All Posts by Karla Mooy

Maak je niet zo druk!

Een van de lastigste dingen in het opvoeden (en misschien wel überhaupt in het leven), is dealen met je eigen emoties. Rustig blijven en niet vanuit emotie dingen doen of zeggen waar je spijt van krijgt, is nog een hele kunst. ‘Maak je niet zo druk’ is makkelijker gezegd dan gedaan. We vinden het schijnbaar heel lastig om situaties die we niet willen, te accepteren.

Wat eigenlijk heel interessant is, is dat er niks te accepteren valt. Als iets gebeurt of gebeurd is, dan is het al zo. Toch kan het in ons hoofd enorm te keer gaan, met allemaal weerstandsgedachten zoals ik ze noem.

‘Dit moet nu stoppen’, bijvoorbeeld of ‘ik ben er helemaal klaar mee’, of ‘ik trek het niet meer’ of ‘hij doet ook altijd zo … ’, of ‘ze moet nu toch echt eens gaan begrijpen dat …’, enz. Je herkent het vast wel.

Maar ja, het is al zo. Er is wat er is. Toch vechten we dan in ons hoofd een verloren strijd. Totaal niet slim of relevant, als je er goed bij stilstaat. En toch: het voelt allemaal zo waar. We lijken dan zo gelijk te hebben met wat we denken.

Als we in de weerstand zitten, heeft ons denken ook de neiging om enorm te overdrijven. Vaak genoeg denk je achteraf: waar heb ik me nu zo druk over gemaakt. Ruzies en strijd, het gaat altijd ook weer over. Er zijn ook altijd fijne momenten in het leven, maar ook in de relatie met je kind.

Hoe fijn zou het zijn als je hier geen last meer van had. Als je niet meer ‘meegezogen’ hoeft te worden door je eigen emoties. Wat ik heb ervaren is dat inzicht in hoe het werkt, hierbij erg helpend is.

Hoe het werkt is dat je nooit rechtstreeks geraakt wordt door wat er buiten je lijkt te gebeuren. Nooit. Het is altijd je eigen denken wat je emoties oproept. Je kunt namelijk niet iets neutraal waarnemen, dat gaat niet. Je kunt niet even ‘uit jezelf’ naar buiten om te kijken wat daar nu werkelijk is.

Je neemt iets altijd waar in, of via, jouw denken. In jouw hoofd verschijnt een beeld, verschijnen oordelen en andere gedachten. En die gaan gepaard met emoties. En als het positief is, als we iets leuk vinden of enthousiast zijn, dan ervaren we dat niet als een probleem.

Maar als het niet leuk is, als we bang zijn of gefrustreerd, dan is ‘de situatie’ opeens wel een probleem. En dan zitten we dus in de weerstand. Dan vechten we tegen wat is. Terwijl: het is er al.

Hoe meer je je bewust wordt van dat dit gaande is, hoe minder vat je gedachten op je krijgen. Je kunt zien dat die gedachten ook simpelweg opkomen. Eigenlijk ga jij daar niet over. Jij weet immers niet wat je volgende gedachte zal zijn 😊

Dus zie dat het gewoon gebeurt. Alles komt en gaat zoals golven op het strand. Ook jouw gedachten. Ze zijn zo vluchtig als een zeepbel, ze ‘bestaan’ maar even. Net als je ervaringen. Alles gaat voorbij. Leuke dingen en nare dingen. Alles is tijdelijk.

Zo bezien zou je kunnen zeggen dat het leven vanzelf gaat. Er zijn waarnemingen, gedachten, emoties, kortom ervaringen. Van moment tot moment. Steeds een andere ervaring. En het interessante is: een ervaring is altijd nu. NU is waar je leeft (bent) en waar je ervaart. De rest is denken.

Zo creëert je denken je ervaringen. En nemen we dat allemaal voor waar aan. Maar jij bent niet wat je denkt. Immers, je kunt je er bewust van zijn. Je bent je bewust van al je ervaringen. Dat is hoe het werkt. Je ervaart omdat je bent.

Kun je me nog een beetje volgen? 😊 Hoe meer je dit inziet, hoe makkelijker het wordt om ‘te accepteren’ wat er is. Nogmaals, er valt niks te accepteren, dat lijkt maar zo. Want het is er al, immers. Maar ik bedoel natuurlijk: hoe meer de neiging van het denken om er tegenin te gaan kan verdwijnen.

En dat is zo fijn! Het leven wordt makkelijker en leuker. Het wordt rustiger in je hoofd. En als het gaat om ouderschap: je kunt zoveel makkelijker kalm blijven. Omdat je gezien hebt dat het eigenlijk onzin is om je druk te maken. Zo blijft het helderder in jou en is de kans dat je iets zinvols zegt of doet (of juist niets) veel groter.

Ik ben heel benieuwd naar je reactie. Of je hier iets ‘mee kunt’, of je een idee hebt waar het over gaat. Of het je verder helpt, of niet. Laat het weten, hieronder kun je je reactie kwijt. Of stuur me een mail, ik ga er graag met je over in gesprek.

Waarom je kind zo slecht luistert

“Mijn kind luistert niet” is de meest gehoorde klacht van ouders. Het geeft aanleiding tot irritatie en gedoe en soms loopt het uit de hand en wordt het echt een vervelend conflict. Veel ouders is er dus veel aan gelegen om dit op te lossen. Lees hier wat helpt.

Allereerst: vaak bedoelen we met luisteren gehoorzamen. Een eufemisme dus. En je moet je afvragen of je wilt dat je kind altijd zonder meer gehoorzaamt. Zou wel makkelijk zijn, dat geef ik toe :).  Aan de andere kant willen we ook graag dat onze kinderen opgroeien tot zelfstandig denkende burgers, die niet zo maar alles accepteren en doen wat hun gezegd wordt. Dus is het dan logisch om gehoorzaamheid te willen?

Maar ook al hoeft je kind niet altijd direct te gehoorzamen, een reactie zou wel fijn zijn natuurlijk. En een beetje medewerking ook. Met andere woorden, jij wilt als ouder wel graag gehoord worden door je kind. En gerespecteerd worden.

En daarin schuilt precies het geheim. Ik heb ontdekt, dat kinderen, die volgens hun ouders slecht luisteren, zich vaak niet goed genoeg gehoord voelen door hun ouders. Ik heb eens zo’n ‘slecht-luisterend’ jongetje gesproken, die tegen mij zei  “Weet je, mijn moeder luistert nooit naar mij”.

Gehoord worden en je begrepen voelen is een diepe menselijke behoefte. Die heeft iedereen, groot of klein. Je kind dus ook. En ondanks dat het lijkt of onze kinderen veel aandacht krijgen, voelen ze zich toch niet altijd gehoord. Zie bijvoorbeeld dit blog.

Wil jij dus dat je kind betert luistert, begin dan zelf met beter naar je kind te luisteren. Dus probeer vaker met aandacht naar je kind te luisteren, als hij of zij iets kwijt zegt. Niet te snel met je eigen mening of opmerking komen. Parkeer je eigen gedachten en focus met je aandacht op wat je kind  je wil vertellen.

Ook in de specifieke situatie waarin jij je boodschap kwijt wilt, is het handig om eerst te luisteren. Dus als je kind niet reageert, maak dan contact door naar hem of haar toe te gaan. En als je kind afwijzend reageert, luister daar dan naar.  Geef erkenning, door aan te geven dat je het begrijpt.

Veel weerstand wordt overwonnen door er simpelweg even aandacht aan te schenken. Het klinkt mischien simpel, maar het is echt de beste tip die ik je kan geven. Door even die tijd te nemen, zal je kind meestal makkelijker meewerken en verdien je die tijd ruimschoots terug.

Daarnaast voorkom je weerstand door op je taal te letten. Vermijd jij-taal en gebruik vooral ik-boodschappen. Je zult merken dat het voor je kind dan veel makkelijker wordt om  goed naar jou te ‘luisteren’.

Succes!

PS In sommige situaties is dit echt lastig om in praktijk te brengen, bijv. omdat het contact met je kind moeizaam is of omdat er rond het moeilijke gedrag van je kind al een patroon is gegroeid waar je niet zo maar uitstapt. Is dat bij jou aan de hand? Neem dan contact voor individuele hulp.

Help je mij om mijn inspiratie te verspreiden? Deel dit artikel dan op de sociale media. Dank je wel!

Een boos kind: hoe voorkom je escalatie?

Als er veel ruzie is in huis, dan is de beste oplossing natuurlijk conflicten te voorkomen. Dat is waar ik ook aan werk met ouders. Maar niet elk conflict is te voorzien of te voorkomen. Belangrijk is dan dat je weet hoe je kunt zorgen dat het conflict niet verder escaleert.

Als ik met ouders werk, zijn ze vaak erg open over hun eigen gedachten en gevoelens. Dat waardeer ik zeer. En het is ook belangrijk. Want het is nodig, om de problemen op te kunnen lossen. Daarvoor moet je weten wat er in jou omgaat, als je ruzie hebt met je kind.

Het gedrag van de ouder speelt een grote rol in conflicten met een kind. Hoe jij reageert op een boos kind, maakt het verschil. Het kan maken dat je kind bedaart of het kan maken dat het ontaardt in een ruzie waarbij zowel het kind als jij ontploft.

Nu vind ik het heel belangrijk om te zeggen, dat het feit dat jouw gedrag een grote rol speelt, niet betekent dat het jouw schuld is. Schuld bestaat niet, zeg ik altijd. Het is een bedenksel van mensen. Uit schuldgevoel is nog nooit iets goeds voortgekomen. Schaamte of spijt hebben kan wel, maar dat is iets anders. (Dat betekent dat je de pijn wilt toelaten en erkennen over wat er gebeurd is).

Het gaat dus niet om goed of fout. Maar wel over inzicht in wat er eigenlijk gebeurt. Want pas als je het patroon ziet, waar je in stapt met je kind, kun je er iets aan veranderen. Bewust zijn is altijd de eerste stap.

Het patroon ziet er meestal als volgt uit. Je kind is ergens boos over en wil niet doen wat jij zegt. Weigert te doen wat je zegt, blijft schreeuwen of roept nare dingen tegen jou. Dat triggert een emotie bij jou. Je voelt je machteloos, gefrustreerd of genegeerd en dat kan opeens een enorme boosheid doen opvlammen.

Als je in deze emotie meegaat, ga je terug schreeuwen naar je kind. Je moet en je zal je kind bereiken. Hij moet en zal snappen, dat dit niet kan. Herkenbaar? Iets in jou neemt het over en je zit in een fuik. De fuik van de machtsstrijd. Gaat het je lukken? Nee.

Want je kind is boos of anderszins emotioneel en daarmee onbereikbaar. Wat nu het eerste nodig is, is dat jullie allebei bedaren. Je kunt je kind pas kalmeren als je zelf gekalmeerd bent. Misschien is het daarvoor nodig, dat je even de ruimte verlaat. Ga even naar een andere kamer, naar buiten of naar de WC en geef dat ook aan.

Haal een paar keer diep adem. Wacht tot je gekalmeerd bent en ga dan terug naar je kind. Kijk wat je kind nodig heeft om te kalmeren. Erkenning waarschijnlijk, over wat je kind ervaart. Over dat ie boos was. En dat het niet fijn is, dat jij zo boos werd.

Onthou: een kind dat emotioneel is, kun je niet bereiken met woorden. Hoe graag je ook wil, het gaat je niet lukken. Bespaar je kind een escalatie met een woedende ouder en neem verantwoordelijkheid voor je eigen emoties. Wat je kind nodig heeft, is een ouder, die de emoties van het kind kan hanteren.

Hoe eerder je voelt, dat je boos wordt, hoe eerder je eruit kunt stappen. Probeer te zien, dat je kind alleen maar iets in je oproept, waar je niet in mee hoeft te gaan. Alleen als jij rustig kunt blijven, ben je in staat om je kind iets te bieden waar hij of zij wat aan heeft.

Wat er in jou gebeurt is één kant van het probleem. Wat er in jouw kind gebeurt, is de andere kant. Beide kanten worden onderzocht tijdens een VIP-dag. En juist deze combinatie maakt een VIP-dag zo succesvol in het oplossen van de problemen met je kind. 

Wil je weten of een VIP-dag geschikt is voor jou? Op deze pagina lees je er meer over. 

Overprikkeling: signalen en tips

Wist je dat veel problemen met pittige kinderen voortkomen uit overprikkeling? Soms is het heel duidelijk, maar soms hebben volwassenen het ook helemaal niet door. Hoe herken je overprikkeling en wat kun je eraan doen?

Pittige kinderen zijn heel prikkelgevoelig. Ze zijn heel alert en opmerkzaam, ze zien en horen alles. Dat veroorzaakt een druk hoofd. Daarnaast kunnen ze ook erg afgeleid worden door hun eigen gedachten, ook dat is een vorm van prikkels.

Hoe meer prikkels, hoe eerder een kind overprikkeld raakt. Vaak gebeurt dat bijvoorbeeld door school, maar ook door feestjes, familiebijeenkomsten, sommige sporten (denk aan zwemles in een lawaaierige ruimte met fel licht plus de prikkels van het water).

Nu is het ingewikkelde dat pittige kinderen doorgaans ook de prikkels opzoeken. Want ze zijn ook gevoelig voor onderprikkeling. Bijvoorbeeld als de stof op school te saai is. Ze houden van uitdagingen en zoeken die graag op.

Een kind dat overprikkeld raakt, kan er moe uitzien, maar ook juist heel druk. Dit laatste kan gezien worden als energiek, terwijl het kind juist heel moe is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als kinderen tegen bedtijd nog erg actief lijken te zijn.

Je kunt overprikkeling herkennen aan dat je kind nog moeilijk te bereiken is. Er kunnen er geen prikkels meer bij en ook jouw woorden zijn prikkels. Je kind is heel prikkelbaar en alles kan verkeerd vallen. Soms uit het zich in kliergedrag, waarbij het lijkt alsof je kind ruzie zoekt. En misschien is dat ook wel zo, is het een onbewuste manier om ontlading op te zoeken.

Je kent dit gedrag misschien wel van als je je kind ophaalt van school of de kinderopvang. Daar heeft je kind de hele dag geprobeerd netjes te doen wat er verwacht wordt. Daar komt dan nog bij, dat het moet schakelen, het is een overgang van school of kdv naar thuis en overgangen kosten ook altijd energie.

Wat kun je nu met die wetenschap?

