All Posts by Karla Mooy

Dit is cruciaal bij het begrenzen

Op een goede manier begrenzen is nogal eens moeilijk voor ouders. Zeker als je een pittig kind hebt. Want hoe doe je dat zonder dat je het aantal conflicten alleen maar doet toenemen? Ik vertel je in dit blog wat cruciaal is.

Bied duidelijkheid vooraf

Zorg ervoor dat je van tevoren een duidelijke afspraak hebt gemaakt. Zodat je kind weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Wat wel en wat niet mag, zou je ook kunnen zeggen. Of wanneer iets mag of eindigt.

Wees resoluut in het handhaven

Als je kind zich er toch niet aanhoudt, wees dan resoluut. Bijvoorbeeld, je kind zet de tv niet uit op de afgesproken tijd. Dan doe je dat zelf met de woorden ‘helaas, pindakaas, het programma is afgelopen, de tv gaat uit’. Zorg wel dat je kind dit kon weten (dus duidelijke afspraak).

Geef kort erkenning en accepteer frustratie

Verwacht niet dat je kind stralend de tv uitdoet of opgewekt stopt met gamen. Het is gewoon lastig om daarmee te stoppen, dat vinden we zelf ook vaak. Dat kun je erkennen, alleen verandert dat niks aan het feit dat de tv uitgaat. ‘Je vindt het niet leuk en dat snap ik ook wel. Je mag ook wel even balen. Wees maar even boos’.

Laat het bij je kind

Accepteer dus de frustratie van je kind en laat het daar. Het is verder niet jouw probleem. Natuurlijk heb je liever dat je kind goedgemutst is en houd je van harmonie. Maar het hoort bij het leven dat dingen leuk zijn en niet leuk. En het hoort bij een kind (en bij een mens) om soms blij te zijn en soms boos. Dat gaat ook wel weer over. Een soort van ‘laconiek’ blijven, helpt.

Grijp alleen in als je kind zijn frustratie op een ongewenste manier uit

De enige situatie waarin je nog wel iets moet, is als je kind zijn frustratie op een verkeerde manier uit. Het op een broertje of zusje afreageert. Of met iets gaat gooien bijv. Dan is het zaak om je kind te helpen om op een andere manier zijn frustratie te ontladen. Hoe je dat kun doen, zal ik een volgende keer een blog over schrijven 😊

Goed luisteren naar je kind, zo doe je dat

Allemaal houden we van onze kinderen. En willen we het beste voor ze. We willen ze zo graag leren, wat wij allemaal al weten. We willen ze zo graag helpen om de dingen goed te doen. En daarom vertellen we ze zoveel. Maar is dat wel wat een kind echt nodig heeft? 

Wat een kind werkelijk nodig heeft om te groeien en zelfvertrouwen te ontwikkelen is onvoorwaardelijke liefde, vertrouwen en respect. Dat houdt in, dat we ze accepteren zoals ze zijn. Maar hoe doe je dat?

Werkelijke acceptatie betekent vooral: je kind laten zijn zoals hij is. Laten. Het klinkt misschien raar, maar een kind, wat lekker bezig is, met rust laten is een teken van acceptatie. Let maar eens op, hoe snel je geneigd bent om wel in te grijpen: ongevraagd advies geven bijvoorbeeld. “Zou je niet …” of “Je kunt ook ….”.

Maar wat je eigenlijk overbrengt is: zoals jij het doet is het niet goed (genoeg). Ooit bij stil gestaan dat het zo werkt? Als je dit herkent van jezelf: je bent bepaald niet de enige 🙂 Alle ouders doen dit in meerdere of mindere mate. Het is zo gewoon, dat het niet eenvoudig is om af te leren. Maar wel de moeite waard!

Continue reading

Tip tegen frustratie en machteloosheid

Als je kind niet doet wat je wil, kun je vreselijk gefrustreerd raken. Vaak voel je daaronder ook een gevoel van falen en van machteloosheid. Het kan toch niet zo zijn dat jij je (kleine) kind niet de baas kunt zijn?  Herken je dit, lees dan vooral door.

Ik ken het heel goed, dat gevoel van machteloosheid. En ik was daar ‘allergisch’ voor. Ik kon er niet mee dealen, het haalde me volledig uit mijn kracht. Het maakte me veel zwakker dan nodig was. Toen zag ik nog niet hoe het werkte, later kreeg ik daar meer grip op en was de onmacht mij niet meer de baas.

Je machteloosheid komt namelijk voort uit een misvatting. De misvatting dat jij de baas over je kind moet zijn en kunt zijn. Dat jij kunt bepalen wat je kind doet. En dat als je kind niet doet wat jij zegt, hoe je ook dreigt en probeert (‘optreedt’), dat je dan faalt.

En dat is gewoon niet waar! De waarheid is: je hebt je kind niet aan een touwtje. Dat klinkt misschien frustrerend maar is in feite een bevrijding. Want nu kun je zien, dat je je dus helemaal niet machteloos hoeft te voelen, want je hebt uiteindelijk nooit de macht over je kind gehad.

Je kunt je kind helemaal niet dwingen. Uiteindelijk bepaalt je kind zelf wat hij wel of niet doet. Of ze gehoorzaamt of niet. Natuurlijk kun je het wel proberen, je kind te dwingen, en hoe jonger je kind is hoe meer kans je hebt. Maar je kunt niet 100% bepalen wat je kind wel of niet doet. Je kind is hoe dan ook een zelfstandig wezen.

Toch zijn we erg gehecht aan deze misvatting. En dat is de oorzaak van veel ellende. Want heb jij een kind met een zogenoemde ‘sterke wil’ , dan heb je grote kans, dat je kind niet gehoorzaamt. Dat de strijd alleen maar groter wordt.

En jouw frustratie neemt toe, je machteloosheid neemt toe en tenslotte voel je je zwak en falend. Je kunt het niet. Je doet iets verkeerd. Je laat over je heen lopen. Je moet ‘gewoon’ meer autoriteit uitstralen, sterker zijn, strenger zijn, enz. enz. En als je dat zelf al niet dacht, dan maakt je omgeving je wel duidelijk dat het zo is.

Zo zonde! Dit veroorzaakt zoveel onnodig leed en het leidt tot meer spanning en meer conflicten. Het is niet waar én het is niet effectief. Het stapelt probleem op probleem. Want door jouw gevoel van onmacht ga je steeds ineffectiever te werk, waardoor je steeds verder bij je doel vandaan komt.

De oplossing? Inzien en volledig accepteren dat je je kind dus niet aan een touwtje hebt. Dat jij iets niet acceptabel vindt, wil niet zeggen dat je kind het niet doet. Sterker nog, het wil ook niet zeggen dat je kind niet weet dat het onacceptabel is. Hij of zij heeft even niets beters voorhanden, kan bijvoorbeeld zijn emotie nog niet goed beteugelen.

Zie het als een leerproces van je kind. En kijk hoe jij je kind daarbij kunt helpen. In de eerste plaats door te erkennen wat er gaande is. En vervolgens door (samen met je kind) te kijken wat maakt dat je kind doet zoals ie doet en hoe je dat kunt veranderen. Wat kun jij doen om ander gedrag een grotere kans te geven en wat heeft je kind nodig om acceptabel gedrag te laten zien?

Als je kind niet doet wat je zegt (of vraagt) trap dan dus niet in de val van onmacht. Realiseer je dat jij je kind niet aan een touwtje hebt. Hou afstand. Neem het niet persoonlijk. Wees duidelijk in wat je van je kind verwacht,  maar help je kind ook om dat te kunnen. Accepteer dat bij het opgroeien moeilijke momenten horen voor jou en voor je kind.

Door het niet op jezelf te betrekken, door onmacht geen kans meer te geven, heb je  veel meer ruimte om naar je kind en de situatie te kijken. Veel meer kans om wel effectief te reageren. Misschien moet je je kind een handje helpen met wat je vraagt door het samen te doen, misschien moet je je verwachting/verzoek intrekken omdat je ziet dat het niet haalbaar is op dit moment of krijg je een andere ingeving waarmee je de situatie weer vlot kan trekken.

Heb je hier wat aan? Deel dit artikel dan via de shareknop hieronder. Samen kunnen we nog meer ouders helpen. Dank je wel alvast!

En laat hieronder weten wat je van deze tip vindt. Altijd fijn om van je te horen!

Jouw probleem of het probleem van je kind?

Veel ouders (vooral moeders …) hebben, net als ik overigens, de neiging om het probleem van hun kind tot hun eigen probleem te maken. Immers jij bent, of voelt je in elk geval, verantwoordelijk voor het geluk van je kind. Maar hoe realistisch is dit eigenlijk? En werkt het wel? Het is mij gebleken, dat het niet handig is om problemen van een ander, in dit geval van je kind, tot je eigen te maken. Hoe logisch dat ook lijkt.

Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste kan het zijn, dat jij de oplossing helder voor je ziet. Door jouw oplossing aan te bieden, of misschien wel –goed bedoeld- op te dringen, tast je de zelfstandigheid aan van je kind aan, omdat hij of zij zo niet leert om zijn eigen oplossingen te vinden. Wat ook nog eens beter zou zijn voor zijn zelfvertrouwen.

Het kan echter ook zijn, dat jij ook niet weet wat de oplossing moet zijn. Nu heb jij dus ook een probleem. En wat doe je met een probleem waarvan je niet direct de oplossing ziet? Precies, je gaat piekeren, je maakt je zorgen. Nu is bekend dat piekeren en tobben tot een vernauwing in je denken leidt. Je ziet de mogelijkheden niet meer, maar vooral doemscenario’s. Ook roept het bij jouw allerlei emoties op, angst en machteloosheid misschien.

Ben jij nu nog beschikbaar om te helpen? Nee, eigenlijk niet. Want nu word jij in beslag genomen door jouw probleem en bijbehorende emoties. Dus terwijl je intentie is om je kind te helpen, heb je jezelf juist minder geschikt gemaakt om te helpen. Het werkt dus niet zo goed. Wat dan wel?

Als je je zorgen maakt over iets m.b.t. je kind vraag je dan eerst af: wie heeft er een probleem? Het kan zijn, dat jij wel  een probleem hebt, maar je kind niet. In dat geval is het handig om ik-boodschappen te geven. Bijvoorbeeld in het geval van een puber, die wel erg lang uitslaapt: “ik maak me zorgen, dat je zo lang op bed ligt. Ik ben bang, dat je dan vanavond niet kunt slapen en je slaapritme verstoord raakt. Ik weet hoe vervelend dat kan zijn. Begrijp je wat ik bedoel? Hoe zie jij dat? “ Vervolgens kun je een antwoord krijgen wat neerkomt op “niets aan de hand, maak je geen zorgen” of “ja, daar zit wel wat in. Ik vind het eigenlijk ook niet fijn als ik ’s avonds zo lang wakker lig”.

Het kan ook zijn, dat jouw kind een probleem heeft of althans lijkt te hebben.  Dan is het handig om actief luisteren toe te passen. “Het klinkt alsof je er zelf van baalt dat je zo laat opstaat, klopt dat?” of “Het lijkt wel alsof je niet zo blij bent met je nieuwe juf, is dat zo? “ Zo kan een gesprek ontstaan waarin duidelijk wordt wat het kind dwars zit en kun je hem of haar helpen om oplossingen te vinden.

Want natuurlijk wil je je kind graag helpen. Dat mag ook, daar ben je ook voor. Maar vraag het altijd eerst even. “Vind je het fijn als ik je help om eerder op te staan”? of  “Zal ik eens met je meedenken wat je hieraan zou kunnen doen?”

Soms is het best moeilijk om een probleem bij je kind te laten. Als het je erg bezighoudt, zoek dan iemand op met wie jij kan praten. Die jou kan helpen om het helder te blijven zien. Misschien is het wel een goed idee om een paar gesprekken met een professionele hulpverlener te hebben. Dat kan erg verhelderend werken. En hoe beter jij ermee om kunt gaan, hoe groter de kans dat je je kind kunt helpen.

Ben je het met me eens? Herken je dit? Geef hieronder je reactie.

Ook fijn als je het artikel wilt delen via de shareknop hieronder, dan kunnen we samen nog meer ouders bereiken. Dank je wel 🙂

Luister eerst voor je praat

Luisteren is zo belangrijk in het opvoeden. Luisteren naar je kind. Echt luisteren. Het is belangrijk voor je kind, maar ook voor jou. Een kind wat zich gehoord en begrepen voelt, kan vervolgens ook luisteren naar wat jij zegt. Wij slaan die stap vaak over en beginnen direct met uitleggen en praten. En dat werkt niet.

Luisteren is alles behalve een objectieve bezigheid. Afhankelijk van de persoon, die luistert , of het moment, worden er andere dingen gehoord. Goed luisteren vergt daarom in de eerste plaats dat je luistert met al je aandacht. Zodat je ook hoort wat er gezegd wordt.

Wat goed luisteren vooral in de weg zit, is ons eigen denken. Let maar eens op als je naar iemand luistert: alles wat je hoort roept onmiddellijk een gedachte bij je op. Je bent het eens, of niet eens. Je denkt “wat erg voor die persoon”,  of “wat leuk”. Er komt een vraag in je op. Of een gedachte over iets wat eraan gelinkt is. Wat dan ook, maar er komt (bijna) altijd een gedachte.

Vervolgens gaat onze aandacht naar die gedachte. Je denkt erop door, waardoor je niet meer goed luistert. Of het maakt dat je iets wilt zeggen. Je wacht dan op een ademteug bij de ander, zodat je je je eigen gedachte te berde kunt brengen.  Of je eigen gedachte is een interpretatie van wat die ander zegt en kleurt vervolgens wat je nog meer hoort.

Kortom, goed luisteren valt nog niet mee. Er gebeurt van alles in je eigen hoofd, terwijl je naar een ander luistert. Maar gelukkig kun je dit wel trainen.

Zoals altijd is bewustwording de eerste stap. Krijg in de gaten wat er in je hoofd gebeurt. Bewustwording, zien wat er gebeurt, is altijd nodig om iets op een andere manier te kunnen doen.

Vervolgens kun je besluiten om niets met die gedachte te doen, maar te blijven focussen op wat de ander zegt. Je eigen gedachten en oordelen parkeren, noem ik het vaak. Ze hoeven niet perse weg, maar moeten gewoon even op hun beurt wachten. Soms zullen ze dan vanzelf verdwijnen, omdat ze later niet meer relevant blijken te zijn.

Door je eigen gedachten, en vooral ook je oordelen, te parkeren, krijgt de ander werkelijk ruimte om zijn verhaal te doen. Hij voelt ook dat er niet geoordeeld wordt, dat hij de ruimte krijgt. Dat voelt als acceptatie en dat is dan ook zo. Het is een uiting van respect. Van gehoord worden.

Gehoord en gezien worden, gerespecteerd en geaccepteerd, dat is een basisbehoefte van ieder mens. Dus ook van jouw kind. En daarom is luisteren zo belangrijk in het opvoeden. En is het de moeite waard om dat beter onder de knie te krijgen.

Bovendien maakt goed luisteren je communicatie veel effectiever. Want als je kind zich gehoord en begrepen voelt, pas dan kan ze zich openstellen voor jouw boodschap. Wij slaan die stap vaak over en dat is de reden, dat gesprekken met kinderen zo vaak weinig effect hebben.

Herken je dit? Of lukt het jou al heel goed om echt naar je kind te luisteren? En wat levert het dan op? Laat het hieronder weten, bedankt alvast!

Dit is het échte positief opvoeden

Positief opvoeden is heel belangrijk, superbelangrijk. Maar dan wel het échte positief opvoeden. Niet wat vaak zo genoemd wordt. Maar wat werkelijk een positieve uitwerking heeft op je kind.

Positief opvoeden zoals het meestal bedoeld is, is eigenlijk gewoon ‘ouderwets’ opvoeden, maar dan met een positief sausje. Bijvoorbeeld dat je werkt met belonen i.p.v. straffen. Dat je ongewenst gedrag negeert en bij gewenst gedrag een complimentje geeft.

Maar dat is niet wat ik bedoel. Want er liggen nog steeds negatieve uitgangspunten aan ten grondslag. Bijvoorbeeld het idee, dat je kind als hij de kans krijgt over je heen loopt. Dat een kind het wel kan, maar niet wil. Gek toch eigenlijk, dat we zo negatief over kinderen denken?

Mijn uitgangspunt is precies andersom. Een kind wil het graag goed doen. Wil graag het goede doen. En als dat niet gebeurt, zit er een zeker onvermogen aan ten grondslag. Ook al lijkt bepaald gedrag met opzet, er is altijd iets dat het kind ‘drijft’ om het zo te doen.

Dus neem dat als uitgangspunt. Je kind wil het goed doen. Je kind is er niet op uit om ruzie met jou te maken. Of om zijn broertje of zusje pijn te doen. En dat weet je ook, want pittige kinderen zeggen heel vaak ‘ik weet niet waarom ik zo doe, ik wil het zelf ook niet’.

Wat dus ook hoort bij positief opvoeden is een ander taalgebruik. Zeg niet ‘Waarom heb je je niet aan de afspraak gehouden’ maar ‘het is niet gelukt om je aan de afspraak te houden, laten we eens kijken hoe dat komt’. Merk je het verschil?

Positief opvoeden betekent ook perspectief bieden. ‘Nu is het niet gelukt, maar een volgende keer misschien wel. Laten we kijken hoe we je kunnen helpen om het wél te laten lukken’.

Positief opvoeden betekent dus ook vertrouwen hebben in je kind. Zelf ook geloven in het perspectief. Uit de valkuil van wanhoop of frustratie blijven.  Dat is bemoediging geven en bemoedigen helpt enorm bij het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden.

En om je kind te kunnen helpen bij het leerproces is het nodig om achter het gedrag te kijken. Een laagje dieper kijken, noem ik dat altijd. Wat maakt dat je kind deed zoals ze deed? En hoe kun je haar dan helpen om het een volgende keer anders te doen?

De impact van deze benadering is enorm, die moet je niet onderschatten. Het laat je kind voelen dat hij goed is zoals hij is. Dat jij weet dat ze het graag goed wil doen. Je corrigeert niet, maar je helpt. Dat is belangrijk voor het zelfvertrouwen van je kind. En het is veel beter voor de sfeer, voor de relatie met je kind. Daarom noem ik dat het échte positief opvoeden 😊

Zo komt je boodschap wél aan

Kinderen zijn net mensen. Toch verlangen we regelmatig dingen van kinderen waar we zelf niet van houden. Gehoorzaamheid (zonder uitleg) bijvoorbeeld. We geven opdrachten: doe dit, doe dat, laat dat, hou daar mee op. Kinderen reageren met weerstand. Geen wonder dat we af en toe zelf de conflicten oproepen. Kan dat anders?

Jawel, dat kan anders, en moet eigenlijk ook anders. Voor iedereen is het van wezenlijk belang dat hij in zijn of haar waarde wordt gelaten. Je wilt als mens er mogen zijn, meetellen, je wilt dat er rekening met je gehouden wordt en dat je gewaardeerd wordt.

Dat is met kinderen precies zo. Ze willen erkend worden in hun behoeften, hun gevoelens en gewaardeerd worden. En natuurlijk willen we als ouder daar ook graag aan tegemoet komen. Alleen, in de drukte van het dagelijks leven met zijn vele verplichtingen vallen we vaak terug in een automatisme van eenzijdige communicatie naar de kinderen (doe dit, laat dat) , zoals we zelf zijn opgevoed en zoals de maatschappij nou eenmaal in het algemeen met kinderen omgaat.

Hoe doe je dat nu? Hoe zorg je dat je beter gehoord wordt, zonder weerstand op te roepen? Je hebt wellicht weleens gehoord of gelezen over het belang van ik-boodschappen. Het geven van ik-boodschappen wil zeggen dat je in je communicatie met je kind praat in Ik…. zinnen.

Je gebruikt ze als je iets van je kind wil. In plaats van commanderen (“stop daar mee”) of een jij-zin (“jij moet een beetje zuinig zijn met je spullen”), begin je met ik: “Ik ben bang dat de bank stuk gaat als je daar zo hard op staat te springen en ik wil hem graag nog een tijdje mooi houden”, “Ik ben aan het bellen, kun je wat zachter doen, anders kan ik oma niet verstaan”, “Ik wil graag op tijd bij de tandarts zijn en ik ben bang dat we te laat komen als je nu niet je jas aandoet”, enz.

Een goede ik-boodschap is dus specifiek (wat precies wil je graag) en vertelt iets over je behoefte en je gevoel. Hierdoor kan je kind zich in jou verplaatsen en je beter begrijpen.

Het werkt echt goed. Een jij-zin maakt dat je kind zich aangevallen voelt. Je geeft een oordeel, meestal een veroordeling. Een ik-zin geeft je kind de kans om rekening te houden met je behoeften. Maar het gaat niet vanzelf :).

Je zult merken dat het echt oefenen is. Je moet soms ook iets langer nadenken: wat is eigenlijk jouw behoefte, waarom wil je iets niet of juist wel graag? Waarom is het gedrag van je kind eigenlijk een probleem voor je?

Een valkuil is een valse ik boodschap, die in feite een verkapte jij-boodschap is: “Ik wil dat jij nu je kleren aan doet” is in feite een opdracht. Hetzelfde geldt voor “ik vind dat jij je nu moet aankleden”.  Dus alleen het woordje Ik aan het begin wil nog niet zeggen dat het ook een echte ik-boodschap wordt.

Door het bij jezelf te houden voorkom je weerstand. De moeite waard om eens te gaan oefenen. Het lukt niet altijd en het kan niet altijd. Je hebt niet altijd tijd voor zo’n gesprekje. Maar weet dan dat je er ook altijd later nog op deze manier met je kind over kan hebben. Blijf oefenen en waardeer jezelf voor je inzet. Succes!

PS Het leren geven van een ik-boodschap is één van de communicatievaardigheden, die je leert en oefent in mijn online programma  ‘Stap voor stap een gelukkig gezin’.  Lees hier wat het programma je nog meer leert, waardoor je in 4 tot 6 maanden een gelukkig gezinsleven kunt hebben!

Vrede op aarde begint met vrede in je huis

Het is weer bijna Kerst. Vrede op aarde, zingen we. Dat is wat we wensen, maar dat is nog niet zo eenvoudig. En helaas hebben wij op de vrede in de buitenwereld niet zo heel veel directe invloed. Laten we daarom beginnen met vrede in ons eigen huis en onze eigen omgeving.

Oorlog kan ontstaan als de ene groep zich tegenover de andere plaatst of geplaatst ziet. Het wij-zij denken. Wij-zij denken is altijd een bedreiging voor de vrede. Echte vrede kan pas ontstaan als we inzien dat we allemaal bij elkaar horen, dat we elkaar nodig hebben. En eigenlijk ook, dat we inzien dat we niet wezenlijk verschillen van elkaar.

In je eigen gezin is er misschien geen wij-zij. Maar vaak wel ik-jij. En ik-jij denken geeft ook strijd. Want  dan zijn er belangen te verdedigen. En kun je gekwetst worden omdat je denkt dat de ander zich boven jou plaatst.

Ik-jij denken klinkt misschien wat zwaar. Maar op een bepaalde manier sluipt het er toch gemakkelijk in. Bijvoorbeeld de momenten waarop we als ouder niet echt luisteren naar ons kind. Of onze macht gebruiken om onze zin door te zetten. Het kind ervaart dan dat het voor zijn eigen behoeftes niet als vanzelf op ons kan vertrouwen.

Een ander voorbeeld. Ruzies tussen kinderen zijn normaal. Als ouder kun je echter gemakkelijk in de valkuil stappen dat jij als scheidsrechter moet oordelen hoe het opgelost wordt. Niet doen. Er is altijd een kind blij en een kind boos. Voor de kinderen is dat ook een ik-jij ervaring. Rivaliteit wordt in de hand gewerkt.

Vrede kan bloeien als er saamhorigheid is. Als we ons met elkaar verantwoordelijk voor elkaar voelen.  Als we de behoefte van een ander evenzeer respecteren als die van onszelf. Dat creëert  verbondenheid. Begin met vrede in je eigen gezin en zet in op verbinding.

Hoe doe je dat in praktijk? In de eerste plaats door goed te luisteren en de behoefte van (ieder) kind en van jezelf serieus te nemen. In de tweede plaats door het uitgangspunt te hanteren dat ieder zijn eigen waarheid heeft. Er is niet zoiets als dé waarheid. Ieder heeft zijn eigen mening en beleving, respecteer dat.

Zo kun je zorgen dat iedereen zich erkend voelt. En als er conflicterende behoeftes zijn, zoek dan zoveel mogelijk naar oplossingen die voor iedereen aanvaardbaar zijn. Alleen al door dit als uitgangspunt te nemen bevorder je de verbondenheid. Samen verantwoordelijkheid voor elkaar, daar gaat het om.

Daarbij hoort ook niet (ver)oordelen. Respecteren kan alleen als je niet veroordeelt. Daarin ben je een voorbeeld voor je kind. Ook als je over andere mensen of andere groepen praat. Wees je dus bewust van wat je denkt en zegt. Respect leer je niet door erover te praten, maar door het voor te leven.

Een mooie tweeslag eigenlijk. Op deze manier zorg je én voor meer vrede en rust in je eigen gezin én leerje je kind hoe hij op een respectvolle manier met anderen kan samenleven. Zo lever je straks echte vredelievende burgers af 🙂

Vrede op aarde! Ik wens je hele fijne kerstdagen.

Vind je deze woorden de moeite waard? Fijn als je ze wilt delen. Ook lees ik graag je reactie. Alvast bedankt!

Help, mijn kind is een slechte eter.

Veel pittige kinderen zijn slechte eters. Je kunt er redelijk wanhopig van worden. Omdat het strijd geeft, waardoor het niet meer leuk is aan tafel. Of omdat je je zorgen maakt of je kind wel genoeg eten binnenkrijgt. Hierbij 5 tips om hiermee om te gaan.

Tip 1 is de moeilijkste, maar ook meteen de belangrijkste: maak er geen strijd van. Want die verlies je. Eten is namelijk één van de weinige dingen waarbij je je kind niet kan dwingen. Je kunt een kind wel te eten geven, maar niet voeden. Je kind bepaalt uiteindelijk zelf of het iets opeet of niet. Dus als je een kind hebt, dat tot het bittere eind gaat, dan wordt het einde ook heel bitter.

Bovendien, door er een strijd van te maken, leg je er teveel druk op. Eten wordt steeds meer een issue. Wat je aandacht geeft, groeit. Dus als je veel aandacht geeft aan het probleem van niet eten, wordt het probleem steeds groter.

Pittige kinderen hebben strijden thuis voor hun autonomie. Als een kind juist met het eten heel erg dwars ligt, kan het zijn dat ie gewoon weinig lust. Het kan goed zijn dat je kind erg gevoelig is voor geuren of smaken. Of voor de textuur van het eten in de mond.

Maar de kans is ook groot, dat je kind in opstand komt, omdat hij te weinig autonomie in zijn leven ervaart. Juist de dingen waar hij zelf het laatste woord heeft, gebruikt hij dan om zelf de baas te zijn. Dat kan ook verklaren waarom een kind iets soms wel wil eten en soms niet.

Tip 2 is daarom: kijk eens of jij je kind meer ruimte kan geven om zelf baas te zijn. In welke situaties, bij welke beslissingen en keuzes kun je je kind meer zeggenschap geven? Het zou zo maar kunnen, dat daarmee het eten een veel kleiner probleem wordt. Vooral als je een kind hebt met een sterke eigen wil.

Tip 3: Zorg dat je kind overdag al de nodige voedingsstoffen binnenkrijgt. Geef tussendoortjes, maar geef alleen gezonde voeding. Maar zorg dat wat ze aan tussendoortjes krijgt alleen maar gezond is. Vooral groentes en fruit zijn onmisbaar voor de nodige voedingsstoffen. Denk dus aan stukjes (rauwe groente) en fruit. Het avondeten kan dan ook uit een boterham of een bord pap bestaan.

Koop allerhande verschillende soorten groente en fruit. Probeer uit wat je kind lekker vindt. Wortels of komkommer, maar misschien ook wel bietjes of koolraap. Gedroogd fruit is een heel geschikt alternatief voor snoep. Lekker zoet en toch gezond. Controleer wel of er geen suiker aan toegevoegd is. Als je kind er oud genoeg voor is, zijn noten ook heel gezond, het liefst ongebrand. Ook olijven kun je eens proberen, er zijn genoeg kinderen die ze lekker vinden.

Tip 4: zoek op internet naar ideeën. Er zijn tegenwoordig veel goede blogs te vinden met ideeën voor gezonde, lekkere snacks. Verdiep je in wat goede voeding eigenlijk is, wat je kind nodig heeft. Google eens op “lekker en gezond eten voor kinderen”, dan vind je een hele lijst aan sites met interessante tips.

Tip 5: betrek je kind bij het voorbereiden van het eten. Overleg wat hij lekker vindt, kijk waar hij kan helpen met klaarmaken (kun je ondertussen vast iets proeven). Laat haar de tafel dekken en het gezellig maken, bijvoorbeeld kaarsjes aan. Zorg dat de maaltijd een prettig moment blijft. Een gezellig samenzijn, waarbij ondertussen gegeten kan worden.

Tenslotte: een kind hongert zichzelf doorgaans echt niet uit. Als jij maar zorgt dat wat er binnenkomt veel voedingsstoffen bevat, hoef je je geen zorgen te maken. Maak je je wel ongerust of is je kind moe en lusteloos, overleg dan met de huisarts of op het consultatiebureau of je kind risico loopt op ondervoeding.

Is jouw kind een moeilijke eter? Hoe ga jij daar mee om? Laat het hieronder weten, ik hoor graag van je. Delen is ook fijn, dank je wel!

Zo vermijd je conflicten, terwijl je toch begrenst.

Pittige kinderen reageren slecht op de gebruikelijke manier van opvoeden. Dat komt omdat ze (thuis) graag zelf willen bepalen. Ze willen niet gedwongen worden. Probeer je dat toch, dan leidt dat alleen maar tot heel veel strijd. Maar natuurlijk wil je je kind ook grenzen geven, dus hoe doe je dat dan?

Om minder strijd te hebben met je kind, is het raadzaam om hem of haar zo min mogelijk in het moment te sturen. Daarmee bedoel ik dat je zo min mogelijk situaties creëert waarin jij bepaalt. Omdat je iets van je kind eist. Of omdat je iets verbiedt.

Normaal gesproken gebeurt dat heel veel. De ouders leiden het kind. Dus (soms ongemerkt) stuur je je kind de dag door. “doe dit, doe dat, nee dat mag niet, stop daarmee, we gaan nu …” enz. Pittige kinderen liggen dan geregeld dwars. Ze zijn allergisch voor het woord nee en voor moeten.

De oplossing ligt in een duidelijke structuur. Een vast patroon van dagelijkse handelingen en terugkerende situaties zorgen ervoor dat je kind weet wat er staat te gebeuren. Ze gedijen goed bij die duidelijkheid en voorspelbaarheid. Vaste gewoontes en routines zijn daarom van belang.

Meestal wordt geadviseerd om niet teveel regels te hanteren in de opvoeding. Een beperkt aantal van de belangrijkste zaken is voldoende. Voor pittige kinderen geldt dat niet, heb ik ontdekt. Hoe meer regels en afspraken, hoe beter het werkt.

Want dan weet je kind wat hij of zij kan verwachten. En dat beïnvloedt vanzelf al de verwachtingen, waardoor je kind makkelijker meegaat in wat de bedoeling is en minder snel iets vraagt dat jij niet wilt. Omdat je kind dat al weet.

Ik geef vaak het volgende voorbeeld om het te verduidelijken. Stel je kind vraagt om een ijsje en je zegt nee, wat ze heeft al een ijsje gehad. Dan kan het handig zijn om het wel toe te staan, maar er later op terug te komen om uit te leggen, waarom je het niet een goed idee vindt. Je spreekt dan af, dat je kind niet meer dan één ijsje op een dag mag.

Zo kan het ook zijn, dat je het niet wilt toestaan, omdat je het iets vindt voor warm weer. Dan kun je afspreken bij welke temperatuur je kind een ijsje mag. Dat klinkt misschien overdreven, maar veel pittige kinderen gedijen enorm goed bij dit soort afspraken. Ze kunnen het dan zelf checken en weten waar ze aan toe zijn.

De clou is dat je kind zo minder door jou gestuurd wordt. Of het iets wel of niet mag, hangt dan niet meer af van jouw idee op dat moment. Je kind ervaart het niet meer als dat jij je macht inzet en dat jij bepaalt en stuurt.

Je hoeft al die regels ook niet op te schrijven ofzo. Je kind onthoudt heel goed wat er is afgesproken, neem dat maar aan. Hooguit moet je voor jezelf iets noteren 😊

En als je eenmaal een afspraak of regel hebt, dan moet je handhaven. Maar ook dan kun je verwijzen naar de afspraak: ‘ja, ik weet het lieverd, je wil heel graag nog eentje, maar ja, weet je nog? Eén keer per dag is er een ijsje voor jou. Helaas pindakaas, morgen kan het weer’.

Ik hoop dat je snapt wat ik bedoel. Het gaat natuurlijk niet om dat ijsje, misschien ben je het totaal oneens met het voorbeeld. Maar het gaat om het principe. Je zult merken dat je kind daar beter bij gedijt. En dat het voor jou makkelijker wordt om te handhaven, omdat het van tevoren al was afgesproken.

Tot slot nog even dit. Je kunt dus een eerste keer dat iets gebeurt dat jij liever niet hebt, gewoon laten gebeuren als het niet echt een probleem is. Naderhand kom je er op terug en maak je er een afspraak over. Dat scheelt op zich al een behoorlijk aantal conflicten.

Ik ben heel benieuwd wat je vindt van dit idee. Is het een zinvolle tip voor jou? Laat het weten, ik lees graag je reactie. En deel het als je het waardevol vindt. Dank je wel alvast!

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten