Heb jij een kind met moeilijk gedrag? In twee eerdere blogs (kijk hier en hier) heb ik al een aantal voor- en nadelen van een diagnose voor je kind op een rijtje gezet. Er zit echter nog een risico aan, die ik hier graag even wil belichten.
Op internetfora kun je heftige discussies vinden, waarin ouders hun standpunt verdedigen. Ouders, die voor zijn, vergelijken een diagnose als ADHD op PDD-NOS weleens met doof of blind zijn. En al snap ik heel goed, dat die ouders erkenning willen voor hun kind, toch is dat te kort door de bocht. Een dergelijke fysieke handicap is echt iets anders. Een blind kind kan niet zien, een doof kind kan niet horen. Dat zijn éénduidige stoornissen, die objectief vast te stellen zijn.
Maar een diagnose als bijv. ADHD of PDD-NOS is bedacht door psychiaters. Het zijn concepten, eigenlijk niet meer dan een verzameling beschrijvingen van zwakheden,onvermogens of problematisch gedrag van een kind. Om aan de diagnose te voldoen, moet een kind een bepaald deel van deze kenmerken vertonen. Bij ADHD nog niet eens de helft. Het kan daarom zelfs zo zijn, dat twee kinderen totaal verschillende kenmerken hebben en toch allebei ADHD hebben.
Het is dus goed om je te realiseren dat het gaat om begrippen. Pogingen van wetenschappers om grip te krijgen op bepaald gedrag. En in eerste instantie bedoeld om onderzoek te vergemakkelijken.
De beoordeling van wat afwijkend is of wat problematisch is, is bovendien altijd mede cultuurbepaald. Op dit moment is bijvoorbeeld een discussie gaande of een deel van de jongens die nu het stempel ADHD krijgen, vroeger niet gewoon lekker een kwajongen konden zijn. Pietje Bell zou in deze tijd zeker weten een stempel krijgen.
Een diagnose kan ook nog als een excuus werken om onvoldoende hulp te bieden. Ik heb meerdere malen kinderen gezien, die zeiden: “Ik ben druk, hoor. Want ik heb ADHD. Dus ik kan er niet aan doen.” Als zo’n kind dan geen hulp krijgt om zijn eigen gedrag beter te reguleren, laten we het kind in feite in de kou staan. Want niet alleen de omgeving moet zich aanpassen, ook voor het kind is er werk aan de winkel. Hij of zij moet er per slot van rekening ook mee verder in het volwassen leven.
Maar het grootste gevaar van een diagnose is misschien wel, dat het ieders blik gaat bepalen. Alles wat het kind doet of niet doet, wordt beoordeeld in het licht van de diagnose. Ook dingen die elk kind nu eenmaal doet of laat. Het kan leiden tot tunnelvisie. Maar je kind is altijd meer dan zijn probleem. En kan leren en zich ontwikkelen, net als ieder ander kind.
Als jouw kind dus wel een diagnose heeft of krijgt, zie het dan vooral als een aanwijzing in welke richting jij moet kijken bij het zoeken naar hulp en tips om jouw gedrag aan te passen aan je kind. En help je kind zichzelf te helpen. Maar voorkom dat je kind zijn of haar diagnose “wordt”, laat je kind zich er niet mee identificeren. Laat het niet alles bepalen, maar blijf in de eerste plaats jouw kind zien als zijn of haar unieke zelf.
Wist je dat je ook zonder diagnose heel goed geholpen kan worden? Mijn aanpak is gericht op het begrijpen van jouw kind, zonder het te labelen, maar wel met inzicht in zijn of haar zwakheden. Zodat jij je gedrag er beter op kunt afstemmen. Meer weten? Neem dan contact op of kijk hier hoe ik jou kan helpen
Geef hieronder je reactie en deel dit blog via de Share-knop, dank je wel alvast!
Iedereen kent het verschijnsel wel. Een kind met een driftbui in een winkel of op straat. Een moeder (of vader) die zich opgelaten voelt. Voor de meesten van ons is dit een ongemakkelijke situatie maar waarom eigenlijk? En hoe los je het op?
Ik denk dat het te maken heeft met het hardnekkige idee, dat je kind zich hoort te ‘gedragen’ en dat jij daar verantwoordelijk voor bent. En dat een driftbui valt onder slecht gedrag. Hierin zien we een aantal misvattingen terug.
Ten eerste, jij hebt je kind niet onder controle. Dat zouden wij volwassenen misschien wel willen, maar je kind is een zelfstandig wezen, apart van jou. (Trouwens, niemand heeft zelfs zichzelf altijd onder controle, maar dat terzijde…).
Ten tweede, een driftbui is doorgaans geen bewust gekozen gedrag. Een echte driftbui is iets wat je kind overkomt en je kind doet wat er ‘moet’ gebeuren, namelijk het uiten van de emoties. Je kind is erg teleurgesteld en boos over het feit dat het anders gaat dan gedacht of gehoopt.
