ouders hun standpunt verdedigen. Ouders, die voor zijn, vergelijken een diagnose als ADHD op PDD-NOS weleens met doof of blind zijn. En al snap ik heel goed, dat die ouders erkenning willen voor hun kind, toch is dat te kort door de bocht. Een dergelijke fysieke handicap is echt iets anders. Een blind kind kan niet zien, een doof kind kan niet horen. Dat zijn éénduidige stoornissen, die objectief vast te stellen zijn.

Maar een diagnose als bijv. ADHD of PDD-NOS is bedacht door psychiaters. Het zijn concepten, eigenlijk niet meer dan een verzameling beschrijvingen van zwakheden,onvermogens of problematisch gedrag van een kind. Om aan de diagnose te voldoen, moet een kind een bepaald deel van deze kenmerken vertonen. Bij ADHD nog niet eens de helft. Het kan daarom zelfs zo zijn, dat twee kinderen totaal verschillende kenmerken hebben en toch allebei ADHD hebben.

Het is dus goed om je te realiseren dat het gaat om begrippen. Pogingen van wetenschappers om grip te krijgen op bepaald gedrag. En in eerste instantie bedoeld om onderzoek te vergemakkelijken.

De beoordeling van wat afwijkend is of wat problematisch is,  is bovendien altijd mede cultuurbepaald. Op dit moment is bijvoorbeeld een discussie gaande of een deel van de jongens die nu het stempel ADHD krijgen, vroeger niet gewoon lekker een kwajongen konden zijn. Pietje Bell zou in deze tijd zeker weten een stempel krijgen.

Een diagnose kan ook nog als een excuus werken om onvoldoende hulp te bieden. Ik heb meerdere malen kinderen gezien, die zeiden: “Ik ben druk, hoor. Want ik heb ADHD. Dus ik kan er niet aan doen.”   Als zo’n kind dan geen hulp krijgt om zijn eigen gedrag beter te reguleren, laten we het kind in feite in de kou staan. Want niet alleen de omgeving moet zich aanpassen, ook voor het kind is er werk aan de winkel. Hij of zij moet er per slot van rekening ook mee verder in het volwassen leven.

Maar het grootste gevaar van een diagnose is misschien wel, dat het ieders blik gaat bepalen. Alles wat het kind doet of niet doet, wordt beoordeeld in het licht van de diagnose. Ook dingen die elk kind nu eenmaal doet of laat. Het kan leiden tot tunnelvisie. Maar je kind is altijd meer dan zijn probleem. En kan leren en zich ontwikkelen, net als ieder ander kind.

Als jouw kind dus wel een diagnose heeft of krijgt, zie het dan vooral als een aanwijzing in welke richting jij moet kijken bij het zoeken naar hulp en tips om jouw gedrag aan te passen aan je kind. En help je kind zichzelf te helpen. Maar voorkom dat je kind zijn of haar diagnose “wordt”, laat je kind zich er niet mee identificeren. Laat het niet alles bepalen, maar blijf in de eerste plaats jouw kind zien als zijn of haar unieke zelf.

Wist je dat je ook zonder diagnose heel goed geholpen kan worden? Mijn aanpak is gericht op het begrijpen van jouw kind, zonder het te labelen, maar wel met inzicht in zijn of haar zwakheden. Zodat jij je gedrag er beter op kunt afstemmen. Meer weten? Neem dan contact op of kijk hier hoe ik jou kan helpen

Geef hieronder je reactie en deel dit blog via de Share-knop, dank je wel alvast!

 

 

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten