Wat is nu precies het verschil tussen straffen en consequenties geven? Dat is een vraag die ik vaak krijg. Enerzijds omdat het voor ouders nieuw is, dat er een verschil bestaat. En anderzijds omdat ze moeite hebben met begrenzen op een goede manier. In dit blog laat ik je zien wat het verschil is en waarom dat zo belangrijk is.
Een consequentie is een logisch gevolg van een gebeurtenis. Als je geen wekker zet, kan het zijn dat je je verslaapt. Als je sleutel vergeet, kun je je huis niet meer in. Als je in de regen gaat fietsen word je nat.
Een straf daarentegen is iets wat bedacht is. Een straf of een boete heeft als doel dat jij je naar de wet of naar de afspraak gaat gedragen. Het is een machtsmiddel om jou te dwingen iets te doen of juist te laten.
In het opvoeden werkt dat ook zo. Bij het geven van straf maak jij gebruik van je macht. En je doet het om iets af te dwingen bij je kind. Consequenties zijn gewoon ervaringen die deel uitmaken van het leerproces. Pittige kinderen leren ook vooral door ondervinding.
Ik zal een voorbeeld geven. Als je kind te laat thuis komt, kan het zijn dat het eten op is. Dat is een consequentie en kan maken dat een kind de volgende keer liever op tijd komt. Zou je daarentegen je kind zonder eten naar bed sturen, dan is dat een straf. Want er is heus nog wel een boterham of een bord pap in huis.
Bij straffen zet je dus je macht in. En juist pittige kinderen rebelleren daartegen. Waardoor jij de strijd wel móet aangaan, om te zorgen dat de straf ook uitgevoerd wordt. Dat kan escalatie in de hand werken.
Consequenties geven je daarentegen de gelegenheid om zacht te blijven in de relatie. Je kunt erkenning geven: ‘wat jammer dat de tijd om is, hopelijk lukt het morgen wel om nog een verhaaltje te doen’ of ‘wat jammer dat het niet gelukt is om je huiswerk te maken, hopelijk gaat het de volgende keer beter’.
Ze kunnen ook heel goed dicht bij elkaar liggen, trouwens. Neem bijvoorbeeld de situatie dat je kind niet luistert bij het naar bed gaan. Dan kun je zeggen dat het als straf geen verhaaltje meer krijgt, dat is straffen. Je kunt ook een afspraak hebben dat om 8 uur het ligt uitgaat. Als je kind dan zo lang treuzelt en niet meewerkt dat het er pas om 8 uur inligt, dan is er geen tijd meer voor een verhaaltje. Een consequentie.
Duidelijke afspraken zijn dus heel belangrijk, zoals je in dit voorbeeld ziet. Zorg dat je kind weet waar hij of zij aan toe is, wat er wordt verwacht van je kind en wat je kind kan verwachten van jou. Lukt het dan niet om zich aan de afspraak te houden, dan kunnen er dus consequenties zijn.
Een consequentie kan ook een reactie van jou zijn op het gedrag. Jouw behoefte doet er ook toe. Dus als je onwillige puber weigert om zijn taak in huis uit te voeren, is het prima als jij dan als consequentie ook niet de behoefte voelt om altijd maar voor je kind klaar te staan. Dat mag, wat mij betreft.
Vaak merk ik dat een ouder het moeilijk vindt om een consequentie ook door te voeren. We vinden het niet leuk om ons kind iets te ontzeggen of iets te laten ervaren wat niet leuk is. Dat kan zelfs voelen alsof we straf geven. En toch is dat dus niet zo. Het is voor het leerproces juist heel belangrijk om een afspraak overeind te houden en het kind de consequentie te laten ervaren.
Is dit verhelderend voor je? Ik lees graag je reactie hieronder. Ook fijn als je het wilt delen op social media, dank je wel alvast!
PS Vind je dit interessant en wil je er meer over horen? Meld je dan aan voor de online workshop ‘Je kind de baas’
Ben jij je kind de baas? Of heb je wel eens het idee dat je kind de baas is in huis? Een pittig kind kan heel dwars zijn. En heel vasthoudend. Hoe hou jij daar grip op? Ik zal je laten zien hoe eenvoudig dat eigenlijk is.
Een interessante uitdrukking: de baas zijn. Iemand kan de baas zijn over een ander, dat vindt die laatste meestal niet zo fijn. Jouw kind wil dan ook niet dat jij de baas bent, misschien hoor je dat wel letterlijk: ‘jij bent niet de baas over mij’.
Maar de baas zijn kun je ook opvatten als dat je iets aankunt. Je kunt ook een situatie de baas zijn, dat betekent dan dat je er tegen opgewassen bent. Bijvoorbeeld de uitdagingen die het opvoeden van een pittig kind met zich meebrengt.
Hoe word jij nu je kind de baas zonder de baas te spelen? Dat is eigenlijk niet zo ingewikkeld, er zijn maar een paar dingen voor nodig. Ik zal je laten zien welke dat zijn.
DUIDELIJKE STRUCTUUR
Zorg voor heldere afspraken en routines. Hoe voorspelbaarder je bent, hoe beter je kind daar bij gedijt. En er is nog een belangrijk voordeel.
Hoe meer de dingen al geregeld zijn, hoe minder je je kind in het moment hoeft te ‘sturen’. Je hoeft alleen maar aan de afspraak of gewoonte te herinneren. Herinneren voelt voor een kind heel anders dan dat jij opeens, ‘uit het niets’ iets van hem of haar wil.
ACHTEROVER LEUNEN
Nu je kind weet wat er verwacht wordt, mag je de verantwoordelijkheid veel meer bij je kind laten. Ook als je kind nog jong is. Herinner je kind aan wat de bedoeling is, ga ervan uit dat dit gebeurt. En laat het idee los dat jij de hele dag moet zorgen dat je kind doet wat er (volgens jou) gedaan moet worden.
Het is verrassend hoeveel rust en ruimte dat geeft. Bovendien: de controle die jij zo graag wil, is in feite een illusie. Hoe vaak gaat het leven niet anders dan jij had gewild, ook al had je nog zo je best gedaan?
Het leven wat meer zijn gang laten gaan, maakt alles veel makkelijker. Het scheelt zoveel energie als je stopt met alles te willen voorkómen. Of te willen fixen als er iets ‘mis’ is gegaan.
ALLES IS EEN LEERPROCES
Nu ben je altijd druk met de korte termijn. Altijd maar zorgen dat je kind …. (doet wat er verwacht wordt of moet gebeuren). Maar dat is eindeloos! Elke ochtend is er weer een nieuwe dag. Geen wonder dat je er ’s ochtends al tegenop kunt zien.
Maar je mag dat loslaten, het gaat om de lange termijn. Alles is een leerproces. Ook al gaat het in het begin niet zoals jij wilt, op de langere termijn zal je kind leren om zich aan regels en afspraken te houden. En dan wordt alles makkelijker. Zeker als jij je er niet zo druk meer over maakt.
BLIJF RUSTIG BIJ WEERSTAND
Emoties horen bij het leven, dat is niet erg. Het is niet erg als je kind boos wordt. Hooguit is het handig om te zorgen dat je kind geen brokken maakt of jou geen pijn doet. Maar voor schreeuwen of schelden hoef je niet bang te zijn. Niet dat het wenselijk is natuurlijk, maar het is niet erg.
Natuurlijk roept het gedrag van je kind van alles bij jou op. Gedachten en (daardoor) ook emoties. Dat is logisch. Maar ook dat kun je leren zien als iets wat er gebeurt en wat niet erg is. Omdat het menselijk is. En daardoor wordt het allemaal veel minder erg. Bovendien zijn er technieken om jezelf te kalmeren, als dat nodig is.
EN DAN …
ja, dan komt er werkelijk rust. Wordt thuis weer een plek om te ontspannen. Kun je het weer leuk hebben met je kind. Is het gedenk en het gepieker en het harde werken voorbij.
Lijkt je dat wat? Ik heb een nieuwe online workshop ontwikkeld, waarin je ontdekt, hoe je deze 4 elementen precies in praktijk brengt. Er is maar plek voor een beperkt aantal deelnemers, waardoor er veel ruimte is om je persoonlijke vragen in te brengen.
Interessant? Hier lees je wat het jou in slechts één dagdeel oplevert!
Delen wordt zoals altijd gewaardeerd. Je reacties lees ik ook graag. Heb je vragen over de workshop, stuur dan even een mailtje naar karla[at]ontspannenopvoeden.nl
Soms merk ik in gesprekken dat mensen mijn aanpak betitelen als positief opvoeden. Maar dat is het toch niet helemaal. Want met positief opvoeden wordt doorgaans een stroming bedoeld waar ik mij niet onder schaar. Ik zal je uitleggen hoe het zit.
Met positief opvoeden wordt meestal bedoeld dat je je kind positief tegemoet treedt. Dus belonen in plaats van straffen bijvoorbeeld. En complimentjes geven. De bekendste vorm van positief opvoeden is Triple P, het opvoedprogramma dat door het Nederlands Jeugdinstituut wordt gepropageerd.
Ten opzichte van het opvoeden van vroeger is dat heus wel een stap vooruit. Want dat werkte vooral met straffen en was eigenlijk vooral gericht op gehoorzaamheid.
Maar…punt is dat de ouder blijft bepalen hoe het kind zich heeft te gedragen. De ouder stelt de regels vast. En moet het gedrag van het kind ‘managen’ (dit staat letterlijk op de site van positief opvoeden).
Er wordt aangeraden om gewenst gedrag te stimuleren door daar extra aandacht aan te geven. Benoemen en complimentjes geven. En er zijn tips (waar best wel goede bij zitten hoor) om te voorkomen dat je kind zich misdraagt.
Persoonlijk krijg ik dus al de kriebels van het woord misdragen. Daar zit nog steeds het idee achter dat we eigenlijk willen dat kinderen zich altijd gedragen zoals volwassenen dat het liefste zien. Dat er goed en fout gedrag bestaat.
De ouder is in deze visie druk aan het werk om te zorgen dat het kind zich gedraagt. De focus ligt dus op gedrag. In de kern is het dus ‘gewoon’ een gedragstraining, hoe goed bedoeld ook.
Natuurlijk is het goed dat je kind leert om zo met zijn eigen emoties om te gaan, dat anderen er niet teveel last van hebben. Maar in principe is een boze bui of ander ‘negatief gedrag’ van je kind een uiting van dat er iets niet goed gaat. Dat je kind iets niet kan hanteren.
Om dat dan te bestempelen als misdraging en je kind met zgn. positieve middelen te trainen om dat gedrag te veranderen vind ik niet de juiste aanpak. Want ófwel het lukt niet (en waarschijnlijk herken jij dat heel goed als je een pittig kind hebt), ófwel je leert je kind zijn gevoelens te onderdrukken. Keurig aangepast.
Zoals wijzelf over het algemeen keurig aangepast zijn. Wat maakt dat we niet meer weten wat we zelf eigenlijk willen, waar onze grenzen liggen, wat goed is voor onszelf. Waardoor we burnouts oplopen en niet op tijd stoppen als er teveel van ons gevraagd wordt.
Ik vind dat een kind er recht op heeft om gehoord, gezien en begrepen te worden. Dat het daarom van wezenlijk belang is dat je leert kijken wat er achter gedrag zit. Wat maakt dat je kind doet zoals ie doet.
Want dan kun je je kind helpen om het anders te doen. Mét respect voor alles wat er in je kind leeft. Mét respect voor hoe je kind in elkaar steekt.
En dat is ook het enige dat werkt bij pittige kinderen. Het trainen van gedrag, of je dat nu met straffen of met belonen doet, lukt niet zoals je waarschijnlijk al hebt gemerkt. Simpelweg omdat je kind niet wil dat jij ‘de baas bent’.
Denk je nu: “Ja Karla, klinkt goed, maar hoe doe ik dat dan?” dan is mijn antwoord: lees mijn andere blogs, daar vind je tips genoeg. En wil je dit echt goed onder de knie krijgen, dan levert het onlineprogramma Stap voor stap een gelukkig gezin je precies wat je nodig hebt.
PS Wil je mijn visie dan toch ergens onder scharen, plaats me dan in de hoek van het onvoorwaardelijk ouderschap, daar voel ik me wel thuis 🙂
Laat me weten wat jouw visie en ervaring is, ik hoor graag van je.
En delen op social media is natuurlijk ook fijn, dan kunnen we nog meer ouders bereiken, dank je wel alvast!
Zo af en toe krijg ik vragen van ouders die een puber in huis hebben. Dus bij deze nog eens een blog over het omgaan met een pittige puber (wat dus in wezen niet veel anders is dan jonger pittig kind).
Want kijk, de principes van het opvoeden van een pittig kind (en wat mij betreft van alle kinderen) gelden voor alle leeftijden. Dus wat ik over jongere kinderen schrijf, kun je vertalen naar pubers. Toch snap ik wel dat er vragen zijn over hoe je dat vorm geeft.
De puberteit is voor veel ouders een spannende periode, dat herinner ik me nog wel. Je invloed wordt minder, de invloed van leeftijdsgenoten neemt toe. En vooral komen er allerlei gevaren in beeld, zoals alcohol, drugs, gamen en seks. Genoeg om je zorgen over te maken.
Wat naar mijn idee het meest belangrijk is, is dat je zorgt dat het contact met je puber goed blijft. Zorg dat er een lijntje blijft, dat je puber je vertrouwt, zodat je het tijd weet als er echt problemen ontstaan. Dat doe je door vooral veel te luisteren en je eigen oordelen eerst even te parkeren als je in gesprek bent.
Daarnaast is het belangrijk om duidelijk te zijn. Je hebt het niet in de hand of je kind drank of drugs gaat uitproberen, maar je kunt wel informatie geven en je standpunt duidelijk aangeven. Zorg dat je kind goed geïnformeerd is over mogelijke gevaren. Uit onderzoek blijkt dat het helpt als ouders een duidelijk standpunt hebben: ‘ik wil niet dat je drinkt, het is niet goed voor je ontwikkeling’.
En verder is het ook een kwestie van vertrouwen. Het helpt als je kind voelt dat jij vertrouwen hebt, vertrouwen in het gezonde verstand van je kind. Tenslotte is je kind er eentje van jou en opgegroeid in het gezin dat jij vorm gegeven hebt. Dus misschien hoeft je kind wel helemaal niet in 7 sloten tegelijk te lopen.
Toch kan er altijd iets misgaan, kan je kind op een pad terechtkomen, dat je echt niet wilt. Ik sprak eens een ouderpaar, waarvan de oudste dochter de puberteit ‘ingelanceerd’ was, zoals de moeder het omschreef. Ze liepen even achter de feiten aan, overrompeld door de gebeurtenissen.
Dan is het belangrijk om je verantwoordelijkheid als ouder te nemen. In te grijpen als het nodig is. Dingen verbieden in het belang van je kind, hoe boos ze ook wordt. Bereid te zijn om extra toezicht te houden op je kind, te zorgen dat je voldoende bij je kind in de buurt bent.
Je kunt dat prima uitleggen aan je puber. Vertel dat het veel makkelijker voor je is om alles maar goed te vinden. Een tevreden kind, geen geruzie in huis. Maar dat het je taak is als ouder om voor je kind te zorgen. En dat je bereid bent om daar moeite voor te doen en dingen te doen waar je kind boos om wordt.
En sta je kind toe om boos te zijn. Verplaats je in je kind, en erken volledig hoe je kind het ervaart. En dit is hoe het gaat. Omdat het niet anders kan. Het is én/én. Én je begrijpt het helemaal, én je grijpt in omdat je ziet dat het nodig is.
Ik ben ervan overtuigd dat een puber dan nog best boos kan zijn, maar het ook zal accepteren. Dat het al dan niet bewust ook veiligheid biedt voor een kind als ouders ingrijpen. Vooral als dat zonder lading, zonder boosheid of afkeuring gebeurt.
Voorbeelden zijn: je kind verbieden naar een feest te gaan waar drank wordt geschonken. Je kind niet alleen laten met haar vriendje, zolang de anticonceptie niet is geregeld. Internet uitzetten op een bepaald tijdstip.
Tenslotte: je puber zal het ook makkelijker accepteren als hij of zij veel dingen wél zelf mag bepalen. De dingen die minder belangrijk zijn, die jij misschien niet zo prettig vindt, maar die niet direct gevaarlijk zijn. Geef je kind vooral eigen verantwoordelijkheid en vertrouwen. Maar hou wel een oogje in het zeil, zodat je weet wanneer je moet ingrijpen.
Heb je hier wat aan, pubermoeder of pubervader? Kun je uit eigen ervaring nog iets toevoegen, laat het dan hieronder weten. Zodat je andere ouders daarmee kunt helpen.
En delen is natuurlijk ook heel fijn, om andere ouders te bereiken. Dank je wel!
Dat is een klacht die ik regelmatig hoor van ouders. En dat betekent dat vaak veel gedoe bij het naar bed brengen. Dat best vaak eindigt met dat mama toch maar in actie komt en het kind in bed stopt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want het is niet wat jij wil. Ik heb een paar simpele tips voor je.
Ten eerste kan het helpen als je als moeder even een ommetje doet. Want als je er niet bent, kan je kind je ook niet roepen, simpel zat. Dus het werkt. Maar ja, je wil niet altijd verplicht een blokje om, toch?
Maar goed, het kan wel helpen om het makkelijker te maken voor je kind. Om te wennen aan papa en dat dat ook kan. Dus niks mis mee, maar op een gegeven moment wil je het zonder blokje om.
De belangrijkste tip is: geef duidelijkheid. Zorg voor een vaste structuur. Dat kan zijn iedere dag om en om. Dat kan ook zijn vaste dagen in de week. Het maakt in feite niet uit, als er maar een structuur in zit.
En zorg dat die structuur ook zichtbaar is. Pictogrammen oid zijn ideaal daarvoor. Zo kan je kind ’s ochtends al weten wie haar die avond naar bed brengt. En ze kan het zelf nakijken, ze hoeft het niet te vragen.
Natuurlijk gaat dat niet zonder slag of stoot. Zo makkelijk gaat het nou eenmaal niet met pittige kinderen. Ze zullen eerst protesteren, ook al heb je het duidelijk aangekondigd.
Dan zit er niks anders op dan de eerste paar keer de protesten te trotseren. Of te accepteren beter gezegd. Geef volop erkenning. Én: geef perspectief: ‘natuurlijk wil je het liefste mama, mama is de liefste, toch? (knipoog). En weet je: je moet ook gewoon even wennen. Maar ik weet zeker dat je eraan went en dan hebben wij het ook leuk’.
Wat ook kan helpen is dat je wel allebei precies hetzelfde ritueel doet. Het hoeft niet, maar ik zou het wel doen als het helpt. Evenveel liedjes, evenveel verhaaltjes, enz. Als het eenmaal geen probleem meer is, kun je natuurlijk ook kijken hoe je er juist iets bijzonders van kan maken als jij je kind naar bed brengt, wat speciaal is aan jullie moment samen.
Oh ja, en lees voor mama gerust papa. Want het omgekeerde komt natuurlijk ook voor. Of het kind heeft een voorkeur voor de ene mama of de ene papa boven de andere. Het principe blijft hetzelfde. Succes!
Herken je dit, heb je er ook weleens mee te maken gehad? Hoe heb jij het toen opgelost? Ik hoor graag van je. En delen is ook fijn 🙂 Dank je!
Het lijkt wel of er steeds meer kinderen komen met gedragsproblemen (noem ik het maar even voor het gemak). Vooral kinderen die thuis uit hun dak gaan als het niet zo gaat als ze willen. Maar ook op de scholen worstelen leerkrachten steeds meer met kinderen die ongewenst gedrag laten zien. Hoe komt dit? Ik heb daar wel een idee over.
Het aantal kinderen met een diagnose neemt hand over hand toe. Dat is op zich niet zo vreemd als je ziet dat de regels voor een diagnose steeds verder zijn opgerekt. Om een diagnose als AD(H)D te krijgen, hoeft een kind nog maar aan 6 van de 13 kenmerken te voldoen, hoorde ik eens.
Ook autisme is aan inflatie onderhevig geworden, om het zo maar te zeggen. Het is zo ver opgerekt dat je een pittig kind er bijna altijd wel onder kan scharen. Varianten zijn ook ‘een lichte vorm van ASS’. Het klinkt allemaal heel serieus, maar de vraag is wat er dan nog van klopt.
Diagnostisering wordt natuurlijk flink in de hand gewerkt door de farmaceutische industrie. Want na een diagnose AD(H)D of ASS is de stap naar medicatie snel gemaakt, zeker bij kinderen. Veel te snel naar mijn idee, want je kunt ook een heleboel andere dingen eerst doen.
Wat dat betreft ben ik een fan van Laura Batstra, haar boek ‘Hoe voorkom je ADHD? (Door de diagnose niet te stellen)’ is nog steeds interessant en actueel. Zij stelt voor om diagnose en eventuele medicatie als laatste stap te zien in een procedure, waarin je eerst allerlei andere aanpassingen uitvoert in de omgeving uitvoert.
Wat ikzelf door mijn werk steeds meer ben gaan zien is dat bij al deze pittige kinderen, met of zonder diagnose, de prikkelverwerking een belangrijke rol speelt. En dat verklaart dan meteen waarom deze groep kinderen zo lijkt toe te nemen. Het zijn hele prikkelgevoelige kinderen, die meer dan vroeger last hebben van overprikkeling.
Want hun omgeving wordt almaar drukker, met almaar meer prikkels. Natuurlijk door alle digitale prikkels, maar ook omdat bijna alle volwassenen om hen heen druk en gestrest zijn. Wie heeft er tegenwoordig nog tijd (en de rust in zichzelf!) om eens goed naar een kind te kijken en te luisteren?
Volwassenen hebben veel te veel aan hun hoofd. Zowel ouders als leerkrachten. Bijna overal is een hoge werkdruk. Dat geeft stress. En maakt dat mensen onvoldoende ontspannen zijn en teveel ‘in hun kop zitten’. Teveel om goed verbinding te kunnen maken met de kinderen.
Is het vreemd dat juist de gevoelige kinderen hierdoor van slag raken? Spanning overnemen en overprikkeld raken? Ik vind van niet. Je kunt deze kinderen ook zien als de kanariepieten in de kolenmijn. Zij laten als eerste zien dat er iets mis is met onze maatschappij.
De overprikkeling geeft een gebrek aan overzicht, het kind voelt zich overspoeld. Dat leidt enerzijds tot boze buien omdat er ontlading nodig is. En anderzijds tot dwingend gedrag, omdat het kind een bijna wanhopige poging doet om weer grip te krijgen, door zelf te bepalen.
De oplossing ligt dan ook in rekening houden met de prikkelgevoeligheid. Uitzoeken hoe je prikkels kunt verminderen. En hoe je je kind kunt helpen om overprikkeling op een gezonde manier kwijt te raken.
Daarnaast zijn deze kinderen enorm gebaat bij duidelijkheid. Structuur. Vaste afspraken. Weten wat ze kunnen verwachten. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Voorspelbaarheid helpt echt.
En zorg dat je als ouder zelf echt aanwezig bent, kom uit je hoofd. Wees echt aanwezig en maak verbinding met je kind. Dat is misschien wel één van de belangrijkste dingen die je voor je kind kunt doen. En soms ook één van de moeilijkste. Maar het voordeel is dat het ook goed voor jou is 😊
En wat het allermooiste zou zijn, is een maatschappij waarin niet meer iedereen met een vol hoofd draaft en haast om ‘het werk’ af te krijgen. Dat is niet waar het leven voor bedoeld is! Maar ja, dat kan ik niet veranderen. En jij ook niet. Maar je kunt wel zelf veranderen. En dat is genoeg.
Ik ben benieuwd, lezer, of je mijn visie deelt. Heb je opmerkingen, aanmerkingen, toevoegingen? Ik lees graag je reactie. Ook tof als je het wilt delen op social media, dank je wel.
De meeste ouders maken zichzelf verantwoordelijk voor hun kind. Of het wel op tijd op school komt (ook al is je kind al een puber), of het huiswerk afkomt, enz. Dat is niet handig, zelf bij jonge kinderen kun je je kind al deels zelf verantwoordelijk laten zijn. Daar zijn verschillende redenen voor.
Eén van de belangrijkste redenen is dat je daarmee uit de machtsstrijd kunt komen. Machtsstrijd ontstaat omdat jij iets van je kind wil, waar een kind het nut (nog) niet van inziet. Jij wil je kind besturen en een pittig kind laat dat niet toe. Met als gevolg: veel strijd.
Een andere belangrijke reden is dat je kind leert door ondervinding. Pittige kinderen willen graag hun eigen ding doen. Ze luisteren niet naar je goedbedoelde aanwijzingen. Ze moeten eerst consequenties ervaren.
Pas dan ontstaat er een motivatie om dingen anders te doen. Om een voorbeeld te geven: laat je kind zelf zorgen dat ze op tijd op school komt. Spreek met de juf af, dat niet jij, maar je kind erop aangesproken wordt als ze te laat komt.
Niet dat je je kind aan zijn lot moet overlaten. Natuurlijk help je je kind om dit te kunnen. Door bijvoorbeeld een checklist of pictogrammen te gebruiken in combinatie met een timer of gewoon met de klok. Zodat het wel voorgestructureerd is en je kind niet verzandt in wat er moet gebeuren.
Maar de verantwoordelijkheid om het ook te doen, ligt dan bij je kind. Zie jezelf als een begeleider, een coach. Als het ‘misgaat’, bespreek dan met je kind wat er nodig is om het wél te laten lukken. Zo laat je je kind niet zwemmen, maar neem je het ook niet over.
Het is dus zowel goed voor jou als voor je kind. Voor je kind is het leerzamer. Voor jezelf scheelt het veel stress, je kunt meer ‘achteroverleunen’. Al zit daar wel een addertje onder het gras: je moet wel leren om te laten gebeuren dat dingen ‘misgaan’. En dat vinden we vaak lastig, maar oefening baart kunst.
En het kan ook zomaar zijn dat je dan positief verrast wordt. Dat iets helemaal niet misgaat, al had jij dat wel verwacht. Dus het is ook heilzaam voor jouw vertrouwen in je kind.
Tenslotte is het beter voor jullie relatie. Je kind voelt zich meer serieus genomen en meer vrijgelaten, jullie hebben veel minder strijd en een beter contact. Wat wil je nog meer 😊
Ben je het met me eens of doe je het al zo? Ik lees graag je reactie hieronder. Ook fijn als je het voor me wilt delen. Dank je wel!
In veel gezinnen is het ’s ochtends spitsuur. Het valt waarachtig niet mee om iedereen op tijd gekleed, met een gezond ontbijt achter de gepoetste kiezen op school en werk te krijgen.
Sommigen van ons hebben het gevoel als ze op hun werk komen, dat er al een halve werkdag opzit 🙂. Hoe kun je zorgen dat de ochtendspits soepeler verloopt, zodat het je minder energie en vooral ook minder frustratie kost?
Tip 1 Niet leuk, wel effectief: zet de wekker kwartier eerder
Ik weet dat dat niet meevalt. Maar als je vaak alles op het nippertje redt (of net niet) bedenk dan eens dit. Wat levert het je op als je de wekker niet een kwartier eerder zet . Een kwartier langer slapen dus. En wat kost het je? Stress, ergernis, energie, misschien schaamte als je te laat komt. En vooral: een gezellig begin van de dag. Weegt dat werkelijk op tegen een kwartiertje langer in je bed?
Een blog over hoe ons denken ons in de weg zit. Ook in het opvoeden. Hoe meer je inziet hoe dat werkt, hoe makkelijker het wordt. En hoe fijner het is voor je kind.
Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger (toen ik jong was) tijdens een ruzie in mijn relatie weleens zo’n vaag gevoel had, dat het ook anders zou kunnen. Alsof we een toneelstukje aan het doen waren. Terwijl ik tegelijkertijd ook zéker wel emotioneel was.
Nu weet ik dat dit gevoel klopte. Hoezeer we ook ergens in opgaan, altijd blijft er iets ‘aanstaan’, dat zich dit bewust is. Je bewustzijn, zou je dus kunnen zeggen. Dat wat alles onmiddellijk, op precies hetzelfde moment, waarneemt. Je aanwezigheid, zou je ook kunnen zeggen.
Precies dát was het, wat ik mij ergens vaag bewust was. Er wat iets wat het waarnam en de gedachte deed opkomen: ‘we kunnen hier ook gewoon mee stoppen’.
En dat is waar. Er is altijd de mogelijkheid dat je iets opeens anders ziet en dan anders reageert. Eigenlijk is dat heel normaal. Of beter gezegd, natuurlijk. Van nature zou je op elk moment reageren op een manier die bij de situatie past.
Het enige wat ertussen zit, is ons denken. We dénken dat de situatie zus en zo zit. We dénken dat het logisch is dat we ergens boos van worden. We dénken ons ook boos, in feite. We hebben een irritatie-gedachte ‘kan het nou nooit normaal hier’, of ‘waarom doet hij altijd zo moeilijk’ enz. En voilá, we zijn boos.
Dat is wat mij het afgelopen jaar steeds duidelijker is geworden. En waar ik je graag wat meer over zou willen vertellen. Omdat het helpt als je meer en meer inzicht krijgt in hoe het denken we werkt en hoe we in feite ons denken ervaren.
Het is niet de situatie die je boos maakt. Het zijn je gedachten erover. Maar wat zijn gedachten eigenlijk? Ze hebben geen vorm, ze zijn vluchtig, je bent ze zo weer kwijt, tenzij je ze steeds herhaalt. En dat doen we vaak. Maar waarom zouden we dat blijven doen?
We kunnen er ook mee stoppen. Nee, niet met denken. Je hebt niets te melden over je gedachtes, ze komen en gaan, of je wilt of niet. Soms is dat fijn en soms helemaal niet handig.
Maar we kunnen wél inzien hoe het werkt. En dat we er alleen maar last van hebben om ze steeds te herhalen. Ze te geloven. Want dat doen we. We geloven ze en herhalen ze en geven ze steeds meer voeding.
Totdat we barsten van frustratie en boosheid, of verdriet. We uitbarsten in boze woorden (ook naar ons kind) of in een huilbui. En voor onze kinderen is dat al helemaal niet fijn. En zeker niet helpend.
En daar mogen we mee stoppen. Stoppen met gedachten herhalen en ze te geloven. We nemen ze veel te serieus. En soms overkomt je dat gewoon, mij ook. Maar er zijn altijd weer momenten waarop je je kunt realiseren “O ja, ik doe het weer. Ik geloof mijn gedachten en voed ze teveel”.
Dat zal je enorm helpen om niet meer uit te vallen tegen je kind. Om niet je geduld te verliezen (want je hoeft niet meer je best te doen om het te bewaren). Om de dingen beter te kunnen accepteren, te laten zijn voor wat ze zijn.
Dan wordt je leven makkelijker en lichter. En vrolijker. Maak je je minder zorgen, ontdek je dat je niet overal wat van hoeft te vinden (ook vind je hoofd van wel).
En soms overkomt het je tóch. Dat is dan zo. Zo is het leven. Dan is er dit en dan is er dat. Maar alles gaat voorbij. En hoe meer je inziet hoe het werkt met je denken, hoe eerder je het zult opmerken dat het ‘het weer doet’.
Het leek me wel een passend onderwerp voor een blog zo op de drempel van het nieuwe jaar. In een tijd die toch altijd oproept tot overpeinzing. Ik ben benieuwd wat je ervan vindt. Gelukkig nieuwjaar!
Stel je hebt een duidelijke ochtendroutine, en toch werkt je kind erg tegen, of komt tot niks. Of je kind zet de hakken in het zand en zegt ‘ik wil niet naar school’, wat dan? Ik geef je wat tips.
Voor veel pittige kinderen zijn overgangen lastig. Overgangen van de ene naar de andere situatie. Zo ook de overgang van huis naar school. Ze zien er tegenop om te verlaten waar ze zijn en een nieuwe situatie in te gaan.
Wat je dan kunt doen is dit benoemen, als het kind dat zelf nog niet heeft gedaan. ‘Het lijkt erop dat je geen zin hebt om naar school te gaan, klopt dat?’
De volgende stap is erkennen. ‘Ja, dat snap ik hoor. Ik zou het ook fijn vinden om met jou hier thuis te blijven. Het is heel vaak lastig om ergens anders naar toe te gaan, toch?’
En dan is de volgende stap perspectief bieden. ‘Dat is helemaal niet erg. En weet je, het gaat ook weer over. Dus ook al heb je geen zin, je kunt gewoon gaan. Mét een kriebel in je buik. En dan moet je eerst eventjes wennen op school, dat is altijd zo. En daarna is het over. Dan ben je gewend, en dan is het weer leuk’.
‘Dat is altijd zo, dus het is helemaal niet erg dat je nu een kriebel in je buik hebt. Of dat je denkt ‘ik wil niet gaan’. Dat is heel gewoon, dat hebben veel mensen. Net als jij en ik’.
En als je dan met je kind op school aankomt, dan kun je dat nog eens herhalen. ‘Misschien voel je de kriebel nog, of vind je het nog een beetje spannend, dat geeft niet. Kijk, ik breng je naar de juf, en dan zal zij vandaag voor jou zorgen. Komt helemaal goed’.
Dat laatste helpt bij jonge kinderen die zich nog wat verloren voelen in de groep. Maar ook voor oudere kinderen kan het goed zijn om even contact te maken met de leerkracht, even goeiedag te zeggen, zodat het contact gelegd is. Pittige kinderen zijn erg gevoelig voor verbinding, dat kun je de leerkracht ook uitleggen.
En natuurlijk is het ook belangrijk om te checken of er iets bijzonders speelt op school. Hoe het met je kind gaat overdag op school. Zeker als je kind hierin een terugval heeft en daarvoor wél zonder problemen naar school ging. Er kan altijd een specifieke reden zijn voor de weerstand van je kind om naar school te gaan.
Maar vaak is het ‘gewoon’ spanning van bij huis weggaan en voor hoe de dag zal zijn. Niet erg. Hoe rustiger je erover praat, hoe meer vertrouwen jij uitstraalt, hoe beter het werkt voor je kind. En als je later navraagt bij de leerkracht, is de kans groot dat er inderdaad even later niks meer aan de hand is en je kind vrolijk meedoet met alles.
Wennen is in dit verband een mooi woord. Veel kinderen snappen wel wat ermee bedoeld wordt. Het beschrijft wat er aan de hand is en biedt perspectief en vertrouwen. Dus gebruik dit woord bij allerhande situaties waar je kind vaak eerst even tegenop ziet.
Heb je hier wat aan, beste lezer? Hieronder lees ik graag je reactie. En wil je het voor me delen op social media? Dank je wel!
Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring
De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.