Ten eerste is het zaak je kind te helpen met ‘ontprikkelen’ of ontladen. Wat helpt kan voor elk kind anders zijn. Voor de meeste kinderen helpt beweging en buiten zijn. Daarom is naar huis fietsen een beter idee dan met de auto gaan. De natuur in helpt. Laat je kind veel buitenspelen als dat kan. Of zoek een kdv waar ze veel ruimte hebben om buiten te spelen.

Bewegen helpt dus, ik hoor bijvoorbeeld vaak dat trampolinespringen kinderen weer rustiger kan maken in hun hoofd. Maar ook een balletje trappen buiten, een stuk fietsen of rennen, klimmen, dansen op muziek of stoeien kan helpen. En schommelen natuurlijk.

Maar ook kan juist een rustige activiteit helpen. Mijn zoon kwam altijd helemaal bij van een uurtje intensief legoën. Andere kinderen pakken graag een stripboek en zetten een koptelefoon op. Een filmpje kijken of gamen lijkt aantrekkelijk, maar levert uiteindelijk toch vaak meer prikkels op dan dat het helpt.

Je kind helpen aarden kan ook. Ook daarom is de natuur in gaan behulpzaam. Maar ook simpelweg met water en zand spelen. Of met klei. Of lekker een bad nemen of douchen.

Wat het beste werkt moet je uitzoeken samen met je kind. Maak vervolgens afspraken over hoe dit in te passen bij de dagelijkse bezigheden.

Tenslotte is het een ook optie om een S.I. therapeut te zoeken voor je kind. S.I. staat voor sensorische integratie. Deze therapeut kan helpen om een prikkelprofiel op te stellen en heeft kennis van materialen die in te zetten zijn bij overprikkeling.

Vind je dit artikel nuttig voor je kind? Wil je er over doorpraten? Dat kan tijdens de themasessie Overprikkeling. Meedoen is gratis voor leden van de Ontspannen Opvoeders.

Liefdevol begrenzen

De themasessie over begrenzen was populair (ik zal hem zeker een keer herhalen) en dat is niet zo vreemd. Begrenzen, grenzen stellen, hoe je het ook wilt noemen is iets waar veel ouders mee worstelen. Want hoe doe je dat nu op een manier die ook recht doet aan je kind?

Ouders die bij mij aanhaken, zijn doorgaans erg betrokken ouders, die het beste willen voor hun kind. En met het beste bedoelen ze dan niet zozeer presteren, als wel dat het kind recht wordt gedaan. Ze willen hun kind niet afwijzen en liever ook boos worden op hun kind.

Maar dat is nog niet zo makkelijk, zoals je misschien weet. Want je kind (zeker als het een pittig kind is) laat regelmatig uitdagend gedrag zien. Gedrag wat er uit ziet als expres en heel bewust om bij jou reactie uit te lokken. Zoals gewoon doorgaan met iets als je hebt gevraagd om daarmee te stoppen.

En daar begint de frustratie bij jou. Je voelt je niet serieus genomen, je vindt dat je kind ‘moet luisteren’, je vraagt je af wat je verkeerd doet, enz. enz. Er begint zich in jouw hoofd een verhaal af te spelen dat leidt tot gevoelens van irritatie, frustratie en machteloosheid aan jouw kant.

En er speelt nog iets. Je kind daagt je uit om in te grijpen, om grenzen te handhaven. En als jij van de afdeling harmonie en liefde bent, dan vind je dat misschien niet zo makkelijk. Dus je raakt ook geïrriteerd, omdat je door je kind niet in die positie gedrukt wil worden. Hoe fijn zou het toch zijn als je kind gewoon ‘zou luisteren’? Bestuurbaar zou zijn met woorden?

Maar helaas, pindakaas. Dat is niet zo. En het is jouw taak om in te grijpen. Óf om niets te doen en op je handen te zitten, terwijl je kind de (natuurlijke) consequenties ervaart van zijn of haar gedrag.

Hoe kom je nu uit die spagaat van ‘ik wil lief zijn voor mijn kind’ en  ‘ik wil dit gedrag niet’? Door liefdevol te begrenzen. En dat is eenvoudiger dan je denkt. Je hebt het alleen niet bedacht. Ik zal het je uitleggen.

Er zijn een paar uitgangspunten: 1) je kind wil het goed(e) doen. Ook al lijkt het gedrag expres, op een dieper niveau heeft het kind geen controle over zijn of haar impulsen en emoties.

2) Alles is een leerproces. Hoe duidelijker jij bent in het handhaven van grenzen (in de vorm van regels en afspraken, maar ook gewoon een uitleg van wat wél en wat niet kan), hoe sneller je kind het zal leren.

3) Uit dit beide vloeit voort dat boosheid aan jouw kant totaal niet nodig is. Je hoeft alleen maar te herinneren aan de regel, de afspraak, of wat je eerder hebt uitgelegd. En houdt je kind zich daar niet aan, dan concludeer je dat het ‘even niet lukt’. Lukken is een fijn woord, zonder oordeel en met perspectief voor de volgende keer (zie dit blog).

En op een nuchtere, kalme manier kun je doen wat nodig is. Bijvoorbeeld je kind even uit de situatie halen, bij de baby of kat weghalen die ze pijn doet, spullen wegpakken die niet veilig zijn. Of (bij een ouder kind) zelf even weglopen, een activiteit stoppen, enz.

Ook kunnen er logische consequenties zijn, die je van tevoren kunt aangeven. ‘Als het niet lukt om voorzichtig met de kat om te gaan, dan is het spelen met de kat even afgelopen’. ‘Als het tandenpoetsen te lang duurt, is het straks tijd om te slapen en is er geen tijd meer om voor te lezen’.

Laat je kind zijn eigen leerproces ervaren. Jouw taak is duidelijkheid scheppen en daaraan vasthouden. Dat is alles. Er is verder niets aan de hand, niets om je druk over te maken. Er is geen enkele vorm van afwijzing nodig, je kunt gewoon liefdevol blijven. En het is niet erg voor je kind om iets te ervaren wat ze misschien niet fijn vindt, ook dat hoort gewoon bij het leven 😊

Heb ik je hiermee kunnen helpen? Ik ben benieuwd, laat het me (hieronder) weten. En wil je het blog voor me delen om meer ouders te bereiken? Dank je wel!

Wel of niet negeren, hoe zit dat precies?

In opvoedland is negeren vrij gebruikelijk. Gewenst gedrag mag je belonen door een complimentje te geven. Negatief gedrag kun je het beste negeren, is het advies. Helaas merken nogal wat ouders, zeker van pittige kinderen, dat het helemaal niet werkt. Toch kan het soms wel handig zijn.

In principe vind ik negeren een slecht advies. ‘Het kind wil alleen maar aandacht’, wordt er dan gezegd. Ja, en? Kennelijk is er dan iets aan de hand. Er zit je kind iets dwars en kennelijk heeft je kind geen andere manier voorhanden dan het huidige, ongewenste gedag.

Negeren zoals het meestal bedoeld is, betekent ook het negeren van je kind. En dat is, zeker bij pittige kinderen, olie op het vuur. ‘Jij wilt me niet horen? Nou, dan gooi ik er nog een schepje bovenop’. Logisch eigenlijk, want kinderen willen, net als volwassenen, gehoord en gezien worden.

Ik denk dat het beter is om te kijken wat er aan de hand is. Je kind te helpen met de situatie. Dat kun je bijvoorbeeld doen door te benoemen wat je ziet of wat je denkt dat er aan de hand is. ‘Kennelijk zit je iets dwars, je ziet er boos uit (of niet blij, of teleurgesteld, of … )’

Eigenlijk negeer je dan wel het gedrag zelf, maar niet het kind. Je besteedt even geen aandacht aan de manier waarop je kind aandacht vraagt, maar maakt wel contact over wat er aan de hand is. En dat is iets wat pittige kinderen juist nodig hebben.

Want wat er vaak gebeurt, is dat alle aandacht naar het ongewenste gedrag gaat. Onbesproken blijft wat er aan ten grondslag lag. Dus het werkelijke probleem wordt niet opgelost. In feite helpt dat een kind helemaal niet. Het werkt alleen maar negatieve gedachten over zichzelf in de hand.

Ook als je kind je commandeert of taal gebruikt die je liever niet hoort, kun je ervoor kiezen om dat even te negeren. Soms is er zoveel spanning dat het je kind niet lukt om het op de juiste manier te vragen.

Eventueel kun je het even hardop ‘vertalen’. Bijvoorbeeld, als je kind in de stress om te laat te komen, zegt ‘jij moet mijn tas van boven halen’. Dan kun je antwoorden: ‘Je bedoelt, mama wil je even mijn tas van boven halen? Ja, lieverd, dat is goed’. En verder maak je er niet zoveel woorden aan vuil, want dat heeft weinig nut. Je kunt wel boos worden, maar daar is niemand mee geholpen.

Overigens is er wel een situatie waarin je je kind het beste even kunt negeren. Maar dan heb je het ook aangekondigd. Als je kind bijvoorbeeld door blijft drammen over iets wat je al besproken hebt, kun je zeggen ‘lieverd, ik heb jou gehoord en jij hebt mij gehoord. En nu zijn we uitgepraat, want het wordt niet meer anders. Dus je kunt wel blijven vragen, maar dan krijg je geen antwoord meer’.

Als je dit een fijn artikel vindt, wil je het dan voor me delen? Zodat we nog meer ouders bereiken. Dank je wel. Ook je reactie is hieronder welkom, zoals altijd.

Help je kind om te kúnnen luisteren

Kinderen die niet luisteren vormen nog steeds een grote bron van frustratie voor ouders. Mijn blogs daarover behoren ook tot de meest gelezen blogs op mijn website. Dit blog is bedoeld om te laten zien hoe je je kind kunt helpen om te luisteren, zowel letterlijk als in de zin van doen wat de bedoeling is 🙂

Waar het eigenlijk om gaat, is dat je gaat zorgen dat je kind kán luisteren. Want doorgaans is het geen onwil, maar het lukt je kind gewoon niet. Dus een beetje hulp is handig. Van jou.

Allereerst is het belangrijk dat je werkelijk contact maakt. Je kind is niet ‘bestuurbaar op afstand’, ook al denken (of hopen) veel ouders dat wel. Dus ga naar je kind toe en maak contact. Kwestie van iets meer moeite doen, maar het is de moeite zeker waard.

Daarnaast kunnen kinderen ons vaak helemaal niet horen, omdat ze een hoofd vol eigen gedachtes hebben. Of hun emotie zit hen in de weg. De oplossing daarvoor is dat je eerst naar je kind luistert, voordat je met je eigen boodschap komt.

Luisteren en vervolgens erkenning geven, creëert ruimte bij jouw kind om jouw boodschap binnen te laten. “Oh, je wilt graag een tent bouwen. Dat vind je leuk, hè? Dat is natuurlijk ook gezellig, in een tent spelen”.

Start jouw boodschap dan met ‘het punt is’. “Het punt is dat we zo de deur uit moeten, want je gaat vandaag naar het KDV, weet je nog?”. Zo ervaart je kind het meer als een situatie die nu eenmaal zo is, dan dat jij hem of haar je wil op legt. Want dat is wat je kind zo moeilijk vindt.

Zorg dat wat je wil zeggen geen oordeel of afwijzing bevat. Je kind is erg gevoelig voor kritiek, en zal al snel in de weerstand gaan. Gebruik liever een ik-boodschap. “Lieverd, ik heb last van al dat gespring van jullie, zo kan ik me niet concentreren. Kijk even of je het ergens anders kunt doen”.

Soms merk je pas tijdens het praten dat je kind niet kan luisteren. Benoem dit dan en vraag wat er aan de hand is. “Ik heb het idee, dat je alleen maar denkt, mama ben je klaar met praten? Wat is er aan de hand?”

Het heeft namelijk geen zin om iets van je kind te willen wat er niet in zit. Dus je kunt wel wíllen dat je kind naar je luistert, maar als dat niet gaat, dan gaat het niet. Je kunt het niet afdwingen. Het is dus veel handiger om te kijken wat je kind nodig heeft om wél te kunnen luisteren.

O ja, en als je iets met je kind wilt bespreken, doe dat dan niet zo maar, op het moment dat het in jou opkomt. Maar kijk of vraag of het ook voor jou kind een geschikt moment is. Op een simpele manier kun je zo al weerstand bij je kind wegnemen.

Vind je dit fijne tips? Deel ze dan met de social media knoppen, zo kunnen we meer ouders bereiken. Bedankt!

Laat me ook weten wat jouw ervaring is. Werken deze tips bij jou ook? Of heb je aanvullingen?

Help, mijn kind is een slechte eter.

Veel pittige kinderen zijn slechte eters. Je kunt er redelijk wanhopig van worden. Omdat het strijd geeft, waardoor het niet meer leuk is aan tafel. Of omdat je je zorgen maakt of je kind wel genoeg eten binnenkrijgt. Hierbij 5 tips om hiermee om te gaan.

Tip 1 is de moeilijkste, maar ook meteen de belangrijkste: maak er geen strijd van. Want die verlies je. Eten is namelijk één van de weinige dingen waarbij je je kind niet kan dwingen. Je kunt een kind wel te eten geven, maar niet voeden. Je kind bepaalt uiteindelijk zelf of het iets opeet of niet. Dus als je een kind hebt, dat tot het bittere eind gaat, dan wordt het einde ook heel bitter.

Bovendien, door er een strijd van te maken, leg je er teveel druk op. Eten wordt steeds meer een issue. Wat je aandacht geeft, groeit. Dus als je veel aandacht geeft aan het probleem van niet eten, wordt het probleem steeds groter.

Pittige kinderen hebben strijden thuis voor hun autonomie én zijn prikkelgevoelig. Als een kind juist met het eten heel erg dwars ligt, kan het zijn dat ie gewoon weinig lust. Het kan goed zijn dat je kind erg gevoelig is voor geuren of smaken. Of voor de textuur van het eten in de mond.

Maar de kans is ook groot, dat je kind in opstand komt, omdat hij te weinig autonomie in zijn leven ervaart. Juist de dingen waar hij zelf het laatste woord heeft, gebruikt hij dan om zelf de baas te zijn. Dat kan ook verklaren waarom een kind iets soms wel wil eten en soms niet.

Tip 2 is daarom: kijk eens of jij je kind meer ruimte kan geven om zelf baas te zijn. In welke situaties, bij welke beslissingen en keuzes kun je je kind meer zeggenschap geven? Het zou zo maar kunnen, dat daarmee het eten een veel kleiner probleem wordt. Vooral als je een kind hebt met een sterke eigen wil.

Tip 3: Zorg dat je kind overdag al de nodige voedingsstoffen binnenkrijgt. Zorg dat wat ze aan tussendoortjes krijgt, alleen maar gezond is. Vooral groentes en fruit zijn onmisbaar voor de nodige voedingsstoffen. Denk dus aan stukjes (rauwe groente) en fruit. Maar vergeet ook de eiwitten niet, zuivel bijv. of noten. Het avondeten kan dan ook uit een boterham of een bord pap bestaan.

Koop allerhande verschillende soorten groente en fruit. Probeer uit wat je kind lekker vindt. Wortels of komkommer, maar misschien ook wel bietjes of koolraap. Gedroogd fruit is een heel geschikt alternatief voor snoep. Lekker zoet en toch gezond. Controleer wel of er geen suiker aan toegevoegd is. Als je kind er oud genoeg voor is, zijn noten ook heel gezond, het liefst ongebrand. Ook olijven kun je eens proberen, er zijn genoeg kinderen die ze lekker vinden.

Tip 4: zoek op internet naar ideeën. Er zijn tegenwoordig veel goede blogs te vinden met ideeën voor gezonde, lekkere snacks. Verdiep je in wat goede voeding eigenlijk is, wat je kind nodig heeft. Google eens op “lekker en gezond eten voor kinderen”, dan vind je een hele lijst aan sites met interessante tips.

Tip 5: betrek je kind bij het voorbereiden van het eten. Overleg wat hij lekker vindt, kijk waar hij kan helpen met klaarmaken (kun je ondertussen vast iets proeven). Laat haar de tafel dekken en het gezellig maken, bijvoorbeeld kaarsjes aan. Zorg dat de maaltijd een prettig moment blijft. Een gezellig samenzijn, waarbij ondertussen gegeten kan worden.

Tenslotte: een kind hongert zichzelf doorgaans echt niet uit. Als jij maar zorgt dat wát er binnenkomt veel voedingsstoffen bevat, hoef je je geen zorgen te maken. Maak je je wel ongerust of is je kind moe en lusteloos, overleg dan met de huisarts of op het consultatiebureau of je kind risico loopt op ondervoeding.

Is jouw kind een moeilijke eter? Hoe ga jij daar mee om? Laat het hieronder weten, ik hoor graag van je. Delen is ook fijn, dank je wel!

Hoe je de avondspits weer gezellig maakt

Vaak hoor ik, dat gedrag waar ouders niet blij van worden, zoals zeuren, boos zijn, niets willen, ruzie maken, het ergste lijkt te zijn aan het eind van de dag. Zeg maar, de avondspits. Net thuis van je werk en het is totaal niet gezellig. Je verlangt alleen nog maar naar het moment dat ze in bed liggen.

Herken je dat? Betrap jij jezelf er ook weleens op dat je denkt ‘ik zal blij zij als ze er in liggen?’ Hoe begrijpelijk ook, leuk is het niet natuurlijk. Hoe zorg je er nu voor dat je ook op die momenten van je kind(eren) kunt genieten?

Laat ik beginnen met te zeggen dat je heus niet altijd van je kind kunt of zou moeten genieten. Natuurlijk zijn er ook momenten dat het even niet zo leuk is. Dat geeft ook niet, dat hoort nu eenmaal bij het leven.

Maar dat structurele ongezellige, dat geruzie eind van de dag, dat hoeft er niet bij te horen. Dat kan echt anders. Door een paar dingen net iets anders te doen en vooral door je bewust te worden van je eigen aanwezigheid.

Om te beginnen: één van de belangrijkste oorzaken is een kind dat geen verbinding  voelt. In deze wereld wordt veel van ouders gevraagd. Of in elk geval, lijkt dat zo te zijn. Zeer regelmatig lijkt het leven een afvinklijstje van to-do’s. En voor je het weet wordt de zorg voor je kind ook een to-do. Jammer, toch?

Dus gaat het vaak zo: Ouder komt van zijn of haar werk, nog volop ‘in het hoofd’, want dat is toch voor de meesten van ons de plek waar we rondhangen tijdens ons werk, hoe leuk je werk ook is. En als je dan vergeet om ‘daar uit te komen’ (dat kan natuurlijk niet, maar je snapt vast wat ik bedoel), dan zit je daar nog steeds als je thuiskomt.

Met andere woorden, je bent niet echt aanwezig. En je kind voelt dat. Zeker een gevoelig kind als pittige kinderen zijn. Ook al kunnen ze het niet zo benoemen. Ze missen de verbinding en worden ‘vervelend’. En als je niet oplet, denk je dat het aan je kind ligt.

Maar hoe zou het zijn als je op weg naar huis, op weg naar je kind, weer even met je aandacht in het hier en nu komt? (De enige plek overigens waar je ooit bent geweest en waar je ooit zult zijn). Als je even je zintuigen gebruikt om ‘uit je hoofd te komen’?

Zou je dan niet meer aanwezig zijn? Je kind werkelijk opmerken? Ik denk van wel. Als je weer bewust aanwezig bent, dan kun je er zijn voor je kind. Dan maak je echt contact. Dan is er tijd voor een echte knuffel, echt luisteren of even samen lachen of wat ook maar. Dan voelt je kind dat je er bent.

En dat maakt zoveel uit. Dan ben je ook veel beter in staat om te zien wat je kind nodig heeft. Of er onrust uit moet, of er hoognodig iets van eten of drinken in moet. In plaats van dat je je kind als ‘vervelend’ ervaart. ‘Het kind vraagt’ alleen maar’ aandacht’, wordt er dan gezegd. Ja, dat klopt, en die aandacht heeft het kind dan ook echt nodig.

Ook een praktische tip: praat niet over je werk (of iets anders) met je partner, totdat je kind/je kinderen  op bed liggen. Kinderen voelen zich dan al snel buitengesloten en dat is niet het goede moment daarvoor. Je kind heeft jou immers ook de hele dag moeten missen.

Leg telefoons buiten bereik en geef aandacht voor elkaar een vaste plek in de structuur van de avondmaaltijd (zie bijvoorbeeld dit blog). En maak van het eten geen strijd, maar een moment van saamhorigheid. Doe wat je kind helpt, misschien wil het op schoot bij jou, of gevoerd worden. Je kind is moe van alle indrukken, help het te ontspannen. En vergeet alle ideeën over wat je kind op dat moment zelfstandig zou moeten kunnen.

Verbinding is en blijft de basis. Ik hoop dat dit blog je helpt om jezelf daaraan te herinneren. En dat het je inspireert om van het eind van de dag een fijn moment te maken, met echte aandacht voor elkaar. Want daar was het om begonnen toch, toen je aan kinderen begon?

Waarom ‘lukken’ zo’n mooi woord is in het opvoeden

In de opvoeding, zeker van pittige kinderen, kan het veel verschil maken hoe je de dingen zegt. In dit blog leg ik je uit waarom ‘lukken’ zo’n handig woord is om te gebruiken.

Pittige kinderen zijn gevoelig voor hoe je de dingen zegt. Sowieso houden ze natuurlijk niet van moeten en van het woordje ‘nee’. Maar ook zijn ze extra gevoelig voor afwijzing en bang om dingen verkeerd te doen.

Daarom is mijn advies: maak gebruik van het woord ‘lukken‘. Het voordeel van ‘lukken’ is dat het minder persoonlijk is. Meer iets dat gebeurt. Iets lukt of het lukt niet. Gewoon een feitelijke constatering.

Het biedt daarnaast ook perspectief. Iets wat nu niet is gelukt is, kan een volgende keer wel lukken. Heel anders dan wanneer je zegt ‘je kunt het niet’. Dat klinkt meer alsof je het nooit zal kunnen, alsof het een eigenschap van je is om iets wel of niet te kunnen.

Daarmee benadruk je dus meer het leerproces. En dat is precies zoals ik de dingen graag zie. Alles is een leerproces. Oefenen. En dan lukt het of het lukt niet. Het haalt het oordeel eraf en biedt perspectief. En dat geeft ruimte.

De start is van dit leerproces is steeds dat je duidelijkheid biedt. Door een duidelijke afspraak of door aan te geven wat de bedoeling is. Zodat je kind weet wat er van hem of haar verwacht wordt. En vervolgens gaan we dan zien hoe het gaat. En ga er maar vanuit, dat je kind doorgaans ook het goede wil doen.

Je kunt het ook gebruiken om je kind daartoe uit te nodigen. Om wat voorbeelden te geven ‘denk je dat het gaat lukken om op de stoep te blijven?’ of ‘denk je dat het gaat lukken om zelf te spelen en je broertje met rust te laten? ’of ‘denk je dat het gaat lukken om vanmiddag je huiswerk te maken, zodat we vanavond tijd hebben voor een spelletje?’

En als het dan een keertje ‘fout’ gaat, kun je zeggen ‘wat jammer, het is niet gelukt, volgende keer beter’. Je kunt het ook nabespreken, op een rustig moment. ‘We hadden afgesproken dat je vanmiddag je huiswerk af zou maken, maar dat is niet gelukt, he. Weet je ook hoe dat komt? Wat gebeurt er dan denk je, waardoor het niet lukt?’

Dus ik zou zeggen, maak er maar (wat meer) gebruik van. Ik denk dat je kind het prettig zal vinden. Succes!

Als je dit een zinvolle tip vind, deel hem dan zodat andere ouders er ook hun voordeel mee kunnen doen. Dank je wel daarvoor. En ik lees zoals altijd graag je reactie, dat kan hieronder.

>

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten