All Posts by Karla Mooy

Seksuele voorlichting of praten over seks?

 

Vind jij dat ook moeilijk, seksuele voorlichting? Ja, je snapt heus wel dat dat erbij hoort. En je wilt je kind ook graag goed voorlichten. Maar hoe doe je dat in praktijk? Praat je niet teveel of juist te weinig erover?  Een aantal basistips vind je in dit artikel plus een verwijzing naar meer 🙂

 

Zelf vond ik best wel moeilijk, eerlijk gezegd. Ik kwam allerhande drempels tegen in mezelf. Hoewel ik niet preuts ben, vond ik het toch lastig om er met de kinderen over te praten. Vooral toen ze ouder werden. Ik was vooral bang, dat ik mijn kinderen in een ongemakkelijke situatie zou brengen. Maar in feite was het mijn eigen ongemak.

Een tijdje terug maakte ik kennis met Josephine Wierdsma,  deskundige op dit gebied. Op haar site www.vanbloemendebij.nl ,waarover straks meer, schrijft ze hele zinvolle stukjes voor ouders. Haar missie is om ouders te leren hun kinderen te helpen bij hun seksuele ontwikkeling. Ook in deze schijnbaar zo open maatschappij heel belangrijk. Misschien wel juist van belang in een maatschappij, die zo geseksualiseerd lijkt te raken.

Zoals beloofd hier wat basistips.

Tip 1      Geef informatie in stukjes

Vroeger was seksuele voorlichting iets wat je als ouder één keer deed en dan was het klaar. Je ging er eens goed voor zitten en vertelde je kind hoe het werkelijk zat. Wat de functie en rol van seks tussen man en vrouw is. Vrij technisch eigenlijk. En vaak werd daaraan toegevoegd dat het iets is voor als je getrouwd bent.

Ook al doen we het tegenwoordig anders, toch hebben veel ouders nog de neiging om teveel in één keer te willen vertellen. Dat hoeft niet. Dat moet ook niet. Je antwoord moet voldoen aan de informatiebehoefte van je kind. En dat is meestal niet het hele verhaal in één keer.  Het is belangrijk om aan te sluiten bij die informatiebehoefte van je kind. Want als je daarin de plank misslaat, loop je het risico, dat je kind wel uitkijkt om nog eens weer iets te vragen.

Tip 2      Pas je woorden aan bij de leeftijd van je kind

De informatiebehoefte van je kind hangt af van de leeftijd. Zowel de woorden die je gebruikt als de uitgebreidheid van je antwoord veranderen met de jaren. Een jong kind heeft niet zoveel uitleg nodig als een ouder kind. Woorden die je voor je jongere kind gebruikte, kunnen in een later stadium te kinderachtig worden. Let vooral ook  goed op hoe je kind reageert. Kan hij of zij de informatie bevatten? Check gewoon of je antwoord hebt gegeven op de vraag: “Was dat wat je graag wilde weten?”

Tip 3      Je bepaalt zelf wat je wel en niet wilt vertellen

Hierbij spelen je eigen normen en waarden een rol. Maar ook je behoefte aan privacy. Je hoeft niet op alles een antwoord te geven. Door aan te geven dat je iets privé vindt (bijvoorbeeld hoe vaak jullie seks hebben of andere vragen over jouw seksleven) geef je ook een antwoord. Namelijk dat er grenzen zijn en dat je die zelf kunt bewaken.

Tip 4      Wees nieuwsgierig

Niet door je kind het hemd van het lijf te vragen natuurlijk 🙂 Maar als er dingen zijn, bijvoorbeeld op tv of als je kind iets vertelt, vraag hem dan eens wat hij daarvan vindt. Of hoe zij er tegenaan kijkt. Stel open, niet bedreigende, vragen. Zoek de balans tussen opdringerig zijn of te terughoudend. Vooral kinderen tussen 10 en 12 jaar willen erg graag over seks praten met hun ouders, zo ervaart Josephine in haar werk.

Tenslotte

Het belangrijkste is, denk ik, dat je het gesprek aangaat. Dat je je niet laat leiden door je eigen ongemak. Dat je niet stapt in de valkuil van ‘voorlichting geven’. Maar dat je goed kijkt en luistert naar je kind. Ingaat op de vragen, die er leven. En checkt of je antwoord bevredigend is. Stapje voor stapje gaat de seksuele ontwikkeling. En stapje voor stapje ben jij erover in gesprek met je kind. Met respect voor de seksualiteit van je kind, maar ook die van je zelf.

En misschien moet je wel een stapje meer zetten dat je denkt. Of dan gemakkelijk voelt. Op de site van Josephine www.vanbloemendebij.nl vind je veel inspiratie om ook op dit belangrijke ontwikkelingsgebied je kind voldoende steun te kunnen bieden. Je kunt je daar aanmelden voor haar nieuwsbrief, dan krijg je de artikelen vanzelf in je inbox.

Wat is jouw ervaring? Vind je het ook moeilijk of juist niet? Twijfel jij weleens of je het goed aanpakt? Laat het hieronder weten.

Vind je dit artikel interessant, deel het dan via de shareknop hieronder, dank je wel alvast!

 

Wat er mis is met de supernanny

Afgelopen week was de eerste aflevering te zien waarin supernanny Jo Frost Nederlandse ouders te hulp komt. Door de opzet van het programma en de manier van filmen is het verleidelijk om te denken dat ze een voorbeeld is van een goede aanpak. Immers, na afloop gaat het stuk beter met moeder en kinderen. Wat is er dan toch mis mee?

Vooraf moet ik even zeggen: ze doet absoluut goede dingen. Ze komt een alleenstaande moeder te hulp in het opruimen en schoonmaken van haar huis bijvoorbeeld. Ze zet een proces van bewustwording en actie in gang. Wat de moeder hard nodig heeft. En ze is ook betrokken en wil graag helpen. Maar het probleem zit hem vooral in de opvoedkundige aanpak die ze de moeder bij brengt.

Wat is er mis met deze opvoedkundige aanpak? Zoals Jo ook zelf zegt gaat het om trainen van de kinderen. Eettraining, slaaptraining, noem maar op. De focus ligt op het gedrag. Er wordt voorbij gegaan aan de reden die  ten grondslag ligt aan het gedrag. En er is altijd een reden voor gedrag.

Af en toe wordt zelfs gesuggereerd, dat het zoontje expres zijn moeder dwarszit. Alsof het kind dat werkelijk wil. Het kind is gewoon in de war. Het is nooit ‘de schuld’ van het kind. Zeker niet bij zo’n kleintje. Hij is de kluts kwijt doordat zijn moeder inderdaad de regie kwijt is. Over zichzelf en over haar leven.

Als het jongetje ’s nachts uit zijn bed komt en naar zijn moeder gaat, moet hij elke keer terug gebracht worden. Net zolang tot hij het opgeeft. Er wordt totaal voorbijgegaan aan de behoefte van het kind. Waarom gebeurt dit? Het is een kind wat zich emotioneel onveilig voelt. Zijn ouders zijn pas gescheiden, zijn vader had psychische problemen en zijn moeder heeft het zo zwaar, dat hij niet meer gezien wordt.

Wat hij nodig heeft is bevestiging. Dat hij gehoord en gezien wordt. Ertoe doet. Een moeder die verbinding met hem maakt. Echte aandacht geeft. In het begin geeft Jo Frost dat ook aan, dat hij aandacht te kort komt. Vreemd genoeg leert ze de moeder om hem nog verder te negeren. Aandacht wordt gekoppeld aan gewenst gedrag. En dat is precies het probleem.

Wat leert een kind die op deze manier wordt aangepakt? Ik word lief gevonden als ik doe wat er van mij verwacht wordt. Ik mag niet boos zijn. Ik ben niet goed genoeg zoals ik ben. Als ik niet lief gevonden wordt is het mijn eigen schuld. Dan heb ik iets fout gedaan. Wat in mij leeft is niet van belang.

En waar leidt dat toe? Het onderdrukken van nare gevoelens. Aanpassen. Jezelf verloochenen. En als je dan later groot bent, begint de zoektocht. Om te ontdekken wie je ook alweer was. En wat je allemaal weggestopt hebt. Ken je dat misschien van jezelf? En is dat niet precies wat we onze kinderen willen besparen?

Er zijn kinderen bij wie deze aanpak niet eens werkt. Dat zijn de kinderen die dwars blijven liggen. Die gaan tot het bittere eind. Willen we dat? Of schakelen we over op een andere, respectvolle manier van opvoeden. Dat is waar deze kinderen ons toe uitdagen. Juist de kinderen, die niet zo gemakkelijk in het gareel te krijgen zijn. Misschien moeten we daar wel dankbaar voor zijn.

Laat je niet van de wijs brengen door dit soort programma’s. Als jij problemen hebt met je kind, denk dan niet dat je misschien toch strenger zou moeten zijn. Ga opzoek naar iemand die je kan helpen om op een respectvolle manier de problemen op te lossen.  Misschien moet je wel beter je eigen grenzen bewaken, dat zou heel goed kunnen. Of duidelijker zijn. Maar dat is iets anders dan je kind je wil opleggen.

PS De uitzending van ‘Nanny on tour’ was aanleiding tot een oproep vaneen groep ouders, journalisten en opvoedkundigen om een alternatief te bieden, onder de naam #stopjofrost. Lees hier hun persbericht. Ik doe mee, jij ook?

PS 2 Hiranthi Molhoek geeft op kroost.org een mooie beschrijving van hoe het anders kan.

Ben je het met me eens? Deel dit bericht dan via de shareknop. Dank je wel 🙂

 

Tips voor een fijne kerst (vakantie) met je kind

Voor sommige kinderen zijn feestdagen helemaal niet zo’n feest. Dat zijn kinderen die snel van slag raken door dagen die anders zijn dan andere. Deze kinderen hebben een goede voorbereiding nodig. Maar ook voor kinderen, die daar minder last van hebben, is het fijn als ze weten wat ze kunnen verwachten en als er voldoende rekening met hen gehouden wordt. Daarom deze tips.

Neem als eerste even de tijd om na te denken over hoe jij de feestdagen (of de hele vakantie) het liefst wil doorbrengen. Wat zou jij het liefste willen? Wat wil je je kind graag meegeven? Wat denk je dat je kind fijn zal vinden? Vraag ook aan je eventuele partner en je kind)eren) wat die het liefste zouden willen. Het betekent niet, dat iedereen “zijn zin krijgt”, wel dat je ernaar streeft dat het goed is voor iedereen.

Ga je bij anderen op bezoek, denk dan na over hoe je kind zich hierin prettig kan voelen. Wat heeft hij of zij nodig? Voorzie je misschien een lastige situatie, bedenk dan vooraf hoe je die kunt voorkomen of oplossen. Bereid je kind zo nodig goed voor op het bezoek. Misschien is het een vertrouwde situatie voor het kind, dan is er niks aan de hand. Het kan ook zijn dat er mensen zijn, die niet bekend of vertrouwd zijn, dan is het handig je kind daarop voor te bereiden. Zorg dat je kind iets te doen heeft, neem zo nodig speelgoed mee, tekenspullen of een spelletje.

Ben je thuis tijdens de feestdagen, bereid ook dan je kind voor op hoe deze dagen eruit gaan zien. Misschien krijg je bezoek. Hoe gaat het met het eten? Ben jij iemand, die een uitgebreid kerstdiner in elkaar zet? Als dat veel aandacht van je vraagt, zorg dan dat er iemand anders is, die aandacht aan je kind kan geven. Betrek je kind waar mogelijk bij de voorbereidingen. Misschien kan hij helpen bij het opruimen en gezellig maken van het huis. Of kan hij kaartjes kleuren voor op tafel, of een tafelversiering maken.

Maak voor je kind een kalender van de komende dagen. Misschien heb je al een adventskalender. Je kunt anders zelf een kalendertje maken van de komende dagen. Vanaf de eerste dag kerstvakantie t/m oud-en-nieuw, of voor de hele vakantie. Zo kan je kind zien wanneer wat staat te gebeuren. Je kunt elke dag met een klein tekeningetje of woord laten zien wat kenmerkend is voor die dag. Je kind kan het misschien verder invullen met een tekening, of inkleuren.

Een dergelijke kalender geeft je kind veel structuur en houvast. Per dag kun je dan ’s ochtends uitleggen en evt. op papier zetten hoe die dag eruit zal zien. Zorg dat je kind weet hoe zijn dag eruit zal zien. Wanneer kan hij je helpen, wanneer gaat hij mee ergens naar toe, wanneer gaat hij lekker zelf spelen, enz.

Wat te doen met uitnodigingen, die je liever af zou slaan? Misschien zijn er uitnodigingen bij, waar je tegenop ziet of bezoek bij jou thuis waar je over twijfelt. Vraag je zelf af of je dit echt wilt doen. Is je antwoord nee, doe het dan niet. Je kunt een ik-boodschap gebruiken om dit naar anderen te communiceren.  Is het antwoord ja, bedenk dan hoe je het zo prettig mogelijk kunt maken voor jou en de andere gezinsleden.

Er kan vaak meer dan je denkt. Ergens van tevoren tegen opzien is een negatieve verwachting. Als je daar teveel aandacht aan besteedt, zou het maar zo eens uit kunnen komen 🙂 Je kunt je beter afvragen hoe je de kans op een leuke, gezellige bijeenkomst kunt vergroten. Onderneem actie daarin. En accepteer dat dagen zelden alleen maar leuk zijn. Vervelende momenten horen er vaak bij en gaan ook weer over.

Tenslotte:hoe relaxter je kind is,  hoe beter voor jou.  Dus pas je aan. Zorg dat je voldoende energie en aandacht kunt hebben voor je kind. Kijk nog eens kritisch naar jullie plannen voor de vakantie. Kan je kind hier goed mee dealen, denk je? Nee? Doe het dan niet! Dat jij het goed hebt met jouw eigen gezin is het allerbelangrijkste. Genieten van elkaar. En voor later een fijne herinnering hebben aan kerst.

Ik wens jullie hele fijne feestdagen! 

Hoe pak jij het aan met de feestdagen? Heb je nog aanvullende tips? Ik lees ze graag. Deel ze hieronder! 

Vind je deze tips de moeite waard? Deel ze dan op de sociale media met de knoppen hieronder, zodat ook anderen ervan kunnen profiteren. Dank je wel!

 

Hoe ga je om met computer, tv, tablet en mobiel?

 

In deze tijd valt het lang niet altijd mee om vader of moeder te zijn. Zoveel keuzes te maken, zo veel verleidingen. Dus ook heel vaak nee zeggen. Ik denk soms wel “Ben blij dat de mijne volwassen zijn…”. Ik vind het eerlijk gezegd ook best een lastig onderwerp. Daarom heb ik er eigenlijk nog niet veel over geschreven. Toch wil ik wel mijn ideeën met je delen. Misschien heb je er wat aan 🙂

Allereerst even kort over mijn visie op opvoeden. In mijn visie zijn ouders en kinderen gelijkwaardig waar het gaat om hun behoeften. En is het belangrijk om respect te hebben voor de behoeften van je kind. Die zijn even belangrijk als die van je zelf, niet meer en niet minder belangrijk.

Dat neemt niet weg, dat je als ouder wel een specifieke verantwoordelijkheid hebt. Immers, jij zorgt voor je kind, fysiek, emotioneel, geestelijk. Jij kunt consequenties overzien, die je kind niet nog niet ziet. Daarom zul je af en toe een onwrikbare grens moeten zetten of moeten ingrijpen.

Dat gaat dan vaak over veiligheid. Je kind moet  nu eenmaal in een autostoeltje, bijvoorbeeld. Daar valt niet aan te tornen. Zo zijn er ook zaken waar je wel een beetje meer of minder ruimte kunt geven. Kinderen de ruimte kunt geven, en moet geven, om te experimenteren.

Hoe zit dat nu met computeren en tv kijken? Ook daarbij heb je als ouder een specifieke verantwoordelijkheid. Teveel computeren en tv kijken is nu eenmaal niet goed, dat is bewezen. Het gaat ten koste van beweging, creatief spelen en kan leiden tot slapeloosheid.

Toch is het beter om hierover met je kind in gesprek te gaan, dan eenzijdig regels te maken of iets te verbieden. Dat kan altijd nog… Ga eerst eens met je kind in gesprek om uit te vinden wat hij of zij vooral leuk vindt. Wat computeren of tv kijken hen oplevert. En ook wat het misschien kost.

Zo maak je kinderen langzamerhand ook bewust van voor- en nadelen. Erken ook vooral dat het leuk is. Kom niet met ja,maar… maar zeg bijvoorbeeld dat je het herkent. Want wees even eerlijk, zijn wij ouders zelf ook niet een beetje verslaafd af en toe? Raak jij nooit zomaar ‘tijd kwijt’ omdat je even aan het surfen was op internet. Of te lang aan het facebooken was? Hoe vaak check jij je e-mail?

Laat zien dat je snapt hoe het werkt, hoe verleidelijk het is. Laat je kind vertellen. En breng dan je zorg in. Geef aan waar grenzen liggen en waarom. Vervolgens kun je je kind dan mee laten denken over hoe je die grenzen in praktijk wilt brengen.

Bijvoorbeeld je wilt een limiet stellen aan de hoeveelheid tijd, die een kind computert. Laat het kind dan inspraak hebben in wanneer deze tijd gebruikt kan worden. En wat er wel of niet onder valt (huiswerk bijvoorbeeld?  Of een educatief spelletje?). Het bewust worden en keuzes leren maken is voor je kind minstens zo belangrijk als het stellen van die limiet.

Voor TV kijken bijvoorbeeld zou het kunnen betekenen, dat je kind leert kiezen wat hij of zij het leukst vind om te kijken en niet zomaar domweg alles tot zich te nemen. Ook kan je kind zich bewust leren worden wat TV kijken doet. Word je er lekker ontspannen van of juist duf en heb je daarna nergens geen zin meer in?

Tenslotte moet je ook zelf het goede voorbeeld geven natuurlijk. Dus zorg dat je zelf, als je bij je kinderen bent, beperkt of helemaal niet op internet bezig bent. Bij kleine kinderen moet je sowieso heel voorzichtig zijn. Want internet of social media kunnen je behoorlijk afleiden!

Goede informatie over dit onderwerp vind je op www.mediawijsheid.nl

Dit zijn zo wat gedachtes van mij rond het thema  computeren en Tv-kijken.  Hoe ga jij hier mee om? Laat het hieronder weten, ik ben blij met je reactie.

Help je mij om mijn inspiratie en tips te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

5 redenen om geen diagnose te willen voor je kind

Als jouw kind moeilijk gedrag vertoont, thuis of op school, of beide, is het goed om op zoek te gaan naar hulp. Immers, dit moeilijke gedrag leidt meestal tot problemen met andere kinderen of met de volwassenen om hem heen. Daar wordt je kind niet gelukkig van en jij ook niet. Maar wees voorzichtig met het laten stellen van een diagnose.

  1. Een diagnostisch onderzoek is vaak een gedragsbeschrijving

Diagnostisch onderzoek in geval van AD(H)D en ASS is vaak gebaseerd op kenmerken van het gedrag van je kind. Er wordt wel gespeculeerd over de oorzaak (of het een afwijking in de hersenen is bijvoorbeeld), maar daar is nog onvoldoende over bekend. Er wordt naar mijn idee te weinig gekeken naar wat zich in het kind afspeelt.

  1. Een diagnose leidt te gemakkelijk tot het geven van medicijnen

Als je kind eenmaal een diagnose heeft gekregen als AD(H)D of PDD-NOS, is de kans groot, dat het vervolgens medicijnen voorgeschreven krijgt. Dat wordt ook van jou verwacht. Je hebt als het ware geen reden meer om nog een kind met lastig gedrag naar school te sturen. Ik weet, dat het bij extreme problematiek effectief kan zijn, maar het gebeurt te vaak en te makkelijk. Meer weten hierover? Lees het boek van Laura Batstra – Hoe voorkom je ADHD.

  1. Veel kinderen passen niet in één hokje

Veel kinderen passen helemaal niet in één diagnose. Vaak hebben ze van allerlei hokjes wel kenmerken, bijv. AD(H)D, ASS (autisme-spectrum stoornis), hoogbegaafd, hooggevoelig,….. Als je een diagnose laat stellen, versmal je de kenmerken van je kind tot één categorie. Een kind wordt als het ware ergens ‘ingeperst’, nl wat het beste lijkt te passen.

  1. Een diagnose is nog geen hulp

Goede hulp geeft je handvatten om de situatie te verbeteren. Maar het stellen van een diagnose is nog geen hulp. De hulp die je krijgt is vaak is vaak gebaseerd op het gemiddelde kind met die diagnose, dus algemene richtlijnen. Maar is dit voldoende voor jouw kind en is het de juiste hulp voor jouw kind? Lang niet altijd, is mijn ervaring. Dus heb geen te hoge verwachtingen van alleen een diagnostisch onderzoek.

  1. Een diagnose werkt vernauwend

Je loopt het risico om alles wat een kind doet, in het licht te zien van de diagnose. Of teveel te focussen op het probleemgedrag. Een kind is altijd veel meer dan zijn diagnose. Ook kan het kind zich onbewust naar zijn diagnose gaan gedragen, net als de omgeving. Je krijgt een te sterke identificatie met de diagnose.

Let wel: ik zeg niet dat een diagnose nooit een goed idee is. Het kan in bepaalde gevallen zeker wel een nuttige functie hebben. Maar ik vind dat het op dit moment met teveel kinderen te gemakkelijk gebeurt. Dus heeft jouw kind gedragsproblemen en overweeg je diagnostisch onderzoek, neem bovenstaande dan mee in je overwegingen. Want er kan namelijk ook heel goede hulp geboden worden zonder zo’n diagnose. Als je maar goed kijkt en onderzoekt hoe je kind in elkaar steekt. In samenwerking met je kind.

PS Samen met jou of jullie onderzoeken hoe je kind in elkaar steekt en hoe jij je daar beter op af kunt stemmen, dat is precies wat ik doe tijdens een VIP-dag

Help je mij om mijn inspiratie en informatie te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

Waarom een ‘pedagogische tik’ niet bestaat

Zo af en toe is de ‘pedagogische tik’ weer even in het nieuws. Twee artsen hebben in een medisch vakblad de pedagogische tik, ondanks dat het voor de wet verboden is, geprobeerd te rehabiliteren. Volgens mij bestaat een pedagogische tik echter niet. In dit artikel kun je lezen waarom niet en ook wat goede alternatieven zijn.

Voor mij gaan de woorden pedagogisch en tik niet samen. Ik zal je uitleggen waarom. Ik weet niet of jij je kind weleens een tik hebt gegeven? Ik wel, helaas :(. En dat was toen uit boosheid. Frustratie of zelfs machteloosheid. En ik had spijt achteraf en had iets goed te maken met mijn kind.

Doorgaans probeer je je kind met woorden te corrigeren. Een tik komt pas als dat niet lukt, mee eens? Ondertussen ben je op zijn minst geïrriteerd, dat je kind niet luistert, niet reageert op wat je zegt. Dus hoe lukt het dan om ‘liefdevol’ en ‘pedagogisch verantwoord’ een tik te geven?

Als je namelijk niet geïrriteerd of gefrustreerd bent, als je gewoon kalm en rustig bent, dan zie je heus ook wel andere mogelijkheden. Maar juist de emotie van het moment, het perse willen dat je kind luistert, maakt dat je een tik uitdeelt.

Maar wat belangrijker is: jij wilt niet dat je kind slaat, toch? Wij zien slaan als een onacceptabele manier om iets voor elkaar te krijgen. Je kind mag jou niet slaan en mag geen ander kind slaan. Maar je weet toch, dat een kind leert door de volwassenen om hem heen na te doen?

Hoe verwarrend is dat voor je kind: hij of zij mag niet slaan, maar jij doet het ook. Hoe leg je dat uit? Niet, dus. Het valt niet uit te leggen, want het klopt gewoon niet. Dus je kunt nog zulke mooie verhaaltjes vertellen aan je kind, je kind leert vooral van wat jij laat zien.

Het allerergste vind ik echter, dat een pedagogische tik psychologische schade aan kan richten. Het is, net als straf in het algemeen, vernederend. Je doet je kind pijn om bepaald gedrag af te dwingen. En ik vind niet dat je in de opvoeding moet dwingen. Dat roept altijd, zichtbaar of niet zichtbaar, een reactie op bij je kind. Je wilt de baas zijn en de wil van je kind ‘breken’.

Nu was dat vroeger een hele normale visie op opvoeden. Een kind moest vooral gehoorzaam zijn. Maar inmiddels hebben we toch voldoende wijsheid om in te zien, dat het daar niet om gaat? Laten we er vooral voor zorgen dat al het goeds wat van nature in een kind zit ‘ingebakken’ tot uiting kan komen.

Overigens hadden de artsen een goede bedoeling met deze herinvoering van de pedagogische tik. Eén van beide artsen is zelf vertrouwensarts geweest. Hij constateert dat kindermishandeling vaak het gevolg is van onmacht van ouders. En hij wil ouders minder onmachtig maken, door ze meer dan alleen woorden als middel te geven. Juist om die kindermishandeling te voorkomen.

Onmacht van ouders bestrijden vraagt echter om een beter middel dat de ‘pedagogische tik’. Het vraagt van ouders, om anders naar het gedrag te kijken van hun kind. Veel ouders nemen het te persoonlijk en belanden daarmee in een machtsstrijd. Zie het opgroeien van je kind als een leerproces. En jij bent er om je kind te helpen om zijn gedrag te leren sturen.

Nu klopt het wel, dat woorden bij jonge kinderen nog vaak te kort schieten. Je kunt daarom best ook wel fysiek handelen. Maar dat betekent nog niet het uitdelen van een tik. Veel beter is het om de hand van je peuter weg te halen en te zeggen: “hier moet je afblijven”,  “Slaan mag niet”, of wat maar passend is in de situatie.

En als je kind dat moeilijk vindt, pak je je kind op en zet hem ergens anders neer. Of je zet het betreffende voorwerp weg. Blijf rustig als je kind niet luistert, kijk wat je kind nodig heeft, wat helpt. Als je dat kunt,  vind je veel betere alternatieven dan het uitdelen van een tik.

PS Je vindt het betreffende artikel hier. Gelukkig hebben enkele vertrouwensartsen een goede reactie geschreven in hetzelfde medische vakblad, deze vind je hier.

Jouw reactie lees ik graag hieronder. Bedankt alvast.

Wat vrede te maken heeft met opvoeden

 

Wereldvrede is iets waar we geen enkele invloed op lijken te hebben. Zelf geloof ik ook niet dat er werkelijk vrede kan voortkomen uit oorlog. Vrede dwing je niet af. Echte vrede moet van binnenuit komen. Vrede op aarde begint daarom met vrede in ieder mens. Overpeinzingen aan de vooravond van Kerst…

 

Vrede ontstaat door acceptatie. Een prachtig voorbeeld in deze is natuurlijk Nelson Mandela. Alleen doordat hij de situatie accepteerde zoals die was en weigerde om verbittering toe te laten, kon hij na zo’n lange gevangenschap ongebroken vrijkomen. Hij keek niet naar het verleden, maar naar de mogelijkheden in het nu. Hij bleef vertrouwen houden in de toekomst.

Acceptatie betekent accepteren dat iets is zoals het is. Het betekent niet, dat je wilt dat het zo blijft, maar dat je beseft, dat het zinloos is om te strijden tegen wat is. Toch doen we dat heel veel. We doen het met onze gedachten. We oordelen en veroordelen. We verzetten ons tegen iets wat al gebeurd is. Het is zinloos en levert alleen maar ongelukkig zijn op.

Accepteren betekent ook erkenning. Je openstellen voor wat is. Dat betekent ook je openstellen voor de pijn, die het meebrengt of de frustratie. Ik heb ontdekt dat je in elke emotie rust kunt vinden door deze te accepteren. Het ‘er te laten zijn’. Niet meegaan in gedachten en verhalen over hoe erg het is, dat het niet mag, enz. Vanuit deze rust en acceptatie kun je veel gemakkelijker weer verder.

In het opvoeden betekent dit het accepteren dat je kind is zoals ie is. Je kind erkennen in zijn of haar eigenheid. Nieuwsgierig zijn en proberen niet te oordelen. Ik geloof ook, dat je je kinderen niet voor niets krijgt. Je kind kan een uitdaging zijn voor jou om te groeien. Daarnaast is het jouw taak om je kind te helpen zichzelf te helpen, door zichzelf te leren kennen.

Acceptatie en erkenning is voor je kind van onschatbare waarde. Neem dit als uitgangspunt en laat het idee los dat je alles zou kunnen ‘oplossen’.  Zoek samen met je kind uit wat werkt en wat niet. Zo kan je kind groeien en jij ook. Als je ziet hoe belangrijk dit is, kun je verlost worden van de machteloosheid en frustratie, die je misschien ervaart.

Nelson Mandela kan ons daarbij enorm inspireren. Als je maar inziet dat hij gewoon een mens is. Geen heilige. Net zo gewoon mens als jij en ik. Wat hij liet zien, zit dus ook in ons. Laten we op zoek gaan om deze kracht, deze bron van vrede,  in onszelf te vinden.

Wel of geen diagnose, deel 2: voor- en nadelen

 

De gemoederen kunnen soms hoog oplopen in discussies tussen voor- en tegenstanders van psychiatrische diagnoses bij kinderen. Veel mensen zijn uitgesproken voor of tegen. De werkelijkheid is echter veel genuanceerder, zoals zo vaak… Het laten stellen van een diagnose kan verschillende voor- en nadelen hebben. Laten we er eens een aantal op een rijtje zetten.

Een niet te onderschatten voordeel (of positieve uitwerking) is opluchting bij ouders. De gedachte: “Er is dus echt iets aan de hand, het ligt niet aan mijn opvoeding”. Dit argument wordt door tegenstanders gebruikt om aan te geven dat een diagnose daarom ‘lekker makkelijk is’ voor ouders. Ik ben het daar niet mee eens. Verreweg de meeste ouders doen hun stinkende best, maar lopen soms gewoon vast. Je kunt je daar schuldig over gaan voelen. Ouders tobben soms heel wat af. Dan is zo’n opluchting echt wel begrijpelijk en terecht. Het geeft ruimte en hoop.

Soms is die opluchting echter helaas maar van korte duur. Want een diagnose betekent niet altijd onmiddellijk helderheid over de te volgen aanpak. In algemene termen krijg je vaak wel tips, zoals het aanbrengen van een duidelijke structuur in huis, voorbereiden op wisselingen in de situaties, enz. Maar elk kind is anders en je zult toch moeten uitzoeken wat werkt bij jouw kind en wat niet. De problemen zijn niet zo maar over.

Ook komt na een diagnose de vraag “wel of geen medicatie” aan de orde. Opnieuw een lastige beslissing voor ouders. Over de lange termijn effecten is eigenlijk nog onvoldoende bekend. Op korte termijn kunnen er bijwerkingen optreden als verlies van eetlust of verhoging van de bloeddruk.

Hoewel medicatie soms beslist nodig is om überhaupt aan de slag te kunnen met het gedrag van het kind, vind ik wel dat het te vaak te snel wordt voorgeschreven. Ik ben meer voorstander van de aanpak die Laura Batstra voorstaat in haar boek “Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen”. Eerst kijken wat er genormaliseerd kan worden in de thuissituatie.

Een deel van het probleem wordt namelijk gevormd door reacties van ouders en kinderen op elkaar. Als je kind opgroeit, begrijp je in eerste instantie niet waarom je kind niet reageert zoals jij verwacht. Dat roept frustratie en irritatie op. Heel begrijpelijk, overigens. Maar het zorgt er wel voor dat er patronen ontstaan van wederzijdse verwachtingen en reacties, die doorbroken moeten worden.

Uit mijn korte enquête (dank voor het invullen!) blijkt dat er best veel ouders zijn, die twijfelen over een diagnostisch onderzoek.  Ik begrijp dat wel en herken het ook. Want wat als je kind een diagnose krijgt? Komt ie daar dan ooit nog vanaf?  Welke rol gaat dat spelen in dossiers op school en later in de maatschappij? En hoe weet ik zeker dat de diagnose klopt?

Soms is een diagnose nodig en begrijpelijk. Bijvoorbeeld als je kind alle kenmerken vertoont van klassiek autisme.  Maar er zijn veel kinderen met moeilijk te hanteren gedrag, die in een grijs gebied vallen.  Mijn idee  is dat het zeker voorkomt dat kinderen te snel en ten onrechte een diagnose krijgen. Een deel van de ouders, waarvan het kind een diagnose heeft gekregen, blijft twijfelen.

Soms ervaren ouders het laten stellen van een diagnose als enige manier om aan hulp te komen. En als je dan dringend hulp nodig hebt, is het begrijpelijk dat je je zorgen en twijfels opzij zet. Er moet iets gebeuren, immers. Niets doen is geen optie en een alternatief is soms moeilijk te vinden. Overigens hangt dit erg af van de hulpverlenende instanties, die bij jou in de buurt werkzaam zijn.

Kortom, elke situatie is anders en elk kind is anders. Jij zult in jouw situatie moeten besluiten wat je denkt dat het beste is. Twijfel je daarover, neem dan contact met me op. Ik kijk graag met je mee en een eerste gesprek is altijd gratis en vrijblijvend.

Ook kun je natuurlijk als altijd hieronder je reactie kwijt. En je kunt mijn korte enquête nog invullen, als je dat nog niet gedaan hebt. Ik hoor graag van je, bedankt!

Wel of geen diagnose?

 

Je kind laten onderzoeken bij een psycholoog of een psychiater is een hele stap. Veel ouders twijfelen dan ook of ze die stap moeten nemen. Er komen allerlei bezwaren en vragen op.Wat is wijsheid?

 

Het is ook niet niks. Stel je voor, er komt een diagnose uit. Je kind heeft ADHD. Of misschien wel een vorm van autisme. En dan? Zit dit label dan op je kind geplakt voor de rest van zijn of haar leven? Misschien gaat je kind daar als volwassene nog last van krijgen. Dit soort vragen en angsten kun je hebben. Bovendien je kind is wie die is, daar wil je helemaal geen etiketje op plakken, dat druist tegen je gevoel in.

En wat doet het met je kind, met zijn zelfvertrouwen? Misschien gaat je kind denken, dat er iets mis is met zichzelf. Of dat het wel erg moet zijn als er een soort dokter aan te pas komt. Wil je wel dat je kind zich anders voelt dan anderen? Misschien heeft je kind zelf nog niet zoveel in de gaten en praat je hem of haar een probleem aan. Dat wil je toch niet.

En trouwens, is het wel zo erg? Ja, soms is het crisis. Dan gebeuren er eerlijk gezegd weleens dingen, die je liever niet aan een ander vertelt. Maar er zijn ook periodes dat het minder erg is. Kun je er eigenlijk niet gewoon mee leven? Straks zegt de psycholoog, dat je van een mug een olifant maakt, dat er niets aan de hand is. Sta jij er mooi gekleurd op…

Of je leest er het één en ander over en denkt “Ik weet het niet, hoor. Ik herken mijn kind hier niet helemaal in”. Een beetje van dit, een beetje van dat. Ja, je ziet wel dat je kind ‘anders’ is, maar of het nou richting ADHD of autisme moet? Of misschien hoogbegaafdheid, maar is je kind daar nou wel slim genoeg voor?

Deze twijfels kunnen maken, dat je geen actie onderneemt. Dat je ervoor terugschrikt om hulp te zoeken. Heel begrijpelijk, want zoals gezegd, het is niet niks. Het is heel goed, dat je er goed over na wilt denken. Toch moet er eigenlijk wel wat gebeuren, want zo doorgaan is ook geen oplossing.

Wat je nodig hebt is vertrouwen in degene op aan wie je hulp vraagt. Kijk goed rond naar de mogelijkheden, die er zijn. Leg in het eerste gesprek je twijfels en vragen op tafel. Vraag naar de mogelijkheden voor hulp zonder diagnose. Blijf bij jezelf en kijk of je vertrouwen hebt in deze hulpverlener. Zo niet, ga dan op zoek naar een andere. Het gaat immers om jouw kind.

Wat zijn jouw ideeën erover of jouw ervaringen? Ik hoor ze graag. Schrijf hieronder een reactie of vul hier mijn korte enquête in. Dank je wel alvast.

Een duidelijke visie helpt!

Vaak zeggen mensen: voor alles moet je een opleiding hebben, behalve voor opvoeden. Met andere woorden: wat vreemd eigenlijk, dat je zoiets belangrijks zomaar kunt doen. Opvoeden is natuurlijk ook niet iets wat je zomaar doet. Daarom is het belangrijk, dat we als ouders af en  toe ook even bewust stilstaan bij wat we doen en hoe we dat doen . En wat we eigenlijk willen.

Op elk gebied helpt het als je een visie hebt. Zo ook bij het opvoeden. Als je helder hebt hoe jij het wilt, dan is het makkelijker om beslissingen te nemen. Je twijfelt minder en bent minder onzeker. Want je hebt een keus gemaakt over wat jij belangrijk vindt. Je bent minder snel te beïnvloeden door alles wat je leest of hoort.

Ook vergemakkelijkt het hebben van een gemeenschappelijke visie het samen opvoeden. Heb jij weleens expliciet met je partner of mede-opvoeder besproken wat de visie van jullie elk persoonlijk is?Hoe kijk je naar kinderen, naar jouw kinderen. Wat vind je belangrijk, wat zijn je waarden. Wat is je belangrijkste doel van het opvoeden en hoe zie je de weg daarnaar toe?

Vind je dat je als ouder het laatste woord hebt, ben jij de baas of ga je uit van gelijkwaardigheid? Zitten er grenzen aan die gelijkwaardigheid en waar dan? Hoe zie je jouw verantwoordelijkheid? Wat is jouw verantwoordelijkheid en wat die van het kind? Kun je verantwoordelijkheid ook delen met je kind?

Een visie kun je concreet maken door er een plaatje van te maken. Je kunt bijvoorbeeld een collage maken van foto’s, teksten en tekeningen, die uitdrukken wat jouw visie op opvoeden is en wat je graag wilt bereiken. Je kunt ook een korte scène uit je gezinsleven beschrijven, waarin alles is zoals jij het jezelf wenst.

Laat je regelmatig inspireren door je visie. Je kunt de collage ergens ophangen waar je hem regelmatig ziet. Je kunt een stuk tekst regelmatig doorlezen. Visualiseer je verlangen regelmatig, je plaatje of filmpje van wat jij wenst. Hoor, zie en voel alles wat daar bij hoort. Het zet zich dan vast in je onderbewuste en zal van daaruit onbewust je gedrag positief beïnvloeden.

Zou jij jouw manier van opvoeden graag wat helderder willen hebben. Ga dan aan de slag met bovenstaande tips. Neem eens tijd om met je partner uit te wisselen. Heel inspirerend en verbindend. Succes!

 

PS Het uitwerken van jouw persoonlijke visie op opvoeden en je gezin is één van de onderdelen van het GELUKKIG GEZIN PROGRAMMA.

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten