De ouders die ik spreek zijn allemaal in meer of mindere mate in strijd met hun kind verwikkeld. Hun kind werkt niet mee, zet de hakken in het zand en luistert vaak niet. Die strijd kost enorm veel energie. Mijn boodschap is: je kunt uit de strijd komen met je kind als je stopt met op te voeden vanuit macht.
Hoe positief verpakt ook, het moderne opvoeden stoelt nog steeds op het uitgangspunt dat de ouder de baas is. Kinderen moeten luisteren. Het is belangrijk om consequent te zijn en om sancties te stellen als een kind zich niet aan de afspraak houdt.
Met andere woorden: de ouder is verantwoordelijk voor het gedrag van het kind. Hij of zij moet zorgen dat een kind doet wat er afgesproken (lees opgelegd) is. Consequent zijn heeft als uiterste consequentie dat je je kind moet dwingen. Want doe je dat niet, dan ‘komt je kind ermee weg’.
En precies dit idee maakt dat ouders van een pittig kind steeds meer in de strijd komen. Het is een heilloze weg, die alleen maar tot meer ellende leidt. Dit is wat ik je graag wil laten inzien.
Pittige kinderen zijn kinderen met een sterke wil. Ze knokken voor hun autonomie. Ze willen zelf bepalen. Ze zijn om zo te zeggen niet in de wieg gelegd om te gehoorzamen. Ze hebben het nodig om invloed te hebben, ze kunnen zich niet zo maar overgeven aan wat er gebeurt.
Maar als ouder zit je met het idee dat jij toch wel de baas moet blijven. En anders vertelt je omgeving het jou wel. ‘Je moet hem gewoon aanpakken, je bent te lief’ of ‘je gaat teveel met haar in discussie, niet doen, jij bepaalt!’.
En dus ga je meer op je strepen staan. Luister je niet (meer) goed naar je kind. Wil je dingen afdwingen. En raak je gefrustreerd als je kind het toch niet doet, waardoor strijd steeds vaker escaleert in scènes. Je komt in de machteloosheid terecht.
Kijk, het is eigenlijk heel simpel. Zodra jij je machtkaart trekt, start je het machtsspel. Je kind voelt dat onmiddellijk. En reageert met strijd. Want jij wilt winnen, maar jouw kind wil ook winnen. Of op zijn minst niet verliezen!
Dus wat er nodig is om uit de strijd te komen is dat je stopt met te willen winnen. Zorg dat je weer naast je kind komt te staan in plaats van tegenover elkaar. Het is echt niet de bedoeling dat ouders strijden met hun kind. En geen enkel kind wordt blij van ruzie met zijn ouders, zelfs al lijkt dat zo.
Hoe doe je dat nou in praktijk? Daar valt natuurlijk heel veel over te vertellen. In elk blog van mij vind je daar aspecten van terug. Wat heel belangrijk is, is luisteren naar je kind. Je kind begrijpen. En zorgen dat je kind zich gehoord en begrepen voelt. Insteken ook op het goede in je kind, vertrouwen hebben.
Maar hoe zit het dan met begrenzen? Je kunt toch niet alles goedvinden of maar laten gebeuren? Nee natuurlijk niet. Natuurlijk heb jij een verantwoordelijkheid als ouder. En als veiligheid of gezondheid in het geding is, zul je zelfs weleens moeten dwingen. Maar dat is niet zo vaak als je misschien denkt.
Ook over begrenzen valt veel te vertellen en dat heb ik al vaker gedaan. En zal ik ook zeker nog vaker doen. Waar het me nu om gaat, is dat je je realiseert dat, wat ik vaak noem de ‘standaardmanier van opvoeden’ , bij jouw kind alleen maar leidt tot meer strijd.
Stop daar dus mee. Het brengt je niets. Het is een heilloze weg en het wordt alleen maar erger naarmate je kind ouder wordt.
Laat je inspireren door mijn blogs en de tips die ik deel op facebook. En beluister een webinar. En als je de aanpak die wél werkt bij jouw kind, écht onder de knie wilt krijgen, dan help ik je daar met liefde bij 🙂
A.s. woensdag geef ik een gratis webinar over dit onderwerp en laat ik je met voorbeelden zien hoe het anders kan. Je kunt je hier aanmelden.
Het is doel om zoveel mogelijk mensen te helpen met dit inzicht. Dat het echt anders kan. Dat je niet elke dag strijd hoeft te hebben met je pittige kind. Wil je me helpen hen te bereiken door dit artikel te delen? Dank je wel.
Ik ben ook altijd blij met je reactie en aanvullingen.
Pittige kinderen zijn vaak kinderen die moeite hebben met schakelen. En als het anders gaat dan ze verwacht hadden kan dat zo maar een boze bui veroorzaken. Soms zonder dat je het zag aankomen. Hoe kun je je kind hierin het beste helpen?
Een kind dat niet zo flexibel is, heeft doorgaans behoefte aan duidelijkheid. Weten waar hij of zij aan toe is, geeft rust. Daarom is het belangrijk om te zorgen voor een heldere structuur in huis, een duidelijke dag- en weekindeling, die ook zichtbaar is voor je kind.
Vergis je niet, ook al lijkt je kind het niet nodig te hebben, toch is het vaak fijn om deze dingen wel zichtbaar te maken. Beter teveel dan te weinig duidelijkheid.
Ook is het handig om je kind voor te bereiden op situaties die niet alledaags zijn. Bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts, op bezoek gaan bij vrienden van jullie of thuis bezoek ontvangen. Vertel je kind van tevoren wat hij of zij kan verwachten. Hoe het eruit zal zien, wie er nog meer komen, enz. En ook wat er van je kind wordt verwacht.
In zijn algemeenheid kun je stellen dat kinderen die niet zo flexibel zijn, vaak meer uitleg nodig hebben dan je denkt. Omdat ze vaak anders denken, een andere logica hebben of gewoon preciezer willen weten hoe of wat, zodat ze in de duidelijkheid kunnen ontspannen.
Hoe beter je dus de verwachtingen van je kind managet, hoe kleiner de kans op uitbarstingen. Daarom zijn verrassingen niet altijd een goed idee. Want dat geeft je kind ruimte om zelf te fantaseren wat de verrassing zal zijn en de kans is groot dat dit niet is wat er in werkelijkheid gaat gebeuren.
Het probleem is natuurlijk dat dingen vervolgens niet altijd precies zo gaan als de bedoeling of de verwachting was. En juist dat is dan weer lastig bij een niet zo flexibel kind. Daarom kan het helpen als je er aan toevoegt: ‘en misschien gaat het anders dan wij nu denken, kom dan maar bij me, dan zal ik je uitleggen wat er aan de hand is’.
Het helpt ook als je alleen al snapt wat er bij je kind gebeurt als het anders gaat dan verwacht. Je kunt het dan benoemen, zodat duidelijk wordt wat er aan de hand is. Ook voor de andere aanwezigen. “Ze had verwacht dat we met zijn allen aan tafel zouden eten i.p.v. met de kinderen apart, want dat is bij ons thuis de gewoonte met een verjaardag”, bijvoorbeeld.
Bereid jezelf erop voor dat je kind tijd nodig heeft om te schakelen. Dus geef je kind die tijd. Het verdient zichzelf terug als het ware. Want een conflict met een boos kind kost nog veel meer tijd.
En als je een probleem ziet aankomen, omdat iets niet door kan gaan bijvoorbeeld, kun je het een beetje inkleden: “oh,oh, er is een probleem. Het is heel erg jammer, maar misschien weet jij een oplossing. We zouden vanmiddag gaan zwemmen, maar nu zie ik net op de website dat het gesloten is i.v.m.onderhoud. Wat nu?”
Vind je dit handige tips? Dan is het fijn als je ze met anderen deelt. Gebruik de social media knoppen.
en misschien heb je een opmerking of een toevoeging, ik hoor graag van je bij de reacties.
Dank je wel!
Wat wens jij voor je kind? En lukt het jou om dat voor te leven? Want jouw kind leert van wat jij voorleeft. Jij bent het voorbeeld. Wat wens jij voor je kind, welke ontwikkeling gun jij je kind? Kijk eens hoe jij dat zelf doet. Gun jij jezelf ook die ontwikkeling? Durf je het voor te leven?
Ik heb al meerdere malen ervaren, dat het investeren in mijn eigen persoonlijke groei ook investeren in mijn kinderen is. Hoe meer ik groei, hoe meer ik te bieden heb. Omdat ik ze laat zien wat groeien betekent. Dat als je iets wilt, dat je ervoor moet gaan.
Maar ook doordat ik meer begrijp van mezelf. Ik heb mezelf steeds beter leren kennen. En daardoor heb ik beter grip gekregen op mijn gedrag. En vanzelfsprekend profiteren mijn kinderen daar ook van. Omdat ik mijn eigen gedrag steeds beter in de hand krijg.
Èn omdat ik mijn kinderen steeds beter ben gaan begrijpen. Ik heb levenswijsheid opgedaan. Ik ben steeds beter gaan begrijpen, hoe wij mensen in elkaar zitten. Hoe we weg willen van pijn. Hoe we ons soms klein houden. Ik herken mijn eigen patronen in anderen. Ook in mijn kinderen. En dat geeft me weer de mogelijkheid om mijn kinderen beter te begeleiden.
Hoe meer ruimte jij als ouder dus geeft aan je persoonlijk ontwikkeling, hoe meer ruimte je kunt geven aan de ontwikkeling van je kind. Hoe beter jij je kind kunt helpen bij het bereiken van wat hij of zij graag wil. Hoe meer jij jezelf vast laten zetten door belemmeringen of door patronen, hoe moeilijker het wordt om je kind te helpen het beste uit zichzelf te halen.
Als jij jezelf laat tegenhouden door belemmeringen, hoe kun je dan je kind over hobbels heen helpen? Als jij om kunt gaan met hobbels, met teleurstelling en met mislukkingen, is het veel makkelijker om je kind daarbij te helpen. Omdat je weet dat het bij het leven hoort. Omdat je weet hoe het voelt als je iets moeilijks toch doet, bijvoorbeeld. Of omdat je begrijpt, dat zgn. fouten horen bij een leerproces.
Dat betekent, dat als jij je kind iets gunt, jij het eerst jezelf moet gunnen. Gun jij je kind succes, leer dan eerst zelf hoe je succes bereikt. Gun jij je kind zelfvertrouwen, leer dan op jezelf te vertrouwen. Gun jij je kind dat hij zichzelf mag zijn, wees dan als ouder ook authentiek en durf je zwakheden of kwetsbaarheid te laten zien. Wil jij dat je kind van zichzelf houdt, laat dan zien, dat jij jezelf accepteert zoals je bent en van jezelf kunt houden.
Zo kan je kind een oproep zijn aan jou om het beste uit jou zelf te halen. Opvoeden is niet werken aan je kind, maar werken aan jezelf. Dat klinkt misschien zwaar, maar dat hoeft het niet te zijn. Want elke hobbel die je neemt, elk groeisprongetje dat je maakt, geeft je het gevoel dat je leeft. Je voelt dat je nooit vast hoeft te blijven zitten waar je zit. Hoe moeilijk dat misschien ook lijkt. Er is altijd een weg naar buiten, een weg naar groei. Je verlangen achterna. En ik word nergens gelukkiger van dan te werken aan een verlangen. Dan is elk klein stapje een feestje waard.
Kun jij je hierin vinden? Of juist niet? Ik lees graag je reactie!
En ook fijn als je het wilt delen op de social media, dan kunnen we samen nog meer ouders inspireren. Dank je wel!
Het klinkt misschien als een open deur. Goed voor jezelf zorgen is ook goed voor je kind(eren) zorgen. Maar oh, wat is dat moeilijk om in praktijk te brengen. Vind jij dat ook? Ik hoop dat ik je kan stimuleren om het toch te doen. In het belang van je kind(eren).
Want het is zo waar. Je kunt pas goed voor je kind zorgen als je goed voor jezelf zorgt. Zeker als je een pittig kind hebt, heb je energie en aandacht nodig om hiermee om te kunnen gaan. Het is niet iets wat je er zo maar even bij doet.
Snel geïrriteerd zijn is een signaal dat je niet genoeg voor jezelf zorgt. Dat je zelf onvoldoende aan bod komt. Dat gaat zich wreken. Iets in jou roept om aandacht, om hulp en dat uit zich door snel kribbig te worden en weinig te kunnen hebben.
Het ingewikkelde van ons mensen is nu, dat we juist als we het nodig hebben, het vaak niet meer doen. Niet doen wat goed voor ons is. In plaats van ruimte te maken voor dingen die ons opladen, gaan we door met ‘buffelen’. Van de ene dag in de andere. Dan sta je in de overleefstand.
Maar om je kind te kunnen geven wat er nodig is, moet je uit die overleefstand zien te komen. Zodat je er voor je kind kunt zijn. Kunt zien wat je kind nodig hebt. Niet steeds in de weerstand zitten als je kind moeilijk gedrag laat zien.
Als jij herkent dat dit bij jou speelt, bedenk dan eens wat je zou kunnen doen. Denk niet te snel dat het niet kan. Schrijf eerst op wat jij nodig hebt en bedenk dan hoe je het kunt realiseren. Ik geef wat suggesties (in willekeurige volgorde).
Plan tijd voor jezelf in
Maak het tot een onderdeel van je leven. Zodat het niet het sluitstuk is voor als het uitkomt, want ik kan je verzekeren, dat dat moment niet komt. Laat het idee los dat je daarmee egoïstisch bent, zie het als iets wat ten goede komt aan je kind(eren).
Zorg voor een netwerk.
Schakel anderen in om het af en toe van je over te nemen, zodat je minimaal 1 x per week een paar uur voor jezelf hebt om bij te tanken. Je kunt familie vragen, vrienden, of ouders van een vriend(innet)je . Misschien kunnen jullie wel om de beurt elkaars kind opvangen.
Ga op tijd naar bed
Weersta de verleiding om te lang op de bank te hangen, tv te kijken of andere afleidingen. Zet desnoods een alarm op je mobiel om je te helpen eerder je bed op te zoeken. Misschien kun je wel zo vroeg gaan slapen, dat je ’s ochtends een (half) uurtje voor jezelf kunt pakken.
Zorg voor goede voeding
In een periode waarin het niet goed ging met mij, heb ik gemerkt dat je niet alleen energie haalt uit goed slapen. Of tijd voor jezelf. Maar ook uit goede voeding. Veel groente eten helpt écht. Het geeft je meer energie dan veel koolhydraten eten. Dus maak een lunch met groente i.p.v. boterhammen. En maak elke dag een groene smoothie voor jezelf. En laat alcohol achterwege.
Zoek uit wat jou ‘ontprikkelt’
Veel ouders van pittige kinderen zijn zelf ook heel gevoelig en snel overprikkeld. Bewegen, sporten, de natuur opzoeken, douchen of in bad gaan, muziek luisteren, zijn allemaal manieren om te ontprikkelen. Zoek uit wat voor jou werkt en haalbaar is. En maak daar ruimte voor.
Regel oppas
Zoek een middelbare scholier die ’s avonds op je kind(eren) wil passen, zodat jullie samen of elk apart van huis kan om iets voor jezelf te ondernemen. Dat hoeft niet veel te kosten en kan je veel brengen.
Ga (tijdelijk) minder werken
Dit klinkt misschien drastisch en ik zeg niet dat het moet. Toch is het soms goed om het wél te overwegen. Omdat je kind meer energie en aandacht vraagt dan een gemiddeld kind. En áls je het doet, overweeg dan om de opvang te houden zoals die is. Zo creëer je overdag tijd voor jezelf. Zeker als je al op de rand van een burnout zit, is dit een goede oplossing. Overleg eventueel op je werk of je gedeeltelijk de ziektewet in kan.
Ga schrijven
Ga regelmatig even zitten om te schrijven. Hoe gaat het met je? Wat is je verlangen? Schrijf zonder nadenken. Het is een manier om contact te maken met wat in je leeft.
Ga mediteren
Mediteren is een andere manier om contact te maken met jezelf. Je kunt heel simpel gaan zitten op een plek en een tijd dat je niet gestoord wordt. Zet een timer op 15 of 30 minuten of wat jij fijn vindt. Maak je aandacht ruim. Ervaar wat er is. Wees met wat is. Je hoeft niks.
Verdwijn je in gedachten? Niet erg. Zodra je je dat bewust wordt, focus je weer op wat je ervaart. Doe dit regelmatig, minstens 3 x per week. Juist dat maakt, dat het je gaat helpen. Om ook op andere momenten je bewust te kunnen zijn van wat er in jou gebeurt en wat jij nodig hebt.
Leg de lat wat lager
Er zijn altijd dingen te doen, op je werk, in huis. Niets is ooit af. Accepteer dat. Stop met nog dit of dat willen. Dan is het maar wat minder opgeruimd in huis. Als dingen je nog bezighouden, schrijf ze op in je agenda, wanneer je ze wél gaat doen. Dat geeft rust in je hoofd.
In het belang van je kind vraag ik je om dit serieus te nemen. En als je nog tips of suggesties kunt toevoegen, laat het dan hieronder weten.
Ook fijn als je dit blog wilt delen, dank je wel.
Eén van de misverstanden in het opvoeden is dat complimentjes geven bijdraagt aan het zelfvertrouwen. Het lijkt voor de hand liggend, maar het tegendeel is waar. Hoe komt dat en is er een alternatief? Lees hieronder hoe je door op een andere manier te reageren op positief gedrag, bijdraagt aan het zelfvertrouwen van je kind.
Als je je kind vertelt, dat ie iets goed gedaan heeft, spreek jij een oordeel uit. Gebeurt dit regelmatig, dan leert je kind om de norm buiten zichzelf te leggen. Ik heb eens een ouder ontmoet die probeerde haar kind zelfvertrouwen te geven door veel complimentjes te geven. Maar het bleek juist een onzeker kind.
Wat bleek het probleem? Het kind werd onzeker door de complimenten, want als een compliment uitbleef, dacht hij dat hij het niet goed deed. En je kunt toch onmogelijk de hele dag alles wat goed is van een complimentje voorzien.
Uit onderzoek blijkt dat kinderen, die vaak geprezen worden, faalangstiger worden. Als een kind bijvoorbeeld vaak te horen krijgt dat ie slim is, zal hij banger worden om te falen. Want dan wordt aangetoond, dat hij toch niet zo slim is. Dit heet een ‘fixed mindset’.
Zo’n kind is dus bang dat het tegendeel wordt bewezen en zal daarom moeilijke opgaven vermijden. Als het om school gaat, zal hij bijvoorbeeld niet in de hoogste groep willen zitten of de moeilijkste opleiding kiezen. Eerder zullen ze voor de veilige weg kiezen en daarmee hun eigen ontwikkeling belemmeren. De Amerikaanse psycholoog Carol Dweck heeft hier veel onderzoek naar gedaan en daarmee baanbrekend werk verricht.
Veel belangrijker is het om de inzet van een kind te waarderen. Want als een kind leert dat zijn inzet het belangrijkste is, zal hij veel makkelijker nieuwe en moeilijke dingen proberen en dus uiteindelijke verder komen. Door de inzet te waarderen in plaats van het resultaat help je je kind om een ‘growth mindset’ te ontwikkelen, waarmee hij uitdagingen aankan.
Gelukkig is er een alternatief voor complimentjes geven. Want het is toch fijn om aandacht te besteden aan wat goed gaat. Dat doe je door niet een oordeel te geven, maar te beschrijven wat je ziet. “Ik zie dat het je gelukt is, om de goeie kleur te mengen”. “Ik kwam net in je kamer en zag dat je flink aan het opruimen bent geweest”. Adele Faber en Elaine Mazlish noemen dat in hun boek ‘How2Talk2Kids’: effectief prijzen.
Ook is het goed om een positief gevoel te delen. In plaats van “wat goed van je, wat ben je toch handig”, kun je ook zeggen “wat fijn, hè, dat het je gelukt is”. Het is altijd goed om gevoelens te benoemen. “Volgens mij ben je heel tevreden over het resultaat”. Ook kun je in plaats van een compliment met een ik-boodschap je eigen gevoel benoemen. “Ik ben zo blij voor je, dat je het gehaald hebt. Je hebt het echt verdiend door zo hard te werken”.
Vind je dit artikel interessant en de moeite waard om het te delen? Dat kan via de social media knoppen op deze pagina. Dank je wel alvast, zo kunnen we nog meer ouders bereiken.
Jouw ervaringen hiermee hoor ik ook graag, laat het hieronder weten.
Veel ouders verzeilen soms of regelmatig in een machtsstrijd met hun kind. Soms kom je er in terecht zonder dat je het aan ziet komen en vraag je je naderhand af wat er misging. In dit artikel een antwoord op de vraag “Hoe ontstaat een machtsstrijd tussen ouders en kind en hoe voorkom je die?”
Kenmerkend voor een machtsstrijd is dat het uiteindelijk niet meer gaat over de oorspronkelijke vraag. Het gaat er niet om, dat als je kind zijn spullen nu niet opruimt, dat jij daar last van hebt. Nee, het gaat over de vraag: ‘wie wint dit conflict’. Daarom heet het ook strijd. Het gaat over winnen of verliezen.
Een machtsstrijd leidt nooit tot een bevredigende oplossing. Als jij verliest al helemaal niet maar als jij als ouder wint, heeft je kind verloren. En verliezen voelt niet fijn, ook niet voor een kind. Het beschadigt de relatie, ook al is het maar een klein beetje. Het leidt eerder tot verwijdering, dan tot toenadering. Onbewust voel je dat ook, want meestal ben je dan niet blij, maar voel je je moe, onrustig of verdrietig rot.
Een machtsstrijd bestaat bij de gratie van het kunnen winnen of verliezen. Je staat tegenover elkaar. Als jij vindt dat jij uiteindelijk de baas moet zijn, zul je vroeg of laat altijd in een machtsstrijd komen, omdat je wilt winnen. Je wilt de macht hebben. Je bent bang om je kind zijn zin te geven, want dat wint hij. En voor je het weet, loopt hij over je heen, is het idee. En ook naar de buitenwacht wil je niet overkomen als een ouder zonder gezag, toch?
De kern van een machtsstrijd is dus dat je tegenover elkaar staat, als vijanden. Om er uit te komen, moet je dat doorbreken. Je moet weer naast elkaar komen te staan i.p.v. tegenover elkaar. Daarvoor moet je soms eerst je emoties laten zakken, in dat geval heb je korte time-out nodig hebben. Stap letterlijk uit de strijd. Loop even weg en zoek een plekje om tot je zelf te komen.
Als jullie weer bedaard zijn, vraag hem dan wat er aan de hand is en luister aandachtig. Probeer je kind te begrijpen, parkeer even je eigen gedachten over de situatie. Pas als jij begrepen hebt wat je kind beweegt, kom je met jouw kant van het verhaal. Doe dat in de vorm van ik-boodschappen, zodat je kind zich niet aangevallen voelt.
Stel vervolgens de vraag hoe je dit samen op zou kunnen lossen. Nu ben je uit de machtsstrijd Want je staat niet meer tegenover elkaar, maar naast elkaar. Je gaat weer samenwerken. Zo simpel is het. Het geeft een gevoel van verbinding en opluchting en versterkt de relatie. Omdat je zoekt naar een oplossing, die voor beiden goed is, is er geen sprake meer van winnen of verliezen.
Wil jij voorkomen, dat je in een machtsstrijd komt met je kind? Baseer je opvoeding op samenwerking i.p.v. op macht. Heb respect voor zijn behoeften, evenzeer als voor de jouwe. Wees alert op gedachten die gaan over winnen of verliezen, ga daar niet in mee. Schenk aandacht aan wat je kind zegt, probeer je kind te begrijpen. Zoek altijd naar een oplossing die recht doet aan jullie allebei.
Zit jij met je kind in een machtsstrijd over een bepaalde kwestie? Ga dan eens op deze manier met hem of haar in gesprek. Je zult zien dat het werkt.
Kom jij weleens in een machtsstrijd met je kind? Heb je nog aanvullende tips? Laat het hieronder weten.
Pittige kinderen hebben graag duidelijkheid. Weten wat ze kunnen verwachten en wat er van hen wordt verwacht, geeft rust in het hoofd. Onduidelijkheid geeft onrust en meer dwingend gedrag. Alle reden dus om te zorgen dat je je kind zoveel mogelijk duidelijkheid biedt. Ik geef je vijf manieren hoe je dat kunt doen. Bovendien voorkomt het voor je kind onverwachte situaties, die niet zelden tot een driftbui leiden.
1 Wees scheutig met duidelijkheid bieden
De kans is groot dat je kind meer duidelijkheid nodig heeft dan je denkt. Dus leg veel uit. Leg uit waarom jij doet zoals je doet. Leg uit wat je van je kind verwacht en waarom. Dingen die voor jou of voor een ‘gemiddeld’ kind duidelijk zijn kunnen voor jouw kind nog te vaag of onduidelijk zijn. Dus doe het veel en vaak. Je merkt het vanzelf aan je kind als je overdrijft.
2 Een goede voorbereiding is het halve werk
Bereid je kind speciaal voor op niet-alledaagse situaties. Bijvoorbeeld als je je kind ergens mee naar toe moet nemen omdat je geen oppas hebt. Vertel je kind precies wat er gaat gebeuren en wat hij of zij wel kan doen en niet mag doen. Natuurlijk ook heel belangrijk als je kind zelf bijvoorbeeld naar een arts moet.
3 Maak zoveel mogelijk vaste afspraken
Veel lastige situaties en conflicten kun je voorkomen door er een vaste afspraak over te maken. Bijvoorbeeld als je meegaat naar een sportwedstrijd van je kind, zorg dan voor een vaste afspraak over wat je kind wel of niet mag hebben aan drinken en snoepen. Of stel een vast bedrag vast dat hij of zij mag besteden. Dat voorkomt vragen waar je ‘nee’ op moet zeggen.
4 Maak dag- en weekritmes visueel
Gebruik voor de jongere kinderen picto’s of foto’s en voor de oudere kinderen een kalender. Hang ze op een duidelijk zichtbare plek op. Ook al denk je dat je kind het wel weet, toch kan het helpen, omdat het dan ‘uit het hoofd’ kan. Kijk ook eens op autiplan.nl voor digitale mogelijkheden, ik heb daar enthousiaste verhalen over gehoord.
5 Zorg voor structuur in huis met vaste afspraken en gewoontes
Alles wat altijd op dezelfde manier verloopt is duidelijk en geeft rust. Het biedt voorspelbaarheid en laat geen ruimte voor verkeerde verwachtingen. Dat scheelt in de uitbarstingen. Want die ontstaan gemakkelijk als dingen anders gaan dan je kind in zijn hoofd had. Doe dingen in een vaste volgorde, en creëer vaste gewoontes. Bijvoorbeeld als het gaat over het bedritueel of het opstaan ’s ochtends.
Veel succes met deze tips en als je toevoegingen hebt, hoor ik ze graag! Laat het hieronder weten. En ben je enthousiast over de tips, deel ze dan. Dank je wel.
Als ouder wil je het graag goed doen. Je probeert verantwoord op te voeden. Dat kan je veel hoofdbrekens kosten. Wat vind ik goed en wat niet? Hoe reageer ik op ongewenst gedrag? Hoe bouw ik een goede band op met mijn kind? Het valt niet altijd mee om het goede te doen, toch?
Toen mijn kinderen nog jong waren, had ik een papegaai op mijn schouder. Een ‘pedagogische papegaai’. Hij gaf constant commentaar op wat ik zei en wat ik deed. Of het wel verstandig was, wat ik deed. Of het pedagogisch verantwoord was. Ik had er veel last van. Het maakte me onzeker en bedierf mijn plezier in het opvoeden.
Later begreep ik de verwarring waar ik last van had. Ik dacht ik door kinderen te krijgen ineens te moeten veranderen in de alwetende, wijze moeder. Ik dacht dat er altijd maar één juiste oplossing was. Die pedagogisch verantwoord was. Ik dacht dat mezelf zijn niet meer goed genoeg was. En raakte mezelf daardoor juist kwijt.
Maar als ouder mag je, nee moet je jezelf blijven. Vooral geen rol gaan spelen. Authentiek zijn om het met een mooi woord te zeggen. Jouw kinderen zullen je waarderen om wie je bent. Ze zullen van je leren hoe je bent, hoe je leeft. Niet van wat je beweert of doet omdat je denkt dat je dat moet doen.
Kinderen zijn enorm gevoelig voor echtheid, zeker onze ‘pittige kinderen’. Ook al kunnen ze het misschien nog niet verwoorden, ze voelen het wel. Als jij iets anders zegt, dan dat je in je hart voelt, merken ze dat. En dat maakt hen onzeker. Ze weten niet meer of ze je kunnen vertrouwen, waar ze op af moeten gaan.
Bovendien: als jij jezelf laat zien zoals je bent, geef je je kind onbewust toestemming om zichzelf te zijn. We willen toch immers geen braaf kind die zijn echte innerlijk verstopt? Je kunt ook zeggen: door jezelf te accepteren, geef je je kind ook het vertrouwen dat je hem accepteert zoals ie is.
Ik ben er steeds meer achter gekomen, dat opvoeden in feite een kwestie is van samenleven. Waarin ieder gezinslid zichzelf mag zijn en waarin ieders behoefte wordt gerespecteerd. Je kind leert van jou doordat je ouder en wijzer bent, meer ervaring hebt en meer geleerd van het leven. Niet omdat je in een boekje hebt gelezen wat pedagogisch verstandig is.
Juist door op een respectvolle manier met elkaar om te gaan leert je kind wat samenleven is. En ontdekt hij vanzelf respectvolle manieren om met zijn eigen verlangens en die van anderen om te gaan. Geef je kind de ruimte. Zo help je je kind om haar eigen weg te vinden.
Door op deze manier op te voeden, wordt het opvoeden veel makkelijker en leuker. Wat een opluchting: ik mag gewoon mezelf zijn! Al zit daar wel een klein addertje onder het gras: ik moet mezelf dan wel kennen! Waar zijn mijn behoeftes en verlangens? Waar liggen mijn grenzen? Misschien is er dan wat werk aan de winkel, maar wel mooi werk, goed voor je kind én voor jou. Zo bezien is opvoeden ook nog eens een gratis cursus persoonlijke ontwikkeling 🙂
Herken je dit? En hoe ga jij hiermee om? Ik hoor het graag!
Ouders moeten één lijn trekken, wordt vaak gezegd. In praktijk blijkt dat lastig. Wat ik veel zie en hoor is dat de één strenger is dan de ander. Dat geeft vaak onenigheid tussen de ouders, zeker als je een pittig kind hebt. De vraag is: wie heeft gelijk, papa of mama?
Vaak zijn moeders toegeeflijker en geduldiger dan vaders. Natuurlijk is het een generalisatie, het kan ook andersom zijn, maar het is wel iets wat ik vaak zie. Vaders lijken makkelijker grenzen te stellen, kunnen ook beter hun eigen grens bewaken, maar zijn ook vaak wat ‘kort door de bocht’.
Moeders daarentegen hebben meer oog voor het belang van hun kind, willen daar vaker aan tegemoet komen en geven meer ruimte. Wat overigens regelmatig ten koste gaat van hun eigen behoeftes. Omdat ze tegelijkertijd ook wel weer bang zijn om hun kind te verwennen, kunnen ze in conflict komen met zichzelf en onzeker worden.
Dit kan leiden tot onenigheid tussen de ouders. Zeker als je een pittig kind hebt. Er is eigenlijk altijd wel verschil tussen ouders, maar bij een pittig kind komt dat meer onder een vergrootglas te liggen. Vader vindt moeder ‘te soft’. Moeder vindt vader te kort door de bocht. Dat kan irritatie opleveren.
Het antwoord op de vraag wie er gelijk heeft, is niet vader of moeder. Het is een misvatting, dat opvoeden gaat over hoe streng of hoe toegeeflijk je mag zijn. Het lijkt of er maar twee keuzes zijn: jij bent de baas of je kind is de baas. Maar dat is helemaal niet zo.
Deze vraag komt voort uit een opvoedingsvisie, die gebaseerd is op macht. Het gaat erom, als ouder het gezag (= de macht) te behouden. Of je bent de baas, of je laat over je heen lopen. En kinderen moeten vooral gehoorzamen.
Er is een derde mogelijkheid, die niet uitgaat van macht maar van gelijkwaardigheid. Het gaat vooral om samen. Letterlijk samen leven. Luisteren naar elkaar en elkaars behoeften serieus nemen. Je eigen behoeften duidelijk verwoorden. Samen zoeken naar oplossingen. En al doende leert je kind hoe dat werkt. Als jij je kind serieus neemt, zal hij ook vanzelf rekening gaan houden met jouw behoeften. Dat heb ik zelf ook zo ervaren.
Kinderen willen namelijk wel degelijk graag meewerken en jou een plezier doen. Alleen soms weten ze niet hoe. En hebben ze je hulp nodig i.p.v. correctie. Voorwaarde is ook, dat ze zichzelf gerespecteerd voelen in hun eigen behoefte.
Als ouders samen op deze wijze gaan opvoeden, verdwijnt de tegenstelling. Ieder geeft zijn eigen grens aan en die is niet voor iedereen gelijk. Beide ouders doen een appel op de behulpzaamheid van het kind i.p.v. op gehoorzaamheid. Je mag daarbij dus verschillend tegen zaken aankijken.
Deze derde mogelijkheid, dat is de weg die ik ouders aanreik in mijn programma en in mijn coaching. Als je dat eenmaal gaat zien, dat het mogelijk is om niet vanuit gelijkwaardigheid op te voeden (zonder dat je kind de baas wordt over jou) dan ga je zoveel andere mogelijkheden zien om dingen aan te pakken en situaties op te lossen.
Het is prachtig om te zien, hoe ouders weer dichter bij elkaar komen en hoe er in het gezin meer verbinding ontstaat. Ik heb dat al meermalen mogen meemaken in coachingstrajecten. Ouders krijgen weer de regie in de opvoeding, zonder de baas te hoeven spelen over hun kind. Samen varen ze deze nieuwe koers en vormen ze weer een team in het opvoeden.
Spreekt jou dit aan en zou je ook graag weer op één lijn komen met je partner? Neem dan contact met me op zodat we samen kunnen overleggen hoe ik jullie daar het beste bij kan helpen.
Laat hieronder weten wat jouw idee en ervaring is en deel het artikel om andere ouders te bereiken. Dank je wel!
Ouders van pittige kinderen hebben doorgaans veel conflicten met hun kind. En daar willen ze graag vanaf. Begrijpelijk. En ik help ze ook inderdaad om uit de strijd te komen met hun kind. Dat betekent echter nog niet, dat hun kind nooit meer boos zal zijn. Maar dat geeft niet. Want een boos kind is niet hetzelfde als strijd.
Je kunt niet voorkomen dat je kind nog weleens boos zal zijn. Niet alles is op te lossen. En je kunt natuurlijk ook niet altijd toegeven aan je kind. Er zullen altijd situaties zijn waarin jij je poot stijf moet houden. Simpelweg omdat je verantwoordelijkheid als ouder dat van je vraagt.
Om wat voorbeelden te geven: Je geeft je kind niet nog een ijsje, omdat je verantwoordelijk bent voor haar gezondheid. Je kind mag niet vaker dan 1 x per maand logeren bij vrienden, omdat hij daar altijd moe vandaan komt en jij verantwoordelijk bent voor zijn welzijn (dus voldoende slaap). Je kind mag niet zonder gordel in de auto, want dit is gevaarlijk. Enz.
Meestal gaat het dus om veiligheid, gezondheid en welzijn. Je kunt je pittige kind ook uitleggen dat het helemaal niet altijd makkelijk is om vader of moeder te zijn. Dat je je kind soms liever zijn zin zou geven, maar dat het nu eenmaal erbij hoort als je ouder bent, dat je ook dingen moet doen die je kind niet leuk vindt.
Het kan ook zijn dat je iets écht niet wilt hebben omdat een ander (kind) er last van heeft. Je kind mag bijvoorbeeld niet rondrennen in een restaurant. Of iets doen waar een ander kindje bang van wordt. Dat soort dingen. Ook dan moet je het gedrag van je kind stoppen.
Wat helpt is als je duidelijk in jezelf kunt voelen dat je iets echt niet wilt. Of juist echt noodzakelijk vindt. Je kunt het dan ook stevig communiceren. “Ik weet dat je het niet genoeg vindt, 1 x in de maand. Maar eerlijk gezegd is dat al meer dan ik het liefst zou willen. Ik vind het belangrijk dat je uitgerust bent. Maar ik gun je ook wel wat. Dus vandaar. En hier moet je het mee doen.”
Je kunt dan ook nog toevoegen “en je mag gerust even boos zijn” of “wees maar even boos”. Dan geef je de emotie van je kind de ruimte, waardoor die veel sneller weer weg kan ebben. En jij hoeft er niet mee te zitten. Het is van je kind en laat het lekker daar.
Verzet je er niet tegen en maak je niet druk. Onthou: een boos kind is geen strijd. Dus als jij het accepteert en er niet tegenin gaat, valt er voor je kind ook niks te vechten. Dan rest hem of haar niks anders dan even boos te zijn. That’s it.
Inspireert dit artikel jou? Geeft het je handvatten? Ik hoor graag van je. En fijn als je het wilt delen zodat anderen het ook kunnen lezen, dank je wel.
Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring
De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.