Wat de situatie extra lastig maakt, is het feit dat het in het openbaar gebeurt. Er is een soort tegenstrijdigheid bij veel ouders. Zelfvertrouwen, zelfstandigheid en een eigen mening zijn belangrijker in het opvoeden geworden dan gehoorzaamheid. Behalve buiten de deur, daar vinden we het toch wel erg fijn, dat ons kind gewoon doet wat we zeggen, toch?
Wat helpt je nu om hier anders en makkelijker mee om te gaan? Ten eerste: realiseer je dat het om je kind gaat. Er zijn voor je kind is jouw eerste taak, die heeft jouw aandacht nodig. Niet de mensen om je heen. En trouwens, er zijn ook heel veel mensen die met je meevoelen, hoor. De door jou gevoelde afkeuring kan ook pure projectie zijn natuurlijk.
Stel jezelf dus gerust: “er is niks aan de hand, mijn kind is boos, dat is alles. Ik kan daar mee dealen, ik ken mijn kind het beste. En als er al commentaar komt, hoef ik daar niks mee. Het zegt meer over die ander dan over mij en mijn kind”. Bedwing je neiging om je kind te dwingen om te stoppen met boos zijn of huilen.
Erken vervolgens de emotie van je kind. Voel mee met hem of haar. “Ik snap het helemaal lieverd. Jij had zo’n zin in een ijsje en nu krijg je die niet omdat we al genoeg gesnoept hebben vandaag, jammer, hè. Nu moeten we wachten tot een andere keer” of “Het was leuk geweest als ik dat … (speelgoed) voor je had kunnen kopen, maar het gaat niet. Misschien is het een idee om het op te schrijven voor je verjaardag?”
Of gewoon alleen maar “Jeetje, je bent wel erg boos. Wat is er aan de hand”. Zo help je je kind om zijn emoties te uiten en zijn hart te luchten. Boosheid die je even de ruimte geeft, gaat meestal ook snel weer over. Geef je die ruimte niet, dan kan het nog lang blijven hangen. Daarom is het zo belangrijk om het te kunnen accepteren.
Tenslotte nog iets over het voorkomen van dit soort situaties: weet dat het op de loer ligt als je kind moe of hongerig is. Dan kan ze weinig hebben, dus vraag je af of je nu echt nog met je kind naar de winkel wilt. Zorg bij een uitje dat er op tijd gegeten en gedronken wordt en vertrek weer op tijd naar huis, voordat je kind té moe wordt.
Herken je dit soort situaties? Heb jij weleens last van “wat anderen zullen denken” of trek jij je daar niks van aan? Ik lees graag hieronder je reactie.
En ook fijn als je het blog wilt delen, dank je wel!
Natuurlijk worden er ook ouders goed geholpen door de reguliere hulpverlening. Gelukkig wel 🙂 Maar het komt ook nog weleens voor dat dat niet zo is. Ik kom dat nog al eens tegen. En ik wil graag met je delen wat mijn ideeën hierover zijn. Voor degenen onder jullie die deze ervaring ook hebben of mensen kennen die dit ervaren.
Onder mijn klanten bevinden zich veel ouders, die hulp zoeken voor de problemen met hun kind maar niet voor het reguliere traject kiezen. Omdat ze niet willen dat hun kind een diagnostisch onderzoek krijgt en vervolgens wellicht een diagnose. En daar is heel wat voor te zeggen, dat heb ik in eerdere blogs ook wel gedaan.
Maar er komen ook ouders bij mij, die wel een kind hebben met een diagnose, maar die onvoldoende geholpen worden door hulpverlening. Ze krijgen traject na traject, maar de problemen blijven, de ouders worstelen voort.
Meestal bestaan die problemen vooral uit veel strijd. Veel ruzie. Boze kinderen, boze ouders. Wanhopige ouders ook soms. Ze weten niet meer wat ze moeten doen, de strijd put hen uit. Vooral bij oudere kinderen is het soms erg moeilijk om uit de strijd te komen.
Wat er naar mijn idee soms mis gaat in de reguliere hulpverlening is dat deze teveel focust op gedrag. En de kinderen die het betreft, laten nogal wat ongewenst gedrag zien. Brutaal, snel boos, weigeren om dingen te doen, schelden, kortom gedrag wat als respectloos wordt gezien.
Maar er wordt niet gekeken naar wat er achter het gedrag zit. Er wordt bovenal geen verbinding gelegd met het kind. En dat is wel cruciaal.
Want neem van mij aan dat geen kind gelukkig wordt van ruzie met zijn of haar ouders. Ook al lijkt het of het hen niks doet, dat is maar schijn. Diep in hun hart doet het hen ook pijn. Maar dit is de manier waarop ze hun eigen onvermogen uiten.
En meestal is er dan ook al een geschiedenis van negativiteit en ruzie. Het kind voelt zich niet begrepen en niet gezien. Net zoals de ouders waarschijnlijk, maar ja, de ouders zijn volwassen, zij moeten naar mijn idee de eerste stap zetten.
En dat is de verbinding herstellen. Zorgen dat je weer in gesprek komt. Dat je naar het kind gaat luisteren, ongeacht wat hij of zij aan negatiefs heeft laten zien. Zodat je kind zich weer kan openen voor jou.
En dat is wat te vaak niet gebeurt. Dan wordt er gewerkt aan afspraken en structuren en maatregelen en noem maar op. Maar het kind wordt niet gehoord of op zijn minst voelt het kind zich niet gehoord en dat is voor het kind hetzelfde.
Dus als jij in die situatie zit van strijd met je kind en je weet niet hoe je eruit moet komen, onthoud dan dat je als allereerste weer in gesprek moet komen met je kind. Je kind moet voelen dat je je uiterste best doet om hem of haar te begrijpen. Dat je de verbinding zoekt.
Vind je dit moeilijk, weet dan dat ik je kan helpen. Kijk naar mijn onlineprogramma of coaching of stuur me een mail dat je hulp nodig hebt, maar nog niet weet hoe of wat.
Vind je dit artikel de moeite waard? Deel hem dan via de shareknop hieronder, zodat je andere mensen daarmee kunt helpen. Dank je wel.
En zoals altijd hoor ik ook graag je reactie. Wat is jouw ervaring?
Als ouder ben je altijd een voorbeeld, of het nu positief of negatief is. Je kind leert het meest van wat je laat zien, niet van wat je je kind vertelt. Niet van wat je van je kind vraagt. Maar van wie jij bent en hoe jij bent, hoe jij handelt in situaties.
Dit gaat natuurlijk in de eerste plaats over waarden. Welke waarden vind jij belangrijk? Bijvoorbeeld: respect voor andersdenkenden, tolerantie, behulpzaamheid, vriendelijkheid, zelfstandigheid, onafhankelijkheid, oprechtheid, ….
Al deze dingen leert je kind niet omdat je vertelt dat hij of zij zo moet DOEN. Integendeel, dat kan zelfs averechts werken. Omdat je daarmee misschien ingaat tegen de eigenheid van je kind of tegen zijn of haar gevoel van autonomie.
Nee, het gaat over ZIJN. Wie ben jij in het contact met je kinderen? Wie ben jij in het omgaan met anderen? Wie ben jij als het gaat over jouzelf? Accepteer jij jezelf? Kun je dealen met je eigen emoties? Durf jij te staan voor jouw waarheid?
Dat maakt opvoeden zo waardevol. Niet dat het altijd makkelijk is. Helemaal niet. En ook niet altijd leuk, want het kan best confronterend zijn. Maar wel waardevol. Want terwijl jij werkt aan het leven volgens jouw eigen waarden, leren je kinderen van jou.
Het gaat ook over de vraag: wat voor leven gun jij je kind? Gun jij dat ook aan jezelf? Stel, je gunt je kind om afwijkend te mogen zijn, zijn of haar eigen pad te kiezen. Doe jij dat zelf dan ook? Durf je dat? Als jij je kind ergens de ruimte voor wilt geven, moet je dat ook aan jezelf kunnen geven.
Opvoeden gaat in die zin eigenlijk vooral over jezelf. ‘Werken aan jezelf’ is tegelijk iets bijdragen aan de opvoeding van je kind. Want als jij leert om beter te dealen met jouw emoties of je angsten te overwinnen of om je minder van anderen aan te trekken, dan ben je een goed voorbeeld voor je kind.
Mijn kinderen zijn nu min of meer volwassen (21 – 27). En ik zie dat ze inderdaad vooral geleerd hebben van wat ze mij en hun vader zagen doen. Wat wij voorgeleefd hebben. En vaak ben ik daar blij en tevreden mee en soms wat minder :).
Dus wat wil jij je kinderen meegeven? Wat vind jij belangrijk? Leef je dat ook voor? Ik wil je graag uitnodigen om hier eens bewust bij stil te staan. En realiseer je dat alles wat je je kind gunt, dat mag je (en moet je misschien wel) ook jezelf gunnen. Mildheid bijvoorbeeld over jezelf.
En als je over deze vragen nadenkt, formuleer dan alleen positieve antwoorden. Dus niet: ik wil graag dat mijn kind niet bang is voor wat anderen vinden, maar ik wil graag dat mijn kind zichzelf durft te zijn. En geef zelf het goede voorbeeld 🙂
Herken je dit? Wat zijn jouw ervaringen? Laat het hieronder weten, ik hoor graag van je.
Wil je me helpen om meer mensen te bereiken en vind je dit artikel de moeite waard? Deel het dan via de shareknop. Dank je wel!
In discussies over opvoeden gaat het altijd om twee karikaturen: de ouder die ouderwets, autoritair opvoedt en de ouder, die alles maar goed vindt. Zoals bij zoveel gevoelige onderwerpen is polarisatie al snel een feit. Dat is jammer, want daardoor leren we niet van elkaar en komen we ook niet verder. Ik wil graag een lans breken voor een derde mogelijkheid, een gezonde middenweg, zou je kunnen zeggen.
Het zit in onze opvoedcultuur ingebakken dat de ouder de baas is. Je wilt misschien wel naar je kind luisteren, maar uiteindelijk moet ie toch doen wat jij zegt.
Aan de andere kant zijn er ook ouders, die juist het belang van hun kind vooropstellen. Zij vergeten soms om hun eigen grenzen goed in de gaten te houden.
Maar het gaat om de balans. Ik zeg altijd: “Jouw behoefte is precies even belangrijk als die van je kind, niet meer en niet minder”. Dat voorkomt, dat je over je kind heen walst, maar ook dat jij teveel met je kind meegaat, verder dan goed voor je is. En dat zie ik nog wel eens gebeuren bij ouders, die hun kind graag serieus willen nemen.
Je eigen behoeftes serieus nemen is een teken van zelfrespect. Dat heb jij nodig en dat heeft je kind nodig. Want als jij onvoldoende respect hebt voor jezelf, dan heeft je kind dat ook niet voor jou. Het is niet wat een kind ten diepste wil.
Maar het is even belangrijk, dat je de behoefte van je kind serieus neemt. Dat je kind voelt dat ie ertoe doet, dat er ruimte is voor zijn of haar verlangens, zorgen of meningen. Dat er rekening met het kind wordt gehouden.
Dat betekent dat je in praktijk probeert om zoveel mogelijk aan beide kanten tegemoet te komen. Dat is iets anders dan onderhandelen. Het is niet: de ene een beetje meer en de ander een beetje minder. Het is zoeken naar wat goed is voor iedereen, of waar iedereen zich in kan vinden.
Nu weet ik heus wel dat dat niet altijd kan in de praktijk. Er is niet altijd tijd voor (maar kom er dan later op terug en bespreek het voor een volgende keer) en sommige dingen moeten gewoon (al zijn dat er waarschijnlijk minder dan je denkt, als je dat eens echt gaat onderzoeken).
Maar dat is geen reden om het niet na te streven. Neem het gewoon als uitgangspunt. Wij willen dat iedereen zich kan vinden in de oplossing die we kiezen. Alleen al dat uitgangspunt, maakt dat je kind voelt dat ie ertoe doet, maar ook neem je jezelf dan serieus.
Dit uitgangspunt werkt enorm verbindend en daagt uit tot het vinden van minder voor de hand liggende oplossingen. En het is ook nog eens heel goed voor de ontwikkeling van de sociale vaardigheden van je kind 🙂
En nog een tip: denk niet te snel in ja of nee maar in én-én. Stel niet de of-vraag, maar de hoe-vraag: hoe kunnen we het zo doen, dat mijn kind …(bijvoorbeeld: bij een vriendje kan spelen) en dat jij….(bijvoorbeeld: niet in tijdnood komt voor je afspraak).
Vind je dit een zinvolle tip? Deel hem dan met andere ouders via de shareknop hieronder. Dank je wel!
Ook lees ik graag je reactie hieronder 🙂
Vandaag wil ik het weer eens met jullie hebben over de ik-boodschap. Ik heb er al vaker over geschreven. Het is een belangrijk onderdeel van een goede communicatie met je kind. Het kan je veel conflicten schelen als je hem goed gebruikt. Hoewel het principe van de ik-boodschap eenvoudig te begrijpen is, zijn er bij het gebruik ervan een paar valkuilen, die je beter kunt vermijden.
Een ik-boodschap is een manier om aan je kind duidelijk te maken dat je iets van je kind wilt. Je wilt dat je kind ergens mee stopt, iets niet doet of je wilt juist dat je kind iets wel doet. Het is belangrijk je te realiseren dat jij iets van je kind wilt. Je kind moet dat dus ook kunnen snappen.
Kinderen willen namelijk best graag meewerken, rekening met je houden. Maar daarvoor moeten ze zich met jou en jouw behoefte kunnen verbinden. Daarvoor is het nodig dat ze precies begrijpen wat je bedoelt en waarom het voor jou belangrijk is. Een goede ik-boodschap bevat dus ook deze beide elementen.
Een paar voorbeelden: “Ik wil graag dat je je jas en je schoenen aandoet, want ik wil niet te laat bij de dokter aankomen”, “ik wil graag dat je je fiets even binnen zet, want door de regen gaat ie roesten en dat zou ik echt zonde vinden”, “ik zou graag je kamer even willen stofzuigen, dat is al een tijdje niet meer gebeurt. Maar dat lukt zo niet met al die spullen op de grond, wil je dat even opruimen?”, “Ik ben vergeten brood te kopen, ik wil graag snel even heen en weer naar de winkel. Het zou fijn zijn als jij dan even op je zusje kunt passen en zorgt dat alles goed gaat en het gezellig is. Lukt dat denk je?”
Als je kind niet reageert kun je je boodschap kracht bijzetten door het woordje ‘echt’erbij te zeggen. “Lieverd ik wil ECHT dat je nú je schoenen en je jas aandoet, anders komen we te laat en dat zou ik echt heel vervelend vinden”.
Een ik-boodschap is een goed alternatief voor jij-boodschappen. Jij bood-schappen beginnen vaak met Jij of Je of staan in de gebiedende wijs. Je gebruikt ze vaker dan je denkt. Let maar eens op hoe vaak je een zin begint met Jij of Je. “Je moet je jas en je schoenen aandoen, want we moeten naar de dokter”, “Je moet je fiets nog binnenzetten”, enz.
Veel kinderen hebben (net als volwassenen) een hekel aan opdrachten en aan moeten. Probeer het woord moeten dan ook te vermijden, net als de gebiedende wijs: “Zet je fiets binnen”, “Doe je jas aan”, enz. In feite doe je met een goede ik-boodschap een beroep op hun behulpzaamheid en dat werkt doorgaans veel beter.
Een andere reden waarom jij-boodschappen vaak niet werken is dat ze nogal eens een oordeel bevatten. “Doe niet zo druk”, “Stop met klieren”, “Stel je niet zo aan”, “Je moet ook altijd je zin hebben”, enz., “
En wat is nu de grootste valkuil? Dat je denkt dat je een ik-boodschap geeft, maar dat je er toch een afwijzing in verwerkt. Let speciaal op als je een zin begint met “Ik vind…”. Meestal is dat een verborgen jij-boodschap. “Ik vind het vervelend, dat je je broertje slaat”, “Ik vind het niet leuk dat je je speelgoed niet hebt opgeruimd”, “Ik zou willen dat je wat aardiger tegen je tante deed”.
Mag er dan geen emotie in doorklinken? Zeker wel. Dat moet juist. De andere valkuil is namelijk dat je denkt dat je altijd vriendelijk, aardig en geduldig moet blijven. Je mag best wat fermere taal gebruiken, zodat je formulering past bij wat je voelt. “Ik raak echt geïrriteerd omdat je nu al een paar keer gezet hebt dat je het zult doen, maar je hebt het nog steeds niet gedaan”. En misschien kun je het nog iets duidelijker formuleren, wat is je irritatie precies? “Ik voel me niet serieus genomen. Het lijkt of je alleen maar toezegt om het te doen om van me af te zijn. Ik wil graag dat je me serieus neemt als ik je iets vraag, net als ik dat bij jou ook wil doen”.
Tenslotte: focus niet te veel op de precieze woorden. Je intentie is het belangrijkste. Ben je bereid te accepteren dat dingen voor je kind anders zijn en niet leuk zijn? Ben je bereid om open naar je kind te communiceren en het bij je eigen behoefte te houden? Dan zal dat zeker doorklinken in je woorden.
En omgekeerd werkt het ook zo. Dus je kunt een ik-boodschap ‘volgens het boekje’ formuleren, maar als je eigenlijk gewoon vindt dat je kind moet luisteren, kan het maar zo zijn dat het niet werkt 😉
PS. Goede ik-boodschappen worden gedragen door een open en accepterende houding naar je kind en versterkt door goed kunnen luisteren naar je kind. Wil je hierover meer weten en leren, dan is mijn onlineprogramma zeker interessant voor je.
Heb je hier wat aan? Helpt het je verder in de omgang met je kind? Geef hieronder je reactie en deel het artikel via de shareknop. Zo kunnen ook andere ouders er hun voordeel mee doen. Bedankt 🙂
Het is bedroevend, maar waar. Ik hoor steeds vaker dat een diagnose deuren opent, die anders gesloten blijven. Als je als ouder hulp nodig hebt bij het omgaan met je kind, word je daardoor bijna gedwongen om een diagnostisch onderzoek te laten doen. Hoe ontsnap je daar aan?
Want veel ouders willen dat helemaal niet. En ik kan me dat goed voorstellen. Een diagnose is toch een label. Je zet je kind daarmee vast. ‘Zo ben jij’. En het komt ook erg op de voorgrond te staan. Voor anderen kan je kind de diagnose worden i.p.v. dat ie er één heeft: je kind wordt ‘een ADHD-er’ of een PDD-NOSser’.
Alles wat je kind doet, wat hij of zij lastig vindt, niet goed in is, hoe je kind reageert, wordt dan gezien in het licht van de diagnose. Maar je kind is altijd veel meer dan dat. Elk kind blijft unieke combinatie van eigenschappen, ongeacht een diagnose.
Het kan ook ervaren worden als een ‘eindstation’: hier kom je nooit meer van af. En dat kan een rem op ontwikkeling zetten. Want ook al heb je bepaalde kenmerken, ook al heb je problemen omdat je op een bepaalde manier in elkaar steekt, elk kind, elk mens kan leren, kan groeien. En dat perspectief wil je je kind graag geven, toch?
Bovendien: wat zegt een diagnose nu precies over jouw kind? De procedure van het diagnosticeren zit namelijk zo in elkaar, dat het ene kind met ADHD heel andere kenmerken kan hebben dan de andere. Om de diagnose te krijgen moet je kind voldoen aan een aantal kenmerken die op een lijst staan, ongeveer de helft.
Nog een reden om huiverig te zijn voor een diagnose is dat je niet weet wat het doet met het zelfvertrouwen van je kind. Het kan voelen alsof je je kind vertelt dat het ‘niet goed’ is, dat er iets mis is met hem of haar. En dat wil je eigenlijk niet.
Tenslotte blijkt in de praktijk vaak, dat een kind niet in één hokje past. Er zijn heel wat kinderen, die wisselende diagnoses krijgen. Was het eerst ADHD, nu is het PDD-NOS. Of je kind krijgt een diagnose en je blijft toch twijfelen, omdat het niet helemaal past met wat je erover leest en meekrijgt aan informatie.
TOCH: laten we eerlijk zijn, je kind is echt anders (dan de meeste kinderen). Dat is zo en dat moet ook benoemd worden. Dat moet begrepen worden. Dat geeft rust. En dat is zeker een positief effect als je een diagnose laat stellen.
MAAR: daarvoor hoef je niet perse een diagnostisch onderzoek te laten doen. Je kunt ook ‘gewoon’ uitgaan van het feit dat het je kind anders is en uitzoeken hoe je kind anders is. Dat het gedrag van je kind dus geen onwil is, maar onmacht. Uitgaan van je kind helpen i.p.v. corrigeren. Achterhalen hoe en wat je kind ervaart, je kind daarin serieus nemen. Proberen te leren begrijpen wat je niet in eerste instantie niet snapt. Met respect voor de eigenheid van je kind.
Als dit een weg is, die jij graag zou inslaan met je kind, dan is mijn onlineprogramma heel interessant voor jou. Want daarin leer je een andere aanpak, eentje die je leert om je kind beter te begrijpen, om je eigen gedrag beter af te stemmen op je kind. Anders om te gaan met situaties en emoties. Zodat je veel minder conflicten hebt, de sfeer verbetert en jij je kind steeds beter gaat begrijpen.
Meld je om te beginnen aan voor het gratis webinar hierover, dat ik woensdag 11 en vrijdag 13 november geef.
Vind je dit interessant voor anderen? Deel het dan via de shareknop, dank je wel!
Normen en waarden zijn twee woorden die meestal in één adem genoemd worden. Alsof ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar dat klopt niet. Ze worden ten onrechte op één hoop gegooid want er is een groot verschil tussen beide.
Waarden zijn grotendeels universeel. In elk cultuur vind je waarden terug als behulpzaamheid, betrouwbaarheid, respect, zorgzaamheid. Deze intrinsieke waarden zijn naar mijn idee aangeboren. Elk kind wordt geboren met de behoefte om goed te doen, om zich te verbinden met een ander, om rekening te houden met een ander. We zijn immers bij uitstek een sociaal dier. Misschien is het zelfs wel zo, dat deze intrinsieke waarden samenvallen met onze basisbehoeften als behoefte aan respect, autonomie en verbinding.
Normen hebben meer te maken met de manier waarop deze waarden worden ingevuld. Respect kan bijvoorbeeld getoond worden door beleefdheid. Wat beleefd is, verschilt per (sub)cultuur en is aan verandering onderhevig. Het heeft meer te maken met gewoontes en onuitgesproken sociale afspraken.
Ik ga hier niet te diep op in, want ik ben natuurlijk geen expert op dit gebied :). Wat ik van belang vind is om het onderscheid tussen normen en waarden te maken. Want het door elkaar gooien van deze termen vertroebelt de discussie als het gaat over het aanleren van normen en waarden bij kinderen.
Ik ben ervan overtuigd dus dat elk kind met innerlijke waarden geboren wordt. Het is dus niet nodig om kinderen deze te ‘leren’. Het is meer een kwestie van het kind helpen om deze waarden in praktijk te kunnen brengen. Je eigen gedrag in overeenstemming met je waarden brengen vergt een mensenleven. En het is fijn als je daar in je jeugd hulp bij krijgt van je ouders. Op zo’n manier dat je voelt dat het over je eigen waarden gaat.
Anders ligt het met normen. Op bezoek de andere aanwezigen een hand geven is onze norm van beleefdheid, maar dat is niet over de hele wereld zo. Vroeger moest je u zeggen tegen elke volwassene, nu is dat niet meer zo.Net als dat het niet netjes is om Iemand aan te staren of onaardige dingen te zeggen over een ander, enz. Normen gaan dus over wat hoort en wat niet hoort.
Het verschilt per cultuur, per subcultuur en per gezin welke normen er zijn. Dat bepaal je als ouder ook zelf. Of je kind bepaalde (scheld)woorden wel of niet mag gebruiken, of je met mes en vork eet, of je je moet voorstellen aan de visite., enz.
Kinderen hebben uitleg nodig over de normen in onze maatschappij. En soms is dat lastig. Kinderen kunnen in hun onbevangenheid dingen doen die ons confronteren met onze normen. Is het eigenlijk wel verkeerd als een kind zegt “Wat heb jij een grote neus?”. Ze dwingen ons daardoor om na te denken over onze normen. Waarom vind ik dat iets ‘zo hoort’? Hoe geldig is mijn argument?
Vertrouwen op de innerlijke waarden van je kind maakt het opvoeden makkelijker. Laat het idee los dat jij heel hard moet werken om je kind groot te brengen tot een burger met de juiste waarden. Het gaat er eerder om dat je ze niet frustreert.
Leg de normen van onze maatschappij uit, zodat je kind ze in elk geval begrijpt. Maar leg ook uit dat niet iedereen dezelfde normen heeft. Dat je de keuze hebt welke normen je wel of niet wilt hanteren. Laat ook zien dat sommige andere mensen andere normen hebben. En dat je deze kunt respecteren.
Laat het gedrag van je kind je inspireren om je eigen normen te onderzoeken. Welke normen passen bij mijn waarden en welke eigenlijk niet? Waarom doen we eigenlijk zo als we doen? Waarom vind ik dat iets hoort of niet hoort?
Vind je dit artikel interessant, wil je het dan delen via de shareknop?
Ben je het met me eens of niet, heb je aanvullingen? Laat het vooral weten bij de reacties hieronder. Dank je wel alvast!
Misschien heb je de voordelen van meditatie al ontdekt, misschien heb je het weleens geprobeerd, maar kwam er niks van terecht. En misschien moet je er helemaal niks van hebben. Zweverig gedoe 😉 Toch doe je jezelf en je kind tekort als je hier niks van wilt weten. Ik zal je uitleggen waarom.
Mediteren of mindfulnesstraining helpt je om je hoofd te ontspannen. Het leert je om je aandacht op het hier en nu te richten en uit de eindeloze stroom van gedachten te stappen. Het wil niet zeggen, dat je leert om te stoppen met denken, een fout die veel mensen maken.
Wij hebben geen controle over onze gedachten. Kun jij bepalen wat je denkt? Probeer eens je eerstvolgende gedachte te voorspellen. Lukt niet, toch? Ook stoppen met denken kun je niet. Wat je wel kunt leren is om gedachten te zien als iets wat komt en gaat. Als wolken aan een blauwe lucht. Je wordt toeschouwer van je gedachten.
Je kijkt er naar, maar hoeft er niet achteraan te hollen. Gedachten zijn “maar” gedachten. Zo ga je inzien dat je soms de hele dag eigenlijk in je hoofd leeft. Niet volledig aanwezig bent. Mediteren helpt je om dat wel te kunnen. Je leert je aandacht verplaatsen naar je zintuigen: “wat is er allemaal op dit moment? Wat ervaar ik eigenlijk nu?”
Mediteren of mindfulness oefenen is niets anders dan leren je aandacht terug te brengen naar het hier en nu. Door oefeningen als bijvoorbeeld een lichaamsscan. Je gaat vanaf je voeten tot aan je kruin stapje voor stapje je lichaam door. Met aandacht. Hoe voelt het in je lijf? Of je richt je aandacht op je ademhaling. Tel elke ademhaling tot je bij 10 bent en begin dan weer bij 1. En dat 10 minuten lang.
In het begin zul je merken, dat je in no time weer afgeleid bent door je denken. Je komt niet eens bij 5 misschien 🙂 Dat geeft niks. Dat is niet fout. Het is juist goed, dat je het opmerkt! Dat is de hele training. Steeds je aandacht weer terug brengen naar je lijf, naar je ademhaling, naar het hier en nu.
Maar wat heb je hier nu aan eigenlijk? Wat het je oplevert is meer rust. Meer rust in je hoofd, meer rust in je lijf. Mediteren ontspant heel erg, zeker als je het na een tijdje beter in de vingers krijgt. En dat is geen luxe in de drukke tijden waarin wij leven, toch? En meer rust in jou is ook goed voor je kind.
Bovendien helpt het je om meer aanwezig te zijn in het contact met je kind. Als je eenmaal begrijpt hoe het werkt, kun je ook als je samen met je kind bent, je aandacht richten op wat je ziet, hoort en voelt. Je hebt dan werkelijk aandacht voor je kind. Kinderen voelen dat heel goed aan. Als jouw kind aan het zeuren is of steeds om aandacht vraagt, vraag jezelf dan eens af: heb ik wel echte aandacht gegeven?
Denk je nu: daar heb ik helemaal geen tijd voor, let dan op. Met twee keer 10 minuten per dag krijg je al meer rust in je leven! Ik heb een fantastisch boek daarover gevonden: Headspace van de Brit Andy Puddicombe (Nederlandstalig) . Hij legt mindfulness superduidelijk uit, nuchter en met humor. Het is zijn missie om mensen te leren hoe ze meer rust krijgen in hun hoofd. En hij heeft gelijk. We zijn allemaal druk met goed voor ons lijf zorgen: gezond eten en sporten. Maar is het goed zorgen voor je geest niet even belangrijk? Op zijn website vind je gratis oefeningen om mee te starten: http://www.getsomeheadspace.com
Jonge kinderen hoeven dit niet te leren, zij zijn nog vanzelfsprekend in het hier en nu met hun aandacht. Zij zijn niet bezig met gisteren of straks. Met een klein kind in huis kun je juist mindfulness van hen leren (zie mijn blog hierover). Maar naarmate ze ouder worden, gaan ze ook meer “in hun hoofd zitten”, zo werkt dat in onze maatschappij. Dan is het fijn, als je hen d.m.v. spelletjes en oefeningen vertrouwd kunt maken met het richten van hun aandacht.
Kijk hiervoor eens in het boek Mediteren en ontspannen met kinderen van M. Schneider en R. Schneider. Voor jezelf kun je inspiratie halen uit Mindfulness voor moeders van Denise Roy. Fijn om te lezen en met mooie oefeningen (ook geschikt voor vaders 🙂 ).
Je vindt de genoemde boeken in de boekenlijst op mijn site.
Vind je dit een goed artikel, deel dit dan via de shareknop hieronder. Dank je wel!
Ook ben ik benieuwd naar jouw ervaringen. Of je hier al mee bezig bent en hoe het jou lukt om dat in je drukke bestaan in te passen, bijvoorbeeld. Misschien heb je wel tips voor ons. En wat het je oplevert, daar ben ik ook benieuwd naar. Net als naar de hobbels die je hierbij ervaart misschien. Deel het hieronder, ik en de andere lezers horen graag van je.
Voor sommigen van jullie zit de schoolvakantie er al weer op. En voor anderen komt het er ook onvermijdelijk aan. Helaas. Of gelukkig, misschien 🙂
Hoe dan ook, het gewone leven staat weer voor de deur. Dat is altijd even wennen. Sommige kinderen, misschien ook die van jou, hebben extra moeite met veranderingen. Hieronder lees je wat tips voor een soepele start van het nieuwe schooljaar.
Breng de bedtijd weer richting normaal
Gaat je kind in de vakantie later naar bed? Geen probleem. Het is alleen lastig om ze daarna weer in het gareel te krijgen, vond ik altijd. Zomaar opeens weer een stuk vroeger naar bed werkt meestal niet. Want dan hebben ze nog geen slaap. Wat wel kan helpen is om het in stukjes te doen. Dus begin alvast met steeds een kwartiertje eerder.
Bereid je kind voor op veranderingen
Vertel je kind wat er dit jaar anders zal zijn. Andere juf of andere klas of bso groep. Ook als je kind dit wel weet, praat er dan wel over. Vertel dat het vast heel leuk zal zijn. Vraag wat je kind wat zij denkt dat er leuker is dan vorig jaar. Vertel hem dat het heel gewoon is dat het eerst een beetje spannend is. Hij zal misschien moeten wennen, maar dat geeft niet. Dat hoort erbij en gaat ook weer over. Geef ruimte aan hoe je kind zich erover voelt. Accepteer de gevoelens, ook als je kind angstig is, heel enthousiast of juist negatief.
Maak de nieuwe dag- en weekstructuur zichtbaar
Veel kinderen hebben er baat bij om zicht te hebben op wat komen gaat. Voor jonge kinderen is het fijn, omdat ze het zelf nog niet goed kunnen overzien. En sommige kinderen hebben daar ook behoefte aan als ze wat ouder zijn. Heb jij een kind wat niet altijd soepel meegaat in nieuwe situaties, dan is het voor jouw kind dus fijn precies te weten wat er gaat gebeuren.
Maak met behulp van plaatjes of tekeningen zichtbaar hoe de eerste dag eruit ziet en hoe de eerste week eruit ziet. Je kunt hiervoor eventueel pictogrammen zoeken op internet, bijv. op www.gratisbeloningskaart.nl
Maak het begin van het nieuwe schooljaar aantrekkelijk
Help je kind met de overgang naar het nieuwe schooljaar door het aantrekkelijk te maken. Praat over de nieuwe leuke dingen (bijv. nu je in groep 5 zit krijg je ook muziekles van die leuke meester of nu je in groep 8 zit mag je de weeksluiting voorbereiden, enz.).
Maak samen met je kind de spulletjes in orde. Kijk of alles nog in orde is en ligt waar het hoort, zodat het allemaal klaarligt voor de eerste schooldag. Laat je kind wat nieuwe dingetjes uitzoeken zoals een nieuwe schoolbeker, nieuwe gymschoenen of stiften.
Wees voorbereid op onrust
Het scheelt als je van te voren al hebt ingecalculeerd, dat je kind thuis dwars kan zijn. Veel kinderen doen zo’n eerste week veel indrukken op. Het aanpassen kost hun energie en thuis reageren ze dat af met gemopper of geklier. Als je dit al ziet aankomen en kunt begrijpen, hoef je je er niet zo aan te ergeren. En dat scheelt alweer een stuk :). Zorg dat je zelf zo mogelijk wat extra tijd hebt om samen met je kind door te brengen. Probeer aandachtig te luisteren als je kind iets vertelt. Maar dring niet aan als hij niks wil vertellen.
Bedenk wat je dit schooljaar graag anders wilt doen
Aan het begin van het schooljaar maak je een nieuwe start. Ook thuis. Daar kun je gebruik van maken als je graag dingen anders wilt. Bedenk eens waar jij niet blij mee was het afgelopen jaar en hoe je dat dit jaar anders kunt doen. Of overleg met je kinderen hoe het anders kan. Ze zijn tenslotte weer een jaartje ouder en kunnen ook meer. Lees hiervoor mijn blog ‘Wat ga jij anders doen dit nieuwe schooljaar?
Heb jij misschien nog een tip om toe te voegen? Vertel hieronder welke tip jou helpt.
Vind je het zinvolle tips? Deel dit blog dan via de shareknop. Dank je wel!
Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring
De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.