fbpx

Tag Archives forontspannen opvoeden

Het allerbelangrijkste in opvoeden

Opvoeden valt soms niet mee. Want je wilt het graag goed doen en er kan zoveel misgaan. Wanneer doe je het nou eigenlijk goed genoeg? Want het kan altijd beter :). Het helpt als je duidelijk hebt waar het jou om gaat.

Ben jij iemand die geneigd is te kijken naar wat niet goed gaat? Grote kans, dat je dan regelmatig stress ervaart in het opvoeden. Zeker als je ook nog eens een pittig kind hebt, wat niet zo makkelijk is misschien.

Wat helpt tegen deze stress? Bedenk dat wat je ook doet, het kan altijd beter. Maar dat hoeft niet te betekenen, dat je het niet goed doet. Leer jezelf aan om beter te kijken naar wat goed gaat. Zet het desnoods eens op papier: wat gaat er allemaal goed met jouw kind en in huis. En wat is daarbij jouw aandeel?

Bedenk wat voor een kind het allerallerbelangrijkste is. Dat is namelijk de onvoorwaardelijke liefde en het vertrouwen van zijn ouders. Het grootste goed wat je je kind kan geven is dat je hem of haar accepteert precies zoals hij is, zoals zij is. Zie het goede in je kind. En accepteer zijn moeilijke kanten. Onthoud: een kind is altijd meer dan zijn probleem. Een kind kan het beste groeien als hij weet, dat hij fouten mag maken, stom mag doen, onaardig mag zijn.

En eerlijk gezegd is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Je moet er wel wat voor doen. Namelijk je eigen overtuigingen, maar ook je eigen gevoelens tegen het licht houden. Waar komt jouw irritatie en frustratie vandaan? Wat kun jij moeilijk accepteren van je kind? Wat zegt dat over jou? Kun jij dat in jezelf accepteren?

Hoe beter jij jezelf kent, en je eigen gevoelens onder ogen kunt komen, hoe meer ruimte je je kind kan bieden om zichzelf te zijn. Zo bezien is persoonlijke groei één van de beste dingen die je voor je kind kunt doen.

Zie je kind als een persoon, die zich ontwikkelt en heb vertrouwen in die ontwikkeling. Ook je kind kan in zijn leven veel leren over zichzelf. Geef hem de ruimte en hij zal dat gaan doen. Op zijn eigen manier, op zijn eigen tijd.

Betekent dit dat je alles maar op zijn beloop moet laten? Nee, natuurlijk niet. Jij begeleidt je kind in het groot worden. Belangrijk daarbij is dat je helder hebt wat je van je kind wilt en waarom. Is het omdat jij iets graag wilt? Communiceer dan met een ik-boodschap. Zie je je kind worstelen? Probeer contact te maken over hoe de dingen voor hem zijn, door actief te luisteren. En dit altijd vanuit het vertrouwen dat jouw kind zijn moeilijkheden kan overwinnen.

Als dit je leidraad is in het opvoeden, kan er verder niet zoveel misgaan. Niet echt misgaan, bedoel ik. Natuurlijk gaan dingen anders dan je had gewild, maar dat is het leven. Relativeren, acceptatie en vertrouwen geeft ontspanning. Angst, je zorgen, maken geeft stress. Jij mag kiezen.

 

 

Waarom je kind niet stopt met huilen of schreeuwen

Je bent toch zo duidelijk denk je dan. Je geeft duidelijk aan dat je kind nu moet stoppen met zeuren of huilen of schreeuwen. Je zwicht niet, je bent duidelijk en streng. En toch… je kind gaat gewoon door. Heel irritant vind je. Je doet wat je hoort te doen en toch werkt het niet. Frustrerend gewoon. Hoe komt dit nou?

Gisteren zag ik het weer gebeuren. In de supermarkt waar ik was voor mijn boodschappen liep een vader met een huilende peuter, een jongetje van een jaar of 2. Wat eraan vooraf gegaan was weet ik eerlijk gezegd niet precies.

De vader probeerde zijn zoontje tot stilte te manen: “Nu is het klaar”.

Dat zeggen ouders heel vaak tegen hun kind. Hoor je het jezelf zeggen? Als je het mij vraagt is het een soort toverwoord waarvan je hoopt dat je daarmee kunt zorgen dat je kind ophoudt met het irritante gedrag :).

Maar helaas…. Ook in dit geval werkte het niet. Nadat de vader het gezegd had, liep hij bij het jongetje vandaan. Die op zijn beurt weer hard huilend en schreeuwend achter zijn vader aan liep.

De vader dacht “Ik moet nog duidelijker zijn”. Dus hij gaat op zijn hurken voor zijn zoontje zitten en zegt: “Hidde, stop nu. Het is nu klaar, je moet nu stoppen”.

En enkele tellen later “Stoppen nu”.

Hij keek hem daarbij streng en dwingend aan. Vervolgens wijdde hij zich weer aan de boodschappen.

Helaas. Het werkte niet. Uiteindelijk ging de vader afrekenen en vertrok hij met nog steeds een huilend kind.

Herkenbaar?

Wat was er nu aan de hand?

Simpel. Het jongetje voelde zich totaal niet gehoord en begrepen. Alleen maar afgewezen. Wat zijn verdriet en frustratie nog groter maakte. Met als gevolg dat hij alleen maar harder ging huilen.

Wat de vader had kunnen (moeten) doen is echt contact maken met zijn zoontje. Hem eventueel even oppakken.

En erkenning geven. “Jij wilde zo graag een karretje en nu zijn ze op, stom he. Ik snap wel dat je nu boos bent” of “Ik weet het lieverd, je wil heel graag de dinosauruskoekjes. Dat snap ik. Maar die hebben we nu niet nodig. Een andere keer. Vandaag hebben we wortels nodig, ga je me helpen om ze af te wegen?”

Dan is er verbinding en voelt het kind zich begrepen. Het is oké wat hij voelt. Je mag dingen willen ook al krijg je ze niet.

Als ouder verwarren we begrip vaak met toegeven. Maar dat zijn twee verschillende dingen. Én je toont begrip, empathie én je houdt vast aan je grens.

Keur ik die vader nu af? Nee. Helemaal niet. Hij is zich gewoon niet bewust van wat er gebeurt Hij doet zoals de meeste ouders doen. Omdat ze het zo aangeleerd krijgen. Omdat dat het voorbeeld is dat je om je heen ziet en vaak ben je zelf ook zo opgevoed.

Je leert dat jij je kind je wil kunt opleggen door duidelijk en streng te zijn. Ongewenste reacties (huilen of zeuren bijvoorbeeld) te negeren. Maar zo werkt het niet. Je kind heeft geen stopknop waar je op kunt drukken door “Stop” te zeggen, of “Het is klaar nu”.

Wat overigens ook nog een rol hierbij speelt is dat we als ouder soms te gehaast zijn en teveel ‘in ons hoofd zitten”. Er moet nog van alles, boodschappen, koken, enz. Dan komt het je gewoon niet uit als je kind gaat huilen of dwarsliggen.En dan heb je de illustere hoop dat je door duidelijk te zeggen dat je kind moet stoppen, dat dit zal helpen. Helaas.

Dus de eerstvolgende keer dat jij jezelf in zo’n situatie terugvindt, onderdruk dan eens de neiging om te zeggen “Klaar nu. Stoppen”. Maar probeer echt contact te maken en te luisteren naar wat je kind dwarszit. Zorg dat je kind zich begrepen voelt.

Ik merk altijd weer bij mijn klanten dat zo’n kleine verandering een wereld van verschil kan maken.

Vind je dit een goeie tip? Pas je hem al toe en werkt het ook bij jou? Laat het hieronder weten. En deel dit artikel via de shareknop, zodat nog veel meer ouders er hun voordeel mee kunnen doen. Dank je wel!

 

Het grootste gevaar van een diagnose voor je kind

Heb jij een kind met moeilijk gedrag? In twee eerdere blogs (kijk hier en hier) heb ik al een aantal voor- en nadelen van een diagnose voor je kind op een rijtje gezet. Er zit echter nog een risico aan, die ik hier graag even wil belichten.

Op internetfora kun je heftige discussies vinden, waarin ouders hun standpunt verdedigen. Ouders, die voor zijn, vergelijken een diagnose als ADHD op PDD-NOS weleens met doof of blind zijn. En al snap ik heel goed, dat die ouders erkenning willen voor hun kind, toch is dat te kort door de bocht. Een dergelijke fysieke handicap is echt iets anders. Een blind kind kan niet zien, een doof kind kan niet horen. Dat zijn éénduidige stoornissen, die objectief vast te stellen zijn.

Maar een diagnose als bijv. ADHD of PDD-NOS is bedacht door psychiaters. Het zijn concepten, eigenlijk niet meer dan een verzameling beschrijvingen van zwakheden,onvermogens of problematisch gedrag van een kind. Om aan de diagnose te voldoen, moet een kind een bepaald deel van deze kenmerken vertonen. Bij ADHD nog niet eens de helft. Het kan daarom zelfs zo zijn, dat twee kinderen totaal verschillende kenmerken hebben en toch allebei ADHD hebben.

Het is dus goed om je te realiseren dat het gaat om begrippen. Pogingen van wetenschappers om grip te krijgen op bepaald gedrag. En in eerste instantie bedoeld om onderzoek te vergemakkelijken.

De beoordeling van wat afwijkend is of wat problematisch is,  is bovendien altijd mede cultuurbepaald. Op dit moment is bijvoorbeeld een discussie gaande of een deel van de jongens die nu het stempel ADHD krijgen, vroeger niet gewoon lekker een kwajongen konden zijn. Pietje Bell zou in deze tijd zeker weten een stempel krijgen.

Een diagnose kan ook nog als een excuus werken om onvoldoende hulp te bieden. Ik heb meerdere malen kinderen gezien, die zeiden: “Ik ben druk, hoor. Want ik heb ADHD. Dus ik kan er niet aan doen.”   Als zo’n kind dan geen hulp krijgt om zijn eigen gedrag beter te reguleren, laten we het kind in feite in de kou staan. Want niet alleen de omgeving moet zich aanpassen, ook voor het kind is er werk aan de winkel. Hij of zij moet er per slot van rekening ook mee verder in het volwassen leven.

Maar het grootste gevaar van een diagnose is misschien wel, dat het ieders blik gaat bepalen. Alles wat het kind doet of niet doet, wordt beoordeeld in het licht van de diagnose. Ook dingen die elk kind nu eenmaal doet of laat. Het kan leiden tot tunnelvisie. Maar je kind is altijd meer dan zijn probleem. En kan leren en zich ontwikkelen, net als ieder ander kind.

Als jouw kind dus wel een diagnose heeft of krijgt, zie het dan vooral als een aanwijzing in welke richting jij moet kijken bij het zoeken naar hulp en tips om jouw gedrag aan te passen aan je kind. En help je kind zichzelf te helpen. Maar voorkom dat je kind zijn of haar diagnose “wordt”, laat je kind zich er niet mee identificeren. Laat het niet alles bepalen, maar blijf in de eerste plaats jouw kind zien als zijn of haar unieke zelf.

Wist je dat je ook zonder diagnose heel goed geholpen kan worden? Mijn aanpak is gericht op het begrijpen van jouw kind, zonder het te labelen, maar wel met inzicht in zijn of haar zwakheden. Zodat jij je gedrag er beter op kunt afstemmen. Meer weten? Neem dan contact op of kijk hier hoe ik jou kan helpen

Geef hieronder je reactie en deel dit blog via de Share-knop, dank je wel alvast!

 

 

Waarom je zoveel strijd met je kind hebt

Als ouders mijn hulp inroepen is dat 9 van de 10 keer omdat ze veel strijd hebben met hun kind. Omdat er vaak gedoe is, ruzie is, hun kind vaak nee zegt en niet meewerkt. Eigenlijk iets wat elke ouder weleens ervaart. Maar dan gewoon elke dag. Elke dag strijd met je kind is uitputtend en maakt ouder en kind niet gelukkig. Hoe komt het nu dat je zo vaak strijd met je kind hebt?

Laat ik maar met de deur in huis vallen: het is NIET omdat je niet kunt opvoeden, omdat jij het allemaal verkeerd zou doen. Als je vaak strijd hebt met je kind, kun je wel heel gemakkelijk dat gevoel krijgen, maar onthoud: dat is niet waar. Het ligt niet aan jou!

Bijna altijd als ik met ouders in gesprek raak, blijkt vroeg of laat in dat gesprek dat hun kind geen doorsnee kind is. Kinderen met specifieke kenmerken. Vaak zijn het kinderen die niet flexibel zijn, prikkelgevoelig zijn, graag de dingen zelf bepalen en behoorlijk temperamentvol zijn.

Ligt het dan aan het kind? Nee ook niet. Het ligt aan de interactie. De combinatie van kind en hoe je met je kind omgaat, je opvoedingsaanpak. Deze kinderen gedijen niet bij de gebruikelijke aanpak in het opvoeden.

Over het algemeen gaan ouders in Nederland vrij vriendelijk met hun kinderen om. Ze geven ruimte en inspraak aan hun kind. Maar als puntje bij paaltje komt zijn ze wel de baas. Zo nodig wordt gedrag gecorrigeerd door belonen of straffen (time out bijvoorbeeld)

En veel kinderen doen het daar op. Niet dat het in mijn visie het beste is wat je je kind kan bieden, maar bij veel kinderen geeft dat niet echt grote problemen. Over het algemeen loopt het wel en eventuele problemen vallen in de categorie “Overal is weleens wat”, je weet wel wat ik bedoel.

Maar de kinderen die ik hierboven omschreven heb, die doen het daar niet op. Die worden snel boos, accepteren moeilijk een nee, willen hun zin doordrijven en strijden desnoods door tot het bittere eind. Ze zullen niet snel jouw gezag accepteren.

Bovendien kunnen ze boos worden omdat ze zich onbegrepen voelen. En vaak is dat ook zo. Omdat ze wat anders in elkaar steken dan de meeste kinderen, worden ze niet echt begrepen. En reageert een ouder onbewust op een verkeerde manier.

Tenslotte word je als ouder door het gedrag van deze kinderen nogal op de proef gesteld. Veel meer dan bij andere kinderen worden jouw emoties getriggerd. En die maken het probleem ook weer groter. Want er zit een grens aan hoe lang jij je geduld weet te bewaren.

Wat is er nu nodig om uit deze strijd met je kind te komen? Daarvoor is een andere benadering van je kind nodig. Eentje die ervoor zorgt dat je kind zich beter begrepen en geaccepteerd voelt. Eentje die recht doet aan de behoefte van je kind aan eigen inbreng. Eentje die jouw handelen veel beter afstemt op de specifieke kenmerken van je kind.

Mijn belangrijkste boodschap is dus: het ligt niet aan jou, het ligt niet aan je kind. Jullie doen allebei je best. Maar je kind heeft iets anders van je nodig. En het goede nieuws is: dat kun je leren. Concrete tips vind je in mijn gratis videobooschap, in mijn webinars en in mijn blogs.

Kijk bijvoorbeeld maar eens bij onderstaande blogs:

https://ontspannenopvoeden.nl/luister-je-wel-echt/

https://ontspannenopvoeden.nl/geef-een-ik-boodschap/

https://ontspannenopvoeden.nl/blog-erkenning-het-toverwoord/

Heb je meer hulp nodig, dan kan mijn onlineprogramma je goed helpenKlik hier om te lezen wat het programma hoe dit programma ook voor jou de oplossing kan zijn

Wil je me helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Deel dit artikel via de shareknop hieronder. Heel erg bedankt daarvoor!

Jij bent een voorbeeld. Altijd.

 

Als ouder ben je altijd een voorbeeld, of het nu positief of negatief is. Je kind leert het meest van wat je laat zien, niet van wat je je kind vertelt. Niet van wat je van je kind vraagt. Maar van wie jij bent en hoe jij bent, hoe jij handelt in situaties.

 

Dit gaat natuurlijk in de eerste plaats over waarden. Welke waarden vind jij belangrijk? Bijvoorbeeld: respect voor andersdenkenden, tolerantie, behulpzaamheid, vriendelijkheid, zelfstandigheid, onafhankelijkheid, oprechtheid, ….

Al deze dingen leert je kind niet omdat je vertelt dat hij of zij zo moet DOEN. Integendeel, dat kan zelfs averechts werken. Omdat je daarmee misschien ingaat tegen de eigenheid van je kind of  tegen zijn of haar gevoel van autonomie.

Nee, het gaat over ZIJN. Wie ben jij in het contact met je kinderen? Wie ben jij in het omgaan met anderen? Wie ben jij als het gaat over jouzelf? Accepteer jij jezelf? Kun je dealen met je eigen emoties? Durf jij te staan voor jouw waarheid?

Dat maakt opvoeden zo waardevol. Niet dat het altijd makkelijk is. Helemaal niet. En ook niet altijd leuk, want het kan best confronterend zijn. Maar wel waardevol. Want terwijl jij werkt aan het leven volgens jouw eigen waarden, leren je kinderen van jou.

Het gaat ook over de vraag: wat voor leven gun jij je kind? Gun jij dat ook aan jezelf? Stel, je gunt je kind om afwijkend te mogen zijn, zijn of haar eigen pad te kiezen. Doe jij dat zelf dan ook? Durf je dat? Als jij je kind ergens de ruimte voor wilt geven, moet je dat ook aan jezelf kunnen geven.

Opvoeden gaat in die zin eigenlijk vooral over jezelf. ‘Werken aan jezelf’ is tegelijk iets bijdragen aan de opvoeding van je kind. Want als jij leert om beter te dealen met jouw emoties of je angsten te overwinnen of om je minder van anderen aan te trekken, dan ben je een goed voorbeeld voor je kind.

Mijn kinderen zijn nu min of meer volwassen (21 – 27). En ik zie dat ze inderdaad vooral geleerd hebben van wat ze mij en hun vader zagen doen. Wat wij voorgeleefd hebben. En vaak ben ik daar blij en tevreden mee en soms wat minder :).

Dus wat wil jij je kinderen meegeven? Wat vind jij belangrijk? Leef je dat ook voor? Ik wil je graag uitnodigen om hier eens bewust bij stil te staan. En realiseer je dat alles wat je je kind gunt, dat mag je (en moet je misschien wel) ook jezelf gunnen. Mildheid bijvoorbeeld over jezelf.

En als je over deze vragen nadenkt, formuleer dan alleen positieve antwoorden. Dus niet: ik wil graag dat mijn kind niet bang is voor wat anderen vinden, maar ik wil graag dat mijn kind zichzelf durft te zijn. En geef zelf het goede voorbeeld 🙂

Herken je dit? Wat zijn jouw ervaringen? Laat het hieronder weten, ik hoor graag van je.

Wil je me helpen om meer mensen te bereiken en vind je dit artikel de moeite waard? Deel het dan via de shareknop. Dank je wel!

 

Geen diagnose maar hulp!

 

Het is bedroevend, maar waar. Ik hoor steeds vaker dat een diagnose deuren opent, die anders gesloten blijven. Als je als ouder hulp nodig hebt bij het omgaan met je kind, word je daardoor bijna gedwongen om een diagnostisch onderzoek te laten doen. Hoe ontsnap je daar aan?

 

Want veel ouders willen dat helemaal niet. En ik kan me dat goed voorstellen. Een diagnose is toch een label. Je zet je kind daarmee vast. ‘Zo ben jij’. En het komt ook erg op de voorgrond te staan. Voor anderen kan je kind de diagnose worden i.p.v. dat ie er één heeft: je kind wordt ‘een ADHD-er’ of een PDD-NOSser’.

Alles wat je kind doet, wat hij of zij lastig vindt, niet goed in is, hoe je kind reageert, wordt dan gezien in het licht van de diagnose. Maar je kind is altijd veel meer dan dat. Elk kind blijft unieke combinatie van eigenschappen, ongeacht een diagnose.

Het kan ook ervaren worden als een ‘eindstation’: hier kom je nooit meer van af. En dat kan een rem op ontwikkeling zetten. Want ook al heb je bepaalde kenmerken, ook al heb je problemen omdat je op een bepaalde manier in elkaar steekt, elk kind, elk mens kan leren, kan groeien. En dat perspectief wil je je kind graag geven, toch?

Bovendien: wat zegt een diagnose nu precies over jouw kind? De procedure van het diagnosticeren zit namelijk zo in elkaar, dat het ene kind met ADHD heel andere kenmerken kan hebben dan de andere. Om de diagnose te krijgen moet je kind voldoen aan een aantal kenmerken die op een lijst staan, ongeveer de helft.

Nog een reden om huiverig te zijn voor een diagnose is dat je niet weet wat het doet met het zelfvertrouwen van je kind. Het kan voelen alsof je je kind vertelt dat het ‘niet goed’ is, dat er iets mis is met hem of haar. En dat wil je eigenlijk niet.

Tenslotte blijkt in de praktijk vaak, dat een kind niet in één hokje past. Er zijn heel wat kinderen, die wisselende diagnoses krijgen. Was het eerst ADHD, nu is het PDD-NOS. Of je kind krijgt een diagnose en je blijft toch twijfelen, omdat het niet helemaal past met wat je erover leest en meekrijgt aan informatie.

TOCH: laten we eerlijk zijn, je kind is echt anders (dan de meeste kinderen). Dat is zo en dat moet ook benoemd worden. Dat moet begrepen worden. Dat geeft rust. En dat is zeker een positief effect als je een diagnose laat stellen.

MAAR:  daarvoor hoef je niet perse een diagnostisch onderzoek te laten doen. Je kunt ook ‘gewoon’ uitgaan van het feit dat het je kind anders is en uitzoeken hoe je kind anders is. Dat het gedrag van je kind dus geen onwil is, maar onmacht. Uitgaan van je kind helpen i.p.v. corrigeren. Achterhalen hoe en wat je kind ervaart, je kind daarin serieus nemen. Proberen te leren begrijpen wat je niet in eerste instantie niet snapt. Met respect voor de eigenheid van je kind.

Als dit een weg is, die jij graag zou inslaan met je kind, dan is mijn onlineprogramma heel interessant voor jou. Want daarin leer je een andere aanpak, eentje die je leert om je kind beter te begrijpen, om je eigen gedrag beter af te stemmen op je kind. Anders om te gaan met situaties en emoties.  Zodat je veel minder conflicten hebt, de sfeer verbetert en jij je kind steeds beter gaat begrijpen.

Meld je om te beginnen aan voor het gratis webinar hierover, dat ik woensdag 11 en vrijdag 13 november geef.

Vind je dit interessant voor anderen? Deel het dan via de shareknop, dank je wel!

Normen en waarden, zo simpel is het (niet)

Normen en waarden zijn twee woorden die meestal in één adem genoemd worden. Alsof ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar dat klopt niet. Ze worden ten onrechte op één hoop gegooid want er is een groot verschil tussen beide.

 

Waarden zijn grotendeels universeel. In elk cultuur vind je waarden terug als behulpzaamheid, betrouwbaarheid, respect, zorgzaamheid. Deze intrinsieke waarden zijn naar mijn idee aangeboren. Elk kind wordt geboren met de behoefte om goed te doen, om zich te verbinden met een ander, om rekening te houden met een ander. We zijn immers bij uitstek een sociaal dier. Misschien is het zelfs wel zo, dat deze intrinsieke waarden samenvallen met onze basisbehoeften als behoefte aan respect, autonomie en verbinding.

Normen hebben meer te maken met de manier waarop deze waarden worden ingevuld. Respect kan bijvoorbeeld getoond worden door beleefdheid. Wat beleefd is, verschilt per (sub)cultuur en is aan verandering onderhevig. Het heeft meer te maken met gewoontes en onuitgesproken sociale afspraken.

Ik ga hier niet te diep op in, want ik ben natuurlijk geen expert op dit gebied :). Wat ik van belang vind is om het onderscheid tussen normen en waarden te maken. Want het door elkaar gooien van deze termen vertroebelt de discussie als het gaat over het aanleren van normen en waarden bij kinderen.

Ik ben ervan overtuigd dus dat elk kind met innerlijke waarden geboren wordt. Het is dus niet nodig om kinderen deze te ‘leren’.  Het is meer een kwestie van het kind helpen om deze waarden in praktijk te kunnen brengen. Je eigen gedrag in overeenstemming met je waarden brengen vergt een mensenleven. En het is fijn als je daar in je jeugd hulp bij krijgt van je ouders. Op zo’n manier dat je voelt dat het over je eigen waarden gaat.

Anders ligt het met normen. Op bezoek de andere aanwezigen een hand geven is onze norm van beleefdheid, maar dat is niet over de hele wereld zo. Vroeger moest je u zeggen tegen elke volwassene, nu is dat niet meer zo.Net als dat het niet netjes is om Iemand  aan te staren of onaardige dingen te zeggen over een ander, enz. Normen gaan dus over wat hoort en wat niet hoort.

Het verschilt per cultuur, per subcultuur en per gezin welke normen er zijn. Dat bepaal je als ouder ook zelf. Of je kind bepaalde (scheld)woorden wel of niet mag gebruiken, of je met mes en vork eet, of je je moet voorstellen aan de visite., enz.

Kinderen hebben uitleg nodig over de normen in onze maatschappij. En soms is dat lastig. Kinderen kunnen in hun onbevangenheid dingen doen die ons confronteren met onze normen. Is het eigenlijk wel verkeerd als een kind zegt “Wat heb jij een grote neus?”. Ze dwingen ons daardoor om na te denken over onze normen. Waarom vind ik dat iets  ‘zo hoort’? Hoe geldig is mijn argument?

Vertrouwen op de innerlijke waarden van je kind maakt het opvoeden makkelijker. Laat het idee los dat jij heel hard moet werken om je kind groot te brengen tot een burger met de juiste waarden. Het gaat er eerder om dat je ze niet frustreert.

Leg de normen van onze maatschappij uit, zodat je kind ze in elk geval begrijpt. Maar leg ook uit dat niet iedereen dezelfde normen heeft. Dat je de keuze hebt welke normen je wel of niet wilt hanteren. Laat ook zien dat sommige andere mensen andere normen hebben. En dat je deze kunt respecteren.

Laat het gedrag van je kind je inspireren om je eigen normen te onderzoeken. Welke normen passen bij mijn waarden en welke eigenlijk niet? Waarom doen we eigenlijk zo als we doen?  Waarom vind ik dat iets hoort of niet hoort?

Vind je dit artikel interessant, wil je het dan delen via de shareknop? 

Ben je het met me eens of niet, heb je aanvullingen? Laat het vooral weten bij de reacties hieronder. Dank je wel alvast!

 

Wat er mis is met de supernanny

Afgelopen week was de eerste aflevering te zien waarin supernanny Jo Frost Nederlandse ouders te hulp komt. Door de opzet van het programma en de manier van filmen is het verleidelijk om te denken dat ze een voorbeeld is van een goede aanpak. Immers, na afloop gaat het stuk beter met moeder en kinderen. Wat is er dan toch mis mee?

Vooraf moet ik even zeggen: ze doet absoluut goede dingen. Ze komt een alleenstaande moeder te hulp in het opruimen en schoonmaken van haar huis bijvoorbeeld. Ze zet een proces van bewustwording en actie in gang. Wat de moeder hard nodig heeft. En ze is ook betrokken en wil graag helpen. Maar het probleem zit hem vooral in de opvoedkundige aanpak die ze de moeder bij brengt.

Wat is er mis met deze opvoedkundige aanpak? Zoals Jo ook zelf zegt gaat het om trainen van de kinderen. Eettraining, slaaptraining, noem maar op. De focus ligt op het gedrag. Er wordt voorbij gegaan aan de reden die  ten grondslag ligt aan het gedrag. En er is altijd een reden voor gedrag.

Af en toe wordt zelfs gesuggereerd, dat het zoontje expres zijn moeder dwarszit. Alsof het kind dat werkelijk wil. Het kind is gewoon in de war. Het is nooit ‘de schuld’ van het kind. Zeker niet bij zo’n kleintje. Hij is de kluts kwijt doordat zijn moeder inderdaad de regie kwijt is. Over zichzelf en over haar leven.

Als het jongetje ’s nachts uit zijn bed komt en naar zijn moeder gaat, moet hij elke keer terug gebracht worden. Net zolang tot hij het opgeeft. Er wordt totaal voorbijgegaan aan de behoefte van het kind. Waarom gebeurt dit? Het is een kind wat zich emotioneel onveilig voelt. Zijn ouders zijn pas gescheiden, zijn vader had psychische problemen en zijn moeder heeft het zo zwaar, dat hij niet meer gezien wordt.

Wat hij nodig heeft is bevestiging. Dat hij gehoord en gezien wordt. Ertoe doet. Een moeder die verbinding met hem maakt. Echte aandacht geeft. In het begin geeft Jo Frost dat ook aan, dat hij aandacht te kort komt. Vreemd genoeg leert ze de moeder om hem nog verder te negeren. Aandacht wordt gekoppeld aan gewenst gedrag. En dat is precies het probleem.

Wat leert een kind die op deze manier wordt aangepakt? Ik word lief gevonden als ik doe wat er van mij verwacht wordt. Ik mag niet boos zijn. Ik ben niet goed genoeg zoals ik ben. Als ik niet lief gevonden wordt is het mijn eigen schuld. Dan heb ik iets fout gedaan. Wat in mij leeft is niet van belang.

En waar leidt dat toe? Het onderdrukken van nare gevoelens. Aanpassen. Jezelf verloochenen. En als je dan later groot bent, begint de zoektocht. Om te ontdekken wie je ook alweer was. En wat je allemaal weggestopt hebt. Ken je dat misschien van jezelf? En is dat niet precies wat we onze kinderen willen besparen?

Er zijn kinderen bij wie deze aanpak niet eens werkt. Dat zijn de kinderen die dwars blijven liggen. Die gaan tot het bittere eind. Willen we dat? Of schakelen we over op een andere, respectvolle manier van opvoeden. Dat is waar deze kinderen ons toe uitdagen. Juist de kinderen, die niet zo gemakkelijk in het gareel te krijgen zijn. Misschien moeten we daar wel dankbaar voor zijn.

Laat je niet van de wijs brengen door dit soort programma’s. Als jij problemen hebt met je kind, denk dan niet dat je misschien toch strenger zou moeten zijn. Ga opzoek naar iemand die je kan helpen om op een respectvolle manier de problemen op te lossen.  Misschien moet je wel beter je eigen grenzen bewaken, dat zou heel goed kunnen. Of duidelijker zijn. Maar dat is iets anders dan je kind je wil opleggen.

PS De uitzending van ‘Nanny on tour’ was aanleiding tot een oproep vaneen groep ouders, journalisten en opvoedkundigen om een alternatief te bieden, onder de naam #stopjofrost. Lees hier hun persbericht. Ik doe mee, jij ook?

PS 2 Hiranthi Molhoek geeft op kroost.org een mooie beschrijving van hoe het anders kan.

Ben je het met me eens? Deel dit bericht dan via de shareknop. Dank je wel 🙂

 

5 redenen om geen diagnose te willen voor je kind

Als jouw kind moeilijk gedrag vertoont, thuis of op school, of beide, is het goed om op zoek te gaan naar hulp. Immers, dit moeilijke gedrag leidt meestal tot problemen met andere kinderen of met de volwassenen om hem heen. Daar wordt je kind niet gelukkig van en jij ook niet. Maar wees voorzichtig met het laten stellen van een diagnose.

  1. Een diagnostisch onderzoek is vaak een gedragsbeschrijving

Diagnostisch onderzoek in geval van AD(H)D en ASS is vaak gebaseerd op kenmerken van het gedrag van je kind. Er wordt wel gespeculeerd over de oorzaak (of het een afwijking in de hersenen is bijvoorbeeld), maar daar is nog onvoldoende over bekend. Er wordt naar mijn idee te weinig gekeken naar wat zich in het kind afspeelt.

  1. Een diagnose leidt te gemakkelijk tot het geven van medicijnen

Als je kind eenmaal een diagnose heeft gekregen als AD(H)D of PDD-NOS, is de kans groot, dat het vervolgens medicijnen voorgeschreven krijgt. Dat wordt ook van jou verwacht. Je hebt als het ware geen reden meer om nog een kind met lastig gedrag naar school te sturen. Ik weet, dat het bij extreme problematiek effectief kan zijn, maar het gebeurt te vaak en te makkelijk. Meer weten hierover? Lees het boek van Laura Batstra – Hoe voorkom je ADHD.

  1. Veel kinderen passen niet in één hokje

Veel kinderen passen helemaal niet in één diagnose. Vaak hebben ze van allerlei hokjes wel kenmerken, bijv. AD(H)D, ASS (autisme-spectrum stoornis), hoogbegaafd, hooggevoelig,….. Als je een diagnose laat stellen, versmal je de kenmerken van je kind tot één categorie. Een kind wordt als het ware ergens ‘ingeperst’, nl wat het beste lijkt te passen.

  1. Een diagnose is nog geen hulp

Goede hulp geeft je handvatten om de situatie te verbeteren. Maar het stellen van een diagnose is nog geen hulp. De hulp die je krijgt is vaak is vaak gebaseerd op het gemiddelde kind met die diagnose, dus algemene richtlijnen. Maar is dit voldoende voor jouw kind en is het de juiste hulp voor jouw kind? Lang niet altijd, is mijn ervaring. Dus heb geen te hoge verwachtingen van alleen een diagnostisch onderzoek.

  1. Een diagnose werkt vernauwend

Je loopt het risico om alles wat een kind doet, in het licht te zien van de diagnose. Of teveel te focussen op het probleemgedrag. Een kind is altijd veel meer dan zijn diagnose. Ook kan het kind zich onbewust naar zijn diagnose gaan gedragen, net als de omgeving. Je krijgt een te sterke identificatie met de diagnose.

Let wel: ik zeg niet dat een diagnose nooit een goed idee is. Het kan in bepaalde gevallen zeker wel een nuttige functie hebben. Maar ik vind dat het op dit moment met teveel kinderen te gemakkelijk gebeurt. Dus heeft jouw kind gedragsproblemen en overweeg je diagnostisch onderzoek, neem bovenstaande dan mee in je overwegingen. Want er kan namelijk ook heel goede hulp geboden worden zonder zo’n diagnose. Als je maar goed kijkt en onderzoekt hoe je kind in elkaar steekt. In samenwerking met je kind.

PS Samen met jou of jullie onderzoeken hoe je kind in elkaar steekt en hoe jij je daar beter op af kunt stemmen, dat is precies wat ik doe tijdens een VIP-dag

Help je mij om mijn inspiratie en informatie te verspreiden? Deel dit artikel dan via onderstaande knoppen op de sociale media. Dank je wel!

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten